Foto bij -6. All nightmare long

memissedthatpicture
Okay. Me is back from holiday. En ik heb dit verhaal verwaarloosd. En dat is niet aardig. Maar ik was dus op vakantie.
Anyhow. Sorry.

Gustav

©ZeroGravity

Ze lijkt levenloos. Ze beweegt niet, maar haar ogen zijn open. En ze haalt adem, ik zie haar borst op en neer gaan.
Mijn kaakspieren zijn gespannen, mijn ogen blijven die van haar vasthouden, alsof ik geluidloos probeer te zeggen: “Durf eens weg te kijken.”
Heel even slaat ze haar ogen neer, onderworpen aan mijn blik, maar dan zie ik een andere beweging van spieren in haar gezicht. Haar mondhoeken trekken omhoog, in een uitdrukking van haar gezicht die me nog nauwelijks gewoon is. Het duurt zelfs even tot me doordringt dat ze… glimlacht?
Ik zie haar ogen fonkelen, het lijkt oprecht te zijn, maar welke reden hééft ze om te glimlachen? Gottverdammt, waarom dóét ze dat? Ik knijp mijn ogen stijf dicht, wil het niet zien. Wil niet zien dat het lijkt of ze gelukkig is, en meteen verdwijnt het heden.

“Franziska, nee!”
Ik hoor mijn eigen stem zonder dat ik weet wat ik zeg. Ik sta alleen nog vastgekluisterd aan de weg, alsof alles tegelijkertijd gebeurt, in waas en kleur. Mijn ademhaling schuurt rasperig door mijn keel, het voelt alsof de lucht door mijn neus en mond tegelijkertijd komt.
Ik ben duizelig en het enige wat ik kan denken is: mijn hoofd krijgt geen bloed meer. Ik val flauw.
En dan die klap, als honderd nagels over een schoolbord, metaal op huid, een gil. Piepende remmen. Een warme geur smeltend teer.


Ik knijp mijn handen tot vuisten, voel hoe mijn nagels bijna door mijn huid boren.
“Gustav, het is goed,” zegt ze, maar ik schud mijn hoofd, bijna in een reflex.
Het is niet goed.

Witte ziekenhuislichten. Tl-buizen.
En daar ligt ze, in dat bed met lakens die bijna even wit zijn als de huid die haar botten omhelst. Haar ogen gesloten en onder narcose. Franziska, mijn zus.
Het is mijn schuld, ik had haar weg moeten trekken. Meer moeten doen dan roepen. Die klap moeten voorkomen. Ervoor moeten springen.
En nu is het te laat. Het is niet goed.


“Je kan er niets aan doen, en ik kom er wel weer bovenop. Ik leef ten minste nog.”
Haar woorden komen vervormd door, als door een luchtbel. Ik zie de glimlach rond haar lippen dartelen, en het licht in haar ogen schijnt feller dan voorheen. Maar het moet een leugen zijn.
Hoe kan ze nou glimlachen, tegen mij? Ze beweegt nog steeds niet. Alleen haar ogen knipperen, verhullen en onthullen dat licht.
Ja, ze leeft nog, maar tegen welke prijs?

“Verlamming. Totale verlamming, vanaf de nek. De zenuwen zijn vanaf daar door geknakt als een rietje. En het spijt me, maar er is niets meer aan te doen.”
De arts voor mij kijkt me ernstig aan, maar ik kan niet bevatten wat hij zegt. Ik wil niet weten wat hij zegt. Het verdringen. Het is alleen maar een nachtmerrie. Straks open ik mijn ogen en vind ik mezelf in bed.
Het is maar een woord.


“Gustav. Gustav!”
Ze schreeuwt mijn naam, maar de luchtbel die nu al weken om mij heen hangt knapt niet. Ik frons even mijn wenkbrauwen en kijk haar aan, heel even zie ik hoe haar gezicht me verward aankijkt.
“Ik weet heus wel hoe je dit ziet. Maar neem het niet zo zwaar op. Ik voel me helemaal niet zo verschrikkelijk. Ik ben blij dat ik nog leef. En je had niets kunnen doen. Ik zag die auto niet, het is gewoon mijn eigen schuld. Als je nachtmerries krijgt van dat onterechte schuldgevoel mag je mijn rolstoel duwen.”
Ik zie haar grijns beter worden. Het is een grapje. Ik kan niet lachen.
Dit is niets om grapjes over te maken.

Ik zink neer op een bankje, mijn hoofd in mijn zweterige handen. Nee. Nee, nee, nee!
Dit kan niet zo zijn. Geen verlamming. Niet zien hoe zij verder in de afgrond belandt, niet Franziska. En niet als het mijn schuld is.
Niet in een rolstoel, niet in de operatiekamer, niet onder de medicijnen. Dit is niet waar. Het is een leugen. Hier is een verborgen camera, dat weet ik zeker.
Dit is niet waar.


De spieren verstrakken in mijn hele lichaam. En bijna zonder dat mijn hersenen mijn benen het bevel geven, loop ik weg.
Ik kan dit niet langer aanzien, haar machteloos zien creperen en dan ook nog het beste van de situatie proberen te maken. Alles suist langs me heen, ik ben hier niet en toch ook wel. Ik hoor haar nog roepen maar het kan me niet meer schelen.
Ik heb zin in een biertje.

Reacties (2)

  • Necessity

    aahwww, zielige gustav:(
    xx

    8 jaar geleden
  • Glowingstar

    Aaahw. D: Arme Gustav. Hij moet zich niet schuldig voelen. Je ka ner nooit iets aan doen, als iemand die je dierbaar is iets overkomt. Life's a Bitch.

    .. Je gaat je nu niet dronken drinken, mannetje. Dan stuur ik Mia op je af die je eens goed de les gaat lezen. EN HUP NU NAAR FRANZISKA! Braaf. :33

    iloveyou.

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen