Foto bij O48

Jade Livingstone

Boos stampte ik door de gangen. Ik was op zoek naar Fred, maar ik kon hem niet vinden. Hij had wat uit te leggen. Hoe durfde hij Quana pijn te doen? Mijn woede was blijkbaar duidelijk zichtbaar, want een aantal eerstejaars krompen ineen toen ik de hoek om kwam. Ik paste mijn houding aan, maar die veranderde meteen weer terug toen ik Fred zag lopen. “Fred!” Hij bleef stil staan en keek om. “Jeetje, Jade, je moet echt wat rustiger aan doen. Het lijkt wel of er zo rook uit je oren gaat komen.” “Dat zal wel meevallen. Tenzij jij niet heel snel gaat uitleggen wat er aan de hand is.” “Wat bedoel je?” “Met Belinda.” “Er is niks aan de hand met Belinda. Quana moet het verkeerd begrepen hebben.” “Leg het uit dan.” “Belinda was met mij aan het flirten en ik zei dat ik al wat met Quana had, maar blijkbaar probeert Belinda ons uit elkaar te drijven. Ik moet met Quana gaan praten, maar ze wil niet naar me luisteren.” “Ik ga wel met haar praten,” zei ik, terwijl ik mijn boze houding liet varen. “Naar mij luistert ze wel.” “Bedankt.” Ik glimlachte even naar hem. “Sorry dat ik zo boos werd. Ik wil gewoon niet dat iemand Quana pijn doet. Ze moet al zoveel doorstaan, met haar moeder en dat ze werd aangevallen door Malfidus.” “Malfidus? Heeft ze gezegd dat hij het was?” vroeg Fred verbaasd. “Nee. Ze wil het niet zeggen, maar ik weet gewoon dat hij het was.” “Hoe weet je dat?” “Gewoon.” “Je moet ermee naar een leraar. Zeg het tegen Anderling!” “Nee. Het zal niet helpen. Malfidus zal alleen maar erger worden. Heb je George trouwens gezien?” “Hij zei dat hij naar de keukens ging.” “Vreetzak,” mompelde ik en Fred lachte. “Goed, ik zie hem straks wel. Ik ga Quana zoeken.” Ik liep weg om een vruchteloze zoektocht naar Quana te beginnen. Ze was niet in de leerlingenkamer of de slaapzaal en ze was ook niet op de astronomietoren, waar we wel eens zaten of op een van de andere plekken waar we soms kwamen. Uiteindelijk besloot ik maar terug te gaan naar de leerlingenkamer om huiswerk te maken. Fred en George waren ergens mee bezig en Quana was nog steeds verdwenen, dus besloot ik maar vast in bed te kruipen met een boek.
De volgende ochtend lag Quana niet in haar bed en ik begon het nu toch wel erg vreemd te vinden. Wat als Malfidus haar weer iets had aangedaan en haar ergens helemaal alleen had achtergelaten? Beneden in de Grote Zaal kwam ik Fred en George tegen. “Heb jij Quana gezien?” vroeg Fred aan mij. “Nee. Ze lag niet in haar bed…” “Waar zou ze zijn?” “Geen idee. Ik hoop dat niet weer iemand haar iets aangedaan heeft.” “Ik hoop het ook niet,” zei Fred. “Ik ga zo wel even naar Anderling toe. Misschien kan ze helpen met zoeken of zo.” Ik knikte. Toen ik mijn ontbijt op had, liep ik met Fred en George de zaal uit. “Zullen wij anders buiten gaan zoeken?” vroeg George. “Is goed. Tot straks, Fred.” Hij knikte en ging op zoek naar Anderling. George en ik haalden onze jas en liepen naar buiten. Het begon buiten steeds kouder te worden. De winter kwam eraan en daarmee ook de kerstvakantie. “George, blijf je op school in de vakantie?” “Dat weet ik nog niet. Misschien gaan Fred en ik naar huis. Wat ga jij doen?” “Mijn ouders willen dat ik naar huis kom, maar daar heb ik echt geen zin in.” “Maar het zijn je ouders.” Ik haalde mijn schouders op. “Dan zie ik ze in de zomer wel weer. Maar waarschijnlijk moet ik toch naar huis…” George trok me even tegen zich aan en drukte een kus op mijn haar. “Het komt wel goed. Ik snap dat je mij niet twee weken wilt missen, maar als het niet anders kan…” “Ik zou inderdaad liever bij jou blijven. Maar laten we Quana gaan zoeken.” Een gruwelijke gedachte drong mijn hoofd binnen en ik bleef stilstaan. “Wat als ze ging wandelen en Sirius Zwarts is tegengekomen?” George keek me verbaasd aan. “Dat zal wel meevallen, toch? Maar ik hoop dat ze binnen is gebleven.” We liepen langs de bosrand en soms stukjes het bos in, in de hoop dat we Quana zagen. “Daar!” riep ik. Een gedaante in gescheurde kleding lag een eind verderop op de grond. Ik rende ernaartoe en zag dat het inderdaad Quana was. “Quana!” Ik liet me op mijn knieën vallen en schudde haar door elkaar. Zo te zien sliep ze alleen maar. “Quana, wakker worden! Wat is er gebeurd?” Ze opende haar ogen en keek in het rond. “Jade… Waar ben ik?” “Haal madame Plijster!” zei ik tegen George. Hij rende ervandoor en kwam niet veel later terug met madame Plijster, die Quana naar de ziekenzaal bracht. “Wat zou er gebeurd zijn?” mompelde ik.

Reacties (1)

  • BOOKWURM

    Jaa ben ik ook nieuwsgierig naar Jade

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen