Foto bij [38] Hunt Down the Animal


Pov. Damon Salvatore
‘Goedeavond.’ Verschrikt opende ik m`n ogen en schermde die kreunend af toen de lampen aangedaan werden. Het blonde meisje dat gisteren ineens in m`n kamer stond was er nu weer. En net als gisteren had ze een dienblad bij zich.
Nors sloeg ik m`n armen over elkaar en gluurde vanuit m`n ooghoeken naar haar. Ze was mooi, dat zeker maar er was iets aan haar dat stoorde. Net als het feit dat ik bijna m`n hele geheugen kwijt was. Ik voelde me als een pasgeboren kitten. Totaal geen weet van de wereld.
Ik kon het wel weer terug krijgen maar dat moest met de tijd komen zei de dokter, afwachten dus. Ze zag me kijken en glimlachte lichtjes voor ze het dienblad op m`n schoot zette. Een lok glanzend blond haar streek langs m`n gezicht, de geur ervan liet me denken aan de bergen en frisse beekjes.
‘Goed, ik ga even met March de stad in maar je kunt altijd bellen. Het nummer ligt op het dienblad.’
Een steek jaloezie schoot door me heen als ik aan haar en March samen dacht. Ik wist haar naam nog niet eens en nu al wist ik dat ze een belangrijk persoon voor me zou zijn.
Ze glimlachte nog een keer voor ze soepel en geruisloos als een kat de kamer uit liep. Bazilis, March Weerkat, sprong bij mij op bed en hield z`n kopje scheef terwijl hij me met wijze ogen bekeek.
Voel je je al wat beter?
Ik knikte, zwak was ik nog wel maar voor de rest voelde ik me prima. Wie is dat meisje? Ik heb haar nog niet eerder gezien.
De zwarte kat keek om naar de deur, wiebelde met z`n oren en gaapte lui. Bonita Luxfort. Bonita… mooie naam! Ik had het alleen eerder bij een donkere schoonheid verwacht en niet een lelieblanke vrouw.
Wat doet ze hier? De kat maakte een beweging met z`n schouders dat ik was gaan herkennen als een schouderophaal.
Ze kwam met March en Marti mee, zij is degene die de dokter voor je gehaald heeft.
Ik fronste en tilde de deksel van het bord af. Een kom lichte kippensoep en een broodje. Hongerig pakte ik het broodje en nam een hap.

Na alles opgegeten te hebben stond ik wankel op en liep met het kopje thee naar het raam. Vanuit het raam kon ik de hele oprit zien. Vlak bij de deur stond een donkere auto te wachten met een draaiende motor, Bonita kwam naar buiten. Ze droeg een stijlvolle rode jas. De zwarte hakken stonden perfect bij de witte kniekousen. Een zwarte haarband hield de haren uit haar gezicht. March opende de deur en toen ze ingestapt was sloot hij hem weer achter haar. Voor hij instapte keek hij nog even omhoog naar het raam. Onze ogen ontmoette elkaar, hij glimlachte triomfantelijk en stapte in.
Hij trok snel op en de zwarte auto verdween snel in de verte. Met de bedoeling achter hen aan te gaan draaide ik me om en zocht naar m`n leren jack.
‘Wat ben jij aan het doen? Jij hoort in bed te liggen.’ Edward verscheen in de deuropening en sloeg z`n armen over elkaar.
Betrapt kroop ik onder m`n bed vandaan en ging op het randje zitten. ‘Geloof me, ze hebben iets belangrijks te doen.’
Belangrijks… tss rollebollen in de bosjes zeker? Bah.
‘Nee, niet dat Damon.’ Edward leek oprecht geschokt te zijn, maar wacht… hoe wist hij wat ik dacht? ‘Ik kan gedachten lezen.’ Ahh… dat verklaarde een hoop.
‘Maar jij blijft hier, ik je bed en ik ga er voor zorgen dat je niet weg kunt.’

Hij duwde me achterover op het bed, legde m`n benen recht en sloeg de dekens over me heen. Grommend probeerde ik me te verzetten maar hij duwde me beslist terug en keek me dreigend aan. ‘Blijf. Pas als je beter bent mag je achter haar aan huppelen de hele dag.’
Nukkig sloeg ik m`n armen over elkaar en staarde naar z`n rug terwijl hij de gordijnen dicht deed, het dienblad oppakte en de kamer uit liep.
‘Ik houd je in de gaten, Damon.’ Snel trok ik m`n been weer onder de dekens en zuchtte. Op dit moment haatte ik bovennatuurlijke wezens... Blegh.

Pov. Bonita “Bonny” Luxfort
March gaf gas en reed de oprit af. Op de openbare weg reed hij richting de eerste grote stad in de buurt. Er schenen daar wat weerwolven te zijn die wij moesten opsporen. Bijna iedereen was er al. Caroline, Tyler, Alaric, Marti, Jeremy en Matt. Tyler was samen met Alaric, Marti met Jeremy en Caroline met Matt. Zo, in vier koppels zouden we de stad systematisch uitkammen en de monsters insluiten.
March had al een paar keer twijfelend mijn kant uit gekeken maar ik had uit eindelijk oortjes ingedaan en was uit het raam gaan staren.
Ik wist dat ik gemeen was maar ik had gewoon geen zin om te praten, met niemand niet…

Na een kwartier opende hij de protier voor me en ik stapte uit. door de hele stad heen klonk muziek uit de discotheken en bars die open waren op een zaterdag nacht. De mensenjongen waren nu zichzelf aan het bezatten en iemand aan het zoeken waar ze de nacht mee konden door brengen.
‘Doe jij de daken? Dan doe ik de straat.’ Hij knikte en gaf me een oortje waarmee we in contact waren met de hele groep.
Ik begon te lopen en hoorde achter me hoe hij het dichtstbijzijnde huis op klom. Van af daar zou hij me rugdekking kunnen geven en gevaren sneller zien aan komen. Omdat ik het toch niet helemaal vertrouwde haalde ik een klein pistool uit m`n handtas. Het ding was geladen met speciale kogels die Alaric gemaakt had. Er zat namelijk naast kruit ook Wolfspeen en Vervain in. Dus als de kogel een onmenselijk persoon raakte deed het pijn. Heel veel pijn…
M`n hakken tikten op de plavuizen straatstenen. Het licht van lantaarns glinsterde pijnlijk op het natte wegdek. Geïrriteerd zette ik een zonnebril op en schudde m`n hoofd, ik was nu bezig met een levensgevaarlijke missie, ik moest m`n hoofd erbij houden.

In steeds kleinere cirkels gingen we naar het centrum waar we ook steeds meer groepjes dronken mensen tegen kwamen. Sommige mannen riepen me na of probeerden me vast te pakken. De geur van sigaretten en drank zorgde ervoor dat ik niet eens dorst had. Het oortje kraakte net op het moment dat ik tussen zo`n groepje doorliep. ‘Bonny, volg ons spoor, we hebben iets gevonden.’ Matt`s kalme stem trilde van opwinding, er moest wel iets heel interessants gevonden zijn. Met een zachte grom duwde ik een klamme hand van m`n pols af en verhoogde m`n tempo. ‘March, maak je klaar om je bij me te voegen zo.’
Ik zei het niet via het oortje, hij kon me zo prima verstaan. Vanaf een schoorsteen zag ik hem knikken en alvast naar de hoek snellen waar hij met een perfecte salto op de straat landde en rustig op me stond te wachten.
‘Ik heb hun spoor al gevonden.’ Zei hij toen ik bij hem was. Snel pakte hij m`n hand en begon me met zich mee te trekken.
Een politieauto reed stapvoets naast ons mee, het raampje aan onze kant ging omlaag en een agent bekeek ons even. ‘Valt hij u lastig mevrouw?’ ik schudde m`n hoofd en vlocht mijn vingers door de zijne en ging zo dicht tegen hem aan staan. ‘Nee hoor agent.’ De man knikte, tikte tegen zijn pet en reed door.
Meteen toen hij uit zicht was trok ik mijn hand uit die van March. ‘Sukkel.’ Gromde ik zachtjes en begon weer te lopen.
Matt`s bloed had lekker geroken als het niet doordrenkt was geweest met Vervain, een makkelijk te volgen spoor dus. Bij een ander kruispunt rook ik ook Tyler en Alaric. We zaten dus op het goede spoor.

Midden in de stad was een park dat naast de kerk lag. Midden in dat parkje was een diepe drooggelegde put en vlak daarbij waren alle anderen al, wij waren de laatste die aan kwamen. Bij Matt stond ik stil en zette de zonnebril af.
‘Kijk!’ hij wees naar de vochtige grond. Nieuwsgierig knielde ik naast de plek neer. Een pootafdruk was te zien in de grond, de geur van natte honden kwam eraf. We waren op het goede spoor. ‘We hebben ze.’ Grijnsde Tyler opgewonden, Caroline gaf hem een zet en schudde haar hoofd.
‘Komen jullie nog?’ March stond op de rand van de put en had de ijzeren staven van elkaar weggebogen. Hij was ongelofelijk aantrekkelijk zoals hij daar stond. Het zwarte shirt zat strak rond z`n bovenlichaam, het leren jack, de kistjes en de lage jeans. Zijn rossige haar zat woest en was lang vergeleken met toen ik hem net kende.
‘Ik ga eerst. Marti, jij als laatste en ik vang de mensen wel.’
Tyler liep ook naar de put. ‘Ik ga met je mee.’ March knikte en sprong, na een paar seconden hoorde ik een gedempte plons. Tyler sprong ook.
‘Caroline? Ga jij ook maar. Voor hetzelfde geld zitten die monsters hen op te wachten.’ Ze knikte en gaf me een plastic zak. ‘Trek aan, zo kun je niet vechten.’
Ik lachte en pakte het van haar over. Alleen Alaric, Marti en ik waren nog boven.
Zonder enige schaamte knoopte ik m`n jas open en hing die aan een tak. ‘Zeg, blijf je de hele voorstelling blijven kijken?’ Marti keek gegenereerd weg en Alaric stond met z`n rug naar me toe. Snel trok ik het rokje uit en viste een kort broekje uit de zak. Er zaten ook een stel vrouwelijke kistjes in die ik snel aantrok. De hak was zo`n tien centimeter en behoorlijk scherp dus je moest er geen trap mee krijgen want dat was nogal pijnlijk.
‘Ik ben klaar hoor.’ Snel propte ik alles in de zak en verstopte het in de bosjes. ‘Alaric, ga jij maar eerst.’
De vampierjager knikte en verdween in de put. Marti glimlachte naar me en gebaarde dat ik ook al mocht. Ik deed m`n haar nog even in een paardenstaart voor ik simpelweg een stap naar voren deed. Ik verwachtte een plons maar in plaats daarvan werd ik opgevangen. March zette me weer neer en riep Marti. Toen die ook bij ons stond keken we elkaar aan. Was het echt zo makkelijk om de monsters te vinden?

In twee groepjes van vier liepen we door het enkelhoge water. Hoewel we ons best deden kon Matt er niets aan doen dat ze in onze oren nog steeds herrie maakten. De geur van Weerwolven was erg sterk hier beneden en de aandrang om vooruit te schieten en ze te zoeken was behoorlijk sterk. Helaas, voor het belang van ons allemaal, moest ik me inhouden en in de achterhoede blijven. Caroline liep schuin voor me, naast Matt en March liep helemaal voorop met een ouderwets zwaard in m`n rechterhand en een pistool in z`n linker.
Ook ik had een pistool en ik had handschoenen waar scherpe ijzeren punten aanzaten, dan kon ik lekker dingen kapot scheuren.
Ik wist dat er iets fout was toen het plotseling wel erg stil was. De ratten die eerst rondscharrelden waren ineens weg en de ranzige geur werd sterker.
Met ontspannen armen en gespitste oren bleef ik staan en luisterde.
De anderen liepen door en bleven pas staan toen er een steentje viel in een zijgang. Langzaam draaide ik m`n gezicht naar het geluid en zag nog net hoe een gigantisch monster met klappende kaken bovenop me sprong.
M`n gil weerkaatste in de gang en ik deed een verwoede poging om bij de kaken weg te komen. Het pistool had ik wonderbaarlijk genoeg nog in m`n hand geklemd. Grommend duwde ik het beest iets omhoog en duwde m`n hand tussen ons in. De tijd leek even stil te staan toen het me aankeek. Ik glimlachte scheef en haalde de trekker over. Het bloed spatte over me heen en het lijk landde zwaar bovenop me. met nog een flinke duw en het gleed van me af. Terwijl ik opsprong zochten mijn ogen al een ander slachtoffer. Marti, kom naar de herrie toe, we zitten in de problemen.’
Kwam dat stomme oortje alsnog van pas!

Reacties (2)

  • Felonys

    wat was dat voor beest?

    snel verder!

    8 jaar geleden
  • Allysae

    oee
    ik ben ziek
    snel verde

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen