Foto bij Opdracht 1: One is Greed

Cute picture is cute (:

Opdracht 1:

Opdracht één:

Voor deze opdracht moet je een SA schrijven over één van de zeven zonden:
Superbia (hoogmoed - hovaardigheid - ijdelheid)
Avaritia (hebzucht - gierigheid)
Luxuria (onkuisheid - lust - wellust)
Invidia (nijd - jaloezie - afgunst)
Gula (onmatigheid - gulzigheid - vraatzucht)
Ira (woede - toorn - wraak - gramschap )
Acedia (gemakzucht - traagheid - luiheid - vadsigheid)
Maximaal vier mensen mogen dezelfde zonde kiezen.
Deadline: 12 januari
Er vallen 3 mensen af.
De opdracht moet minimaal 700 woorden bevatten.


Ik heb gekozen voor Avaritia - Hebzucht.

Definitie: Het verlangen naar macht, geld, rijkdom of bezittingen, met name als door het bezit van een van deze je een ander hetzelfde bezit ontzegt.
Misdaden: Ontrouw, verraad, omkoping, diefstal.
Ontstaan: Geweld, manipulatie, autoriteit van de zondaar.

Dit was niet hoe het had moeten zijn.
      Ze staarde naar het witgesausde plafond, haar hoofd zachtjes neergevleid op het kussen. Het voelde zwaar aan, net als haar oogleden, die telkens weer dicht dreigden te vallen. Streng sprak ze zichzelf toe. Ze moest haar ogen openhouden.
      Dit was niet hoe ze het zich had voorgesteld.
      Het plafond sprak niet tot haar. Diep in gedachten was ze, denkend aan vroeger. Aan hoe ze hem had ontmoet. Haar trillende lippen vormden een flauwe glimlach. Hij was een mooie man.

Een paar maanden daarvoor had ze hem voor het eerst gezien. Een zakenman die voor het kantoor een kop koffie naar binnen stond te slurpen met zijn collega’s. Druk pratend, met veel handbewegingen, waardoor er zo nu en dan wat zwart goud op de grond terecht kwam.
      Met nieuwsgierige ogen had ze hem bekeken, van de overkant van de straat, veilig verscholen achter haar zonnebril en een paar auto’s, die toevallig voor haar geparkeerd stonden.
      Hij had een mooi gezicht. Symmetrisch. En een prachtige kaaklijn (oh my!), enige jukbeenderen en niet te vergeten verrukkelijke bakkebaarden. De rest van zijn lichaam zag er ook niet slecht uit. Een mooi gevormd lichaam, bovendien gestoken is een kostbaar, duidelijk op maat gemaakt pak. Zelfs de stropdas had de juiste kleur en print.
      Dat was het moment dat ze besloot dat hij het moest worden.
      Ze was altijd al van de rechttoe rechtaan aanpak geweest, dus ze was meteen de straat overgestoken. Eén blik op haar crèmekleurige mantelpakje dat ze die ochtend toevallig had aangetrokken, was genoeg om te weten dat ze er onberispelijk en, heel belangrijk, aantrekkelijk uitzag.
      Haar voet raakte de stoep nog niet, of haar doelwit floot naar haar. Haar mond plooide zich tot een klein glimlachje. Dus hij had haar al ontdekt. Mooi, dat scheelde tijd.
      Zogenaamd verbaasd keek ze op en liet haar blik per-ongeluk-expres kruisen met de zijne. Hij lachte met onweerstaanbare nonchalance naar haar. Ze wist dat ze hem had. Doelbewust maakte ze haar tocht af, lief lachend, tot ze zo dicht bij hem stond dat ze de koffie kon ruiken.
      “Goedemorgen, juffrouw. Wat brengt u hier?” had hij goedkeurend navraag gedaan.
      Ze rook de koffie in zijn adem, wilde een vies gezicht trekken, deed dit niet, maar keek hem in plaats daarvan door haar wimpers aan, onderwijl bedenkend hoe ze hem zo snel mogelijk kon inpakken.
      “Mooi, hè?” antwoordde ze dubbelzinnig.
      Hij schudde het haar uit zijn ogen en kneep zijn ogen even dicht toen de zon ze plaagde met zijn stralen. “Het weer? Jazeker.”
      Hier komt het, dacht ze.
      “U? Een mooiere vrouw ben ik werkelijk nog niet tegengekomen.” Hij lachte weer, onderbrak die even om een slok koffie te nemen, en zette zijn lach voort.
      “Echt waar?” riep ze uit. Haar glimlach verbreedde zich.
      Ze had een goede keus gedaan. De arrogante, zelfverzekerde types waren het onnozelst. Ja, hij was perfect. Hij zou het niet eens zien aankomen.
In de maanden daarna waren ze een paar keer uitgegaan en voor ze wist, was ze zijn vriendin en hij haar vriend. Ze was erachter gekomen dat hij één van de rijkere accountants was en dat hij daar maar al te graag mee te koop liep. Net als met haar. Iedereen moest weten hoe jong ze eruitzag voor haar leeftijd, hoe succesvol en zelfstandig ze wel niet was. Overal moesten ze aanwezig zijn als het succesvolle, gelukkige en niet      te vergeten rijke koppel.
En ze genoot er met volle teugen van. De decadentie bevestigde alles wat ze al over hem gedacht had, alles wat ze nodig had om dit project tot een goed einde te brengen.

Maar dit was niet hoe het had moeten zijn.
      Pas toen haar lichaam met een schok ontwaakte, merkte ze dat ze in slaap gevallen was. Een zachte, wiegende roes waarop ze steeds verder wegdreef van haar gezonde verstand.
      Het was onvoorstelbaar misgelopen. Ze had de verkeerde gekozen. Haar plan was in de soep gelopen. Ze had gefaald.
      Hij was niet wie ze dacht dat hij was.

      Het volgende moment wist ze waarom ze zo plotseling wakker geworden was. Een schaduw gleed over haar heen toen hij naast het bed kwam staan, waar hij even op haar bleef neerkijken.
      Het was moeilijk naar hem te kijken. Ze probeerde haar armen te bewegen, maar bedacht toen dat die waren vastgebonden aan de zijkanten van het bed.
      Hij sprak tot haar. “Lig je goed?” Zijn stem klonk bezorgd, maar ze kon niet geloven dat hij zich werkelijk zorgen om haar maakte. Toch boog hij zich over haar heen en arrangeerde de dekens. Vervolgens schudde hij het kussen op, terwijl hij voorzichtig haar hoofd optilde.
      Ze vond het niet prettig. “Waarom doe je dit?” bracht ze met veel moeite uit, hoewel ze al wist wat het antwoord zou zijn.
      Hij vleide haar hoofd weer op het kussen, ging zitten op de rand van het bed. “Geld,” antwoordde hij met een scheef lachje. “Rijkdom. Bezit.”
      Het was niet te geloven. Ze schudde haar zwaar aanvoelende hoofd.
      “Wat?” Verbaasd keek hij op haar neer. “Het is zo.”
      “Doe het niet.” Haar raspende stem liet haar bijna in de steek. Ze probeerde te slikken. Haar keel was zo droog.
      Hij merkte het. “Een bijwerking van de drugs.” Blijkbaar had hij hierop gerekend, want ergens buiten haar blikveld pakte hij een beker met een tuitdop, die hij zonder iets te zeggen aan haar mond zette.
      Ondanks haar haat voor deze man dronk ze gulzig. Ze wist dat het niet lang meer zou duren. Het had geen zin om te drinken, want ze zou binnenkort toch geen levensmiddelen meer “nodig” hebben. Maar ze kon deze laatste paar momenten net zo goed in betrekkelijk comfort doorbrengen, toch?
      Toen ze klaar was met drinken, haalde hij de tuitbeker weg, maar bleef haar aankijken. “Je bent mooi,” fluisterde hij toen.
      “Jij bent een hebberig stuk vreten,” kaatste ze terug.
      Zijn lach was zachtjes, maar pijnlijk voor haar. Wat hij daarna zei, was nog veel pijnlijker. “De pot verwijt de ketel, nietwaar? Allebei zwart.”
      Daar kon ze niets tegenin brengen. Het was simpelweg waar.
      “Ironisch, vind je niet?” vervolgde hij op vriendelijk toon. “Deze hele situatie.”
      Ze zweeg.
      “Weet je, we zijn eigenlijk allebei precies hetzelfde,” ging hij verder. “Allebei verzot op geld. Het enige verschil is dat het mijne rechtmatig verkregen is en het jouwe niet. Want jij…” Zijn stem kreeg een ongelovige klank, “jij wilde mij vermoorden, niet? ”
      Ze grimaste en zei het woord voordat hij dat kon doen.
      “Zwarte weduwe.”
      Hij knikte. “Me vermoorden en mijn geld erven. Het was een goed idee, een heel goed idee zelfs. Daarom heb ik ook besloten het uit te voeren voordat jij dat kon doen, want je bent zelf ook niet arm, is het niet?”
      Was dit hoe paniek voelde? Het was als een koude rilling die zich over haar lijf verspreidde, direct naar haar hoofd, waar het al het bloed verjoeg. Dus het was waar. Ze had zo gehoopt dat het niet was wat het leek, maar het was altijd wat het leek.
      Een kus op haar wang. Hij stond op, keek op haar neer. “De zwarte weduwe slachtoffer van een zwarte weduwnaar. Dat is het ironische.” Hij liep naar een bureau en begon in één van de laden te rommelen.
      Het mes stond al op haar keel voordat ze doorhad wat hij aan het doen was.
      “Nee,” wist ze nog uit te brengen. “Het slachtoffer van…”
      Haar adem stokte toen het koude staal tot diep in haar borst zonk en haar stem stierf weg met één laatste woord van haar lippen:
      “Hebzucht…”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen