Foto bij [27] Valmont

Toen ik met m`n ogen knipperde en overeind kwam merkte ik dat het al ergens midden in de nacht was.
Pas toen ik een badjas aangetrokken had kwam ik tot de conclusie dat ik niet in mijn kamer lag in “huize van de nacht”. Ik herkende de hele kamer niet, evenmin de geur.
Op m`n hoede liep ik naar de deur en opende die. De hal was smaakvol ingericht op een ouderwetse manier en fakkels in ijzeren houders hingen om de zoveel meter aan de muur waardoor het schijnsel de hal verlichte.
Tussen de ontstane ruimte hingen schilderijen, nieuwsgierig naar de bewoners van het huis liep ik naar het dichtstbijzijnde schilderij. De vrouw die geschilderd was had een blanke huid, groene ogen en rood vlammend haar. Vlak onder het schilderij hing een bronzen plaatje: Chamaine Zy, 1436 tot 1478.
M`n ogen bleven hangen op de achternaam. M`n Geest legde de link en toen ik haar gezicht nogmaals bestudeerde kwam ik tot de conclusie dat March verdomd veel op haar leek. Nou, eigenlijk alleen haar haren en de kleur van haar ogen.
Zij was veel minder knap. De vorm van haar hoofd had iets hoekigs. Een paar schilderijen terug merkte ik dat de naam anders was, Salvatore.
De laatste twee Salvatore`s waren de broers Damon en Stephen. De oudste broer trok wel bijzonder mijn aandacht. Het zwarte licht krullende haar hing tot op zijn schouders en hij droeg een robijnrode tuniek. Het rood kleurde prachtig bij zijn mysterieuze gitzwarte ogen. Het spottende lachje rond z`n lippen maakte hem nonchalant. De andere broer keurde ik geen blik waardig. Hun moeder was na de dood van hun vader getrouwd met een Zy, vandaar de connectie met de andere bloedlijn.

Na dat schilderij liep ik verder langs de vele schilderijen. Het laatste echter trok wederom m`n aandacht.
Er hing een doek overheen, voorzichtig trok ik het doek weg en snakte naar adem. Op het schilderij was een knap jong meisje te zien, hooguit een jaar of veertien, misschien vijftien.
Zonder het te willen gleed m`n blik naar het glanzende bronzen plaatje: Meriel Zy, 1873 tot 1887.
Geschokt liet ik mijn vingers langs het plaatje gaan. Nog meer als eerst wou ik weten waar ik was.
Ah… je bent wakker.
Geschrokken draaide ik me om en wierp Bazilis een woedende blik toe. ‘Nee, ik slaapwandel, nou goed?’ snauwde ik. Ik weigerde om hem met m`n Geest te antwoorden, alleen maar omdat hij me had laten schrikken. Hij negeerde m`n geërgerde toon en praatte verder. Er is een brief gekomen. Over een paar uur wordt Albus begraven. Ze willen dat je er bij bent.
‘Hoezo? Er is pas een dag voorbij… Dan hebben ze zeker haast.’ Een andere stem vanuit een zijgang liet me weer schrikken. March leunde tegen de muur en sloeg z`n armen over elkaar. ‘Je hebt vier dagen en drie nachten geslapen.’ Z`n gezicht stond gesloten en zijn ogen waren donker van een emotie die ik niet helemaal kon plaatsen. Maak je maar klaar dus. Er hangt een jurk in je kamer die je kunt gebruiken, hij was van March` moeder.
Bazilis verdween na een sierlijke zwiep van z`n staart. March zette zich af van de muur en sloeg z`n armen stevig om me heen en drukte z`n gezicht in m`n hals.
‘Ik was zo ongerust, Bonny.’ De breekbare toon in z`n stem verraste me. Ik duwde hem iets van me af en drukte een kus op z`n wang. De dorst laaide op en afwezig streelde ik met m`n andere hand m`n keel. Bezorgd pakte hij m`n beide handen vast en keek me aan. ‘Moet ik wat bloed voor je halen?’
Ik knikte, niet in staat iets uit te brengen. Hij liet me langzaam los en verdween al snel. Na een paar seconden de gang waarin hij verdween in gestaard te hebben draaide ik me om en liep terug naar de kamer waar ik wakker geworden was. Maar op de kamer was ik ook niet alleen, Marti lag met z`n handen onder z`n hoofd op het bed. Z`n bruine ogen twinkelden en hij grijnsde. Voor het eerst zag ik z`n hoektanden. Ze waren niet zoals bij mij of March imposant maar wat onopvallender en iets minder uitstekend. Meer zoals een kat.

‘Kijk, ik zal je helpen met de jurk.’
Hij stond soepel als een kat op, hadden die twee soms stiekem van uiterlijk gewisseld of zo? Niet begrijpend staarde ik hem aan en hij lachte diep en zwaar met een onmisbare grom erin. ‘Doe je mond dicht, het staat een beetje dom…’ ik klapte m`n kaken met een hoorbare klik op elkaar en keek beschaamd naar de grond. Hij greep m`n hand en duwde me neer op het bankje dat voor de kaptafel stond. Hij pakte de borstel en bekeek hem even met getuite lippen. ‘Deze was van Meriel.’
Hij haalde z`n schouders op en begon m`n haar te borstelen. Toen hij mijn haar simpel maar mooi opgestoken had deed hij mijn make-up. Verrast door z`n vakkundigheid bleef ik zo stil mogelijk zitten. ‘Hier, ik heb wat bloed voor je. Je koets staat al voorgereden.’ March kwam de kamer binnen en scheen zich niet aan Marti te storen toen hij me mijn beker bloed aangaf.

‘Waar ben ik? En hoe ben ik hier gekomen?’
Ik kon me niet langer inhouden en moest het vragen. Via de spiegel keek ik van March naar Marti en weer terug. ‘Nou, het schijnt dat jij nogal een reputatie hebt dus er kwamen wat tovenaars,’ Marti gromde en March rimpelde z`n neus minachtend, ‘om je naar ene Voldemort te brengen.
Neferett heeft voor afleiding gezorgd en zei dat wij je naar een van onze landgoederen moesten brengen. Nou, welkom op Valmont, m`n nederige stulpje waar wij opgegroeid zijn. En hoe je hier gekomen bent…’ Verrast gleed m`n blik door de kamer, dus hier was de tweeling opgegroeid. ‘Dat was iets moeilijker,’ vulde Marti z`n broer aan. ‘Je was nog altijd buitenbewustzijn dus we hadden er best wel moeite mee om je over zee naar Normandië te brengen.’
Ik knikte en dronk het glas leeg. March schonk me bij en nam zelf een slok uit het karaf.
‘Hoe kan het dat jullie hier alles nog zo… zo… ouderwets doen?’ March haalde z`n schouders op. ‘Die koets bedoel je?’ ik knikte en nam nog een slokje.
‘Nou, je reist deze keer niet met Terzielers maar met Marti`s vliegende paardjes.’ Marti keek z`n broer bedenkelijk aan om te zien of die een grapje maakte maar toen dit niet het geval bleek te zijn knikte hij en pakte de jurk van het haakje.

‘Hij is zwaar, maar wel waard voor op de cover van de Profeet.’
Ik grinnikte en liet me door de jongens helpen de zware kanten jurk over m`n hoofd te hijsen, dicht te snoeren en de zwarte kam voor in m`n haar met een zwarte sluier.
Marti pakte m`n hand en trok een handschoen aan die tot m`n ellebogen kwam. March viste een prachtig zwart handtasje uit een la en drukte die in m`n handen.
‘Zo, prinses. Ready to go!’
Marti bekeek me kritisch en March kopieerde onbewust de houding van z`n tweelingbroer. ‘We komen je daar vanavond ook weer ophalen, wees voorzichtig.’ Marti leunde tegen de luxueuze koets en grinnikte. ‘March wil vanavond even langs het graf van Albus, hij komt je dus ophalen. Ik ben in Mystic Falls maar we schrijven of bellen nog wel.’
Hij knipoogde en liep naar binnen. March knikte en hij tilde Doirrean de koets in. De witte poes nestelde zich naast me op de bank en gaapte uitgebreid voor ze haar ogen sloot en vrijwel meteen inslaap viel. ‘Tot vanavond.’ Ik kon het niet goed zien doordat hij zich al snel afwende maar volgens mij blonken er tranen in z`n ogen. Het witte gevleugelde paard begon te draven en draafde onder de stenen poort door, het kleine binnenplaatsje af. Vlak buiten de poort steeg het paard op en schoten we op een topsnelheid door de lucht. March had me nog een veldfles bloed en Vervain meegegeven. Marti had me met een ondeugende grijns een fles rode wijn gegeven. Dat alles lag nu naast me op de stoffen gevoerde kussens. Door het zachte wiegen, het ruisen van de vleugels dommelde ik langzaam weg.
De koetsier zou me wel brengen waar ik moest zijn, daar was hij verdorie voor…


Reacties (1)

  • Allysae

    omg
    en omg jaloer
    senl verder

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen