Foto bij O24

Jade Livingstone

“Kom, Jade,” hoorde ik Quana zeggen, waardoor ik wakker werd. “We moeten naar de les.”
O ja, school. Ik bleef liever in bed liggen om te verdrinken in zelfmedelijden. “Alsof ik daar nog zin in heb.” Uiteindelijk stond ik toch op en keek ik naar Quana. Die was zich al aan het omkleden. Ze leek even te schrikken en knikte toen. Met mijn kleren liep ik naar de badkamer. Toen ik in de spiegel keek, snapte ik waarom Quana geschrokken was. Ik had enorme wallen. Het verbaasde me niets: ik had dan ook erg slecht geslapen. Met wat foundation werkte ik de wallen weg. Nu maar hopen dat ik niet tijdens de les in slaap zou vallen. Ik liep de slaapzaal weer in en zag dat Quana al weg was. Ik haalde mijn schouders op en onderdrukte de neiging om weer in bed te gaan liggen.
Onderweg naar de Grote Zaal kwam ik Quana niet tegen, maar wel iemand anders. Draco Malfidus stond vlak bij de ingang van de Grote Zaal en staarde naar me. Naast hem stond Patty Park met tranen in haar ogen. Ik vroeg me af wat er met haar aan de hand was, maar het maakte eigenlijk niet zo veel uit. Ik stak mijn neus in de lucht en liep langs hen. Ik voelde Draco’s ijzige blik op mijn rug en het bezorgde me rillingen. Wat moest hij toch van me?
Eenmaal in de Grote Zaal scande ik de tafel van Griffoendor, maar ik zag Quana niet zitten. Waar zou ze zijn? Ik plofte maar naast George neer, terwijl een stemmetje in mijn hoofd nee schreeuwde. Het was niet slim. Ik moest bij hem uit de buurt blijven. Maar mijn hart won het van mijn hoofd en ik bleef zitten. “Gaat het wel goed met je?” vroeg George en zijn ogen bleven nieuwsgierig op mijn gezicht hangen. “Jawel. Gewoon slecht geslapen.” Ik richtte me op mijn ontbijt om hem te hoeven aankijken. “Is dat alles? Want je ziet er –” “Wat? Zie ik er verschrikkelijk uit? Dat komt dus doordat ik te weinig geslapen heb.” “Nee, je ziet er goed uit.” Ik keek hem even aan en trok mijn wenkbrauw op. “Vast.” “Nee, echt. Maar je ziet er ook verdrietig uit. Is er iets?” “Er is niets aan de hand. Heb jij trouwens Quana gezien?” “Nee. Fred is ook al verdwenen. En je ontwijkt mijn vraag.” “Misschien zijn ze wel samen,” grijnsde ik even. “Misschien hoeven ze niet eens meer te koppelen.” “Misschien. Maar je ontwijkt mijn vraag nog steeds.” “Ik heb al antwoord gegeven. Het gaat prima met me, op het feit dat ik te weinig heb geslapen na. Je ziet spoken, George.”
Op dat moment kwam Haast Onthoofde Henk dwars door de tafel naar boven. Ik keek George even aan en we barstten allebei in lachen uit. “Wat is er zo grappig?” vroeg Henk verbaasd. “Hele goede timing, Henk,” grijnsde George. Hij legde uit wat er aan de hand was en ik keek naar de deuren van de Grote Zaal. Quana en Fred kwamen aangelopen. Ik stootte George even aan en grijnsde. “Misschien zijn onze gebeden verhoort,” zei George lachend. Quana en Fred kwamen bij ons zitten. “Waar was je?” vroeg ik aan haar. “Je was al veel eerder vertrokken dan ik.” “Ik werd opgehouden…” Ik keek even richting Fred en daarna weer naar haar. Ze haalde haar schouders op en keek ergens anders naar toe. Ik richtte mijn aandacht weer op mijn ontbijt. Ze zou het me later wel vertellen.

Reacties (1)

  • Gisborne

    Yeah! ik ben weer bijgelezen ^^ =D
    Snelverder! <333333333333

    9 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen