Foto bij Proloog ~ House of the Night

De hoeven van het paard knarsten op de stenige bodem. De jongeman in het zadel leunde vermoeid iets naar voren en steunde met z'n handen op de hals van z'n eveneens vermoeide paard.
Nog vele kilometers had hij te gaan, vermoeiende en slopende kilometers. Toch kon hij niet halthouden om te rusten, nee, hij had zeer belangrijk nieuws voor Neferett, de huidige hogepriesteres van een groep bovennatuurlijke priesteressen.
Een grimmige trek verscheen op z'n knappe gezicht toen hij aan de ontdekking dacht die hij gedaan had. . Z`n groene ogen glansden in de duisternis en donkere kringen onder de opvallende ogen wezen op te weinig slaap.
Na een keer diep gezucht te hebben trok hij het hoofd van de bruine merrie omhoog en dreef hij haar aan in een snelle draf. Boven zich hoorde hij iets ruisen en zag hij een zwart koetsje, getrokken door twee draakachtige paarde met leerachtige vleugels.
Fronsend maande hij het paard tot nog meer spoed en galoppeerde een heuveltje af terwijl hij het koetsje in de gaten hield.
Z'n paard trilde af en toe en struikelde een paar keer toen ze over de gladde kinderkopjes galoppeerden.
Vlak voor de immense stenen muur landde het koetsje vrijwel geruisloos.
De Terzielers klapten hun vleugels in en zwiepten met hun staart terwijl hun melkwitte ogen op het naderende paard gericht waren.

Bij de koets aangekomen steeg de jonge man af en tuurde door het raampje. Een knap blond meisje lag op het bankje te slapen, een witte kat had zich tegen haar zij genesteld.
'Goede nacht March.' De jongeman keek met een ruk op en richtte z'n ogen op een inktzwarte schaduw. Een andere man, oud en met een lange sneeuwwitte baard trad uit de schaduwen naar voren.
'Albus! Wat leuk je weer eens te zien.'
March maakte een zwierige buiging in de richting van het schoolhoofd van Zweinstein.

'Ach oude vriend, het genoegen is geheel aan mijn kant. Wat brengt jou hier?'
March mompelde iets overstaanbaars dat leek op: "oude bemoeial, moet altijd alles weten" en wees naar de slapende blondine: 'Wie is dat?'
Perkamentus glimlachte minzaam. 'Dat, m'n beste vriend, is Bonita Luxfort.'
March knikte en gaapte waardoor z'n imposante vlijmscherpe tanden te zien waren.
Alsof de mannen het afgesproken hadden liepen ze tegelijkertijd naar de gietijzeren poort.
March trok de bruine merrie aan de teugels achter zich aan en het span Terzielers liepen uit zichzelf mee.
Toen de oude tovenaar en de ogenschijnlijk jonge man vlak bij de poort waren zwaaide die open en liepen ze onder de stenen boog door. De muur, die het terrein afsloot voor buitenstaanders, was maar liefst zes meter dik.
Op het achtergelegen binnenplaatsje stonden ze stil en keken de mannen zoekend rond.
'Goede avond heren. Neferett verwachtte u al.'
Een jonge vrouw kwam recht over het plein naar hen toe. Haar jeugdige gezichtje was verbazingwekkend knap, met hele fijne gelaatstrekken. Het glanzende zwarte haar hing in een dikke vlecht over haar rechter schouder. Haar maagdelijk witte gewaat wees erop dat zij een van de priesteressen van "de dochters van de nacht" was.
Toen ze glimlachte werd het nog eens bevestigd, ze had uitstekende hoektanden die lichtjes op haar onderlip rustte.
Tot March's verbazing begroette Perkamentus de priesteres.
'Goede nacht, vrouwe Shauree.'
De priesteres glimlachte weer en knikte naar de tovenaar. 'Albus.'
Haar zwarte ogen gleden langzaam naar March, die rilde onder haar blik maar z'n ogen niet van haar afwendde.
'March Zy.' Hij knikte stijfjes en bezweek dan toch onder haar blik, hij wendde z'n ogen af.

Reacties (2)

  • Allysae

    Omg snel verder
    en hoe was het in la france

    8 jaar geleden
  • Felonys

    huh? ik snap dit even niet... uitleg asjeblieft??

    maar snel verder!

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen