Foto bij Hoofdstuk 57

Embry ging niet mee naar binnen, ik vermoedde omdat hij anders toch niet meer weg zou gaan als hij zou zien wat er gebeurde. Hij had me goed duidelijk gemaakt dat ik echt moest bellen als er wat was en dat hij me dan kwam halen. Met een snelle beweging griste ik de huissleutel uit mijn broekzak en stak die in het slot, een zachte klik bevestigde dat de deur los was en langzaam duwde ik de deur los. Toen ik de kamer in kwam gelopen zag ik dat het al bijna 10 uur was. Even kneep ik mijn ogen dicht hopend dat er geen uitbarsting ging komen en tot mijn verbazing gebeurde dat ook niet, mijn moeder zat op de bank keek even nijdig op maar zei verder niks. Will zat naast haar starend naar de TV. Even gleed mijn blik ook naar het scherm maar het was niet iets wat mij interesseerde dus wende ik mijn blik al snel weer af. ‘Waar moet ik slapen?’ het kwam er zacht uit en het had me een aantal minuten gekost voor ik het uit durfde te spreken. Nu stond ik ineen gedoken te wachten op de snauw die inderdaad niet veel later volgde. ‘Op de grond naast Will’ even hapte ik naar adem ‘naast hem?’ piepte ik. ‘uhuh’ antwoordde ze ongeïnteresseerd. ‘En geen commentaar zo gebeurd het, of wil je buiten slapen’ twijfelend stond ik daar. Buiten klonk opeens niet meer zo heel erg. ‘Twijfel je nou?’ dreigend stond ze mijn moeder ‘N-nee h-hoezo?’ stotterde ik angstig en liep iets achteruit. ‘Ja dat deed je wel, nou ik weet het goed gemaakt, daar is de deur’ ze greep me bij mijn arm, kneep er hard in. Tranen sprongen me in de ogen terwijl ze me hardhandig naar de deur sleepte en me eruit duwde. ‘Ik wil je hier niet meer zien voor morgenavond 6 uur.’ Zei ze nog en toen knalde ze de deur voor mijn neus dicht. Ik zuchtte diep wreef ruw de tranen uit mijn ogen en draaide me om. Al met al was ik welgeteld 10 minuten binnengeweest en had ik daarvoor lang buiten gestaan om moed te verzamelen om überhaupt naar binnen te gaan. Maar goed als zei het zo wou spelen, nou fijn dan ging ik wel niet thuis slapen. Ik viste mijn mobiel handig uit mijn broekzak en zocht snel het nummer van Embry op. Hij ging nog net aan 1x over en toen nam hij al op. ‘Amber?’ de bezorgdheid en angst in zijn stem was groot, zo groot dat ik er kippenvel van kreeg. ‘Embry’ zei zo beheerst mogelijk en haalde nog een keer diep adem. ‘Amber’ herhaalde hij. ‘Mag ik..’opnieuw diep adem halen ‘mag ik bij jou slapen vannacht?’ het laatste was slechts een fluistering. ‘Amber wat is er gebeurd, waar ben je? Ik kom naar je toe.’ Hij raakte al half in paniek ‘Nee Embry luister nou even, ik, ik ben uit huis gegooid, ik mag niet terugkomen voor morgenavond zes uur.’ ‘Ik kom eraan, waar ben je?’ ‘Ik loop nu net de straat uit’ ‘Wacht daar ik ben er zo’ voordat ik ertegen in kon gaan was de verbinding verbroken. Zuchtend liet ik me zakken tegen 1 van de bomen die er stond. Overal stonden hier bomen. Als je allergisch voor die dingen zou zijn zou je hier echt in een hel leven. Even sloot ik mijn ogen probeerde me geheel te ontspannen. ‘Amber’ langzaam opende ik mijn ogen dacht Embry voor me te zien. Blauwe ogen blokkeerden mijn beeld en uit automatisme deinsde ik achteruit. ‘Will’ zei ik ademloos en schoof nog wat meer tegen de boom aan. ‘Wat moet je Will’ ik probeerde zelfverzekerd te klinken maar mijn stem liet me een beetje in de steek. Het klonk ademloos. Een flauwe glimlach verscheen rond zijn lippen door mijn toon. Snel krabbelde ik overeind in de ruimte die ons nog van elkaar gescheiden hield. ‘Echt Will wat wil je’ siste ik ademloos. ‘Niks ik kwam je alleen vertellen dat mijn werk nog niet klaar was’ zijn ogen schoten even naar mijn buik maar richtten zich al snel weer op mijn ogen die zich verder open sperden zodra de informatie binnen kwam. ‘N-nee niet doen’ fluisterde ik zacht en zette een aantal passen opzei. ‘Niet?’ zijn stem was mierzoet dat ik er alleen maar banger van werd ‘Maar het is zo leuk om te doen, en ik wil graag mijn kunstwerk afmaken’ ‘w-waarom?’ ik begon nu echt bang te worden, maar ik moest tijd zien te rekken. ‘W-waarom Will’ zijn blauwe ogen waren gefocust op mijn gezicht en zijn glimlach werd steeds enger. ‘Omdat het leuk is Amber en daarbij het is toch mooi om zo’n litteken te hebben. Voor altijd aan mij denken’ zijn glimlach die ik al eng vond ging over in een grijns en hij stak zijn hand in zijn broekzak. Als vanzelf deinsde ik nog verder achteruit en ik was blij dat ik net al achter die boom vandaan was gegaan. ‘Bang Amber?’ fluisterde hij. ‘N-nee?’ het kwam eruit als een vraag en ik haalde diep adem. Ik moest het op een rennen zetten ik moest het toch proberen. Zou Embry in wolfvorm komen? Vast wel, het bos dan maar. Met een ruk draaide ik me om en zette het op een rennen. Hij was niet goed wijs. Hij was hartstikke gek zelfs. Ik schiet tussen de bomen door. Ga met mijn rug achter een boom staan. Luister of hij achter me aan komt. Ik hoor niks, niks wat erop wijst dat hij hier ook is. Het was doodsstil. Niks wees erop. Langzaam maakte ik me los van de boom en keek er omheen. Hij stond daar geheel stilstaand om zich heen te kijken. In zijn hand een klein voorwerp. Zodra de maan achter een wolk vandaan kwam zag ik dat het een zakmesje was. Niet heel groot maar ik was er bijna zeker van dat hij wel scherp zou zijn. Opnieuw stikdonker. Weer een wolk voor de maan. Hij is echt niet goed wijs. Ik moest hier weg. En snel. ‘Amber’ een fluistering zacht maar kil. Will. ‘Kom dan Amber, ik weet dat je hier bent en ik zal je vinden.’ Angstzweet kwam vanzelf ik versteende op mijn plek. Ik tuurde door de bomen door. Even kneep ik mijn ogen stijf dicht 3 2 1. Nu. Met dat ik nu in gedachten het woord nu zei zette ik het op een rennen. Alles leek nu wel een hels geluid te maken. Overal krakende takjes. Mijn voetstappen leken wel 5x harder te klinken dan normaal. ‘Amber ik hoóór je’ zei hij half zingend. Het klonk dreigend. Hij liep op me in, ik wist het zeker. Het enige voordeel wat ik had was dat hij me niet geheel kon zien omdat het donker was. Nu maar hopen dat de maan achter de wolken bleef. Struikelend kwam ik vooruit. ‘Embry’ ik fluisterde luid. Hoopte dat Will het niet hoorde. ‘Amberr kom dan! Amber amber amber’ weer die rotstem. Mijn ademhaling versnelde. Mijn hart bonsde in mijn keel en schrikachtig keek ik om me heen. Plotseling dook er een groot gedaante naast me op en zette ik het op een gillen.

Reacties (8)

  • Childish

    Wat een moeder zeg, x'D maar ze kan haar eigen noeder toch gewoon aanklagen;)

    7 jaar geleden
  • Frederique95

    Snel verder

    7 jaar geleden
  • kickassgirl

    Snel verder(flower)

    7 jaar geleden
  • jumbielove

    verder gaan

    7 jaar geleden
  • crazychickxx

    spannend!!
    snel verder(flower)

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen