Ik schrijf echt te weinig....
Ik zal na volgende week m'n best doen om meer te schrijven aangezien ik dan m'n examens achter de rug heb.

Anyway....

Enjoy!!

Harry en Ron liepen door het bos. Ron liep achter Harry aan omdat hij best wel bang was. 'Wat nou als ze al terug is? Dan doen we dit voor niks.' Harry schudde zijn hoofd. 'Nee, ze is hier nog.' 'Hoe weet je dat zo zeker?' Ze klommen over een stronk heen. 'Omdat ik dat voel.' Ron keek hem verbaasd aan. 'Dus we zijn hier in het bos, het verboden bos, omdat jij het gevoel hebt dat Olette nog hier is?! Als je gevoel het mis heeft zijn wij bagels voer!' 'Het zijn Angels. Maar luister gewoon, iets in dit bos wilt dat wij hier blijven en blijven zoeken naar Olette. Stel dat ze is gevaar is? Wij zijn haar vrienden, en we horen haar te helpen.' Ron stopte. 'Jullie zijn haar vrienden. Ik mag haar niet eens! Ze is van Zwadderich en haar beste vriend is Draco Malfidus! Waarom zijn jullie haar vrienden als ze zo is?!' Harry keek Ron verrast aan. Hij wist dat Ron haar niet mocht maar hij had nooit gedacht dat hij haar haast haatte. 'Ze is een goed persoon. Ze is lief en eerlijk en ze is gezellig. Ik weet niet waarom je haar haat maar ik kan geen rede zien waarom ik haar zou moeten haten. Ze zei zelf nog dat ze nooit de kans had gehad om ingedeeld te worden. Ze had ook net zo goed in Griffoendor kunnen zitten.' Ron had er niks op te zeggen dus liepen ze zwijgend door.

Olette stond op. 'Theodoor, tijd om te gaan.' Hij stond op en pakte haar hand. 'Welke kant gaan we op?' Ze wees naar rechts. 'Moeten we niet terug?' Ze grinnikte. 'Moeten we dan niet omlopen? Anders botsen we volop die wand achter ons. ' 'Ow ja...' Ze gaf hem een kneep in zijn hand. 'We rennen als ik bij drie ben. Één... twee... drie!' Ze renden zo snel mogelijk om de wand heen. 'Naar links!' Riep Olette. Ze trok hem mee en keek snel achterom. Ze zag de angels vlak achter hun. 'Bob moet ons helpen, hij is de enige die ervoor kan zorgen dat de angels stoppen!' 'Wie is Bob?' Ze grinnikte een beetje omdat Theodoor nogal fel reageerde daarop. 'Bob is een vriend van mij. Hij is de baas van de angels.' Ze lieten elkaars handen los en renden allebei om een boom heen. 'Waar is hij?!' Riep hij. 'Dat weet ik dus niet!' Ze renden weer naast elkaar. 'Hoe vinden we hem dan?' ze bleef even stil. 'Bob! Bob waar ben je?!' Ze keek Theodoor aan. Hij begreep het en deed mee. 'Bob! Waar ben je?!' Riepen ze beide.
Het begon al laat te worden en Olette en Theodoor renden al een tijdje, ze waren beide al aardig moe geworden en begonnen zonder dat ze het zelf doorhadden steeds langzamer te rennen. Ze liepen allebei naast elkaar en hielden elkaars handen vast. Elke keer dat ze merkte dat de ander het moeilijker kreeg knepen ze elkaar aanmoedigend in de hand. Olette liet Theodoor los en draaide zich om. Theodoor remde af en rende terug naar haar. 'Wat doe je? We moeten doorgaan.' Hijgde hij. Olette nam eerst de tijd om op adem te komen. 'Er zijn twee mensen in het bos, Harry Potter en Ron Wemel. Ren verder en je komt hun tegen. Ik hou de Angels tegen terwijl jij hulp gaat halen.' Theodoor pakte haar hand. 'Ik laat je niet alleen, ik kan er niet eens aan denken.' Olette zuchtte. 'Ik ben het meest geschikt om hier te blijven, ik heb mezelf voor zulke situaties getraind. Jij niet. Als jij hulp haalt dan zijn onze overlevingskansen groter.' 'En hoe weet jij zo zeker dat ze bij jou zullen blijven? Straks gaan ze ook achter mij aan en dan is je plan voor niets geweest.' Olette kreeg een voorzichtige glimlach op haar gezicht. 'Dat had ik me al voor op voorbereid.' Ze pakte haar stok. 'Accio zakmes.' Binnen een minuut had Olette het voorwerp al in haar handen. Ze liet Theodoor's hand los en trok de mes uit het zakmes en snee in haar linker onderarm. 'Wat doe je?!' Theodoor pakte het zakmes af en pakte de arm vast. 'De Angels zijn aan het sterven, ze verlangen naar mensen. Ze zullen mij eerder kiezen dan jou omdat ik bloed. Het is hetzelfde als met haaien. Ze gaan eerder op een bloedende goudvis aan dan achter een dolfijn die helemaal oké is.' Ze pakte zijn hand en kneep erin. 'Kijk heel even naar de Angels voor mij.' Ze draaide zich naar hem toe en gaf een kus op de wang. Daarna keek ze meteen weer naar de Angels. 'Ga nou maar, anders heb ik dit voor niks gedaan.' Theodoor knikte voorzichtig en voor de laatste keer wisselde ze een kneepje af voor ze elkaars handen los lieten.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen