Foto bij No Escape

OPDRACHT 2.
Ik heb in totaal 18 foto’s van 9 personen en 9 locaties. Je kiest twee cijfers, van 1 tot en met 9. Achter die cijfers zit een foto van een persoon en een foto van een locatie. Het is de bedoeling dat je een SA schrijft met de persoon op de foto als hoofdrolspeler en de locatie als het decor van je SA. Verder ben je helemaal vrij in de opdracht.
Je nummerkeuze geef je door via PB of in het topic. Per foto maximaal 3 personen.

Aantal woorden: minimaal 700
Deadline: 17 maart 2012

Bij ieder stap die ik zette zakten mijn laarzen wat weg in de drassige grond. Ik moest moeite doen om vooruit te komen. Het donkere bos leek mij te omsluiten, als twee immense handen die met een onmetelijke kracht mijn lichaam langzaam samenknepen. Een rilling kroop over mijn rug toen die gedachte in me opkwam. Een schim van een huis doemde op aan het einde van het pad. Eindelijk, het leek alsof ik al meer dan een uur aan het lopen was. Ik versnelde mijn pas en kwam al snel bij de open plek aan waar het huis stond. Ik snapte wel waarom ze juist dit huis hadden uitgekozen. Het gras rondom het gebouw zag er uitgedroogd uit en er hing een lichte mist omheen. Een paar ramen waren dichtgetimmerd en aan de boom die iets voor het huis stond hing een bordje dat “No escape” zei. De plek zag er onguur uit, en het was nog maar net aan het schemeren. Als je hier midden in de nacht naar toe zou moeten gaan zou het echt vreselijk zijn. Nee, ik zou die weddenschap nooit gesloten hebben.
‘Rotkinderen,’ vloekte ik zachtjes, ‘waarom konden ze niet iemand anders nemen.’ Ik zuchtte nog eens diep en liep toen met grote passen op het krot af.
Onder mijn aanraking ging de deur piepend open. Ik voelde langs de muren, opzoek naar een lichtknopje of iets dergelijks. Maar toen ik het huis een stapje verder in liep viel de deur dicht met een klap dicht en wakkerde er een vlammetje op in een oude olielamp die aan het plafond hing. De haartjes in mijn nek gingen overeind staan. Iets zei me dat ik voorzichtig moest zijn, uiterst voorzichtig. Ik nam de kamer behoedzaam op in het flauwe schijnsel van het vlammetje. Het zag er oud en stoffig uit, het behang was afgebladderd en de houten trap was duidelijk aan zijn einde. Er waren geen deuren of ramen in het vertrek dus ik besloot maar naar boven te gaan. Heel langzaam liep ik naar de trap toe, de vloer krakend onder mijn voeten. Ik zette heel voorzichtig mijn voet op de onderste trede. Een rilling kroop over mijn rug. Toen vervolgde ik langzaam mijn weg naar boven. Daar aangekomen zag ik dat ik in een hal stond waar drie deuren op uitkwamen. Ik besloot met de meest linker te beginnen. Ik liep naar de deur toe en liet eerst mijn vingers heel zachtjes over de resten zwarte verf gaan. Toen legde ik mijn hand op de klink en duwde die voorzichtig naar beneden. Met een zacht piepend geluid ging de deur open. De kamer was donker, het enige raam was met houten planken dichtgetimmerd en er kwam maar weinig licht door de spleetjes tussen de planken. Achter in het donkere vertrek zag ik iets wat mijn aandacht trok. Ik liep er, nieuwsgierig als ik was, naar toe. Het bleek een spiegel te zijn, een smalle manshoge spiegel met donkere omlijsting. Ik ging er voor staan, mijn spiegelbeeld bekijkend. Mijn ogen gleden vluchtig over mijn gezicht, zonder echt iets te zien. Toen ving ik ineens iets anders op. In de reflectie van de spiegel zag ik iemand achter me staan. Bliksemsnel draaide ik me om, er was niemand. Ik keek weer naar de spiegel, de persoon was dichterbij gekomen! Ik draaide weer terug en zag nog steeds niemand. Opnieuw gleden mijn ogen naar de spiegel, de gedaante zou zich nu vlak achter me moeten bevinden. Ik sloeg mijn arm naar achter, half en half verwachtend dat ik iemand zou voelen, maar ik greep in het niets. Mijn ogen staarden nog steeds naar de reflectie. De figuur had zijn handen nu opgetild en sloeg ze bliksemsnel om de hals van mijn spiegelbeeld heen. Ik voelde een kou door mijn nek heen trekken. En toen de persoon in de spiegel zijn greep verstrakte voelde ik mijn luchtpijp langzaam dichtgeknepen worden. Ik sloeg naar achteren terwijl ik steeds meer het gevoel kreeg dat ik zou stikken. Tot mijn arm per ongeluk naar voren uitschoot en de spiegel raakte. Zodra mijn hand door het glas heen brak verdween de verstikkende greep rondom mijn nek. Hijgend van angst rende ik uit de kamer, naar de deur. Mijn hand zat onder het bloed en liet afdrukken achter op de deurklink. Ik rende de gang op en bleef daar staan. Mijn adem ging zwaar en moeilijk, maar er stroomde tenminste weer lucht door mijn longen. Wat was dat? Schoot er door mijn hoofd. Ik sloot mijn ogen en telde tot tien. Ik moest niet vergeten waarom ik hier was. Ik moest Sarah vinden. Ik zuchtte een paar keer diep en veegde toen mijn hand af aan mijn broek. Waardoor een grote rode vlek zich verspreidde over de spijkerstof. Na nog een keer gezucht te hebben legde ik mijn hand op de deurklink van de middelste deur, waar een paar resten licht grijze verf op zaten. Ietwat weifelend stapte ik naar binnen. Dit vertrek was helemaal leeg. Er waren geen ramen en zodra ik binnen was sloeg de deur dicht. De donkerte omsloot me en ik rilde van angst. Ineens hoorde ik gekraak, heel zachtjes. Struikelend liep ik een paar passen achteruit. Ik had mijn rug tegen de muur gedrukt waar de deur zou moeten zitten, maar ik voelde de doorgang niet meer. Mijn ogen zagen niets en het enige dat ik kon horen was het zachte gekraak, dat langzaam steeds luider werd. Mijn hartslag versnelde en ik strompelde een paar passen naar voren, tot ik tegen een muur aan viel. Ik stak mijn hand uit naar de muur achter mij, en tot mijn verbazing kon ik deze voelen. Verward schudde ik mijn hoofd. Ik zou toch zweren dat die muur net verder weg was. Ik tastte in het rond en voelde nu ook de andere muren, het leek net alsof ze steeds dichterbij kwamen. Terwijl ik me dit besefte bekroop een claustrofobische angst me. De kamer om me heen werd steeds kleiner. Ik kon nu alle vier de muren tegen mijn lichaam voelen drukken. Mijn adem kwam in horten en stoten. Volledig in paniek tastte ik in het rond. Opzoek naar de deur, als die er nog was. De muren begonnen steeds meer tegen mijn lichaam aan te drukken, nog even en ik zou geplet worden. Door deze gedachte raakte ik alleen nog erger in paniek en toen mijn ribben langzaam in elkaar leken te drukken vond ik iets. Een uitsteeksel in de muur, een deurknop. Ik rukte de deur open, die niet meer dan een smal strookje was, en perste me er doorheen. Mijn hart klopte in een razend tempo en mijn adem ging mogelijk nog sneller. Het duizelde me. Wat was dit voor een huis, waar ze mijn Sarah in hadden opgesloten? Angstig keek ik naar de laatste deur, bang voor wat er achter zat. Maar ik moest en zou Sarah vinden. Ik haalde diep adem en bekeek de deur voordat ik naar binnen ging. Het was waarschijnlijk het enige hele object in het huis. De witte verf was nog helemaal intact en de deurklink glom. Eigenlijk wilde ik niet eens weten wat erachter zat, maar toch deed ik de deur open. De kamer was klein en smetteloos wit. Op een ding na. Midden in het vertrek hing een touw, met daaraan een meisje in een witte zomerjurk, een meisje dat onder het bloed zat en een mes in haar hand hield. Een meisje dat mij akelig bekend voorkwam.
‘Sarah.’ Het woord op mijn lippen was niet meer dan een fluistering, maar genoeg om beweging te brengen in het opgehangen schepseltje dat mijn dochtertje was. Haar hoofd ging langzaam omhoog en haar ogen flitsten open. Haar eerst prachtige hemelblauwe ogen waren een zwart geheel geworden. Ze staarden me aan. Langzaam weken haar blauwe lippen van elkaar.
‘Nooit zul je ontsnappen.’ En met die woorden hief ze haar arm om en gooide ze het mes naar mijn hoofd. Te beduusd om te reageren bleef ik staan, tot het koude staal zich een weg door mijn schedel boorde. De pijn was sneed door mijn hoofd heen en ik voelde een warme stroom over mijn gezicht naar beneden vloeien. Daarna voelde ik niets meer.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen