Foto bij -4. Maybe it's time to change

Adrenochrome >> ZeroGravity


Mia

Er is iets aan de sfeer van een vliegveld dat het verschrikkelijk romantisch maakt er te zijn. Alsof de scherpe geur van kerosine, half weggevaagd door de muren die de vertrekhal bouwen, bestempelt hoeveel liefde er heerst, wanneer een geliefde een geliefde terugvindt. Angst wanneer een klein kind een nooit eerder gezien familielid de hand schudt. En zenuwen, als een opengesprongen colafles, net als nu in mijn buik nu ik weet dat dit het nieuwe begin is waar ik zo naar had verlangd.
Ik klem mijn twee koffers en rugzak stevig vast op het moment dat ik mijn weg richting de uitgang baan. Elektrische schuifdeuren van waarachter het licht boven een nieuw te ontdekken stad me toegrijnst…
Mensen werken zich ingespannen starend langs mij heen, allemaal op zoek naar iemand die net aankomt, of de juiste gate. Drukte doet me niets meer, scheldende mensen doen me alleen glimlachen en de warmte die een grote massa met zich meebrengt, brandt behaaglijk op mijn huid. Ik ben nu eenmaal een kind van de stad.
Half struikelend, de wieltjes van mijn koffer ratelend over de plavuizen op de vloer vind ik de uitgang, ik knijp mijn ogen half toe vanwege het felle licht van buiten, tegen mijn zin. Het liefst wil ik de hele stad zien zoals ze is, zonder mijn ogen dicht te hebben, maar dan had ik waarschijnlijk een zonnebril mee moeten nemen.
Ik bijt op mijn onderlip en kijk hoe de schuifdeuren van het vliegveld een immense parkeerplaats onthullen, openbaar vervoer naar keuze biedt zich aan voor iedereen die net is aangekomen en zoekend loop ik richting de bussen. Nu ik in mijn sabbatjaar zit, kan ik het gewoonweg niet maken om veel geld te spenderen aan een taxi voor ik een baan heb gevonden…
De achterste bus blijkt naar mijn bestemming te gaan, boven het voorraam waarachter een verveelde chauffeur zich ophoudt, staat Neukölln gespeld in groene, elektrische neonletters. Ik grijns wanneer ik zie hoe de ogen van de man groot worden als hij me ziet, en hij blikt verward achterom naar de bus die zo goed als bijna leeg is.
Ik zie alleen twee meisjes met dikke, bruine dreadlocks achterin, een donkere jongen met een pet op in het midden en een derde meisje naast hem, met zulk blond haar dat het onmogelijk is dat het echt is. En waarom is dat ook niet meer dan logisch?
Neukölln, mijn bestemming. Om het plat uit te leggen, “de achterbuurt waar de meeste buitenlanders wonen.” Een beetje toerist richt zich meteen op de grote hotels en de wat chiquere wijken in de stad. Of dan nog op zijn minst met de bedoeling om veel cultuur te gaan zien, wanneer het doorsnee gezinnen betreft.
Met moeite werk ik me met mijn twee koffers achter me aan het trapje van de bus op. Er moet waarschijnlijk wel een gemakkelijkere manier zijn om dat klaar te spelen, maar ik heb eerlijk gezegd niet de intentie om dat uit te gaan vinden.
Nog steeds kijkt de buschauffeur me aan alsof ik gek ben. Zijn ogen zeggen zo goed als: “Neukölln? Wat in vrédesnaam moet je dáár?” Hij slikt wanneer ik mijn portemonnee tevoorschijn haal, en mijn koffers naast me neer zet.
“Weet je zeker dat je in de goede bus zit?” vraagt hij achterdochtig.
Ik haal mijn schouders op. “Ik spreek geen Duits,” deel ik hem mee, en hij herhaalt zijn vraag nog eens, in Engels dat verre van accentloos is.
Ik knik, een glimlach als van een perfecte autoverkoper op mijn gezicht. “Ja, natuurlijk. Deze bus gaat naar Neukölln, toch?”
De man knikt instemmend, langzaam, terwijl hij een laatste keer zijn wenkbrauwen fronst, maar ik laat me vallen op een van de verouderde busstoelen.
De hele bus ziet er trouwens uit alsof hij wel wat extra lak kan gebruiken, op de ruggen van sommige stoelen zie ik de bekleding half loshangen en er is nagenoeg geen enkele zitplek in de hele bus waar geen kauwgom aan kleeft.
Ik grijns wanneer ik de donkere jongen met de pet op naar me zie kijken, zijn ogen net zo vol ongeloof als de buschauffeur. Waarschijnlijk is het vliegveld een tussenhalte en komen de meeste mensen die hier nu in de bus zetten net van buiten de stad…
Ik zie hoe de chauffeur even in zijn achteruitkijkspiegel blikt voor hij de het gaspedaal indrukt en de motor onderin de bus begint te grommen. Ik vis mijn iPod uit mijn tas, de vertrouwde Nano. De oortjes zijn half kapot na al die jaren, maar ze doen het nog steeds op kwaliteit.
Ik zucht lichtjes, sluit genietend mijn ogen.
Voor nu is er niemand. Ik ken niemand en heb niemand nodig en het voelt geweldig. Ik kan bijna alles zelf bepalen en beïnvloeden. Ik heb het gevoel alsof ik mijn toekomst kan zien door een gordijn van mist zonder dat ik weet wat zal zijn, wat het zo spannend maakt, alleen de hoop dat ik ooit eens kan zeggen: “Ik ben mijn carrière als schrijfster ooit eens begonnen, in Neukölln, Berlijn, Duitsland. Ik had niet veel meer dan mezelf, papier en pennen en een iPod met muziek van decennia’s geleden, maar blijkbaar was het genoeg.”
Zachtjes tik ik met mijn Allstars tegen de voetenleuning aan de onderkant van de stoel voor me. Ze waren ooit wit, maar nu staan er handtekeningen op, op de linker staan handtekeningen van mijn vrienden uit Australië, en mijn rechter is leeg. Misschien wordt hij straks gevuld met nieuwe vrienden maar ik weet het niet. Ik weet niets.
Ik zie hoe Berlijn langzaam aan mijn ogen voorbijtrekt en alles lijkt geweldig in het zonlicht dat sluimerend boven de gebouwen hangt.
Als ik niet zo nieuwsgierig was geweest naar wat dit me gaat brengen, zou ik waarschijnlijk in slaap gevallen zijn, maar ik kan nu niet meer doen dan me laten wiegen op het zachte geschud van de bus en de kalme muziek van mijn iPod die zich een weg door mijn gedachten baant.

© ZeroGravity

Reacties (2)

  • Glowingstar

    Wat goed geschreven. ;D

    Oké, ik ben moe & heb geen zin om te typen. Dus het spijt me voor deze saaie, stomme reactie. *-* Maar je weet zelf wel dat ik 't een geweldig stuk vind.

    lotsoflove.

    8 jaar geleden
  • Raveness

    snel verder gaan hoor!!!

    (K)(K)

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen