Foto bij De prinses en de drie gouden kronen

Dit verhaaltje was oorspronkelijk voor Sarita's schrijfwedstrijd, maar die is gestopt, dus post ik het hier.

De eerste opdracht:

Dit wordt voor sommige mensen een makkelijke, voor sommige een moeilijke.
Er was eens... En ze leefden nog lang en gelukkig.
Jullie gaan ieder een gloed nieuw sprookje schrijven.
Geen woorden limiet.
Inleveren via pb met de link van het verhaal.
En het moet beginnen met er was eens... en ze leefden nog lang en gelukkig.
Succes.
Inleverdatum: 25.8.2011


Tadaa! Mijn sprookje. Het was nogal haastwerkxD

Er was eens, in een land hier ver vandaan, een klein prinsesje met drie gouden kronen. In één van de kronen was een heldere diamant gezet, die haar onschuldig maakte. De tweede kroon had een saffier en zorgde dat ze een bedachtzaam karakter had. En de laatste kroon droeg een robijn, die voor haar passie en doorzettingsvermogen stond. Het prinsesje moest de drie kronen altijd op haar hoofd houden, want anders hadden ze geen effect op haar en wat er dan zou gebeuren, was verschrikkelijk…

Op een dag was het prinsesje net met haar poppen aan het spelen, toen de prins van het naburige koninkrijk haar lievelingspop uit haar handen rukte, zijn mes erin zette en het buikje openreet, zodat het dons eruit dwarrelde en op de grond viel. Het prinsesje was zo kwaad dat ze opsprong en achter hem aanrende, het hele kasteel door. Wat ze echter niet doorhad, was dat de kroon met de saffier, die haar bedachtzame karakter waarborgde, van haar hoofd getuimeld was en in een hoek terechtgekomen was, waar een rat hem vond en meenam naar zijn holletje buiten het kasteel. Toen het prinsesje het jongetje kwijtgeraakt was, kwam ze hijgend tot stilstand, bracht haar hand naar haar hoofd en… kwam erachter dat de kroon weg was. Hier werd ze zo kwaad van dat ze alles kort en klein sloeg. In plaats van bedachtzaam was ze nu opvliegend en agressief geworden. Het hele kasteel was in rep en roer. De kroon moest gevonden worden, want de prinses was gek geworden! De ene helft van de hofhouding ging op zoek naar de kroon met de saffier, de andere helft moest het meisje in bedwang houden.
De koning, die zijn dochter zich nog nooit zo had zien gedragen, was zo geschokt dat hij onmiddellijk bezweek aan zijn hartkwaal, de koningin en de prinses alleen achterlatend. Hij werd opgebaard in de Koninklijke slaapkamer. De koningin zat urenlang naast het bed te huilen, maar het prinsesje mocht niet bij haar vader komen, want iedereen was bang dat ze in al haar agressie ook die kamer kort en klein zou slaan. Juist toen het prinsesje in een nieuwe woede-uitbarsting was losgebrand, kwam er een lakei binnen met de kroon in zijn hand. Hij zette het meisje het ding meteen op haar hoofd. Eindelijk kwam ze tot rust. Het hele koninkrijk haalde opgelucht adem.

Niet veel later – het kasteel was nog in rouw – was het prinsesje in de tuin aan het spelen toen de kroon met de diamant van haar hoofd afviel en een eindje van een heuvel afrolde. Ze rende er snel achteraan, voordat ze hem kwijtraakte en zette hem weer op haar hoofd. Opgelucht hijgde ze uit. Haar onschuld was nog steeds veilig.
Toen ze opkeek, zag ze dat de prins van het naburige land verderop bladeren van een boom af aan het trekken was. Ze barstte in huilen uit, want het was een Japanse kersenboom en dat was haar lievelingsboom. Met een handvol roze blaadjes keek de jongen op. Hij grijnsde, rende naar het prinsesje toe en gooide de blaadjes over haar heen. Het prinsesje was zo verbaasd en afgeleid dat ze niet doorhad dat hij de kroon met de diamant van haar had afgepakt en ermee wegrende. Tegen de tijd dat ze het wel doorhad, was hij al zo ver weg dat de kroon geen invloed meer op haar uitoefende.
Ze zette het hele kasteel op zijn kop. Ze stal eten uit de keuken, sloop de stallen binnen en liet alle paarden los, maakte voor haar plezier de kippen een kopje kleiner. Ja, ze ging zelfs zo ver dat ze de kamers van de knechten binnenglipte en hun kostbare spullen verwisselde met opgedroogde geitenkeutels.
Weer was het kasteel in rep en roer. De kroon met de diamant moest gevonden worden, zodat het prinsesje weer onschuldig werd! Ze werd opgesloten in de kerkers totdat de kroon gevonden was. Dagenlang werd er onafgebroken gezocht. Iedereen hielp mee, zelfs de koningin, die zich erg schaamde voor haar dochters gedrag. Toen ze de prinses eens opzocht in de kerker en moest aanzien hoe ze zich belachelijk maakte, schrok ze zo dat ze als dood neerviel.
Weer ontstond er onrust binnen de kasteelmuren. De beste dokters werden vanuit alle hoeken van het land naar het kasteel gebracht en ten slotte was de diagnose bekend: de koningin was bezweken aan een longontsteking. Ondertussen zat het prinsesje nog steeds in de kerkers, aan de ene kant nog steeds met plezier snode plannetjes aan het bedenkend, maar aan de andere kant diepbedroefd omdat haar moeder ziek was en ze haar niet mocht bezoeken.
Zo gingen er dagen voorbij, totdat een kamermeisje de kroon in de kamer van de prins vond. Onmiddellijk kreeg het prinsesje de kroon terug, zodat ze weer onschuldig was, en werd de prins naar zijn land teruggestuurd. Het meisje kon de koningin eindelijk bezoeken, maar die was zo verzwakt dat ze haar dochter nauwelijks herkende. Toen het prinsesje op een ochtend wakker werd en ontdekte dat de kroon met de robijn, die haar haar passie verschafte, verdwenen was, had ze er helemaal geen vertrouwen meer in en bleef dagenlang op haar kamer zitten. Ze wilde haar moeder niet meer bezoeken, ze wilde niet meer eten, ze wilde niet op zoek gaan naar de kroon, ze wilde helemaal niets.
De koningin werd steeds zieker, totdat ze na een slepend ziekbed overleed. Het prinsesje was ontroostbaar, maar wilde haar moeder niet de laatste eer bewijzen. Ze bleef op haar kamer.
Na een korte tijd werd de kroon gevonden. Maar de prinses kon er niet blij om zijn. Ze was een wees.

De jaren gingen voorbij en nu zat de broer van de overleden koning op de troon. Het prinsesje, dat nu een beeldschone jonge vrouw geworden was, woonde nog steeds in het kasteel. Haar drie kronen waren al jaren niet meer verdwenen, want haar oom had ze afgepakt en ze in een kluis opgeborgen. De bedachtzaamheid, onschuld en passie van de prinses waren allemaal veilig, maar als gevolg hiervan mocht ze alleen op de kamers komen die het dichtst bij de kluis in de buurt waren, want anders hadden de kronen geen effect op haar.
Op een dag kwam de gevreesde prins van het naburige land op bezoek. Hij boog diep voor de prinses neer en betuigde met mooie bewoordingen zijn bewondering voor haar schoonheid. De prinses keerde hem echter de rug toe en wilde niet met hem spreken. De prins, die verliefd op haar was geworden, was hierdoor zo gekrenkt dat hij besloot zijn misstappen goed te maken. Hij bracht de prinses de mooiste geschenken: sieraden van puur goud, de beste chocolade van de hele wereld, ja, hij schonk haar zelfs zijn eigen lievelingspaard met een zadel dat was gemaakt door de beste leerlooier die er was. Maar nog wilde de prinses niet met hem praten.
Gedesillusioneerd zwierf de prins door de gangen van het kasteel, wanhopig op zoek naar cadeaus die nog duurder, nog zeldzamer waren. Alles om het hart van de prinses te winnen.
Op één van zijn zwerftochten slenterde de prins langs de troonzaal en ving een gesprek op tussen de koning en zijn vrouw. Op zijn tenen sloop hij naar de deur en legde zijn oor er tegenaan. De koning gniffelde net tegen zijn vrouw hoe blij hij was dat de prinses opgesloten zat in het kasteel. Het volk was haar vergeten, zei hij triomfantelijk. En dus waren ze vergeten dat zij, nu ze volwassen was, eigenlijk recht had op de troon en niet hij, die slechts de broer van de voormalige koning was. Als de prins hierdoor niet geschrokken was, dan was het wel door wat de koning daarna zei: namelijk dat het een goed idee geweest was om het vorige vorstelijke echtpaar een kopje kleiner te maken. Ja, zei de koning, dat hadden ze goed gedaan. Heel subtiel. Niemand had doorgehad dat zij er achter zaten. Wat ze namelijk hadden gedaan was het volgende: ze hadden de koning en de koningin beiden vermoord met een zeldzaam soort gif, maar hadden het doen voorkomen alsof het kwam door de prinses. Het moest erop lijken dat de ouders van de prinses zo schrokken van haar gedrag dat ze eraan bezweken. Toen de koning dit had uitgelegd, lachte hij een kwaadaardig lachje en deed er het zwijgen toe.
De mond van de prins viel open van schrik. Hij haastte zich terug naar de prinses om haar te vertellen wat hij had gehoord, maar ze wilde niet naar hem luisteren. Toen hij de naam van haar ouders noemde, keek ze hem enkel verdrietig aan en liep snel weg. De prins begreep dat ze hem nog steeds de schuld gaf van hun dood, maar ook zichzelf, en dat ze zou blijven weigeren met hem te praten. Hoofdschuddend pakte hij zijn spullen en verliet het kasteel.

De prinses zag hem gaan en wendde zich verdrietig af van het raam. Ze keek naar de kamer die eigenlijk gelijk was aan de kerker waar ze in had gezeten. Ze zuchtte. Nu de prins weg was, had ze helemaal niemand meer die haar kon helpen.

Zo ging er een jaar voorbij. De koning en de koningin regeerden het land met harde hand en de prinses keek hulpeloos toe. Elke dag ging ze bij het raam zitten om te zien of de prins terugkwam, of ze hem toch niet zo erg afgeschrikt had dat hij voor altijd weg zou blijven. Maar ze zag hem nooit komen en gaf het uiteindelijk op.
Op een dag zat ze net aan het ontbijt, toen ze tromgeroffel en harde dreunen hoorde. Nieuwsgierig stond ze op en liep naar het raam. Het duurde even, maar uiteindelijk had ze door dat er een heel leger op weg was naar het kasteel en zo te zien was het niet het leger van de koning. Die had dat blijkbaar ook door, want er ontstond onrust in het kasteel, terwijl het leger van de koning bij elkaar geroepen werd. Voordat dit echter voltooid werd, stond het buitenlandse leger echter al voor de deur.
Doodsbang opende de slechte koning een raam en riep naar buiten wat het leger wilde en wie hun leider was. En ja hoor, de prins stapte naar voren en schreeuwde terug dat hij het kasteel kwam innemen. In eerste instantie was de prinses blij, want de prins was toch terug gekomen. Maar daarna bedacht ze dat het vreemd was dat hij het kasteel kwam innemen. Toen de prins naar haar lachte, wendde ze zich dan ook verontwaardigd af.
Wat volgde was een intens gevecht tussen het leger van de prins en dat van de koning. Aangezien de koning te weinig tijd had gehad om zijn leger te verzamelen, was de prins er binnen de kortste keren in geslaagd het kasteel in te nemen. Hij zette de koning onmiddellijk af met de mededeling dat hij een verschrikkelijk man was en dat hij het niet verdiende om te leven. Toen begaf hij zich naar de prinses.

De deur ging open en hij stond in de deuropening. Geschrokken draaide de prinses zich om, bang dat hij was gekomen om haar te vermoorden. Hij keek haar echter op zo’n manier aan dat ze die gedachte onmiddellijk liet varen.
“Prinses Alicia,” zei de prins hijgend, terwijl hij een diepe buiging maakte. Hij hield zich vast aan de deurpost.
De prinses maakte een reverence. “Prins Hugo,” mompelde ze zenuwachtig.
Een moment lang hing er een onuitgesproken gevoel tussen hen in. Toen liet hij de deuropening los en kwam langzaam de kamer binnen. Zonder werkelijk op de omgeving te letten zag de prins dat de kamer niet veranderd was en daardoor moest hij glimlachen.
Prinses Alicia keek hem nog steeds afwachtend en een tikje nerveus aan. “Waarom ben je hier?” vroeg ze.
“Om jou te wreken,” antwoordde hij stellig.
Dat begreep de prinses niet, maar ze zweeg.
“Had ik niet gezegd dat ik van je hield?” vroeg prins Hugo.
“Nee,” antwoordde de prinses. “Je vond me zo mooi als een meer in het maanlicht. Althans, dat zei je.”
Een lachje vormde zich rond zijn mond en hij knikte. “Dat herinner ik me inderdaad. Je was er niet zo van gecharmeerd.”
Ondanks alles moest prinses Alicia lachen. Hij was veranderd, merkte ze.
Toen het verder stil bleef, zei de prins: “Ik heb de koning afgezet. Hij zat achter de dood van je ouders.”
De prinses staarde hem blanco aan en hij zag zich genoodzaakt alles uit te leggen. Na afloop van zijn relaas staarde ze hem nog steeds aan, maar nu met tranen in haar ogen. Ze had een brede glimlach op haar gezicht.
Geroerd door haar emotie overbrugde hij de laatste paar meter en nam haar in zijn armen.
“Het was dus niet jouw schuld dat je ouders overleden,” fluisterde hij tegen haar. Ze mompelde gesmoord een bevestigend antwoord.
“Je bent nu koningin,” vervolgde hij.
Toen maakte de prinses zich van hem los en keek hem aan. Verlegen keek ze naar de vlekken die haar tranen op zijn kleding gemaakt hadden.
“Dank je.” Ze slikte. “Maar een koningin is niets zonder een koning.”
Prins Hugo grijnsde. “Maar waar haal je zo snel een koning vandaan?”
Gemaakt boos stompte ze hem tegen zijn schouder. Daarna keek ze toe hoe hij voor haar knielde en haar glimlachend aankeek. Hij pakte haar hand.
“Wil je met me trouwen?”
Ze lachte. “Natuurlijk!”

De koning en de koningin werden in de diepste kerker gegooid. De prinses werd gekroond tot koningin met prins Hugo als haar koning en er bleek dat het volk haar helemaal niet vergeten was. Iedereen juichte toen ze trouwden en er werd een feestdag ingesteld om de overwinning van de prins op de slechte koning te vieren. De kronen van de prinses werden omgesmolten tot handige enkelbanden die ze niet kwijt kon raken en er werd een speciale kroonbrigade ingesteld.
De prinses leerde dat ze zichzelf niet de schuld moest geven en dat ze de prins eigenlijk al heel lang leuk vond. En de prins leerde dat een land besturen toch best moeilijk is. Desondanks werd hun land welvarend en leefden ze nog heel lang en gelukkig.

Reacties (1)

  • Lalona

    Awwww wat een leuk sprookje:)
    Hahaha, ik ga hem onthouden, en aan mn kinderen vertellen (als ik die heb dan)
    xD

    9 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen