Foto bij O12

Jade Livingstone

Geschrokken rende ik naar Quana toe. Een Beuker had haar geraakt en ze was van haar bezem gevallen. Haar arm lag in een rare hoek en was duidelijk gebroken. Zelf was ze bewusteloos. Ik keek even omhoog, waar Olivier Hork aan het uitschelden was. Van hem kon ik geen hulp verwachten. Ik keek even om me heen en zag het eerste hulp huisje bij het veld. Daar hadden ze vast wel een brandcard. “Accio brancard,” zei ik met een beweging van mijn toverstaf. Een brancard kwam naar ons toe gevlogen en ik legde Quana er voorzichtig op. “Wingardium Leviosa.” De brancard steeg op en zweefde met me mee naar de ziekenzaal.
“Wat is er met haar gebeurd?” vroeg madame Plijster toen ik de ziekenzaal in kwam.
“Een Zwadderaar sloeg een Beuker naar haar toe. Volgens mij is haar arm gebroken.”
Madame Plijster ging met Quana in de weer en ik ging op de stoel naast het bed zitten.
“Nou, haar arm is weer genezen en ze zal zo wel weer bijkomen. Het zou kunnen dat ze een hersenschudding heeft. Als dat zo is, moet ze hier nog blijven en kan ze niet meedoen met de komende wedstrijd.” Het team van Griffoendor, dat inmiddels ook aangekomen was, protesteerde. “We hebben geen vervanger!” bracht Olivier uit. “Als jij beter op je spelers had gelet, had je geen vervanger nodig,” beet ik hem toe. “Zo is het,” zei madame Plijster. “En nu wegwezen. Ze heeft rust nodig.” Het team liep mopperend de ziekenzaal uit.
Quana opende haar ogen en wreef over haar hoofd. “Wat is er gebeurd?” “Hork sloeg een Beuker naar je toe en toen viel je van je bezem,” zei ik. “Hoe gaat het met je?” “Barstende koppijn…” Madame Plijster begon haar te onderzoeken. “Je hebt inderdaad een hersenschudding. Je moet hier blijven tot ik zeg dat je weg mag en je mag niet meedoen met de wedstrijd.” “Maar ze hebben me nodig!” “Geen discussie. Straks val je weer naar beneden. Juffrouw Livingstone, u kunt beter ergens anders heen gaan. Ze heeft rust nodig.”
“Oke. Tot later, Quana. Zal ik een boek komen brengen?” “Ik denk niet dat mijn verpulverde hersens dat aankunnen.” Ik lachte en liep de ziekenzaal uit. Toen ik Ron nergens kon vinden, besloot ik mijn huiswerk mee naar buiten te nemen. De zon scheen en dat gebeurde hier niet zo vaak. Ik zat net mijn Toverdranken huiswerk te maken, toen ik twee ogen op me voelde branden. Ik keek om me heen en zag dat Malfidus naar me keek. Wat moest hij van me? Ik besloot hem te negeren en las verder over Slinksap. Even later ging er iets of iemand voor de zon staan. Ik keek op en zag Malfidus staan. “Wat moet je, Malfidus?” “Mag ik niet eens even met je komen praten?” “Sinds wanneer praat jij met Griffoendors?” “Je komt uit een Zwadderichfamilie, misschien heeft de Sorteerhoed een fout gemaakt.” “Ik denk het niet. Ik voel me prima thuis in Griffoendor.” “Jammer. Hoe gaat het met die halfbloedvriendin van je? Die door een Beuker geraakt werd?” “Wat gaat jou dat aan? Je wilt alleen maar weten of ze mee kan spelen in de wedstrijd. Dat ga ik jou niet aan je neus hangen.” Hij keek teleurgesteld. “Laat me nou met rust. Ik was bezig.” “Zo snel ben je niet van me af.” Twee gedaantes kwamen naast me staan. De twee rode haarbossen van Fred en George kwamen in beeld. “Valt hij je lastig?” Ik knikte. “Ga weg, Malfidus. Ze moet je niet.” Malfidus stak arrogant zijn neus in de lucht. “Ga je daar tegenwoordig mee om? Bloedverraders?” “Het zijn mijn vrienden, Malfidus.” “En nu wegwezen,” zei George. Malfidus draaide zich om en liep naar Korzel en Kwast toe.
“Wat moest hij van je?” “Geen idee.” “Als hij je weer lastigvalt, roep je ons maar. Hoe gaat het met Quana?” “Haar arm is genezen. Ze heeft een hersenschudding en mag niet meedoen aan de wedstrijd.” “Shit… dan moeten we een vervanger zoeken…” “Laat dat gewoon aan Olivier over. Het is ook zijn schuld.” “Dat klopt. Maar het zou wel vervelend zijn als we een Jager tekort komen.” “Denk je dat ik naar haar toe mag?” vroeg Fred. “Ik denk het niet. Madame Plijster stuurde mij ook al weg.” “Jammer.”
We lagen in de zon tot het tijd was om naar de Grote Zaal te gaan voor het avondeten. Daar ging ik maar bij Fred en George zitten. “Je voelt je een beetje alleen zonder Quana, hè?” zei George. Ik knikte. “We zijn echt bijna altijd samen.” “Wij zijn ook wel gezellig, toch?”
“Ja hoor.” George grijnsde en trok haar even tegen zich aan. “Eetsmakelijk.”


Waar zijnn jullie leuke reacties gebleven?

Reacties (3)

  • BOOKWURM

    WHIHIIIEEEE XDDD Sorry dit slaagt nergens op ,maar ben vrolijk en wou iets reageren

    9 jaar geleden
  • PrimRue

    Fred moet maar gewoon naar de ziekenzaal toe sneaken, george blijft wel bij jade (a)
    Snel verduuuurrrr i like it(flower)

    9 jaar geleden
  • Frey_

    Hiiieerzo(H)
    Gelukkig voor Quana is Smalhart er niet, dan had ze helemaal geen botten meer gehad:P

    9 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen