Foto bij Hoofdstuk 31: Onzekerheid

Hoi piepeltjes!

Long time no see. Ik wilde jullie even laten weten dat ik dit verhaal nog niet opgegeven heb.
Ik hoop dat jullie dit een beetje leuk gaan vinden.

Groetjes, Asgard

Recap: Emma heeft Ellianys het geheim van de graaf onthuld. Hij moest in opdracht van zijn vader, Heer Franciscus, misdaden plegen. En omdat Walraven zo'n goede, lieve zoon is, voldeed hij natuurlijk graag aan de eisen van zijn vader.

De dagen daarna wennen Emma en ik stukje bij beetje aan elkaar. Zij past zich aan mijn hoge eisen aan wat privacy betreft (ze mag nooit mijn kamer binnengaan als ik er niet ben en ze moet me met rust laten wanneer ik dat wil) en ik heb me eigenlijk ook aan haar aangepast, al is het met tegenzin. Mijn hofdame heeft bij me afgedwongen dat ik haar groet wanneer ik haar zie en dat ik haar behandel als een “gelijke”, wat ze daar ook onder mag verstaan.
Hoewel ik Emma soms nog steeds niet kan uitstaan (laatst kwam ze zomaar mijn kamer binnenlopen zonder te kloppen!), is het fijn een bondgenoot te hebben in het kasteel, vooral nu ik erachter ben gekomen dat de oude graaf niet zo aardig is als ik dacht. Ik zou willen dat ik kon zeggen dat ik het altijd al doorhad, maar blijkbaar ben ik niet zo scherp.
Dat geldt ook voor mijn gevoelens ten opzichte van Walraven. Het spijt me dit te moeten toegeven, maar ik had hem verkeerd beoordeeld. Hij is niet zo slecht als ik dacht. De bereidheid waarmee hij zijn vader gehoorzaamde toen die iets van hem eiste, is bewonderenswaardig en getuigt van veel liefde. Maar dat betekent nog niet dat ik hem aardig moet vinden. Maar misschien... ik zou misschien wat aardiger tegen hem kunnen zijn.

Een nieuwe dag. Zoals gewoonlijk maakt Emma me wakker met een klopje op de deur. Ik open mijn ogen en staar een ogenblik verdwaasd naar de baldakijn. Dus ik ben toch hier. Ik frons. Mijn droom leek zo echt. Ik was in het Koninklijk kasteel, maar niet in de toren waar ik de afgelopen twee jaar leefde. Nee, ik bevond me in Odines kamer en ik was een brief aan haar aan het schrijven. Rustig was ik aan het schrijven, toen Tijs opeens in de kamer stond. Hij keek me aan met de liefste glimlach die ik hem ooit had zien lachen en ik werd helemaal week van binnen. Maar voor ik het wist, was dat moment voorbij, want toen stond Walraven naast hem. Hij sloeg geen acht op me. In plaats daarvan liet hij zijn blik op Tijs rusten, voordat hij de kamer uitliep. Wanhopig probeerde ik hem te volgen, gefrustreerd door zijn onverschilligheid, maar ik kom hem nergens vinden. Het leek alsof hij verdwenen was. Toen stond de koning ineens voor mijn neus, hij lachte spottend naar me. Daarna werd ik wakker. Even duurt het voor ik weer grip op de werkelijkheid heb. Onwillekeurig controleer ik of Walraven of de koning niet toevallig in mijn kamer staan. Het lucht me op om te ontdekken dat dat niet het geval is. Stel je voor.
"Hoogheid!" Ik blijf in de deuropening staan. Terwijl ik de slaap uit mijn ogen wrijf, staat Emma met een overdreven glimlach naar me te kijken. Er moet iets aan de hand zijn en ik geloof dat ik al een idee heb wat. "Ook goedemorgen," mompel ik, langs haar heen schuifelend. Ik wil het niet weten. Als ik het niet hoor, is het niet zo. "Goedemorgen," zegt ze snel, waarna ze onverstoorbaar overgaat op de reden van haar opwinding. "Geweldig nieuws. De graaf is terug!" Die vent komt uitgerekend op de dag dat ik over hem droom terug. Uiteraard.
De gravin kan haar geluk niet op. Met haar lichtpaarse rokken wiegend op de maat van haar voetstappen wandelt ze rondjes door het vertrek. Haar wangen hebben voor het eerst in dagen weer wat kleur en vandaag is de eerste keer in een week dat ze op is voor het middaguur. Stoïcijns, maar stiekem opgelucht over de vrolijkheid van de gravin, zien Emma en ik op haar toe. De oude graaf staat ondertussen voor het venster. Hij heeft zijn rug naar ons toe gekeerd alsof het hem allemaal niets kan schelen, maar ondertussen friemelt hij aan de mouw van zijn jasje. Ik meen aan hem te zien dat hij wel degelijk blij is dat zijn zoon weer terug is, ook al wil hij dat niet laten merken. De twee hebben niet bepaald een goede relatie. Dit is de eerste keer dat ik het opmerk en de reden ervoor weet. De afgelopen dagen heb ik de oude graaf niet meer met dezelfde onbevangenheid kunnen aankijken als voorheen. De dingen die hij gedaan heeft en die hij zijn zoon heeft laten doen, zijn te ernstig om te negeren. Toch weet de oude dwaas mijn sympathie op te wekken door te laten zien dat hij om zijn zoon geeft. "Walraven was maar een week weg, maar ik heb hem wel gemist," zegt vrouwe Ysmay. De oude graaf gromt wat en verschuift zijn gewicht naar zijn andere been. "Het wás inderdaad maar een week, lieve," merkt hij op, "maar Walraven doet er zo lang over zich op te frissen dat het er misschien twee worden." Hij grinnikt zachtjes in zichzelf. Uit beleefdheid lachen de bedienden met hem mee. De graaf is inderdaad al een tijdje weg. Hij wilde zich eerst ontdoen van zijn stoffige reiskleding. Daarna zou hij zich wel laten verwelkomen door zijn familie. Mijn trots is aangetast. Hoe durft hij ons zo lang te laten wachten! Ondertussen is het ook fijn, want ik heb helemaal geen zin om die verwaande kwast te zien.

De rust is neergedaald over de kamer. Ik kijk nerveus de kamer rond totdat mijn blik onderschept wordt door Emma. Ze glimlacht naar me, waarschijnlijk een geruststellend gebaar, maar het maakt me juist onrustig. De afgelopen dagen heeft ze me vaker zo aangekeken. Het lijkt alsof ze weet wat er in me omgaat, wat ervoor zorgt dat ik me kwetsbaar voel. Ik heb namelijk geen idee wat er in haar omgaat.
De deur gaat open en Walraven stapt binnen, gewassen en gekleed in schone kledij, maar nog ongeschoren. Hij had altijd al een hint van een baard, maar nu zijn gezichtsbeharing gegroeid is, lijkt hij ouder dan eerst. Ik moet bijna giechelen om hoe anders hij eruit ziet. Deze graaf lijkt veel ouder dan de man die ons een week geleden verliet. Op een aparte manier maakt hem dat plezieriger om naar te kijken.
De oude graaf stapt om hem toe en klopt hem met ferme hand op de schouder. "Mijn zoon, welkom terug op kasteel Genaëlim. Hoe was de reis?"
Walraven kijkt hem zonder een spier te vertrekken aan en maakt zich los van zijn vader. "Lang en vermoeiend," deelt hij hem mee, zijn blik onverschillig.
"Mooi zo, heel goed," mompelt de oude graaf, verward nu zijn zoon hem al zo gauw ontglipt heeft. Zijn hand blijft een moment werkloos in de lucht hangen, maar dan laat hij hem vallen.
Nerveus kijk ik toe hoe Walraven zijn moeder begroet. Ze omhelzen elkaar. Bijna vraag ik me af of ik dat soms ook moet doen, maar gelukkig heb ik onthouden dat [ik nog nooit zo dichtbij de graaf geweest ben en] dat dat raar zou zijn. Maar hoe begroetten we elkaar eerst? Terwijl ik nog bezig ben juist dit te bedenken, richt hij zijn aandacht al op me.
"Hoogheid, wat fijn u weer te zien." Hij slentert naar me toe. De scheve glimlach op zijn gezicht verraadt zijn sarcasme.
"Welkom, heer Walraven," begroet ik hem stijfjes en zonder mijn blik op hem te vestigen.
Het is even stil. Walraven lacht kort. "U bent onderdaniger geworden, zo te merken," merkt hij op. Spottend.
Onmiddellijk kijk ik hem aan, even fel als een paar dagen geleden en net zo onwillig om hem het respect te betonen waarvan hij denkt dat het hem toekomt. "Ik was even afgeleid. Zei u iets?" Mijn toon is hard en uitdagend.
De graaf kijkt me even intens aan als ik hem waarschijnlijk in de ogen kijk. Ik kan hem bijna zíen broeden op een weerwoord. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat de gravin met een hand op haar wang staat te luisteren, terwijl de oude graaf met zijn hoofd in zijn hand in een stoel zit. Dan dringt het tot me door. Deze situatie is aangenaam bekend. Walraven en ik die tegenover elkaar staan, schrapend met onze hoeven, terwijl we elkaar onze geweien toesteken. Het oude spel is weer begonnen. Mijn nervositeit was dus voor niets! Deze heuglijke gedachte maakt dat er een niet te onderdrukken glimlach op mijn gezicht verschijnt. Ik kan het nog.
Walraven kijkt verward. Hij vergeet het slimme antwoord waarop hij aan het broeden was. En schraapt zijn keel. "Het zij zo. Maar-"
De gravin komt tussenbeide. "Je zult wel moe zijn. Zullen we wat verfrissingen laten komen?"

Reacties (2)

  • Lente2

    Genius!

    8 jaar geleden
  • Montmartre

    Geweldig stukje, ik ben blij dat je weer verder schrijft ^^
    Ik ga snel door met het volgende hoofdstuk ^^

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen