Foto bij [18] Down in the ground

Pov. Marti Zy
Bonita sliep meteen en haar lichaam zo dicht tegen de mijne was koud. Pas voor het eerst had ik m'n krampachtige masker laten zakken bij haar. Het scheelde natuurlijk ook dat het donker was, echt donker. Want, zoals bekend is zijn mensen openhartiger en voelen ze zich meer tot anderen aangetrokken in de duisternis. Het was een geluk dat Neferett de oude put nog niet had laten dichtgooien. Toch heeft het ons leven gered want dan hadden we opgesloten gezeten. Lichtjes haakte ik m'n Geest aan die van Bonita, nieuwsgierig waar ze over droomde.
Haar dromen waren luchtig en doorspekt met een zwartharige jongeling, een groep meisjes. De angst van het veranderen naar de wolf die haar wederhelft was. En nog een paar gemengde gevoelens waar ik werkelijk geen touw aan vast kon knopen. Daarna ging haar Geest mooie plekken op onze school, maar ook haar vorige, vertonen. Door de eentonigheid zakte ik ook weg in een lichte slaap.

Na hoeveel tijd ik wakker werd wist ik niet maar ik merkte dat ik met m`n hoofd op Bonita`s schoot lag. Blozend kwam ik overeind en gaapte.
‘Volgens mij heeft het hard geregend boven.’ Ik fronste en keek even naar haar richting. ‘Hoezo?’
Haar lach toverde kippenvel op m`n armen. ‘Omdat het water in de put gestegen is.’ Ik strekte m`n Geest uit en stelde dat het water inderdaad gestegen was.
‘Je hebt gelijk!’ Ik grinnikte en keek naar boven waar de putdeksel zou moeten zijn. ‘Zou het al donker zijn denk je?’ ze bewoog even en haar arm streek lichtjes langs de mijne.

‘Nee. Ik denk het niet.’ Ik knikte. ‘Precies wat ik dacht.’ ‘Waarom vroeg je het dan?’ haar stem bevatte een vleugje geamuseerdheid.‘Omdat, ik wou weten wat jij er van dacht.’ Even rimpelde ik m`n neus en waagde het uiteindelijk toch te vragen. ‘Jij was hiervoor toch een heks?’ Ze begon weer te lachen. ‘Ja, klopt.’ ‘Kun je toveren?’ Ze is even stil maar dan begint ze zo ongelofelijk hard te lachen dat er een poosje geen zinnig woord meer uitkomt. Pas als ze uitgelachen is mompelt ze een woord en verschijnt er een lichtje die steeds feller schijnt en tegen de putdeksel blijft hangen als een soort ster in de duisternis. ‘Maar net als alle onsterfelijken ben ik het recht op onbeperkte magie kwijtgeraakt. Als ik nu te veel gebruik ontvlam ik…’ Ze keek me aan zonder me echt te zien, een rilling gleed langs m`n ruggengraat.

‘Is dit dan niet gevaarlijk?’ Ze kijkt alsof ik iets heel stoms gezegd heb, haar onderlip trilt alsof ze haar lach moet inhouden maar uiteindelijk begint ze weer hard te lachen. Arrogant steek ik m`n neus in de lucht en doe alsof het me allemaal niets kan schelen maar als ze me een zetje geeft moet ik toch lachen.
Als we uitgelachen zijn maakt ze een vage beweging met haar hand en komt de lichtbal naar beneden gezweefd. ‘Deze vorm van magie, het Vormgeven, is niet zo moeilijk. Het is zowat het eerste wat je leert.’ Ze haalde even haar schouders op en liet de bal op haar hand landen waarna het kromp tot het de grootte van een kers had.

‘Na het vormgeven komen de lastigere dingen zoals Oproepen en Verbannen. Maar zoals beelden van mensen oproepen dat kost wel kracht. En het lullige is dat als je een bezwering start je het ook af moet maken, zelfs als het je teveel wordt. Maar zelfs nu zal ik altijd krachtiger en dodelijker zijn dan een van m`n oude klasgenootjes.’
Haar ogen die als gehypnotiseerd naar het lichtje keken richten zich op m`n gezicht. Ze glimlachte dromerig en leek weer tot zichzelf te komen.
‘En jij? Jij kan geen enkele vorm van magie behalve je Geestenkracht toch?’
Ik knikte en trok m`n benen op. ‘Helaas niet, ik heb het wel altijd gewild want vroeger hadden m`n broer en ik een vriend die dus wel een tovenaar was. Is, pardon. Je kent hem wel.’

De nieuwsgierigheid spatte van haar af en ze leunde naar me toe om niets te missen van m`n woorden. De reactie die ik verwachte op het feit dat ik een broer heb en haar dat nooit verteld heb bleef uit. ‘Ga je niet vragen waarom ik nooit verteld heb dat ik een broer heb?’
Ze grinnikte en schudde haar hoofd. ‘Nee, ik March al ontmoet. Dankzij hem heb ik je gevonden en zitten wij in de put.’ Verbaasd keek ik het blonde meisje die onder de modder zat aan. ‘Maar ik wil wel graag weten wie die vriend van jullie dan was.’ Ik glimlachte eventjes en ging toen verder. ‘Albus Perkamentus. March en ik konden toen nog met elkaar opschieten en we waren toen al veel ouder dan hij maar hij was slechts zeventien toen we elkaar ontmoette. March en ik vertelden niet dat we vampiers waren maar desondanks zag hij het meteen. Ik heb maar zo`n vijf jaar contact met Albus gehad maar March en hij waren veel langer bij elkaar. Ze reisden de wereld rond als het kon en toen… toen gebeurde er iets waardoor March en ik ruzie kregen. Sindsdien heb ik hem niet gesproken, ook al in hij nu ook op deze school.

Ik keek niet naar Bonita maar staarde naar m`n vieze handen. ‘Ik en m`n zusje hebben elkaar ook jaren gehaat. Of nou, vlak voor m`n vertrek van Zweinstein biechtte ze op dat ze al die tijd jaloers op me geweest was. Jaloers omdat ik het vriendinnetje was van de populairste Zwadderaar.

Een steek jaloezie schoot door me heen toen ik me haar voorstelde met een andere jongen. ‘Toch heb ik het haar vergeven. Ik bedoel, voor Draco voel ik alleen vriendschap. En Harry… ach, Harry.’ Ze zweeg een maakte een verstikt geluidje. Ontzet zag ik tranen glinsteren in haar ogen, of misschien was er zand in gekomen? ‘Ik mis hem zo…’ Ze snufte en haalde diep adem. ‘Sorry, ik liet me even gaan.’ Toen ze me aankeek leek ze een heel ander persoon. Haar gezicht was emotieloos en haar ogen kil.

Pov. March Zy
Vanaf het moment dat ze uit het raam sprong wist ik dat ze niet snel terug zou zijn. Dus toen de zon aan de hemel omhoog klom zwaaide de deur open en stapte Bonny`s kamergenote de kamer in. Haar ogen werden groot en ze liet zich op haar bedden zakken terwijl ze me aan bleef staren. ‘Wie ben jij? En wat doe je hier.’ Zei ze enigszins onvast. Ik grinnikte en wiebelde met m`n wenkbrauwen. ‘Ik ben March en Bonny zei dat ik hier moest wachten.’ Het meisje knikte langzaam en wees daarna naar de deur. ‘Dan wacht je buiten maar, ik wil slapen.’ Nu pas rook ik de weerwolf en zij rook mijn vampier geur want ze verstijfde compleet en gromde diep in haar keel. Ik had helaas genoeg ervaring met weerwolven om te weten dat je nooit zonder een plan een echte weerwolf aan moest vallen. Je dood was dan zeker weten een feit. Lycans kon nog net maar weerwolven… Langzaam om haar niet kwaad te maken liep ik achterwaarts naar de deur, ik taste naar de knop en glipte de deur uit. De witte Weerkat volgde me.

Wat moet je Doirrean?
De kat ging zitten en kantelde haar kopje zwijgend keek ze me aan voor ze opstond en begon te lopen door de verduisterde onverlichte gang.
Dat kan ik beter aan jou vragen Zy. Maar dat doe ik maar niet want dat zijn onze zaken niet maar je moet weten dat als je Bonita iets doet je met mij te maken krijgt. De kat keek even om naar me en zwiepte met haar staart. Onbewust ging ik iets verder van haar vandaan lopen.
Begrepen. Maar serieus hoe ben je bij Bonny terecht gekomen?
Perkamentus heeft me als een soort bewaker naar haar toegestuurd en nu ben ik nog steeds bij haar, dat zal ook wel niet veranderen.
Ik knikte en opende de kamer waar ik al twee maanden sliep. Doirrean liep parmantig naar binnen en sprong op het bed. Toen ze gaapte had ik vol zicht op haar vlijmscherpte tanden. Fronsend leunde ik tegen de muur. Hoe kent m`n broer Bonny eigenlijk?
Doirrean onthulde haar tanden weer in een soort grijns. Tijdens de les. Bonita hield stug vol bij hem en na een poosje kwam hij zelfs uit zichzelf naar haar toe. Volgens mij vind hij haar leuker dan gewoon aardig. De kleur van haar Geest verraadde dat ze dat laatste expres zei om me te plagen.
Zacht grommend liep ik naar de kleine vriesbox en haalde er een zakje bloed uit. Nadat ik een glas ingeschonken had liep ik naar het bed en ging aan het voeteneind zitten. De wereld is aan het veranderen, Doirrean.

De kat keek me zwijgend en vragend aan. Waardoor ik besloot haar te vertellen wat ik ontdekt had. Twee werelden voegen zich samen. Deze wereld wordt binnen korte tijd zo erg verandert dat het onherkenbaar wordt. De natuur zal zo veranderen dat het een magische wereld wordt… en niemand die er iets tegen kan doen.

Reacties (2)

  • Felonys

    oeh! je hebt nieuw stukje!

    snel verder!

    8 jaar geleden
  • Allysae

    oeee
    snel vereder

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen