Foto bij [36] Things only I know

Als ik al een poosje over een smal landweggetje gereden heb begin ik te twijfelen over het gegeven adres. Meerdere manieren om de vrouw bij de receptie te straffen schieten door m`n hoofd en woedend trap ik het gaspedaal dieper in, de Ferrari springt naar voren en spat modder alle kanten op. het kan me niet schelen…

Pov. Edward Cullen
De auto die over de toegangweg nadert klinkt niet bekend, de gedachtes van de bestuurder schieten alle kanten op en zijn getekend met een woede en verdriet dat een beetje op dat van Jasper lijkt.
Nog steeds weet ik niet zeker of het nou een vrouw of een man is…
Jasper die eerst op de bank zit staat op als de auto de open plek van het huis oprijdt. De stijlvolle zwarte Ferrari zit onder de modder en dampt als hij stilstaat, erg warm is het buiten niet. De portier werd open gegooid en een jonge vrouw stapte uit. haar blonde haren krulden lichtjes en vielen in een glinsterende waterval over haar rug. Haar ogen waren zwart, ze was zeer stijlvol gekleed. Een ding was zeker, dit was een vampier. Eventjes wierp ze een woedende blik op de lucht waar nog steeds regen uit viel. Hoewel ze de regen ook haatte was dit niet de hoofd reden van haar gevoelens. Jasper voelde ze ook en zette ontzet een stapje achteruit, weg bij het raam.
‘What the…’ de bel ging en ik duwde Jasper op de bank en liep naar de deur. Het meisje stond met haar rug naar de deur toe maar draaide zich langzaam om. Haar ogen waren niet zwart zag, ze waren eerder donker grijs. Maar ik wist zeker dat ze een andere kleur hadden want zelfs in haar gedachtes had ze dorst.

‘Kan ik je helpen?’ ik wist serieus niets anders te verzinnen. Ze knikte. ‘Ik zoek dokter Cullen.’ Haar stem had een dreigend ondertoontje. Dit was niet echt iemand om mee te sollen. ‘U zocht mij?’ Carlisle verscheen achter me en legde een hand op m`n schouder. Beleefd zette ik een stapje opzij zodat de onbekende vampier naar binnen kon.
Carlisle stak beleefd z`n hand uit en eventjes keek ze alsof ze hem zou bijten of zoiets degelijks maar ze stak heel langzaam haar hand uit.
‘Ik ben Carlisle, en jij bent?’ hij glimlachte vriendelijk, bij de meesten zou dit effect hebben maar zij vertrok geen spier.
‘Bonita, Bonita luxfort. Stephen zei dat u misschien kon helpen.’
Carlisle gebaarde dat ze mee moest lopen naar de woonkamer. ‘Stephen als in Stephen Salvatore?’
Ze knikte en trok een mondhoek lichtjes op, dat spottende glimlachje irriteerde me mateloos, nu al. Onder veel geklets kwamen Esmee, Alice, Emmett en Rosalie door de keuken naar binnen. ‘Stephen Salvatore?’ vroeg Esmee terwijl ze haar ogen op Bonita richtte.
‘Bonita, dit is mijn vrouw, Esmee. En dit zijn mijn kinderen Alice, Jasper, Emmett en Rosalie.’ Hij gebaarde naar de persoon als hij een naam noemde. Bonita gaf ons allemaal een beleefd knikje. ‘Wil je wat drinken, Bonita?’ drinken? Vampiers drinken niet… tot ieders verrassing knikte ze en liep Carlisle gauw naar boven.
‘Waarom ben jij hier?’ Emmett ging vlak voor haar staan en boog lichtjes naar haar toe. Dreigend trok ze haar bovenlip op, scherpe hoektanden kwamen te voorschijn en Emmett fronste verrast. ‘Sinds wanneer hebben vampiers hoektanden?’
Ze glimlachte nu echt en schudde haar hoofd. ‘Ik ben een ander soort…’
In haar gedachtes flitsten dingen uit boeken langs die op haar soort sloegen, erg leerzaam. Bonita`s gedachtes dwaalden af en opeens was daar bloed, chaos en angst. Ze kapte de gedachtes af en het werd zwart.

Pas toen Jasper me bezorgd aanraakte merkte ik dat ik m`n ogen dicht gedaan had en dat Bonita me woest aanstaarde.
Geschrokken ging ik rechter op zitten en wist niet waar ik moest kijken. ‘Wroet niet zo in m`n hoofd! Nooit manieren geleerd?’ ze drukte een gebalde vuist tegen haar heup en knarste met haar tanden. Gelukkig kwam Carlisle net binnen met een beker dat verschrikkelijk naar bloed rook. Meteen werd de blondine afgeleid en glimlachte ze suikerzoet, een geboren jager.
Carlisle ging tegenover haar zitten, tussen mij en Jasper en gaf Bonita de beker. Ze nam een klein slokje en sloot genietend haar ogen. ‘Ah dit had ik nodig.’ Zei ze in zichzelf en glimlachte lichtjes. Nog steeds met gesloten ogen zette ze de beker op de tafel en leunde iets achterover. ‘Stephen wou dat ik hierheen kwam omdat u misschien de enige bent die Damon kan redden.’
Meteen verdween de ontspannen uitdrukking en opende ze haar ogen. Die ogen die tevoorschijn kwamen waren het helderste wat ik ooit gezien had. Als zilver, als twee heldere sterren…

Ze leunde naar voren en keek Carlisle indringend aan. ‘Hij is gebeten door een weerwolf. U weet dat ons soort dan dood gaat.’ Ik fronste en keek even gauw naar Carlisle die moeilijk naar z`n handen keek. ‘Hoe lang geleden is hij gebeten?’
Bonita beet even op haar onderlip. ‘Ah, dat zou die avond geweest zijn… vier dagen geleden.’ Haar ogen zijn zo hoopvol, smekend dat m`n stenen hart begint te bloeden. Dit meisje is letterlijk door hel gegaan…
‘Laat me even de spullen pakken, dan gaan we.’ Ze vliegt overeind en sloeg haar armen om Carlisle heen die een beetje over dondert op haar rug klopt. ‘Dank u wel!.’

Pov. Jace Luxfort
‘Ik vermoord dat monster!’ woest schop ik tegen de tafel die meteen een paar meter door de lucht wordt gegooid. Lucy, mijn vrouw jammerde en sloeg haar armen om zich heen. Een straaltje bloed liep uit haar neus en haar ene oog zat dicht en was blauw. Ik haatte haar. Niets was er over van de vrouw waarmee ik getrouwd was. Achttien jaar geleden is ze verandert nadat ze dat monster leerde kennen en monster nummer twee kreeg.
Woest been ik op haar af en hijs haar overeind. ‘Niet zo janken jij. Wees blij dat ik de wereld ga verlossen van dat monster. De Duistere Heer zou blij zijn… eerst wou hij haar als huisdier maar toen ze ontsnapt is wil hij haar dood hebben. Denk je eens in hoe hij ons zou belonen wijf? He?’ ik schudde haar woest door elkaar, haar angstige kreten deden me goed. Zelfs m`n menselijke dochter was weggelopen. Dat rotkind, als ik haar ooit in m`n handen krijg zal ik haar leren. Weglopen? Wat denkt ze wel niet?
Ik heb mezelf opgeofferd om net zo sterk te worden als die bastaard…
ik moet winnen, het kan niet anders...

Pov. March Zy
Elena legde haar mobiel neer en haalde haar handen door haar bruine lokken. ‘Ze is geland…’ ik knikte, Bonita had er zo vastberaden uit gezien toen ze de terminal inliep. Zo mooi, als een engel.
M`n hart deed pijn maar ik wist dat ze haar hart aan Damon gegeven had het moment dat ze hem zag. Ook hij hield van haar, Damon was altijd een womenizer geweest maar sinds hij Bonita kende had hij geen van z`n veroveringen mee naar huis genomen.
En nu zou ze helemaal gebroken zijn als ze weer terug zou zijn… Damon`s conditie was zo dusdanig achteruit gegaan dat hij zich niets meer kon herinneren. Haar niet, Elena niet. Alleen de oudste herinneringen zoals Stephen, Marti en ik had hij nog.
Sommige momenten had hij een totale verstandsverbijstering en viel hij iedereen aan die de kamer binnen kwam. Het was zelfs zo erg dat we hem aan z`n bed vast gebonden hadden. Voor zowel zijn als onze veiligheid.

Zuchtend stond ik op en dwaalde door het grote landhuis. Bij de bibliotheek bleef ik staan en legde m`n hand op de deurklink.
Ik wist dat mijn tweeling broer aan de andere kant was… het was een gevoel, een gevoel in m`n hart dat erop wees dat Marti daar was.
Langzaam duwde ik de klink naar beneden en opende de deur. De rijen vol boeken waren hoog, tot aan het plafond, en een verzameling van unieke boeken. Ook mijn boeken stonden er tussen. De verslagen van mij reizen met Perkamentus. Dingen die niemand anders wist dan hij en ik.
Damon had er veel onderzoeken in gedaan. Hij had een nuchtere kijk gehad over dingen waar Albus en ik al een mening over hadden, dat was iets dat ons erg geholpen had.
Zo was ik een van de weinigen die wisten van de Gruzelementen. Ik wist dat hij het een mensenkind verteld had. Diezelfde zwartharige jongen die bij de Wemels was. Dezelfde jongen waar Bonita van hield. Woedend greep ik de dichtstbijzijnde kast vast. Het hout kraakte protesterend toen ik er hard in kneep.
Waarom hij en niet ik?

‘Wind je toch niet zo op over dat joch.’ Marti kwam uit de schaduw tevoorschijn. De gebruikelijke spottende grijns was afwezig en had plaatsgemaakt voor een strak gezicht en donkere ogen.
‘Welk joch?’ ineens verscheen Bonita`s jongere zusje achter Marti. Haar ogen waren rood en een traan gleed over haar wang.
Het enige wat dat kind deed was jammeren en treurig zijn. Iets dat ik totaal niet snapte, haar zus was veilig, dus waarom zou ze nog doen alsof er iemand dood was?
‘Potter.’ Bromde Marti, hij sloeg z`n armen over elkaar en leunde met z`n rug tegen een boekenkast. Z`n bruine haar zat woest en hij had duidelijk geen moeite gedaan om z`n kapsel te fatsoeneren vanochtend.
Niet dat het bij mij anders was hoor…
‘Ahh…’ het meisje haalde een hand door haar haar een liep naar de deur, zonder om te draaien sprak ze, ‘Hij is er maanden kapot van geweest dat ze weggegaan was. Hij houdt echt van haar.’
Ze zuchtte en duwde de klink naar beneden. ‘Ze zou boos geworden zijn als ze dit gehoord had, March.’ Ze deur viel zachtjes achter haar dicht.
Peinzend keek ik naar de dichte deur, zou het echt zo zijn? Zou hij echt van haar gehouden hebben?
Marti grinnikte humorloos en ging rechtop staan. ‘Waarom zocht je me?’ de felle glinstering in z`n donkere ogen was dwingend genoeg om mij hem te vertellen dat ze veilig geland was.

‘Nu maar hopen dat die dokter een medicijn weet…’

Reacties (2)

  • Felonys

    jee! leuk liedje! heb ik er weer een leuk liedje bij! Oh, het is K pop! leuk joh! waar heb je hem gevonden? heb je nog meer van zulke liedjes?

    maar leuk stukje! snel veder! als je steeds weer die titel veranderd weet ik ophet laatst ook niet meer welk verhaal het is hoor..

    8 jaar geleden
  • Allysae

    oeeee
    snel verder

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen