Foto bij Page 4

Nadat ik met Huub en de assistentes de training had nagesproken en had gesproken over de spelers liep ik alleen met mijn tas door het stadion. Mijn autosleutels stuiterend in mijn hand. Neuriënd en half zingend met een liedje in mijn hoofd. ‘We are never ever ever, gettin’ back together’. Heel de training had Ibrahim Afellay me niet aangekeken. De rest van de jongens deden wel gewoon normaal. Klaas-Jan Huntelaar kwam nog naar me toe en zei dat ik me niks van Ibrahim Afellay moest aantrekken. Dat het vanzelf wel overgaat. Pff, alsof ik me iets van hem aantrekt. Hij heeft speeltijd nodig hoor, ik niet. Dus hij kan maar beter aardig doen. ‘You go talk to your friends, talk to me friends, talk to me’. Ik snap ook niet wat hem zo dwars zit. Als ik een man was van deze leeftijd was er niks aan de hand, maar nee, alleen omdat ik een meid ben. En misschien omdat ik een meid ben die meer van voetbal afweet dan hem. Hij moet maar zien, ik lig er niet wakker van dat hij mij niet mag. Ik ben al een lange tijd geleden gestopt met me zorgen maken over mensen die mij niet mogen. Het begon eigenlijk al vrij vroeg. Op de basisschool voetbalde ik altijd met de jongens mee en dat konden een aantal meiden toen al niet hebben. Kun je zien wat voor bitches sommige kinderen soms kunnen zijn. Tijdens gym gooide meisjes bijvoorbeeld expres de bal naar mijn hoofd. Ze raakte me nooit, ze waren of te scheel of ik zag de bal al aankomen, maar het gaat om het idee. Mijn vader vertelde dat ze gewoon jaloers waren en dat ik me er niks van aan moest trekken. Toen ben ik ook gestopt met me zorgen maken over zulk soort kinderen. Ik was er toen niet mee bezig en nu ook niet. Dus een meisje van 10 kan mijn leven niet verslechteren en een man van 26 ook niet. I don’t give a single fuck. ‘I used to think that we were forever ever ever, and I used to say never sa…’. Er werd een deur open geduwd waar een lachende Ibrahim Afellay en Klaas-Jan Huntelaar uit kwamen. Natuurlijk had meneer Afellay alleen oog voor zichzelf en liep vol tegen me in. ‘Gebruik die ogen eens waar je ze voor hebt gekregen’. Zei hij boos tegen me terwijl hij over zijn hoofd heen wreef. Dit was een pittig harde kopstoot. Als ik nu een lelijke bult krijg is hij echt nog niet jarig. Zelf wreef ik ook over de pijnlijke plek heen. ‘Pardon? Ík moet kijken? Jij komt die deur uitlopen en hebt alleen oog voor je oh-zo mooie zelf’. Arroganter dan ik ooit zal kunnen kijken keek hij me aan. ‘Jij moet plek maken voor de echte mannen hier’. Ik lachte spottend. ‘Ibrahim’. Zei Klaas-Jan Huntelaar voorzichtig en trok hem aan zijn arm mee maar Ibrahim Afellay trok zichzelf los. ‘Ik zie hier maar 1 echte man, en een vrouw. By the way, jij bent niet de man’. Ik klonk echt als een bitch. PRAISE THE LORD. Als hij denkt een bitch te zijn heeft hij het mooi mis. Ik ben hier de opperbitch. Move on gaylord. Hij hief zijn kin een beetje op waardoor hij nog groter was dan mij en zette een stap mijn richting op. ‘Oh echt waar? Ik zou maar oppassen als ik jou was, ik maak je kapot’. Ik grinnikte. ‘Kijk maar uit voor je mooie gezichtje dan, want deze meid slaat terug’. Ik trok een wenkbrauw op. Ibrahim Afellay zette nog een stap mijn richting op maar nu begon Klaas-Jan Huntelaar zich er ook mee te bemoeien. ‘Ibrahim, doe normaal’. Hij trok Ibrahim weg en duwde hem daarna richting de uitgang van het stadion. Mijn alleen achterlatend. Ibrahim Afellay keek nog een keer achterom en gaf me iets wat op een dodelijke blik moest lijken maar Klaas-Jan Huntelaar duwde hem hard tegen zijn schouder weg. Ik streek mijn kleding recht en pakte een spiegeltje uit mijn Louis Vuitton tas. Ik klapte hem open en checkte mijn make-up en haar. Ik fixte mijn haar voor zover het nodig was en toen ik het spiegeltje weer in mijn tas gooide waren ze uit het zicht verdwenen.

De volgende dag was de spanning tussen Ibrahim Afellay en mij te snijden, en dat merkte Huub ook. Hij nam mij en Ibrahim Afellay apart. We liepen een kleedkamer in. Ibrahim Afellay ging aan de ene kant zitten, ik aan de andere kant en Huub op de bank die onze banken verbind. ‘Oké, wat is er aan de hand?’ Vroeg hij zuchtend. ‘Dames eerst’. Zei Ibrahim Afellay met een cynische lach op zijn gezicht. Ik grijnsde. ‘Ga je gang dan maar’. Zijn lach verdween meteen en van onder zijn wenkbrauwen keek hij me kwaad aan. Huub zuchtte hoorbaar maar het kon me niks schelen. Mijn vader heeft hem gewaarschuwd voor mijn houding en daar moet hij het maar mee doen. ‘Ibrahim’. Mompelde hij en wuifde met zijn hand als teken dat Ibrahim mocht beginnen. ‘Ik heb je al verteld wat ik van haar vind’. ‘En ik heb jou verteld dat je dat maar moet veranderen’. Met dezelfde cynische glimlach bleef ik Ibrahim Afellay de hele tijd aankijken. Toen hij het door kreeg opende hij zijn mond. ‘Ik heb jou wel eens zien voetballen. Zo goed ben je echt niet hoor, niet zo goed als dat je denkt. Je vindt jezelf heel wat maar dat ben je niet. Je doet je voor als iemand anders, houdt jezelf groot terwijl je maar heel klein en kwetsbaar bent. Stap uit die fantasiewereld van je en zie de realiteit. Zie hoe je niets bent en wat je eigenlijk wél bent. Zo. Klein’. Zijn Marokkaanse accent zorgde ervoor dat hij wat dreigender klonk, ook al was het misschien onbewust. Het deed me alsnog niks. Ik sloeg mijn armen over elkaar en zakte een beetje onderuit op de leren, blauwe stoel. Met opgetrokken wenkbrauwen keek ik hem aan. ‘Ik ben een slechte voetballer? Dat durf jij te zeggen? Meneer was álles bij PSV en vond het maar een te kleine club voor hem. Te min, dus ging hij maar naar Barca. En weet je wat er bij Barca gebeurde? Juist ja, helemaal niks. Je liep uit tot een van die gestrande aanvallers. Elke wedstrijd zat je op de bank, of nog erger. De tribune of je eigen bank in je woonkamer. Heel soms mocht je 10 minuten spelen maar dat was waarschijnlijk alleen uit medelijden. En nu ben je hier. Bij Schalke. Alsof je hier “the man” bent. Jij moet zelf eens uit die fantasiewereld van je stappen en de realiteit onder ogen zien. Je bent echt niet beter dan ieder ander hier, hoor. Oh en even voor the record, ik doe me niet anders voor. I just don’t give a fuck about you’. Met een opgetrokken wenkbrauw keek ik hem aan. Mijn hoofd hing een beetje schuin. ‘Oké’. Zei Huub droog. ‘Misschien moeten jullie maar in relatietherapie’. Ibrahim Afellay en ik draaiden tegelijk onze hoofden naar Huub. ‘Pardon?’ ‘Wat?’ Zeiden we tegelijk. Meteen gaven we elkaar een dodelijke blik. ‘Als jullie zo voor altijd tegen elkaar gaan doen breng ik jullie persoonlijk elke week minimaal 3 keer naar relatietherapie’. Onze monden vielen open. ‘Ik ga echt niet nog eens extra uren met haar besteden’. ‘Alsof ik mijn vrije tijd met hem wil delen’. Beidde zeiden we het opnieuw tegelijk, vol walging. ‘Nou dan zijn jullie het hier in ieder geval over eens. Morgen breng ik jullie naar jullie eerste relatietherapie. Of jullie het nou willen of niet. Jullie negatieve energie kan de rest van het team beïnvloeden en daar heb ik geen zin in’. Ik stond op en keek hem boos aan. ‘Je kan me echt niet dwingen daarheen te gaan’. ‘Oh ja wel’. Was het enige wat hij zei, en ik wist dat hij gelijk had. Als ik niet deed wat er verwacht van me werd zou mijn vader me naar een afgelegen dorp in India brengen, om scholen te bouwen. Alsof ik daarop zat te wachten. Ik beet op mijn onderlip. ‘Je bent ongelofelijk. Je hoort nog wel van mijn vader’. Als blikken konden doden was Huub nu dood geweest. Nadat Ibrahim Afellay spottend lachte zou hij ook dood zijn geweest. Boos stampte ik de kleedkamer uit, direct richting mijn auto.



Sorry guyz, dat jullie zolang moesten wachten !
Ik hoop dat dit stukje een hoop goed maakt (:

Reacties (5)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen