Foto bij Is this legal?

Wooth vijftien! En jullie reageren allemaal zo awesome <3. Nou, hierbij een nieuw stuk... Ik hoop dat jullie het leuk vinden.
Kudo-en en reageren zou ik mega-awesome-gek-tof vinden (a).

Met iedere stap die ik zet voel ik me zekerder en dat weet ik, want de rode kleur maakt inmiddels plaats voor mijn eigen, bleke kleur. Dat denk ik, of zo voelt het. Of weet ik veel. Ik ben gewoon gefrustreerd nu. En dat allemaal door een aantrekkelijke man in een lift met een mooi pak? Kom op, Julia. Daar sta je boven. Daar moet je boven staan. Bovendien kan ik het niet eens – ik bedoel, ik kan wel kijken naar een man en hem knap vinden en zo. Maar iets aannemen of een fatsoenlijk gesprek met hem aangaan is echt een no-go. Ik bedoel dat is niet iets van deze – onweerstaanbare – man persoonlijk, absoluut niet. Ik heb het met mannen in het algemeen. Mijn moeder heeft me er al voor naar therapie gestuurd. Ik heb ja en amen gezegd – echt die psychologen zijn zo makkelijk te doorgronden – en mocht gaan. Ik zou er wel overheen groeien. Het was alleen maar posttraumatisch stress. Ik ben een jaar lang op antistress pillen gezet en daarmee zou de klus geklaard zijn. Nou, ik voel me nog steeds als een kat in het nauw als mannen persoonlijk worden. Ik zie dan altijd het gezicht van mijn vader en zijn razende ogen. Zijn handen die alsmaar dichterbij komen en voor nog een blauwe plek zorgen. Zijn beledigingen en… Nee. Een man moet wel heel wat in huis halen om mij te overtuigen. Een simpel “want ik had je gezicht echt wel herkend” is niet voldoende. Mijn vader zei ook dat ‘ie van me hield, maar ik heb jaren gediend als boksbal. Er zijn maar twee soorten mannen en dat zijn mannen die zijn gedreven door testosteron – als ik de geluiden uit de slaapkamer van mijn zusje weleens moet geloven – en mannen die zijn gedreven door agressie. Mijn vader valt onder die laatste categorie en die man in de lift… Allemachtig, absoluut de eerste. Hij is te klassiek voor een agressieveling. En in mijn visie zitten agressievelingen ook niet op kantoor. En dragen ze bovenal niet zulke pakken.
Goed, waar was ik? Oh ja, het bedrijfsrestaurant. Ik haal een ceasarsalade en een vruchtensapje en reken af, als ik verderop het bekende gezicht van mijn moeder zie. Ze straalt helemaal – van haar blonde coupe soleil tot aan de punten van haar gelakte pumps.
‘Hee mam,’ antwoord ik zo vrolijk mogelijk.
‘Ha lieverd, wat duurde dat lang?’ vraagt ze opgewekt – ze is zo trots dat we twee maanden lang collega’s zijn. Maar haar onderliggende gedachte is vast en zeker dat ze me mooi twee maanden in de gaten kan houden. Ze noemt me altijd haar kleine eendje – terwijl ik groter dan haar ben en wel zo’n tien centimeter: mijn moeder is maar 1 meter 61 (en een half – het gaat vooral om die halve centimeter). Mijn zusje is haar kleinere eendje en mijn broertje is haar kleinste eendje. En wat daar nog grappiger aan is dat – ondanks dat ik de oudste ben – mijn zusje van zestien zo’n drie centimeter langer dan mij is en mijn broertje van dertien mij al vijf centimeter voorbij is.
Ik geloof dat mijn moeder zich vasthoudt aan die stinkende baby-tijd. Ze kauwt al maanden nagels omdat ik over twee maanden onder moeders vleugels vandaan stap en ze zich ook al moet voorbereiden op mijn kleine zusje, die volgend jaar examen zal doen en dan zelfs in het buitenland gaat studeren. Ik heb nu al medelijden met mijn broertje, die vanaf dan enigskind zal zijn en noodgedwongen in de pieken van haar midlifecrisis babyluiers zal moeten dragen. Arme Thijmen.
‘Waarom duurde het zo lang?’ dringt ze aan.
Oh ja. ‘Nou ik, ik wist niet waar het was en toen heeft een man me de weg gewezen.’
‘Een man?’ ze trekt haar wenkbrauwen op. Ze weet hoe ik reageer op mannen: mijn moeder treedt dan altijd beschermend op.
‘Nou ja, een jonge man. Hij had donkerblauwe ogen en zwart haar. Hij was lang en…’
‘Oh, ik weet al over wie je het hebt!’ Voor het eerst zie ik haar ogen fonkelen. ‘Dat is de tijdelijke onderdirecteur. Wegens een skiongeluk is meneer Humprey bezig met een revalidatie. De man die jij bedoeld is Lucas Fields, hij komt oorspronkelijk uit een multinational ergens in de Verenigde Staten, meneer Humprey is een broer van een kennis van hem, en daar weer een neef van. De zakenwereld is klein en meneer Fields wilde wel een uitstapje maken, tot opluchting van alle vrouwen in het gebouw.’
Hij komt uit de Verenigde Staten en spreekt fout- en accentloos Nederlands? Wat voor een hersenen heeft hij? Die wil ik ook!
Ik knik langzaam – in een poging ongeïnteresseerd te lijken – en kijk mijn moeder weer aan. ‘Hoe oud is hij dan?’ vraag ik.
Weer die fonkeling in haar ogen. ’23.’
23? Allemachtig, dat kan niet. Is dat zelfs wel legaal?

Reacties (2)

  • Befree

    Ik lees later verder, dus een bladweizer voor nu;) het is ook zo'n lange tekst.

    7 jaar geleden
  • Taiteilijan

    Tadadadada go on, go on.(hoera)

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen