Foto bij Hoofdstuk 61

Lachend liep ik achter Embry aan naar beneden en pakten we brood. Mijn brood had –natuurlijk- hagelslag en genietend at ik het op aan de keukentafel. Embry leek te genieten van mijn glimlach want hij bleef me maar glimlachend aankijken. Toen ik klaar was en het nu toch wel bijna tijd was voor school. Embry haalde zijn zwarte scheurijzer te voorschijn terwijl ik mijn jas aan het aantrekken was. Toen ik over de drempel stapte zag ik zijn motor al staan. Embry stond er glimlachend bij. Wachtend op mij. snel beende ik naar hem toe. Gaf hem nog even een knuffel voordat hij op dat ding ging zitten en ik achterop klom. Toen ik me aan hem vastklampte kwam het voertuig brullend tot leven en na een paar keer goed gas geven scheurde hij weg.

Houterig stapte ik af. Alhoewel de rit naar school snel was gegaan en niet lang had geduurd voelde het alsof ik de hele dag op zijn motor had gezeten. Toen ik -eindelijk- op de grond stond stapte Embry lenig af en haalde voorzichtig zijn helm van mijn hoofd die hij me altijd dwong op te doen. Hij hing hem bij zijn stuur en pakte vervolgens mijn hand vast. Automatisch liepen we naar de grote groep jongens toe. Die ons lachend begroetten. Het was fijn om eindelijk ergens bij te horen. Dat realiseerde ik me pas nu ik er over nadacht. Ik had gewoon vrienden waar ik bij hoorde. Één keer was ik niet het meisje wat gepest werd. De loser. Uit het niets verscheen er een immense glimlach op mijn gezicht. ‘Wat is er?’ Embry’s zachte gefluister haalde me terug naar de realiteit en ik schudde alleen glimlachend mijn hoofd. ‘Niks laat maar.’
Alles ging goed. Perfect. Mijn gedachten van dat ik voor één keer geen loser was maakte alles leuk. Naast Seth sjokte ik alle lessen af. ‘Amber ga je mee, het is pauze’ verstoorde Seth voor de zoveelste keer mijn gedachten. Ik knikte en hoorde hem mompelen: ‘waar zit ze toch met haar gedachten vandaag’ ik grijnsde naar hem en hij schudde zijn hoofd. Ik liet me op de stoel tegenover Embry ploffen. Glimlachte naar hem. Hij grijnsde terug. En schoof me wat brood toe. ‘Hoe wist je- oh laat maar’ grinnikte ik. ik was alweer vergeten dat ik vannacht bij Embry had geslapen. Hoe kon ik dat ooit vergeten. Knabbelend aan mijn brood dwaalden mijn gedachten opnieuw af. Nu naar wat er zou gebeuren als ik thuis kwam vanavond. Zou ze boos worden of me gewoon negeren? Één ding was sowieso uitgesloten. Ze zou absoluut niet aardig doen. ‘Amber’ de mierzoete stem van Tess drong tot me door en verschrikt sprong ik op en keek haar behoedzaam aan. ‘Wat is er?’ fluisterde ik angstig. Ik voelde de aandacht van iedereen. Ik hoorde nog een stoel naar achter schuiven. De voetstappen hoorde ik niet door de drukte in de kantine. De warme handen op mijn schouders lieten me opnieuw opschrikken uit mijn angstige gedachten. En keek haar bang aan. ‘Zo’n jongen loopt buiten te verkondigen dat je gaat verhuizen naar New York, klopt dat?’ een kleine stilte viel ‘dat zou wel super zijn, ben je hier eindelijk weg, ik check dit alleen maar, dus ga je verhuizen?’ De wereld leek wel stil te staan. ‘W-wat?’ stotterde ik verstikt. Ik trok me los en sprintte naar buiten en keek om me heen. Will stond inderdaad zoals ik al had gedacht op het plein met een aantal mensen op zich heen. Nieuwsgierige rotmensjes. ‘Wat vertel jij allemaal’ zei ik boos. ademloos. Mijn angst voor hem even weggedrukt door woede. ‘Het is waar, Amber. Je gaat gezellig met mij en je moeder en haar nieuwe vriend mee naar New York. Terug naar je oude huis. Want weetje, Dirk heeft dat huis gekocht’ mijn wereld leek helemaal stil te staan. tranen verschenen in mijn ogen en met een ruk draaide ik me om. rende het schoolplein af. Het bos in. Toen ik voor mijn gevoel ver genoeg het bos was in gerend liet ik mezelf tegen een boom zakken en barstte ik huilen uit. alles wat ik hier had opgebouwd was weggegooid. We verhuisden terug. Naar dezelfde staat. Dezelfde stad. Hetzelfde huis. Dezelfde wijk. Dezelfde school. Hetzelfde dagschema en dezelfde loser. Ik dus. Snikkend trok ik mijn knieën op en sloeg mijn armen erom heen en leunde met mijn hoofd tegen mijn knieën. Ik wou hier niet weg. ik vond het hier fijn. Maar ik moest. ik was minderjarig. Snikkend leunde ik met mijn hoofd nu tegen de boom. Keek omhoog naar de lucht die al grijs was. Zoals elke dag maar nu gevaarlijk donker werd. Fijn regen. Het maakte ook niet uit op dit moment. Het kon toch niet erger worden.

bedankt voor de superleuke reacties iedereen! (L)

Reacties (7)

  • XxDarknessxX

    GEWELDIG verhaal <3
    vlug verder !!:D
    Xx

    7 jaar geleden
  • Xrebecca96

    Nee ze mag niet weg!
    Ze moet gewoon bij Embry gaan wonen!!
    Snel Verder!!

    7 jaar geleden
  • Squib

    Embry moet gewoon mee, samen met de rest van de jongens en dan laten ze het wel uit haar hoofd om haar te pesten

    7 jaar geleden
  • koekiexkaner

    jaa ze moet bij embry gaan wonen *hinthint*(K)

    7 jaar geleden
  • xMegaaMendyx

    Dirk is dom.

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen