Foto bij [16]

De eerste schooldag bij "huize van de nacht" zal ik zeker nooit vergeten. Hier voelde ik me minder een vreemde, wat natuurlijk niet raar was doordat er alleen jongeren van mijn leeftijd waren die ook niet menselijk waren.
Ik deelde een kamer met een enkel meisje: Suzan Baldwin.
Zij was niet net zoals ik als... Dit.... Geboren. Nee, zij was gebeten door een weerwolf.
Elke maand transformeerde ze bijna helemaal naar een wolf. Elke keer net een beetje verder tot ze niet meer terug kon... En het ergste was nog wel dat het bij iedereen op een andere snelheid ging. Er was dus totaal geen zekerheid van wanneer je niet meer terug kon.

'Misschien als je ontspant dat de transformatie minder pijnlijk is.' Zei ik aarzelend.
Suzan lag op haar rug met gesloten ogen op haar bed.
Ze kneep haar lippen geconcentreerd op elkaar, morgen was het volle maan en de stank van haar angst hing in de lucht.
Ik wou niet dat ze een monster zou worden, dan zouden ze haar naar een speciaal eiland brengen waar ze in een roedel kon leven.
Ik had geluk, ik was een Lycan. Maar Susan, en nog vele anderen hadden minder geluk...
Ze snoof sarcastisch en opende haar ogen. 'Alsof ik me kan ontspannen nu ik weet dat ik een harige overmaatse moordlustige poedel wordt.'
Ze lachte kort en humorloos.
'Het spijt me, ik wou dat het anders kon.' Fluisterde ik, nauwelijks hoorbaar voor mensen maar zo duidelijk alsof ik naast haar stond.
Ze knipperde snel met haar ogen, alsof ze moest huilen. 'Dat weet ik! Je bent een goede vriendin. Maak je maar geen zorgen om mij.'
Haar net iets te brede gezicht stond zo oprecht dat ik spontaan kippenvel kreeg.
'Hoe kan ik me nu geen zorgen om je maken? Jij hebt me opgevangen en me hier rondgeleid toen ik hier aankwam twee maanden geleden.'

Susan haalde haar schouders op en stond zuchtend op. Jij hebt geluk dat je twee tussenuren hebt, ik moet alweer naar Filosofie. Tot het avondeten.'
Ik bromde een groet terug en liep naar m'n bureau waar een perkamentrol lag. Het werd tijd om weer een paar brieven te schrijven.
Hoewel ik het met Draco uitgemaakt had schreef ik het meest met hem. Misschien waren we voorbestemd om alleen vrienden te zijn. In dat geval had het goed gewerkt. Hem vertelde ik werkelijks alles! Dingen die ik Harry of m'n vriendinnen niet kon of wou vertellen.
ik zette de punt van de pen op het papier en schreef:


Lieve Draco, 26 februari, 4:30
Zelfs nu, na twee maanden, is het lastig wennen aan het nachtritme dat ze hier hebben. Want als ik nu naar buiten kijk is het stikdonker, niet dat ik er last van heb!
Wel merk ik dat mensenvoer, ja ik noem het nu zo, me niet meer zo lekker smaakt. Ach, ik proef het wel maar het lijkt of je aan iets terug denkt en niet alle details meer weet.

Ik vrees zelfs dat als je me nu zou zien je me niet meer herkent. Alle menselijkheid is nu bijna weg! Best eng eigenlijk maar ik heb me bij m'n lot neergelegd.
De snelheid en de kracht die ik nu bezit zijn werkelijk ongelofelijk!
Nou, in ieder geval gaat het geweldig hier. Morgen is het weer volle maan, lekker op jacht met de andere Lycans.
Draco, ik hoop snel weer van je te horen.
Veel liefs,
Bonita

Zuchtend rolde ik de brief op tot een rolletje en gaf het aan de steenuil die Draco's brief gebracht had.
De uil kraste schor en liet me geduldig het rolletje aan haar poot vastbinden.
Toen het lintje goed vast zat klom de uil op m'n onderarm. Met de uil en Gigi op m'n hielen liep ik naar de dichtstbijzijnde binnenplaats.
De grijze uil kraste nog eens en zette zich aan m'n arm af. Gigi ging aan m'n voeten zitten en keek net als ik de uil na. 'Kom je Gigi, ik moet naar de les.'
De kat keek me met wijze helder blauwe ogen aan en mauwde zachtjes en instemmend.

Marti liep met een serieuze uitdrukking de binnenplaats op waar Suzan en ik met het groepje waar ik mee optrok zat.
Hij kwam op ons af en sommige weerwolven gromden en schoven nerveus heen en weer toen ze de knappe vampier roken. Marti op zijn beurt trok enkel z'n neus op en zakte tussen Suzan en mij in.
Hij strekte z'n lange benen en glimlachte lichtjes.
Niet voor de eerste keer vroeg ik me af hoe oud hij eigenlijk was.

Z'n lichtbruine, enigszins schuinstaande, ogen gleden over m'n gezicht en hij zuchtte geïrriteerd.
'Vraag maar.'
M'n lippen krulden om in een minzaam glimlachje. 'Hoe oud ben je nu eigenlijk echt Zy?'
Susan zoog haar adem hoorbaar naar binnen, ik keek niet naar haar om maar bleef de licht getinte jongen voor me aankijken.
'Ik ben in 1869 geboren.' Z'n knappe gezicht werd glad en onleesbaar.

Ik knikte en ging er niet op in. Marti praatte alleen maar met mij, de anderen schonk hij geen aandacht. Op dat betreft was hij een moeilijk persoon om mee om te gaan. Z'n stemmingswisselingen gingen zo snel dat ik het nauwelijks kon bijhouden. En als je iets verkeerds vroeg stond hij gewoon op en ging hij er vandoor.
Toch moet hij m'n aanwezigheid niet al te erg vinden want hij kwam zelfs na een paar keer uit zichzelf naar me toe.

Pov. Marti Zy
Ik hield Bonita's reactie op m'n leeftijd nauwkeurig in de gaten. Ze bleef me verassen, zo ook nu. Ze knikte alleen met in haar wonderbaarlijke ogen een tevreden glans. Nog een verassing: ze vroeg niet verder zoals vele mensen wel gedaan zouden hebben.
Bij haar voelde alles ongedwongen.
Een warm gevoel verspreidde zich door m'n lichaam.
Dat gevoel verdween echter al heel snel toen de geur van weerwolf m'n neus binnendrong. Onbewust leunde ik dichter naar Bonita die een heerlijke geur verspreidde.
Niet een eetbaar soort geur maar meer het soort van iets waar je helemaal gek op bent.
En daarbij was ze ook veel intressanter dan de rest van de pups hier.

Haar sneeuwwitte poes sprong op haar schoot waardoor ze teder glimlachte en het beest begon te aaien. Haar handbewegingen waren zo teder en voorzichtig dat ik wou dat ze mij op die manier zou strelen.

In mezelf vloekend stond ik op en balde m'n handen tot vuisten in m'n broekzakken. Bonita keek vragend naar me op en het verlangen om haar aan te raken en haar te leren kennen werd groter dan ooit.
Snel hield ik m'n adem in en beende het pleintje over tot ik weer onder het overdekte wandelpad kwam. Daar sloeg ik de richting in die naar de manege leidde van de school.

Sommige paarden snoven nerveus toen ze m'n woede voelden. Een van de uitzonderingen was een kleine vos merrie.
De brede bles leek licht te geven in de duisternis.
Devona zette een stapje opzij zodat ik de stal in kon. En zodra ik de staldeur achter me gesloten had snoof ze zachtjes en duwde haar fluweel zachte neus tegen m'n hand. 'Dag lieveling.' Mompelde ik en streek haar lok recht. Ze schudde echter meteen pesterig met haar hoofd waardoor alles weer door de war zat.

M'n vingers gleden over haar gespierde hals, ze zuchtte diep en sloot haar ogen genietend. Voorzichtig bouwde ik de druk op m'n vingers op naarmate ik dichter bij haar schouder kwam.
Voor m'n gevoel waren er een paar uur voorbij voor ik licht hijgend tegen haar schouder leunde. Devona gromde ontevreden omdat ik gestopt was met de massage en gaf me een flinke zet met haar neus. 'Sorry meisje. M'n handen doen nu een beetje pijn,' fluisterde ik en draaide m'n handpalm naar boven.
Devona draaide met haar oren alsof ze wou zeggen "ook best dan ga ik wel slapen, slappeling". Ze ging liggen en liet een voorbeen zo naar voren liggen dat ik tegen haar warme buik kon gaan zitten.

Niet veel mensen konden met de knorrige merrie opschieten want ze,had altijd een uitgesproken mening over mensen. Alleen ik kon zo bij haar zitten omdat ik haar als veulentje gered had. Ze was namelijk in de bergen geboren dicht bij m'n landhuis. Maar een stel gewone wolven hadden verschrikkelijke honger na een extreem lange en koude winter. Zo erg zelfs dat ze de kudde wilde paarden aanvielen. Devona, net een paar weken oud, viel en brak daarbij haar voorbeen op twee plekken. De wolven stonden net op het punt haar te bespringen toen ik verscheen. Ik vloog de wolven aan, slechts een handjevol van de schurftige beesten ontkwamen. Daarna had ik het spartelende veulen opgetild en naar huis gedragen waarna ik de veearts liet komen die haar verzorgde en me vertelde hoeveel geluk ze had gehad.
Met een glimlach van de mooie herinnering legde ik m'n hoofd op haar bovenbeen en viel in slaap.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen