Foto bij Hoofdstuk 30

uiteindelijk een nieuw stukje

‘Hoi Tess’ zei hij gespannen wetend over onze relatie. ‘Hoi Embry en Amber?’ zei ze er vragend achteraan ‘hoi’ zei ik zacht en wendde mijn blik af. ‘Waarom wordt je gedragen?’ vroeg ze nieuwsgierig ‘en waarom draag jij geen shirt’ voegde ze er verbaasd aan toe. Ik vroeg me af waarom ze dat eerste wou weten? Ze ging het vast tegen me gebruiken. Ondertussen voelde ik mijn kaken warmer worden. Wat was de reden? Ik wist het zelf niet eens. Embry voelde mijn extra warmte en antwoordde voordat ik het kon doen ‘privé reden’ zei hij lachend en knipoogde naar Tess waardoor haar kaken rood kleurden. Een jaloers gevoel bekroop me. Waarom kleurde ze rood. Hij was van mij. Alleen van mij. Ik ga hem niet delen. Wow dat was egoïstisch. Ook mijn kaken kleurden rood van schaamte. Alweer. Ik was egoïstisch. ‘Wij gaan weer oké?’ vroeg Embry toen we ongemakkelijk tegenover elkaar. Ze knikte en Embry vervolgde zijn weg met mij nog in zijn armen. ‘Wat is dat toch met jullie 2’ mompelde hij voor zichzelf mij vergetend. Alsof mijn gewicht niet in zijn armen lag. Ik verstijfde even en hij leek uit zijn trans te ontwaken. Hij glimlachte even en versnelde nog een paar passen. Ik leunde met mijn hoofd weer tegen zijn borst en snoof zijn geur op. Heel zacht voelde ik zijn passen. Het wiegen bracht weer slaap met zich mee en ik gaapte. ‘Ga maar slapen Amber het is al laat’ zei Embry met tedere stem toen ik mijn hand voor mijn mond deed. Ik schudde mijn hoofd koppig. ‘Nee ik ga niet weer slapen’ hij glimlachte even ‘je bent ook altijd zo eigenwijs’ het kwam er zo teder uit dat mijn hart een slag oversprong. Ik glimlachte ook even en genoot van zijn warmte. De donkere schaduwen die me eerst nog angst hadden ingeboezemd konden er niet bij. Ik was veilig bij Embry. Hij zou beschermen. Dat had hij beloofd. Een schuldgevoel bekroop me weer. ‘Embry.. het spijt me echt van dat ik.. dat ik wegrende’ ‘maak je er niet druk om Amber. Ik ben al zo blij dat je er nu weer bent dat ik alweer ben vergeten dat je wegwas. Ik wil je bij me houden voor altijd’ en hij zuchtte even ‘maar jammer genoeg’ vervolgde hij uiteindelijk ‘zijn we bij je huis’ ik keek verbaasd op en hield mijn adem in. Het licht was nog aan. ‘Hoelaat is het?’ raspte ik. Hij viste handig zijn mobiel uit zijn broekzak ‘rond half 12’ zei hij. Ik hapte naar adem. ‘Zo laat? Ze vermoord me’ een grom rolde over zijn lippen en hij trilde licht. ‘Je dacht toch niet dat ik je alleen naar binnen liet gaan’ gromde hij. Ik haalde mijn schouders op. En hij zette me langzaam op de grond. Zodra zijn armen van mij af waren was het opeens een stuk kouder. En ik rilde even ‘Wanneer zie ik je weer?’ vroeg ik blozend nog een grom volgde over zijn lippen ‘ik laat je nu niet alleen naar binnen gaan Amber’ gromde hij dreigend. Slikkend knikte ik. ‘Oké. Euhm.. Embry wil je binnenkomen?’ vroeg ik voorzichtig, maar vooral als grapje. Hij glimlachte naar me zijn boze humeur vergetend en knikte. ‘Ja eigenlijk wel’ zei hij en hij streek met zijn vinger over mijn wang. Ik pakte dit keer uit eigen initiatief zijn hand en trok hem mee naar de deur. Hij glimlachte toen ik zelf zijn hand pakte en hem meetrok. Ik daarin tegen was al bezig wat ik tegen mijn moeder ging zeggen. Langzaam opende ik de voordeur en liep behoedzaam over de drempel. Alleen het ligt in de kamer brandde en op de gang was het dus gewoon donker. Mijn hartslag sprong even over van een plotselinge angst die me bekroop maar daalde al snel weer. Ik wachtte tot Embry de deur had gesloten en toen ik een zachte klik hoorde liep ik zachtjes naar de woonkamer. Mijn moeder zat met de rug naar me toe alles stond uit. Het was geheel stil. Het enige wat ik hoorde was mijn eigen ademhaling en voetstappen. Van Embry hoorde ik niks. Het enige waarvan ik wist dat hij er was is dat hij mijn hand vast hield. ‘Amber’ zei mijn moeder kil toen ik net 2 passen voor de bank stond. ‘mama’ piepte ik benauwd terug. ‘Je hebt je de hele dag niet laten zien. Waar was je.’ ‘buiten’ ‘hoe durf je zo laat thuis te komen. Wat denk je wel niet?’ ‘het spijt me’ piepte ik opnieuw ‘je meent het niet snert kind! Wat denk je wel niet. Je komt uit bed gaat naar buiten en komt nu pas terug. Slaap maar buiten, ik wil je hier niet meer zien.’ Ze stond resoluut op nog steeds met de rug naar mij toe. Tranen liepen nu echt over mijn wangen. Stilletjes. ‘Ik wil niet buiten slapen, daar is het koud’ ‘jij hebt niks te willen jongedame’ snauwde ze en ze balde haar vuisten ‘maar mama’ huilde ik nu echt. Ze draaide zich resoluut om en haalde uit. Zo snel dat ik niet eens door had wat er gebeurde laat staan dat ik mezelf kon verweren. Een verstikte grauw hoorde ik achter me, het volgende moment sprong Embry naar voren om me af te schermen voordat mijn moeder.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen