Foto bij O36

Jade Livingstone

Het was zaterdag en dat betekende dat ik vandaag met George naar Zweinsveld zou gaan. Zodra ik wakker was, voelde ik kriebels van de zenuwen. "Quana!" Ik schudde haar wakker. "Wat is er?" mompelde ze. "Je gaat zo met Fred naar Zweinsveld. Ga opstaan." Ze schoot overeind en keek snel naar de klok. "We hebben nog twee uur, rotzak." Ik grijnsde. "Je moet de tijd nemen." Toen Quana eerst naar Fred was gegaan om te praten, hadden ze het uitgepraat en Quana was nu veel vrolijker. Ik sprong even onder de douche en ging me daarna aankleden. Quana was ook al druk bezig, hetzij nog wat slaperig. Toen we het er allebei mee eens waren dat we er klaar voor waren, liepen we naar de Grote Zaal voor het ontbijt. Fred en George waren er zo te zien nog niet. "Die liggen vast nog te slapen," grinnikte Quana. "Vast." Toen wij net klaar waren met ontbijten, kwamen Fred en George de Grote Zaal in gelopen. George pakte mijn hand vast. "Gaan jullie nu alweer weg?" "We waren hier al een halfuur. We moeten nog even wat doen. Tot straks." George liet me los en ik liep met Quana mee. "Waarom ben ik zo zenuwachtig?" mompelde ik. "Omdat je een date hebt met een hele leuke jongen," lachte Quana en ze prikte in mijn zij. "Nou, jij ook hoor." "Weet ik," antwoordde ze.
We liepen de trap af naar de leerlingenkamer, waar Fred en George op ons stonden te wachten. “He he,” grijnsde George. Ik stak mijn tong naar hem uit. “Zullen we gaan?” Ik knikte en we liepen naar de voordeuren, waar Vilder de formulieren met toestemming van onze ouders innam. Toen we bij Zweinsveld kwamen, namen George en ik even afscheid van Quana en Fred, die de andere kant op gingen. “Waar wil je heen?” vroeg George aan mij. “Ik zou het niet weten. Ik ben hier nog nooit geweest.” “O ja, dat is ook zo. Zal ik je dan maar het hele dorpje laten zien?” “Is goed.” Hij stak zijn hand naar me uit en toen ik die aannam, trok hij me zachtjes mee het dorpje in. “Kijkt, dat is Zacharinus’ Zoetwarenhuis.” Hij wees naar een winkel waar door de ruit allemaal felgekleurd snoepgoed te zien was. “En dat is het postkantoor.” Achter de toonbank zaten ontzettend veel uilen. Dit dorpje was geweldig. Met al die winkeltjes van tovenaars leek het een beetje op de Wegisweg. “En dat is Zonko’s Fopmagazijn, waar Fred en ik heel veel tijd door hebben gebracht. We denken eraan zelf een fopwinkel te beginnen.” “Echt waar? Hebben jullie al dingen uitgevonden?” “We zijn ermee bezig.” We liepen het dorpje uit. Ik was me erg bewust van het feit dat hij mijn hand nog steeds vasthield. “Waar gaan we nu heen?” “Dat zal je wel zien.” Na een tijdje stopten we met lopen. “Kijk, dat is het Krijsende Krot.” Hij wees naar een vervallen huis dat een stukje verderop stond. De ramen waren dichtgetimmerd en de tuin was verwilderd. Het zag er griezelig uit, maar toch was ik erdoor gefascineerd. “Kunnen we dichterbij komen?” “Het schijnt dat het er spookt.” “De spoken van Zweinstein zijn ook niet eng.” “Dan heb je Jammerende Jenny nog niet ontmoet. Maar de spoken van Zweinstein durven hier ook niet te komen.” “Jammer. Het leek me wel interessant.”
Er klonken voetstappen achter ons. Ik draaide me om en zag Malfidus staan met zijn hulpjes. “Nieuw huis aan het zoeken? Het is vast groter dan waar je nu woont, Wezel.” George keek woedend naar hem. Malfidus keek met opgetrokken wenkbrauwen naar onze handen, die nog steeds verstrengeld waren. “Wat moet je met hem, Jade? Jij komt toch uit een rijke familie? Of doe je dit uit liefdadigheid? Heb je medelijden met de armen en wil je hem zo helpen?” “Rot op, Malfidus. Niet alles draait om geld.” Ik wierp hem een boze blik toe en trok George mee. “Kom. Hij is het niet waard.”
Een stuk verderop, toen Malfidus niet meer te zien was, ging ik op een bankje zitten. George kwam naast me zitten. “Bedankt, Jade. Als jij me niet had weggetrokken, had ik hem waarschijnlijk een klap verkocht.” Ik zag dat hij nog steeds trilde van woede en sloeg mijn armen om hem heen. Mijn hand streek zachtjes over zijn rug. “Laat je niet zo dwarszitten door z’n etterbak.” Hij keek me aan. “Is jouw familie echt zo rijk?” Ik knikte en hij wendde zijn blik af. “Sorry… Waarschijnlijk ben ik toch veel te arm voor je…” “Hoor je wat je zegt? Heb ik ooit laten blijken dat ik ook maar iets om geld geef? Volgens mij niet.”
Ik legde mijn hand op zijn wang en zorgde dat hij me aankeek. “Het kan me niets schelen hoeveel geld je hebt en ik doe helemaal niets van dit alles uit liefdadigheid. Ik ben hier vandaag omdat ik het leuk vind om tijd met je door te brengen, omdat ik de neiging had op en neer te springen toen je het vroeg, omdat Quana zei dat ik ervoor moest gaan, omdat er een leger van vlinders als een gek door mijn buik fladdert, elke keer dat je naar me lacht, omdat –” Hij liet me niet uitspreken en drukte zachtjes zijn lippen op de mijne. Heel voorzichtig en heel kort streken zijn zachte, warme lippen over die van mij en daarna keek hij me glimlachend aan. “En nu?” Het kostte me even tijd om mijn stem terug te vinden.
“Alsof er een bom van vlinders ontploft is.” “Goed. Dan ben ik niet de enige die dat voelt.” Hij zoende me weer zachtjes, langer deze keer. Ik moest mezelf eraan herinneren adem te halen. Na een tijdje liet hij me los en hij grijnsde. Een glimlach verscheen op mijn gezicht. “Heb je het koud?” Van binnen had ik het helemaal warm, maar ik merkte dat ik toch rilde van de kou, dus ik knikte. “Kom, dan gaan we naar de Drie Bezemstelen om Boterbier te drinken. Dat zal je wel opwarmen.” Hij pakte mijn hand en we liepen terug naar het dorpje.

Reacties (3)

  • BOOKWURM

    OMW! Oh my weasley
    this is like... Abiogxciqbciqx cutieeesss

    8 jaar geleden
  • PrimRue

    OMYFREAKINGWEASLY ZO SCHATTIG!!!
    Loveee it (:
    Snel verduuuurrr(flower)

    8 jaar geleden
  • Gisborne

    Aaaaawwwhhhh <333333333
    Wat schattig! =3
    Snel verder! c:

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen