23 April 2012

Onzeker en verlegen loop ik over het landweggetje. De bewoonde wereld heb ik allang achter me gelaten, en officieel ben ik nu ook niet meer in Mullingar. Het enige wat ik af en toe tegen kom zijn, koeien, schapen, huizen en tractors. Verder ook geen auto’s of wandelaars. Een angstig gevoel bekruipt me, straks ben ik verkeerd gelopen en weet ik de weg niet meer. Meteen schud ik mijn hoofd, ik weet zeker dat het hier is. Mijn gezicht draai ik naar rechts en mijn voeten blijven stil staan. Hier is het. De oude dikke kastanje boom, die hier al honderden jaren lijkt te staan, staat er nog. Mijn blik glijd naar de voet van de boom. Lang geleden heb ik daar mijn hond begraven. Bertje. Snel klim ik over het hek heen en ren ik door het hoge gras naar de boom toe. Daar staat het bordje nog. ‘Hier ligt Bertje, onze geweldige hond.’ Glimlachend laat ik mijn hand over het bord gaan. Het ziet er nog precies hetzelfde uit als ik het achtergelaten had. Misschien alleen iets stoffiger. Mijn hoofd draai ik om, het grasveld op. Het hoge gele gras deint rustig op en neer op de wind. Teleurgesteld ga ik zitten onderaan de boom. Misschien had ik iets te veel gehoopt hem hier te zien, maar het was ook te mooi om waar te zijn. Zuchtend sluit ik mijn ogen. Nou, ik ben hier in ieder geval. Kan ik er maar beter van genieten ook. Mijn hoofd keer ik naar de zon, niet dat hij op mijn gezicht valt. Maar toch is het leuk om te doen. Het is verstikkend warm hier, en gelukkig zit ik in de schaduw van de boom. ‘Wat moet dat daar?’ Klikt opeens een stem, en vlug open ik mijn ogen. Geschrokken kijk ik naar de figuur voor me. Zo te zien een man, of jongen. Ik hou een hand voor mijn ogen en kijk hem aan, nog steeds is het moeilijk te zien. Maar het is wel een jongen. ‘Ik zit op mijn weilandje.’ Mompel ik zacht, ook al is dit weiland van de gemeente. En mag iedereen hier komen. ‘Jóuw weilandje, mijn weilandje zul je bedoelen.’ Sist hij kwaad. En door zijn woorden kijk ik hem kwaad aan, langzaam sta ik op en kijk hem recht in de ogen aan. ‘Dit is het weiland van iedereen,’ sis ik kwaad en hij vertrekt zijn mond even. Hij is van zijn stuk gebracht, mooi zo. Opeens valt zijn mond open, en kijkt hij naar mijn nek. Naar het kettinkje. ‘Hoe kom je daaraan?’ Zijn stem klinkt donker en duister, niet zoals hij net klonk. Maar nog enger. ‘Gekregen, paar jaar geleden.’ Zeg ik zacht en met grote ogen kijkt hij me aan. ‘Alexandra?’ Mompelt hij dan en verward kijk ik hem aan. ‘Hoe ken jij mijn naam?’ Vraag ik zacht en onderzoekend kijk ik de jongen aan. ‘Ik heb het je gegeven.’ Verward kijk ik hem aan, maar kijk daarna naar mijn ketting. Was hij… nee dat kon toch niet? ‘Niall?’ Vraag ik dan zacht en hij knikt. Ongelovig kijk ik hem aan. Opeens zijn twee sterke armen om me heen, en sla ik uiteindelijk mijn armen maar om zijn middel heen. Zijn neus legt hij in mijn nek en mijn kin komt net op zijn schouder. Ik had hem terug, ik had Niall terug. Gelukzalig sluit ik mijn ogen en snuif zijn geur op. Dit was fantastisch.

So what do you think??

Reacties (19)

  • Paardenvriend

    OMG JAAAAHHH!!!!(hoera)(yeah)(H)

    5 jaar geleden
  • Flyingmind

    YAAAAAAAAAAAAAAAAY!
    dat denk ik ervan :d
    X

    9 jaar geleden
  • Semantiek

    omg ik zit hier gwoon stuiterend op de bank jonguuhh

    9 jaar geleden
  • wildheart

    Zoooooooooooo lief!

    9 jaar geleden
  • xIsoldee

    Owh cuteee ;o x

    9 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen