Foto bij [019]

||Clemence Emerence Black
 
‘Nog twee stappen.’ Grinnikte Embry, terwijl zijn handen mijn ogen bedekten.
‘Waarom pest je me zo?’ Fluisterde ik grinnikend, om vervolgens toch wel die twee stappen te nemen.
‘Omdat jij mij vandaag eerder ook had gepest.’ Legde hij uit, waarna hij mij nog een paar aanwijzingen gaf. ‘Ja.. En.. Stop maar.’ Hij stopte zelf met lopen, waardoor ik zelf ook gedwongen werd om stil te staan.
Diep haalde ik adem, terwijl Embry zijn handen weghaalde.
Het voelde alsof het een fantastisch moment moest zijn, zoals je altijd in de films zag. Dat voor mij op een klassiek geruit kleed een gevlochten mand met een geweldig meisjesachtige picknick, of een veld vol met bloeiende klaprozen.
Maar toen ik mijn ogen opende, was het enige wat ik zag een veld vol gegroeid met gras en onkruid. De bomen waren uitgeweken voor één van de zeldzame open plekken in het bos.
De rijzende zon scheen zachtjes over de met dauw bedekte bladeren heen, waardoor er minuscule kleine diamantjes leken te verschijnen.
Ik probeerde in mijn hoofd de plek zo romantisch mogelijk te laten klinken, maar elke keer als ik mijn aandacht weer op de plek richtte – leken alle gedachtes weer te verdwijnen. Het was het minst romantische wat ik ooit had gezien.
‘Niet echt wat je had verwacht,hè?’ Hij grinnikte even, om vervolgens voor mij uit te lopen naar het midden van het veld. ‘Je moet voorbij het onkruid kijken.’ Een grijns verscheen op zijn gezicht, waarna hij mij wenkte. ‘Kom.’ Hij keek mij vriendelijk aan, om vervolgens zijn hand uit te steken.
Twijfelend liep ik naar hem toe. mijn hand liet ik in de zijne glijden, waarna ik naast hem ging staan.
‘Zie je die boom daar? Die is omgevallen?’ Begon Embry direct, terwijl zijn rechterhand wees naar een stuk boom wat verloren op de grond lag. Een dikke laag mos had zich over de bast heen neergestreken, waardoor de eerst zo pure bruine kleur werd onthouden van de zon.
‘Ja. Die zie ik.’ Mompelde ik fronsend. Ik begreep niet hoe je daar ooit de schoonheid in kon zien.
‘Merk je hoe het zonlicht over het donkergroen heen strijkt en een gouden gloed achterlaat?’ Vragend rezen zijn wenkbrauwen op, waarna hij mij met een trotse blik in zijn ogen aankeek. ‘En dat de opstaande wortels in de vorm van een hart zijn gegroeid?’
Mijn hand werd even door hem geknepen, alsof hij mij zo wilde laten zien dat hij om mij gaf.
‘En er is zoveel meer moois wat je misschien niet op het eerste moment opvalt. Net zoals bij mij.’

Reacties (8)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here