Opdracht 1.
Een moeilijke eerste opdracht voor jullie! Er zijn 30 nummer, voor de 30 mogelijke deelnemers die mee kunnen doen. Wees op tijd om een goed nummer te kiezen dus!
De bedoeling is dat je een nummer kiest en bij elk nummer hoort een bepaalde 'quote'. Van die quote moet je inspiratie krijgen voor je verhaal en je moet diezelfde quote in het verhaal verwerken.
Onderling ruilen is toegestaan, maar mét toestemming van de ander.

UITLEG VOOR GEBRUIK VAN QUOTES EN DE STAND ALONE ZELF:
De stand alone mag worden geschreven in het Engels en het Nederlands. Als je in het Nederlands schrijft, mag de quote ook vertaald worden, aangezien de quote in het Engels is.
      De stand alone moet minimaal 500 woorden bevatten en heeft geen maximaal. Ik hoop wel dat jullie snappen dat wij geen tijd hebben met mogelijk 30 deelnemers om stand alone's van 3000 woorden te gaan lezen, maar daaronder is alles mogelijk. Het minimaal woorden wordt wel elke opdracht hoger.
      Het gebruik van de quote in het verhaal is een beetje vaag. Je moet de quote gebruiken om inspiratie te krijgen voor het verhaal, want je moet de quote er letterlijk in terug laten komen. Het is dus logisch dat je de quote ook 'anders' in het verhaal verwerkt, omdat het anders er niet bij past. Het hoeft niet gezegd te worden door degene die eigenlijk de quote heeft gezegd.


Deadline: 3 april 2012.
Min. aantal woorden: 500.

'Up until that point I was a regular Florida kid.'
-Leighton Meester.

      Ik keek naar boven, de harde wind liet de wolken door de lucht razen. Mijn oren suisden, terwijl de hemel langzaam verkleurde, van blauw naar lichtgrijs en steeds donkerder. Een druppel viel naar beneden en kwam bovenop mijn suède pump terecht. Ik keek als gehypnotiseerd naar het natte plekje in het bruin dat zich langzaam verspreidde. Ik besefte me dat de regen mijn schoenen helemaal zou verpesten als ik niet snel weg zou gaan. Dus zette ik het op een rennen, op zoek naar een schuilplaats. Er was storm voorspeld, ik had beter moeten weten, niet naar buiten moeten gaan. Maar iets in mij wilde naar buiten, iets in mij dat niet tegen gehouden werd door een herfststorm, iets dat sterker was dan mijn gezond verstand. En die aandrang om buiten te zijn, weg te gaan, had me hier gebracht. Ik was alleen, en toch voelde ik me niet zo. Ik voelde me rustiger dan ik in maanden had gedaan. Ik sloeg af naar links en kwam uit in een steegje. De huizen hadden een diep, overkapt portiek dus ik besloot daaronder te gaan staan. Het was niet de meest comfortabele plek, en zeker niet de warmste, maar ik was tenminste uit de regen, want ik had werkelijk een bloedhekel aan regen. Ik was maar net op tijd gaan schuilen want het water kwam nu in dikke druppels naar beneden vallen en kleurden de staatstenen donkergrijs. Ik ging zitten op het trapje dat naar de deur liep, hopend dat er niemand naar buiten zou komen, want dat zou waarschijnlijk een hele vreemde situatie opleveren. De bui hield niet op, het leek erop dat het alleen maar harder begon te regenen, ik zou hier voorlopig dus niet weg kunnen. Een zucht verliet mijn mond, eigenlijk zou ik beter naar huis kunnen gaan, maar ik had dus echt geen zin om door die stromende regen naar de andere kant van de stad te lopen. Dus bleef ik zitten. Uit verveling begon ik de straatstenen te tellen. Mijn ogen gleden over de stoep terwijl ik systematisch de rijen klinkers afliep. Mijn blik bleef hangen op steen achtenzeventig, deze steen was wit in plaats van grijs. Verward knipperde ik met mijn ogen en ik keek nog een keer goed. Maar de steen was nog steeds wit. Zonder na te denken stond ik op, hetzelfde gevoel dat me naar buiten had getrokken drong zich nu weer aan me op en sleurde me bijna naar de steen. De regen doorweekte mijn kleding en liet mijn haar in strengen op mijn rug vallen, maar ik had alleen maar aandacht voor de witte steen. Hoe dichter ik bij de klinker kwam hoe witter deze scheen te worden. Het leek bijna alsof het licht gaf, zo fel was het wit van de steen. Ik knielde en wilde het aanraken, maar ik voelde niets onder mijn hand. Ik liet mijn hand nog verder omlaag gaan, maar het leek of hij helemaal in de steen verdween. Verward trok ik mijn hand weer terug, het ging moeizaam alsof er een onzichtbare kracht aan trok. Ik stond weer op en probeerde nu mijn rechtervoet op de witte steen te zetten, maar ook deze scheen erin te zakken. In een impuls zette ik mijn linkervoet bij de rechter in het witte vlak en toen voelde ik niets meer onder mijn voeten.
      Ik viel naar beneden en tegelijkertijd voelde het alsof ik naar boven vloog. Mijn gevoel voor richting was volledig verdwenen en mijn oriëntatievermogen was tot het nulpunt gedaald. Het enige dat ik zag was een hel wit licht. Ik begon steeds langzamer te vallen en het licht leek weg te trekken. Gek genoeg was ik niet in paniek geraakt of iets dergelijks. De paniek ontstond pas toen het licht helemaal weg was getrokken. Voor me stond namelijk een enorm mens. Tenminste ik ging er vanuit dat het een mens was, maar het was veel mooier dan alle anderen die ik ooit had gezien. Het was man noch vrouw en droeg een schitterend gewaad in de kleuren van de hemel. Toen het wezen zijn mond opende kwamen er prachtige vloeiende klanken uitrollen. De taal was verre van Engels, maar ik begreep ieder woord.
      ‘Celine, waar jij nu bent is hemel noch aarde, het is niets en tegelijkertijd alles. Het is de plek waar iedereen tot stand komt en iedereen weer gaat. Deze plek is de plek waar het lot wordt bepaald, waar wordt gestraft en beloont.’ Na deze woorden gezegd te hebben liep het wezen weg. Tot hij merkte dat ik hem niet volgde. Hij draaide zich om en stak gebiedend zijn hand uit. Ik liep achter hem aan. De grond was zacht en wit, als een groot donzen dekbed, maar ik kwam makkelijk en soepel vooruit. Toen ik naast het wezen liep begon hij tegen me te praten.
      ‘Jij, Celine, jij bent de uitverkorene. Ooit zul jij voor velen verandering betekenen, jij zult de wereld een stukje verbeteren en de mensen laten zien hoe mooi alles kan zijn.’ Beduusd keek ik hem aan
      ‘Dus u verondersteld dat ik een soort Jezus de tweede ben, of zo?’ vroeg ik verbaasd. En die verbazing groeide toen ik merkte dat er uit mijn mond dezelfde klanken vloeiden als uit de zijne.
      ‘Nee Celine, je begrijpt me verkeerd, je zult geen religie oprichten of mensen een geloof geven, wat jij zult doen is veel belangrijker, je zult mensen laten zien hoe mooi het leven en hoe mooi de wereld is en dat deze wereld het waard is om offers voor te geven zodat haar schoonheid behouden kan worden.’ Ongelovig staarde in naar zijn uiterst serieuze gezicht. Dit kon niet waar zijn. Ik was niet bijzonder, ik was gewoon een normaal meisje met haar eigen kleine probleempjes, die helemaal niets met de rest van de wereld te maken had, toch? Het wezen legde zijn hand op mijn schouder en boorde zijn ogen dwingend in de mijne.
      ‘Je bent bijzonder Celine, dat moet je accepteren, je moet je rol op je nemen, je lot accepteren.’ Ik knikte. Hoe ongeloofwaardig zijn verhaal ook klonk, ik geloofde hem.
      ‘Dit hele verhaal klinkt ontzettend onvoorstelbaar, en ik weet niet waarom, maar ik geloof u toch. Alhoewel mijn verstand zegt dat ik compleet doorgedraaid ben,’ ik schudde mijn hoofd om mijn gedachtes te ordenen, ‘al mijn hele leven ben ik normaal, zo normaal als een meisje van mijn leeftijd zijn kan. Een gewoon meisje uit de VS. Tot op het punt dat mij een fabelachtig verhaal werd verteld en ik dat geloofde, tot op dat punt was ik een gewoon meisje uit Florida.‘
      ‘Dus je accepteert je lot?’ vroeg het wezen, ik knikte. ‘Dan zal ik je terug sturen naar je eigen wereld, het lot zal zich vanzelf wijzen, probeer het niet te negeren noch af te dwingen, berust in je bestemming en alles zal goed komen.’ Toen maakte hij een ingewikkeld gebaar in de lucht en een deur van fel wit licht verscheen. Hij gebaarde er naar en langzaam liep ik eropaf. Ik wilde mijn hand tegen het stralende witte oppervlak leggen, maar hij werd erin gezogen. Langzaam volgden mijn arm, mijn schouder en daarna de rest van mijn lichaam. Ik keek nog een keer naar de plek waar zojuist mijn leven veranderd was en gaf me toen over aan de zuigende kracht die me terug naar mijn eigen wereld zou brengen.
      Zodra ik dat deed leek het alsof ik met een enorme snelheid naar beneden stortte en tegelijkertijd alsof ik rustig als een veertje naar de grond dwarrelde. Met een zachte plof kwam ik op de stoep terecht, precies waar de witte tegel behoorde te zitten, maar deze was verdwenen. Ik stond op en klopte een beetje vuil van mijn kleding af. Mijn blik gleed naar de lucht. De regen was gestopt en een voorzichtig zonnetje kwam tevoorschijn. De steeg glom van de douche die het net had gehad. Hij was helemaal schoongewassen en klaar voor een nieuwe start. Net als ik.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen