Foto bij Opdracht 2: Alice in Wonderland

Opdracht Twee:

voor deze opdracht mogen jullie je inleven in een disneyfilm. Uit deze disneyfilm moet je een scene kiezen en deze herschrijven zoals jij hem liever had gezien. Vergeet niet bij de inleiding te zetten welk stukje uit de tekenfilm je hebt gekozen!

De lijst met films staat in de story.

Bij de scene die je herschrijft hoef je geen rekening te houden met de rest van de film! als jij besluit dat een van de hoofdpersonen komt te overlijden of wordt ineens omvergelopen door een koe (ik noem maar wat) dan mag dat gewoon.
Het verhaal moet uit minimaal 800 woorden bestaan.
De uiterlijke inleverdatum is: 15 februari


Thee drinken met de Gekke hoedenmaker en de Maartse haas.

Verontwaardigd keek Alice de kolderkat aan, die gemoedelijk terug grijnsde. Waarom deed hij zo moeilijk? Ze wilde alleen maar weten waar het witte konijn met het zakhorloge heen was gegaan.
“Hoewel… als ik op zoek was naar een wit konijn, dan zou ik het aan de Gekke hoedenmaker vragen,” grijnsde de kat, terwijl hij naar links wees.
“De gékke hoedenmaker?” Alice keek bedenkelijk. Ze volgde het gebaar van de kat en zag even verderop een wegwijzer waarop de woorden “Gekke hoedenmaker” stonden. “O nee, nee. Ik wil niet…”
“Of,” viel de kolderkat haar in de rede. “De Maartse haas natuurlijk.” Met zijn duim wees hij naar het pad links van hem, alvorens op het allerlaatste moment de andere kant op te wijzen. “In die richting.”
“O, dank u. Ik denk dat ik hem maar zal bezoeken,” zei Alice dankbaar, hoewel ze een beetje bang werd van de rollende ogen van de kat. Ze wilde al weglopen, toen het beest zijn verhaal vervolgde.
“Natuurlijk is hij óók gestoord,” deelde hij haar mee, zonder dat de grijns van zijn gezicht week.
“Maar ik wil me niet inlaten met gekke mensen!” klaagde Alice.
“O, maar daar kan je niks aan doen,” zei de kat vriendelijk grijnzend. Hij keek dromerig, terwijl hij verderging: “Bijna iedereen hier is gek.” Hij lachte uitgebreid, terwijl zijn tong uit zijn bek hing.
Alice schrok zich een hoedje toen zijn gezichtsuitdrukking ineens serieus werd en hij ruisend ademhaalde.
“Het zal je misschien opgevallen zijn,” ging de kolderkat met rollende ogen verder, “dat ik er zelf ook niet helemaal bij ben.” Lachend verdween de kat, terwijl hij een leuk deuntje neuriede.
Verbijsterd keek Alice het beest na. “Grutjes,” zei ze tegen zichzelf. “Als de mensen hier zó zijn, dan moet ik maar uitkijken dat ik ze niet van streek maak.” Ze liep het pad op dat de kat haar gewezen had. Er zat niets anders op dan de Gekke hoedenmaker te bezoeken. Terwijl ze liep, zong ze het liedje dat de kat zojuist had geneuried.

      Twas bryllyg, and the slythy toves
      Did gyre and gymble in the wabe:
      All mimsy were the borogoves;
      And the mome raths outgrabe.


Ze had geen idee wat de woorden betekenden, maar het wijsje beviel haar wel, dus liep ze al zingend verder. En terwijl het liedje haar op deze manier opbeurde, kwam ze bij een huisje aan. Door haar eigen gezang viel het haar eerst niet op, maar er klonk muziek vanachter het huis. Nieuwsgierig liep Alice verder, totdat ze bij een soort omheinde tuin kwam, waar zich een volledig gedekte tafel bevond met twee figuren die, naar het scheen, thee aan het drinken waren. Stilletjes opende Alice het hek. De tafel was bezaaid met theepotten in alle soorten en maten. Ze zag grote, kleine, middelmatige potten, potten met één tuit en potten met drie tuiten. Er waren kapotte theepotten, maar ook gave, potten met scheurtjes en potten met kleine gaatjes. Allemaal leken gevuld te zijn met wat alleen maar thee kon zijn, want dat is immers wat je in theepotten doet. De damp die uit de stenen potten opsteeg, maakte het moeilijk voor Alice om te zien wie er aan de tafel zaten. Bovendien leek het alsof ze samen een dansje aan het doen waren, want de theepotten bewogen, terwijl er nu en dan wat extra damp uit ze opsteeg. Toen het meisje wat dichterbij kwam, drong het tot haar door dat de muziek door de stenen potten gemaakt werd! Gefascineerd bekeek ze ze van dichtbij, tilde een dekseltje op, gluurde door de oren.
Eindelijk kon ze de twee figuren identificeren. Aan het hoofd van de tafel zaten een konijn met lange oren – een haas, verbeterde Alice zichzelf - en een grijsharig mannetje met een hoge hoed op, hun thee te drinken. Nou, eigenlijk zaten ze meer met hun kopjes te zwaaien, terwijl ze een liedje zongen. Alice spitste haar oren, terwijl ze plaatsnaam op de dichtstbijzijnde stoel.

      Beste wensen met je onjaardag voor mij!
      Voor wie?
      Voor mij!
      O, jij!

      Beste wensen met je onjaardag aan jou!
      Aan mij?
      Ja, jou!
      O, mij!

      Dat gaan we nu eens vieren met een lekker kopje thee!
      Beste wensen met je onjaardag voor jou!


O, wat leuk! Alice had geen idee wat hun lied betekende, maar ze vond het wijsje zo leuk dat ze in haar handen klapte toen ze klaar waren.
Verbaasd keken de haas en het kleine mannetje op. Voor ze het wist, waren ze opgesprongen en renden over de stoelen heen naar haar toe. “Geen plaats! Geen plaats! Sorry, geen plaats! Alles is vol! Geen plaats!”
“Het spijt me! Maar ik dacht dat er meer dan genoeg plaats was!” antwoordde Alice geschrokken.
“Ja, maar het is verschrikkelijk onbeleefd om te gaan zitten zonder uitgenodigd te worden!” vertelde de haas haar, terwijl hij zover voorover boog dat Alice gedwongen was verder in de stoel weg te zakken.
“Ik zeg dat het onbeleefd is!” viel het mannetje hem bij. “Het is heel, heel erg onbeleefd!’ Met zijn tong half uit zijn mond keek hij Alice aan.
“Het spijt me heel, heel erg,” verontschuldigde het meisje zich. “Maar ik heb van jullie gezang genoten! Ik vroeg me alleen af of…”
“Je hebt genoten van ons gezang?!” zei de haas met grote ogen.
“O, wat een verrukkelijk kind!” verzuchtte het mannetje, dat niemand anders kon zijn dan de Gekke hoedenmaker. “Ik ben zo verheugd! We krijgen nooit bezoek! Je móet een kopje thee met ons drinken.”
“Ah, ja! De thee! Je moet een kopje thee drinken!” herhaalde de Maartse haas, terwijl hij met zijn wenkbrauwen wiebelde en een kopje uit een theepot te voorschijn toverde. Vervolgens kwam er niet alleen thee uit de pot, maar ook twee suikerklontjes en een lepeltje.
“O, wat aardig!” zei Alice. “Het spijt me dat ik jullie heb gestoord tijdens het verjaardagsfeest. O, dank u.” Ze kreeg een kopje thee van de Maartse haas in haar handen gedrukt.
Bij haar laatste woorden, echter, fronste hij en rukte het weer uit haar handen, met de woorden: “Verjaardag? Ha-ha! Nee, mijn lieve kind, dit is geen verjaardagsfeestje!”
“Natuurlijk niet!” viel de Gekke hoedenmaker hem bij. “Dit is een ónjaardag!” Lachend schonk hij zichzelf nog een kop thee in.
“Onjaardag? Het spijt me, maar ik begrijp het niet,” zei Alice, terwijl ze weer een nieuw kopje thee van de haas aangeboden kreeg.
Ze wilde hem net aanpakken, toen de haas hem naast zich neerzette en het begon uit te leggen. “Het is heel simpel. Het zit zo, een onjaardag… als je een verjaardag hebt, dan… je…” Hij krabde zich aan zijn hoofd. Toen keek hij de Gekke hoedenmaker met rollende ogen aan. “Ze weet niet wat een onjaardag is!”
“Wat onnozel!” grinnikte de hoedenmaker. “Ik zal het verhelderen!” En de twee begonnen te zingen.

      Statistisch blijkt, elk heeft een jaardag,
      dat is dus een jaardag ieder jaar.
      Ja, maar er zijn driehonderd vierenzestig onjaardagen
      en daarom zijn we bezig het te vieren!


Toen ze klaar waren met zingen, keken ze Alice verwachtingsvol aan. Ze schraapte haar keel en lachte verlegen, want ze wist niet wat ze moest zeggen.
“Dát is dus een onjaardag!” De gekke hoedenmaker grinnikte, terwijl de Maartse haas een nieuw kopje thee voor haar inschonk.
“O, dat klinkt erg plezierig,” verzekerde Alice hen. “Dus jullie hebben vandaag jullie onjaardag?” Ze durfde de twee vreemde figuren niet te vertellen dat het vandaag niet haar onjaardag, maar juist haar vérjaardag was. Terugdenkend aan haar gesprek met de kolderkat, was ze tot de conclusie gekomen dat het beter was de bewoners van deze wereld niet van streek te maken.
De haas en de hoedenmaker knikten heftig. “En we vieren het met thee,” voegde de haas eraan toe.
“Schone theekop, schone theekop, opschuiven, opschuiven, opschuiven!” riep de Gekke hoedenmaker ineens met overslaande stem. Hij greep Alices arm en trok haar mee langs de tafel naar een nieuwe stoel.
“Maar ik heb nog geen thee gehad!” protesteerde het meisje, terwijl ze in de stoel gedeponeerd werd. Beduusd keek ze toe hoe er een nieuwe kop thee ingeschonken en voor haar neergezet werd. Net toen ze haar hand ernaar wilde uitsteken, klonk er een bekende stem. “Wat gebeurt hier?” De kolderkat verscheen boven de tafel, zijn roze strepen eerst en zijn paarse strepen erna. Zoals altijd ontsierde een grote grijns zijn gezicht.
“O, de kolderkat!” riep Alice uit, blij een bekend gezicht te zien.
De Gekke hoedenmaker lachte en gniffelde. “O, meer visite! Je móet een kopje thee met ons drinken!”
“Ah, de thee! Thee! Waar is een schone theekop?” De Maartse haas reikte ergens achter zijn rug en haalde een kopje met een gat tevoorschijn. Vrolijk met zijn wenkbrauwen wiebelend, schonk hij de thee in, die er op wonderbaarlijke wijze in bleef zitten, en wierp het kopje naar de kat.
“Ik zie het witte konijn nergens,” grijnsde de kolderkat, terwijl hij de vliegende vloeistof ontweek door even te verdwijnen.
Alice was het konijn helemaal vergeten. “O, het konijn! Ik was juist een onjaardagspartijtje aan het vieren.”
“Met thee!” riep de Gekke hoedenmaker gniffelend uit.
De kolderkat lachte mee, met zijn tong uit zijn mond. Toen haalde hij, net zoals eerder, plotseling diep adem met een angstaanjagende uitdrukking op zijn gezicht. Weer schrok Alice zich een hoedje.
“Een onjaardag?” De grijns was weer terug. “Hoe kan dat, als het vandaag juist níét je onjaardag is, kind?”
De haas, die het meisje net een kopje thee had willen aangeven, trok zijn hand snel terug en keek haar met gefronste wenkbrauwen aan. “Niet je onjaardag?”
“Niet je onjaardag?” herhaalde de hoedenmaker. “Niet je onjaardag, maakt…”
“… wél je jaardag.” De Maartse haas keek verbaasd, rolde met zijn ogen, legde zijn oren in de knoop en wiebelde met zijn wenkbrauwen. Blijkbaar wist hij niet wat hij met deze informatie aan moest.
Ineens vloog er een theepot door de lucht, die even verderop tegen de tafel stuksloeg. “Wél je jaardag!” riep de Gekke hoedenmaker, terwijl hij een nieuwe theepot opraapte en door de lucht gooide.
Alice schrok zich een hoedje. Ze keek naar de kolderkat, maar die was – natuurlijk - weer verdwenen. “Het spijt me,” probeerde ze nog zwakjes, maar de Maartse haas en de hoedenmaker leken helemaal gek te zijn geworden. Ze gooiden theekopjes, potten, lepeltjes en suiker door de lucht, die Alice steeds maar op een haar na misten.
“Het is heel erg onbeleefd!” vond de hoedenmaker.
“Onbeschoft zelfs!” riep de haas.
“Ik zeg dat het onbeschoft is. Heel erg onbeschoft!” Beide figuren stonden op hun stoelen te springen.
Geschrokken stond Alice op. “Ik moet weg, denk ik,” stamelde ze, helemaal van haar stuk gebracht. De twee figuren leken haar echter helemaal vergeten te zijn.
“Geen plek! Alles is vol!” riep de Maartse haas, met zijn ogen rollend.
“Geen plaats! Geen plaats!”
“De thee is op!”
“De mosterd ook!”
Struikelend over haar eigen voeten, haastte Alice zich weg van de twee rare figuren. Ze opende het tuinhek, gooide hem achter zich dicht en rende zo hard ze kon. Achter zich hoorde ze nog steeds de stemmen van haar gastheren.
“Geen boter meer! Geen plaats!”
“Alle theepotten zijn stuk! Geen schone kopjes meer!”
“De suiker is verdwenen! De stoelen zijn op!”
Uiteindelijk bleef het meisje stilstaan en leunde uitgeput tegen een muur. “Grote grutjes,” zei ze bij zichzelf. “Ik had gelijk. Die vervelende kolderkat ook. Ze zijn gek hier, allemaal.” Ze rolde met haar ogen. “En ik heb uiteindelijk niet eens thee gehad.”
Toen besloot ze verder te gaan, op zoek naar het witte konijn, en zo liep ze dieper Wonderland in, op weg naar allemaal nieuwe avonturen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen