Een verhaal dat ik voor een project voor Latijn moest schrijven...

Een harde hand duwde mijn voet in het witte spul. Koude rillingen trokken over mijn been naar boven en kippenvel verspreidde zich over mijn hele lichaam. Dit proces herhaalde zich ook met mijn andere voet. Ik stond te rillen van angst terwijl ik mijn armen over mijn halfnaakte lichaam heen sloeg. Wat ging er nu gebeuren? Doodsbang wachtte ik af. Toen kwam dezelfde enge man naar me toe die ook mijn voeten wit had gemaakt. Hij keek dreigend naar me een snauwde iets tegen me in een vreemde, onverstaanbare taal. Ik keek hem onbegrijpend aan, wat bedoelde hij, wat werd er van me verwacht? Toen zuchtte hij en wenkte me. Ik liep langzaam, aarzelend naar hem toe en zag toen dat hij een soort bordje om mijn nek wilde hangen.
Ik boog mijn nek en liet dit toe, bang voor stokslagen. Toen werd ik hardhandig naar voren geduwd en ik voelde een stekende pijn door mijn scheenbeen gaan. Ik was tegen een podium opgeknald. Een paar van de andere gevangenen stonden er al op en een keek me medelijdend aan. Hij stak zijn hand uit een trok me omhoog. Ik voelde me opeens heel klein al stond ik hoger dan de blanke mensen die langs het podium liepen. De donkere man die me omhoog geholpen had zei iets tegen me, dit keer kon ik het wel verstaan. Het was niet in mijn taal maar het leek erop en ik glimlachte opgelucht. ‘Waar kom je vandaan?’ vroeg hij vriendelijk. ‘Uit een bos.’ antwoordde ik. Hij grinnikte: ‘Nee, ik bedoel uit welk land?’ ‘Geen idee, er was bos en we leefde in kleinere huizen dan hier,’ ik gebaarde om me heen, ‘iedereen zag er hetzelfde uit niet zoals hier.’ Hij knikte en het gesprek viel stil. ‘Waar kom jij vandaan?’ vroeg ik toen maar. ‘Hiervandaan,’ zei hij terwijl hij met zijn arm gebaarde, ‘maar mijn meester had genoeg van me en besloot me te verkopen.’ Ik schrok, verkopen? ‘Gaat dat ook met mij gebeuren?’ vroeg ik angstig. ‘Dat weet ik niet,’ antwoordde hij eerlijk, ‘laat je titulus eens zien.’ ‘Mijn… wat?’ waar had hij het over? ‘Het bordje om je nek.’ antwoordde hij. Ik draaide me om en hij keek naar het bordje dat mij langzamerhand nekpijn begon te bezorgen. ‘Je komt uit Pontus en bent 15 jaar oud, je heet Elif en je kan huishoudelijke dingen als wassen, koken enzovoorts.’ ‘Ik weet nog steeds niet waar ik vandaan kom maar de rest klopt.’ zei ik met een zweem van een glimlach om mijn lippen. ‘Aangenaam dan Elif, ik ben Phocas en ik kom uit Griekenland.’ Ik merkte dat ik moest glimlachen. ‘Maar hoe ken je mijn taal dan, als je niet uit mijn land komt?’ vroeg ik, verbaasd. ‘Een vriend komt ook uit die streek’ hij keek triest bij deze woorden, maar voor ik kon vragen wat er was begon de enge man weer te schreeuwen. ‘Sta stil en doe wat hij vraagt.’ fluisterde Phocas tegen me en ik zette me schrap voor een reeks gemene klanken uit de mond van de man, die kwamen niet. Maar er kwamen wel meer mensen naar het podium toe lopen. De man riep af en toe een van ons naar voren en die moest dan een rondje draaien en zijn bordje laten lezen. Soms begonnen onze gevangen nemer en een ander te ruziën. Hun harde woorden sneden door me heen alsof ze het tegen mij hadden. Toen verscheen er ineens een vrouw die iets aan de enge man vroeg. Hij wenkte naar mij en ik stapte naar voren, draaide een rondje en liet mijn bordje zien. De vrouw knikte en zei iets tegen de man. Die knikte en ik kreeg een duw in mijn rug van hem. De vrouw gaf hem een rinkelende buidel en ze gebaarde dat ik mee moest komen. Nog een keer keek ik om en ik schonk Phocas een waterig glimlachje. Terwijl ik achter de vrouw aan liep probeerde ik te beseffen wat er nu was gebeurd. Ik werd meegenomen door een onbekende vrouw en niemand protesteerde. Ik dacht na over wat Phocas had gezegd en toen drong het afschuwelijke ineens tot me door. Ik was verkocht. Ik dacht na over hoe de situatie er nu voor me uit zou zien maar ik had geen idee wat me te wachten stond. Het akelige gevoel van onwetendheid besloop me en angstig volgde ik de vrouw. Ze had zwart haar en een lichte, olijfkleurige huid. We liepen snel door de drukke mensenmenigte heen en mijn voeten begonnen pijn te doen van de harde straat.
Eindelijk werd het rustiger en ik kon me wat vrijer bewegen. We kwamen bij een groot huis en de vrouw duwde me door de poort. Ik kwam een ruimte binnen met een gat in het dak en water in het midden. Een tal aan deuren kwam uit op deze kamer en ik werd er door een naar binnen geduwd. Daar stond iemand die op mij leek, een oude vrouw met dezelfde huidskleur en het zelfde donkere haar. Verdwaast keek ik om me heen, de kamer leek op een keuken maar dan veel groter dan die van mijn moeder. De vrouw zei iets tegen de donkere vrouw en liep toen weg. ‘Hallo Elif, ik ben Sidika, ik kook voor de familie en jij gaat me helpen.’ Ik knikte, als teken dat ik het begreep en niet erg vond. ‘Ben ik verkocht?’ vroeg ik toen toch maar voor de zekerheid. ‘Ja,’ antwoordde Sidika op een medelijdende toon, ‘je bent verkocht.’

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen