Foto bij Magisch

Opnieuw een nieuwe stand alone. Deze keer kreeg ik inspiratie van een foto die ik op internet vond, deze is ook in de cover verwerkt, namelijk de foto van een bos (:

Hope you like it! (: Alle kritiek, tips en andere feedback is altijd welkom!

Verwonderd keek ik om me heen. Ik liep door een prachtig bos, ik was omcirkeld met een en al groen. Niet alleen groen van het mos waar ik op stapte, maar ook het groen van de struiken die links en rechts van me stonden, de bomen met hun mooie, groene bladeren en af en toe zag ik een vlinder voorbij fladderen met vleugels die groenig leken te zijn, hoewel dit misschien ook van de lichtinval kon zijn. Het was nog vroeg in de ochtend, dat was te zien aan de mist die laag boven de grond hing. Alhoewel, eigenlijk vond ik dit niet erg, door het licht van de zon gaf de mist een mooie aanblik aan het bos. En ondanks de mist, was het op deze vroege ochtend al behoorlijk warm. Ik liep dan ook zomers gekleed in dit bos; ik had een luchtig, zomers jurkje aan, zonder schoenen. Ik vond het heerlijk om op blote voeten door het bos te lopen. Op deze manier kon ik het zachte, maar ook koele mos onder mijn voetzolen voelen wanneer ik er over heen liep en dat gaf me een fijn gevoel, bijna een gevoel van vrijheid.

Steeds verder liep ik het bos in, het was ook zo mooi hier! Weer keek ik naar een van de mooie planten die hier bloeide, dit keer een met zacht roze bloemen, toen ik plots iets lichts op een van de bloemen zag. Ofja licht, fel was een betere benaming voor hetgeen dat op de bloem zat. Maar toen ik mijn hand er naar wilde reiken, haastte het zich ineens naar de lucht waar het stil bleef hangen, hoewel ik geen idee had wat het was. Achter zich aan, liet het een stroom van glitters en sparkels achter, iets wat je normaal alleen in films ziet. Lichtelijk verbaast keek ik naar het tafereel dat er zich net afspeelde, maar al snel sloeg deze verbazing om in nieuwsgierigheid. Weer reikte ik mijn hand naar het felle ding, en weer haastte het zich weg, dit keer recht vooruit, dieper het bos in. Het werd een soort ‘pak-me-dan’ spelletje, en half rennend en half huppelend ging ik achter het felle ding aan dat nog steeds mijn aandacht trok.

Nadat ik een stukje achter het ding aan was gerend, bleef het plotseling stil in de lucht zweven, schuin boven mijn hoofd. Langzaam reikte ik mijn hand naar boven, in een poging het ding niet af te schrikken. Voor het eerst sinds ons spelletje bleef het staan waar het stond – nouja, zweefde waar het zweefde was een betere benaming. Van enkele centimeters was mijn vinger nu enkele millimeters van het ding vandaan. Mijn hart bonkte van de adrenaline en met grote ogen van nieuwsgierigheid keek ik toe hoe mijn vinger het ding naderde. En toen… Een windvlaag stak op, zo hevig dat het mijn haar naar achter blies en ik zelfs langzaam maar zeker opgetild werd, opgetild van het zachte mos waar ik een paar seconde geleden nog op stond. En licht zo fel als het ding zelf, omarmde me, omringde me. Het rare was dat ik geen moment bang was, ik was niet angstig of niks. Op een of andere manier voelde ik me veilig, het voelde vertrouwd, alsof het zo hoorde of alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat je, als je een raar, fel ding tegen komt en het aanraakt, omringt bent voor fel licht en je opgetild wordt door een hevige windvlaag.

Ik was me niet meer van het bos bewust, ik had alleen maar oog voor het felle ding en de draaikolk van wind en licht waar ik in terecht was gekomen, terwijl mijn vinger nog steeds het ding aanraakte. Toen werd het licht ineens minder fel en de wind minder sterk. Ik voelde dat ik langzaam daalde, terugzakte met mijn voeten op de grond. Ik stond alweer met beide benen op de grond, maar het licht was nog aan het afnemen, zo lang tot het uiteindelijk doofde. Ook het licht rond het ding werd minder fel, waardoor ik stukje bij beetje een vorm in het ding begon te zien. Het begon met iets wat op een hoofd leek, ja, het was inderdaad een hoofd. Een hoofd met lange, vrouwelijke haren. Daarna zag ik dat het ding armen en benen kreeg. Hoewel ik alleen de zwarte omrandingen van het ding zag, vanwege de lichtinval, kon ik wel zien dat ze een jurk of een rok aan had, aangezien ik niet haar hele benen kon zien. Maar ook deze zwarte omrandingen werden minder zwart, ze kregen steeds meer kleur.

Uiteindelijk stond er een klein meisje voor me, veel kleiner dan mij en was gehuld in een zalmroze shirtje, met aan beide mouwen licht doorzichtige roesjes. Onder het shirt had ze een rok, ook in dezelfde zalmroze kleur en ook deze vielen net als de roesjes sierlijk langs haar lichaam. Daaronder had ze paarse ballerina’s, deze paarse kleur kwam terug in de bloemen die ze in haar donkerbruine, bijna zwarte haren had. Deze bloemen waren namelijk ook weer eenzelfde zalmroze kleur, maar hadden paarse meeldraden en paste op deze manier goed bij de ballerina’s. Het bijzondere was echter, dat dit meisje vleugels had! Mooie, grote vleugels sierde haar lichaam. De binnenkant van de vleugels had een kleur wat een soort mengeling was tussen paars en rood, met aan de buitenkant een net zo’n paarse kleur als dat haar schoenen en meeldraden van haar bloemen waren. Tevens was de binnenkant van haar vleugels versiert met gele, sparkelende krullen, wat een mooi aanzicht gaf aan de vleugels en aan het meisje in haar geheel.
‘Ik ben Aiyane’ zei het meisje, dat met haar vleugels voor mijn neus fladderde. ‘Ik ben een elfje, maar dat zal je vast wel gezien hebben’ glimlachte ze. Ik kon alleen maar knikken. Ik was verbaast, omdat ik dacht dat elfjes alleen in sprookjes bestonden, maar tevens was ik ook verwonderd om haar schoonheid. Ze vloog naar mijn linkerhand, die ik automatisch open deed. Ze legde iets in mijn handpalm. 'Dit kettinkje bezit elfenstof. Wanneer je denkt alle hoop te verliezen, is een klein beetje van dit stof genoeg om weer in de magie te geloven. De magie hier, diep binnen in je.’ En terwijl Aiyane dit zei, legde ze haar kleine handje op mijn hart. Ik keek haar dankbaar aan en zei dat ik het altijd bij me zou dragen. ‘Verlies het niet’ zei Aiyane, ‘in verkeerde handen is het een gevaar voor niet alleen de mensheid, maar ook voor ons magische wezens’ waarschuwde ze. ‘Vaarwel’ zei ze tot slot. Voordat ik kon vragen waarom ze dat zei, was ze al weg. Er was complete duisternis. Het was alsof er een bom was ontploft, een die alleen maar duisternis met zich mee bracht. Van Aiyane tot aan het mooie bos waar ik een seconde geleden nog was, alles was weg. Ineens, pats, boem, duisternis. Paniek schoot door mijn aderen, waar is alles gebleven?! Een schreeuw verliet mijn mond.

‘Aaaahhh!’. Ik schoot overeind. Waar was ik, wat is dit?! Ik keek om me heen, toen besefte ik dat ik in mijn eigen kamer was en ik op de bank lag. Dus… Dat betekend dat dit alles gewoon een droom is geweest, concludeerde ik. Ik was niet meer in het bos, niet meer met Aiyane en ook het jurkje dat ik zojuist aan had, was verwisseld met mijn joggingbroek, een basic wit t-shirt, en mijn haar dat in de war was geraakt van het liggen op de bank. Ik was zo moe geweest dat ik op de bank was gaan liggen. Waarschijnlijk ben ik toen in slaap gevallen en heb ik dit alles gedroomd, redeneerde ik.
Maar toen ik mijn linker hand open deed, lag daar tot mijn verbazing het kettinkje dat Aiyane me gegeven had. Het had precies hetzelfde zilveren ketting, met hetzelfde kleine potje dat er als bedeltje aanhing. Om het dekseltje zat een strikje, en de inhoud van het potje was precies zoals Aiyane zei; het magische elfenstof.

Wie zegt dat magie alleen in sprookjes bestaat?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen