Foto bij O19

Quana Dawson

Ik ben blij als Jade haar aandacht ergens anders op richt. Ik wil haar gerust dingen over mezelf vertellen, maar die kus van net hoeft ze echt niet te weten. De kans dat het eruit komt als ze nog een keer bij George is, is groot. En George vertelt het natuurlijk meteen weer tegen Fred. Even ben ik verbaasd. Waarom link ik dit meteen aan Fred? Het zou me juist toch niks mogen schelen als hij het te weten zou komen? Ik kijk even verbaasd naar Jade, maar die is peinzend voor zich uit aan het kijken, dus van haar krijg ik niet veel hoogte. ‘Gaat het wel?’ vraagt Fred opeens. Ik kijk hem vragend aan, maar hij glimlacht even. ‘Ja hoor,’ zeg ik dan zo vrolijk mogelijk, terwijl ik Carlo’s priemende blikken, die door mijn gedachten gaan, probeer te negeren. Waarom heeft hij mij dan ook net gezoend? Ik zucht even en richt mijn blik op mijn boek die in mijn handen vasthoud. Misschien als het aan iemand kan vertellen, maar volgens mij gaat dat niet. Jade gaat het toch tegen George zeggen omdat ze het niet voor zich kan houden en Fred gaat me sowieso niet begrijpen. Ik kijk hem even zijdelings aan, maar hij lijkt niks door te hebben en praat gewoon verder met George. ‘Ik ga even naar beneden, een wandeling maken,’ mompel ik. Niemand reageert, dus ik sta op en laat hun voor wat ze zijn. Aan de voetstappen te horen komt iemand mij achterna, maar ik zet het op een rennen. Dadelijk is het Jade die alsnog wil weten wat er nou tussen mij en Carlo is gebeurd en kom ik er niet meer onderuit. ‘Hé, wacht nou even!’ roept de persoon achter mij. ‘Ga weg, Carlo!’ roep ik over mijn schouder. Ik ren verder, ik heb geen idee naar waar. Opeens voel ik twee handen op mijn schouders die me terugtrekken. Met een klap beland ik met mijn schouder tegen Carlo’s borstkas. ‘Wat is er nou?’ vraagt hij, zijn stem klinkt boos. ‘Ik wil gewoon niet met je praten,’ antwoord ik boos, waarna ik mijn blik de andere kant opricht. ‘Waarom niet?’ ‘Je zoende me!’ ‘Dus?’ ‘Ik wilde je helemaal niet zoenen!’ zeg ik boos. Zijn grijns wordt alleen maar breder. Hij schudt zijn hoofd even. ‘Je moet het niet ontkennen, Quana,’ fluistert hij daarna zachtjes, waardoor ik de rillingen over mijn rug voel lopen. ‘Wat?’ mompel ik zachtjes. ‘Dat je me wil.’ Het volgende moment voel ik de muur tegen mijn rug drukken en komt Carlo’s gezicht wel heel dichtbij.
‘Ik dacht dat je je niet goed voelde, maar blijkbaar zijn mijn gedachten heel fout,’ zegt een stem opeens. Carlo trekt zijn gezicht gauw terug en ik kijk geschrokken opzij. Mijn handen zijn achter mijn rug gevouwen, zodat ik Carlo sowieso niet snel weg zou kunnen duwen, aangezien zijn handen tegen de muur naast mij leunen. Ik zie Fred staan, die grijnzend van Carlo naar mij kijkt, maar zijn ogen lachen niet mee. ‘Je gedachten waren niet fout. Ik voel me ook niet goed,’ antwoord ik kalm. Carlo laat zijn handen zakken. ‘Valt hij je lastig?’ vraagt Fred, terwijl hij peinzend naar Carlo kijkt. ‘Rot op, Wemel,’ zegt die boos. ‘Ik mag toch wel met haar praten, zeker?’ ‘Dat noem jij praten? Ik noem het lastigvallen en al zeker als ze het niet wilt,’ sist Fred hem boos toe. ‘Fred, laat het nou maar,’ zeg ik voorzichtig, maar Fred komt dichterbij. ‘Kom met me mee,’ mompelt hij naar mij, waarna hij zijn hand uitsteekt. ‘Je kunt het ontkennen, maar ik weet dat je mij leuk vindt,’ sist Carlo zachtjes in mijn hoofd. Zijn handen slaat hij vervolgens tegen de muur, waarna hij zich van mij weg buigt. Ik ren gauw naar Fred toe en loop het volgende moment naast hem. ‘Ik wist niet dat jij een vriendje had,’ mompelt hij. ‘Heb ik ook niet,’ mompel ik. ‘Kun je me vertellen wat er is gebeurd?’ ‘Ik ben er nog niet klaar voor,’ zeg ik voorzichtig. ‘Kun je het me vertellen als je er wel klaar voor bent? Of als hij je lastigvalt?’ vraagt Fred. Zijn ogen spreken boekdelen. Ik mag niet tegen hem liegen, anders gaat hij wel heel teleurgesteld zijn, dus ik knik met een glimlach. ‘Dat zal ik doen,’ zeg ik glimlachend. ‘Jade maakt zich ook zorgen om je, evenals George,’ zegt Fred zachtjes. ‘Ze hoeven zich geen zorgen te maken, ik red me wel,’ mompel ik zachtjes. Zwijgend lopen Fred en ik verder, terug naar de leerlingenkamer, maar voordat we die betreden, draai ik me naar hem om en pak zijn hand. ‘Dankjewel dat je zo bezorgd bent,’ zeg ik glimlachend. ‘Ik ben niet bezorgd, ik ben gewoon...’ Het volgende moment dwalen mijn ogen in de zijne, waar ze zijn blik vangen. Mijn hart klopt een paar tellen sneller. ‘… bezorgd.’ Ik lach.


Hallo! Ik - NoDeatheater - ben terug van vakantie op Mallorca. Het was heel leuk!
Dus nu kan ik weer hoofdstukjes voor jullie activeren.
Sorry trouwens voor het activeren van hoofdstuk 60, dat ging per ongeluk toen ik op mijn telefoon erlangs scrolde (denk ik?).
Ik heb het geïnactiveerd zodra ik het door had.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen