Foto bij Proloog

ja, ik weet, een proloog moet kort zijn, maar ik had gewoon inspi:)

Tien keer. Ik heb het geteld. Tien keer in mijn leven ben ik iemand van wie ik hield kwijtgeraakt. Mara. Julie. Mijn moeder. Mijn nicht Anja. Suzanne. Mijn kleine zusje Kate, die eigenlijk Catharina heette. Pim. Mijn vader. Jeniffer, door iedereen Jenny genoemd. Jake.

Iedereen van wie ik hield is weg. Mijn moeder en mijn nicht werden samen aangereden. Mara, Julie, Suzanne. Mijn beste vriendinnen. Allemaal kwijtgeraakt aan de populariteit. Pim, de zwakzinnige jongen die we ooit in huis namen omdat niemand aders voor hem wou zorgen. Weggelopen en nooit meer teruggekomen. Zijn lijk was gevonden in de Themes. Mijn vader, die er vandoor ging met een andere vrouw, terwijl wij niemand hadden om voor ons te zorgen. De dood van mijn zusje kate brak me finaal door midden. Kate was degene voor wie ik mijn leven zou geven. Ze had zelfmoord gepleegd. Ik kon niets doen om haar te redden. Het meisje dat net naast ons was komen wonen had voor ons gezorgd, Jenny. Zij wilde niet in de buurt zijn van Jake, die ze hartgrondig haatte. Jake was de enige die mijn gebroken hart kon repareren. Dacht ik. Het bleek dat hij het alleen bij elkaar kon houden. Zodra hij me liet vallen voor een ander meisje, was ik helemaal alleen. Hij liet me gebroken, geknakt en verbitterd achter. Op dat moment wou ik dat ik Kates voorbeeld had opgevolgd.Het bleek uiteindelijk dat Jenny toch gelijk had gehad.

Toen Jake me verlaatte, ben ik ons huis uitgegaan, waar ik sinds de dood van mijn zusje helemaal alleen in woonde. Ik zwierf over straat tot iemand van de politie me meenam naar een weeshuis. Ik kwam nooit meer naar buiten, ik at niks, ik praatte tegen niemand. De dokter zei dat ik depressief was. Iedereen was er van overtuigd dat ik dood zou gaan binnen een paar maanden. Maar een man in een witte jas hielp me weer overeind. Hij gaf me weer vertrouwen. Ik durfde me aan niemand meer te hechten, maar dat ik die man, wat zijn beroep ook was, achter moest laten, deed zeer. Omdat ik hem moest missen, dwong ik mezelf hem uit mijn hoofd te zetten.

Ik ben een vechter. Ik vertrouw niemand meteen. Ik ben nog steeds afstandelijk als wat. Maar uiteindelijk hebben ze toch iets voor me gevonden. Omdat ik in het weeshuis echt alleen met jongens op kon schieten, en ik net achttien ben geworden, hebben ze in een huis met vijf jongens voor me uitgezocht. Niet dat ik wilde. Ik heb zo veel geprotesteerd als ik maar kon. Het weeshuis was een beetje mijn thuis geworden. Ik wilde het niet achterlaten. Maar toch moet ik gaan. Ik heb besloten me niet met die jongens te bemoeien. ik wil niet weer iemand verliezen. Niet een elfde keer.

En nu sta ik daar, voor de taxi die me van het vliegtuig naar het huis zal brengen, met een leine koffer met spullen. Mijn toiletspullen, mijn kleren, een fotoboek met de tien verloren delen van mijn hart en een hangertj met een foto van mijn moeder en kate samen. Dat is alles. Ik geef de begeleidster die me heeft geholpen zoveel ze kon (niet dat het hielp) nog een laatste knuffel. Niet dat ik haar mocht ofzo. Ik wil haar gewoon niet kwetsen, ze heeft zich echt aan me gehecht. Ja, ik heb mensenkennis. Dan toetert de chauffeur ongeduldig en stap ik in de taxi. Op naar een nieuw leven.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen