Foto bij Eenzaam

Het was precies zoals ik verwacht had.
Niemand praatte tegen me. Niemand keek naar me. Niemand deed alsof ik bestond. Ik was gewoon lucht voor iedereen, behalve voor Amon dan.
Met mijn hoofd op mijn knieën, starend naar de vloer, zat ik op mijn sofa.
Het was zelfs erger dan negeren. Sommige meiden wierpen me boze blikken toe. Ze wisten alles nu. Over hoe ik tekeer was gegaan. En ik had wel schuld. Ik had gelogen over dat ik niks had gedaan, oké, maar wat moest ik dán zeggen? Dat ik me had laten leiden door lust? Hoe konden ze dat begrijpen?
Dus zei ik maar helemaal niks. Ik probeerde mezelf ook niet te verdedigen, het had toch geen zin. Zelfs de schrale, nieuwe banden die ik met mijn vriendinnen had, had Amon gesloopt. Ik haatte hem.
Ook ik deed alsof de rest van het harem niet bestond. Ik kamde mijn haar, poetste mijn sieraden, deed alles wat ik moest doen... Maar ik keek de andere meiden niet aan. En als zij mij aankeken, keken ze boos of minachtend. Duidelijk dus, ze gaven alleen om Amon... leuke vriendinnen.
Dagen kropen voorbij. Ik verzette me niet tegen Amon, ik durfde het niet. Elke keer knipoogde hij naar me, grijnsde jongensachtig of staarde met open mond naar mij terwijl ik danste. Expres niet naar de rest. Alleen mij gaf hij aandacht, en de andere meiden werden daar alleen meer jaloers van. Ik hield het niet meer.
Op een avond stond ik in het harembad mijn haar te doen in de spiegel. En ik dacht na over alles van de afgelopen dagen. Ik voelde me afschuwelijk. Alles flitste voorbij: de boze blikken van mijn oude niet meer-vriendinnen. Amons blikken. De brandende Turkse zon waar ik nooit onder mocht staan. Abasi`s gezicht. Taurets gezicht, en dat van Nenet. Dat van mijn vader en mijn broertjes. Mijn familie.
In de spiegel zag ik hoe mijn ogen zich met tranen vulden, zodat ik op een gegeven moment alleen een vage kleurenbrij zag. Ik kon het gewoon niet meer.
De zilveren kam viel voor de tweede keer kletterend op de grond. Ik sloeg mijn handen voor mijn ogen, zakte door mijn knieën en huilde bitter. Alles kwam eruit. Mijn lange haar hing over mijn schouder. Ik zag tranen op de tegelvloer druppen, meer tranen, nog meer. Mijn snikken weergalmden zachtjes door de badzaal.
Hoelang zat ik daar te huilen? Ik wist het niet. Echt niet. Maar ik wist wel dat ik me heel opgelucht voelde toen alle tranen eruit waren.
Toen ik met mijn arm langs mijn ogen wreef en een beetje opkeek, zag ik in de donkere zaal iemand in de deuropening staan. Of nou ja, alleen een gestalte, maar ik kon niet zien wie het was. Zodra diegene in de gaten had dat hij of zij gezien was, verdween de schaduw. De zucht die halverwege mijn keel was, stokte. Wat als het Amon was...? Ik hoopte heel erg van niet.
Mijn zucht ontsnapte toch. Treurig staarde ik naar de vloer. Mijn leven was zomaar opeens helemaal verpest.
Oh, wat miste ik mijn vader... zijn warme, bruine ogen, die ik van hem geërfd had. Zijn stralende glimlach en zijn slimme grapjes... wat zou ik er veel voor over hebben om hem weer te zien!
Ik slaakte nog een zucht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen