Foto bij [31] Countdown

Nog een keer keek March me strak aan. Hij en Marti waren nu hetzelfde gekleed waardoor je ze in de duisternis nauwelijks uit elkaar kon houden. Alleen Marti`s zelfverzekerde dominante houding maakte een groot verschil. March was na een poosje weer samen te zijn met z`n broer weer een beetje naar de achtergrond getreden. Toen ze nog uit elkaar waren was hij natuurlijk op zichzelf aangewezen geweest en moest hij voor zichzelf opkomen. Maar nu deed Marti dat voor hem.
March glimlachte en omhelsde me voor hij razendsnel in de mist verdween. Marti lachte dreigend gaf me een kus op m`n voorhoofd, kneep me in m`n kont en verdween. Damon kwam achter me staan.
Een beetje geïntimideerd draaide ik me naar hem toe en glimlachte voorzichtig. Op een bepaalde manier was hij een mengeling van Marti en March. De zelfverzekerde houding, het dominante gedrag…
Z`n zwarte haar plakte aan z`n voorhoofd door de mist die zich aan alles en iedereen vast klampte. ‘Moet jij ook niet gaan? Je wou toch nog jagen?’
De lage stem bezorgde me kippenvel, ik knikte en likte langs m`n lippen. ‘Ja, ik ga zo… Even m`n wapens pakken.’ Damon had me omgetoverd tot een dodelijk vechtmonster. Vele trucjes die hij in z`n lange leven ontdekt had heeft hij me geleerd. Daarnaast had Elena, het mensenvriendinnetje van Stephen, Damon`s broer, mijn outfit uitgekozen. Ze wou dat ik herkenbaar was voor de vijand, dat ze me vreesden…

In het oude borderhouse liep ik zonder na te denken naar de kamer die voor mij bestemd was. March had het allemaal achter m`n rug om geregeld en de nacht na Perkamentus` begrafenis bracht hij me hierheen. Marti was hier al…
Het dorpje lag onderin Engeland aan de zee waardoor het bijna altijd in mist gehuld was, vandaar Mystic Falls. Het zag er allemaal heel mysterieus uit.
Beneden hoorde ik Damon en Stephen iets tegen elkaar zeggen. Zonder op te kijken hoorde ik Alaric`s hartslag dichterbij komen. Nog geen halve minuut later stopte z`n zilveren Toyota voor het huis en stapte de vampier- jager uit.
Damon en hij waren vrienden geworden en nu was Alaric z`n vriend in crime. Want my god, wat konden die twee er een puinhoop van maken!
Ik pakte de donkere zwarte broek op van de hoop kleren op een stoel en trok hem aan. Zacht vloekend zocht ik het strakke zwarte truitje en de lange zwarte jas. Nadat ik bijna alles aanhad ging ik voor de spiegel staan en deed m`n haar in een vlecht. M`n lippen maakte ik bloedrood, een idee van een jonge vampier, Caroline.
Caroline was een vriendin van Elena en hoorde bij hun vast groepje. Beneden hoorde ik Alaric`s lach en ik glimlachte in mezelf toen ik smokey eyes maakte.
Gauw keek ik rond naar een jurk en propte de mooiste die ik had in m`n tas. Hazel had hem voor me gekocht en stiekem opgestuurd. Al bijna twee maanden had ik niets meer van haar gehoord en ik hoopte dat het goed met haar ging. Ik schudde kordaat m`n hoofd, ik mocht me niet laten afleiden. Terwijl ik van de trap af sprong ontstond er een vage grijns rond m`n lippen, de kracht en snelheid van het onsterfelijk zijn was geweldig!

In de huiskamer brandde zoals altijd een vuur in de openhaard. Een stapel blokken lag ernaast opgestapeld en op den tafel achter de bank stonden tientallen flessen drank.
Damon draaide zich om toen Alaric stilviel midden in een zin en naar me bleef staren. Even flakkerde er iets in z`n zwarte ogen en m1n grijns werd breder. ‘Wat heb je voor me Alaric?’ Alaric was degene van onze groep die ons van wapens voorzag. ‘Nou,’ begon hij terwijl hij naar de grote tas op de bank liep. ‘iets wat je al vaker gebruikt hebt.’
Ik knikte en liet het toe dat hij een riem rond m`n heupen bond. Twee leren riemen kruisten elkaar op m`n rug onder de jas. In twee houders kwamen twee pistolen die je gemakkelijk kon pakken. Rond m`n middel hingen een stel messen, patronen en een houten staak, voor het geval dat. ‘Dank je Alaric!’ ik glimlachte en checkte m`n pistolen. Ze waren beiden geladen en ik liet m`n rood gelakte nagel langs de loop glijden.
Damon volgde m`n bewegingen behoedzaam en ik glimlachte tevreden naar hem. ‘Ik pak nog wat bloed voor onderweg, dan ga ik.’

Snel liep ik door naar de keuken en opende de koelkast. Een koud zakje bloed lag al op me te wachten en ik voelde gewoon hoe m`n ogen zwart werden. Ik greep het zakje vast en sloeg de deur dicht.
‘IK BEN WEG!’ riep ik en sloeg de deur harder dicht dan dat nodig was. Op een ontspannen tempo begon ik te rennen en dronk ondertussen het bloed op. een zakje was eigenlijk naar mijn smaak te weinig per dag maar Damon had me verboden om meer te nemen omdat ik dan door zou slaan, wat een onzin. En trouwens, wat kan hem het schelen?
Al na een half uur remde ik af op het erf van de Wemels. Ik klopte op de deur en wachtte tot mevrouw Wemel open deed. Haar gezicht was bleek en gespannen. Ginny zag ook in de keuken en voor het eerst keek ze me niet vijandig aan maar eerder paniekerig. Ik glimlachte beiden toe en haalde m`n jurk uit de tas.
‘Anders kreukt ie zo!’ zei ik toen Ginny een wenkbrauw optrok. ‘Dat is echt een hele mooie jurk!’
Ik lachte. ‘Ja, Hazel heeft hem voor me gekocht in de mensenstad.’ ‘Ik hang hem wel in m`n kamer op.’ zei ze en ze stak een trillende hand naar me uit. De spanning in de keuken bouwde zich steeds verder op.

Met m`n Geest kalmeerde ik ze een beetje maar veel hielp het niet. Mevrouw Wemel was als een maniak het al spik en spanne huis aan het boenen en bakte taarten en nog meer eten dat heerlijk rook.
Na een poosje kon ik er niet langer tegen en ging ik buiten zitten. Met m`n rug tegen het huis geleund keek ik naar de lucht waarin langzaam maar zeker sterren verschenen.
M`n gedachten schoten naar March en Marti die nu waarschijnlijk in gevaar waren. Ik werd uit m`n gedachten gerukt toen de deur open ging en Ginny even om zich heen keek voor ze me zag en naast me kwam zitten. Ze trok haar knieën op en sloeg haar armen erop heen. Na een poosje gezwegen te hebben keek ze ma aan.
‘Het spijt me.’ Haar stem was schor van de overvloedige emoties. ‘Ik ben jaloers op je… Harry… Hij geeft nog steeds heel veel om je.’
Ik fronste en sloeg m`n blik neer. Haar karamel kleurige ogen waren zo verwoestend verdrietig dat ik het niet kon aanzien. ‘Maar je moet weten dat ik heel veel van hem hou.’ Ginny`s stem schoot de hoogte in. Met een strak gezicht draaide ik me weer naar haar toe.
‘Ginny, hij houdt van je. Niet meer van mij… Niemand kan van een monster houden.’ M`n stem klonk harder dan dat ik eigenlijk bedoelde maar Ginny scheen het te snappen want ze knikte langzaam.
‘Ik zou het niet aankunnen als hem iets zou gebeuren…’ Ik knikte en legde m`n hand over die van haar heen. De hitte van haar hand brandde tegen de mijne maar ik voelde de behoefte niet om haar iets aan te doen, ik snapte haar vijandigheid nu. ‘Ik laat hem niets gebeuren, ik beloof het je!’
Een traan gleed over haar wang en spatte uiteen op m`n hand. ‘Je bent zo aardig. Waarom ben je zo aardig? Ik ben gemeen tegen jou geweest.’
Ik glimlachte bemoedigend. ‘Ik snap je volkomen, Ginny. Ik jou plaats had ik mezelf allang iets aan gedaan.’ Ze lachte en veegde de traan weg. Geschrokken vlogen we overeind toen een luide knal de rustige nacht verscheurde. Meteen duwde ik haar naar binnen en rende onder het afweer systeem door.

De lucht werd verlicht door vervloekingen die over en weer gestuurd werden. Zwarte gedaantes op bezems vlogen door de nacht.
Met een vloeiende beweging trok ik m`n pistolen en klom de dichtstbijzijnde boom in. Zittend op de dunste takken richtte ik en vuurde. De luide knal ging gepaard met de geur van kruit. Ik werd beloond met een pijnkreet. De tovenaar viel tollend naar beneden in onstopbare spiralen, als een kat liet ik me uit de boom vallen en rende naar de plek waar de tovenaar op de grond viel. Hij krijste het uit toen botten braken bij de val. Om niet nog meer onnodige aandacht te trekken zette ik de loop tussen z`n ogen en schoot. Hij schokte nog een keer en werd stil, eindelijk.
Naast het bloedende lijk gehurkt zocht ik de omgeving af naar z`n bezem. Nog geen honderd meter verder lag het ding op de grond, hij was nog heel. Soepel stond ik op en rende naar de bezem. Terwijl ik in de lucht sprong, sprong ik op de bezem en zoefde bijna geruisloos in een rechte lijn naar het strijd gewoel.
Een vloek schoot vlak langs me heen en ik gromde gefrustreerd toen ik bijna van de bezem afviel toen die een bokkende beweging maakte.
Met een woeste kreet stortte ik me op de bezem onder me door me simpelweg van m`n eigen bezem af te laten vallen. De dooddoener kon me nog net een stoot tussen m`n ribben verkopen voor ik met m`n tanden z`n slagader doorscheurde.
Stuiptrekkend viel hij half tegen me aan waardoor ik bijna m`n evenwicht verloor. Een hand greep me in m`n kraag en trok me tegen iemand aan. Voor ik had kunnen reageren voelde ik hoe iemand Vervain in m`n hals spoot. In paniek probeerde ik m`n aanvaller weg te duwen en herkende professor Sneep`s geur. ‘Kalmeer Bonny. Ik probeer je te helpen, kalmeer.’ Ze angstige stem kalmeerde me nou niet bepaald maar hoe harder ik vocht tegen het vergif hoe sneller m`n krachten achteruit gingen.

Pov. Damon Salvatore
Met m`n ogen volgde ik Bonita terwijl ze naar de vechtende groep vloog. Het lijk van wie ze de bezem gestolen had lag nog geen twee meter van me vandaan in het gras.
Vol afgrijzen zag ik hoe ze zich op een ander dooddoener stortte en bijna door z`n zware lichaam naar beneden werd getrokken. Een ander dooddoener greep haar vast en wat er gebeurde wist ik niet maar ze verslapte en de dooddoener hield haar stevig vast terwijl hij weg vloog, uit het strijdgewoel.
Met een angst kreet wou ik hen volgen toen er ineens een volgroeide weerwolf voor me stond. Het monster grijnsde kwaadaardig en kwijl droop tussen z`n kaken door.
Langzaam, om hem niet boos te maken deinsde ik achteruit. Hij liep gewoon mee.
Onder zacht gegrom dat langzaam aanzwol boog hij door z`n knieën, klaar om me aan te vallen. Ik struikelde over een tak die half uit de grond stak en zag het monster dus niet op me af springen. Toen ik hem eindelijk zag was het eigenlijk al te laat. Z`n kaken klapten op elkaar rond m`n bovenarm en ik schreeuwde van pijn en schrik toen die tanden diep in m`n vlees zonken en daarbij spieren en bloedvaten doorscheurden. ‘DAMON!’ Marti`s stem bereikte me maar half. Hoewel hij schreeuwde was March de gene die de weerwolf van me af trok en hem samen met Marti afmaakte.
Bleek weggetrokken bekeek ik de wond en veegde een beetje bloed van m`n geruïneerde leren jack. De wolf uitte nog een langgerekte jammerklacht en stortte toen dood neer. Meteen kwamen de jongens naar me toe. March trok bleek weg en Marti bekeek de wond met een onleesbaar gezicht.
‘Je weet wat dit betekend hè?’ ik knikte. ‘Dat ik dood ga…’

Reacties (2)

  • Felonys

    nee! Damon mag niet dood! dan loopt het niet goed met hen af! is er geen tegengif ofzo?

    8 jaar geleden
  • Allysae

    omg
    noooooooooooooes
    snel verder

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen