Foto bij XVI. Fear (part 1)

Ik haatte het dat het zo stil was. Alleen de voetstappen van onze eenhoorns vulden de stilte. En zelfs zij leken hun hoeven zo zacht mogelijk neer te zetten.
Ik moest iets zeggen. We konden zo toch niet doorgaan? We waren reisgenoten, of we dat nou leuk vonden of niet. We zouden dus in elk geval moeten kunnen praten! En aangezien hij niets zei, was het aan mij.
"We zullen wel bijna in Terre zijn..." zei ik.
Hij knikte zwijgend en pakte iets uit zijn zadeltas. Het was een kaart. Hij wees op een punt vlak bij de grens.
"Ik denk dat we ongeveer hier zijn."
Ik stuurde Farae wat dichter naar hem toe, totdat onze benen elkaar raakten. Ik bloosde en wendde mijn blik af. Gelukkig tuurde hij nog ingespannen naar de kaart.
"We zijn er inderdaad bijna."
Hij borg de kaart weer op en ik stuurde Farae snel weer weg van Merryn.
"Hoe lang ben je al weg van Terre?" vroeg Merryn me. "Twee weken ofzo?"
Ik dacht even na en knikte. Twee weken. Het was zo'n korte tijd, maar het voelde alsof ik Terre al jaren niet meer had gezien. Was het gewoon heimwee of was er nou zoveel gebeurd?
"Ik ongeveer een week nu." zei Merryn en ik knikte zwijgend.

Rond zonsondergang zetten we weer een kamp op. Ik was blij dat we nu niet meer hoefden te vluchten. Terre was dichtbij en er was geen spoor van Damon meer geweest. Waren we eindelijk veilig? Zo ja, dan voelde ik me niet zo. Er waren nog steeds vragen die aan me knaagden en vermoedens die zo angstaanjagend waren dat ik ze het liefst zou wegdrukken. Dat was gelukt de afgelopen dagen, door alles wat was gebeurd. Maar dit werkte niet langer. Ik moest het aan iemand kwijt en ik had maar één reisgenoot.
"Merryn? Wat weet jij van de wolven die Dÿane hebben verraden?"
Hij keek verbaasd op.
"Waarom vraag je dat?"
"Omdat ik denk dat ik er één gezien heb."

Reacties (4)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen