Ik heb tekst 1 genomen en in de tegenwoordige tijd gezet.

Met trillende handen reik ik naar de tafel toe, eindelijk is het zo ver. Hij heeft eindelijk weer iets van zich laten hopen, maar of dat goed nieuws is?
Mijn handen strelen de enveloppe met mijn adres erop. De enveloppe heeft vier postzegels. De lafaard. Natuurlijk is hij ver weg van hier. Hij durft me niet meer aan te kijken, aan te raken en niet eens in de buurt van me te komen. Niet nadat hij me zo gekwetst heeft. Ik scheur de brief open, waarna ik voorzichtig begin te lezen.

Beste River,

Ik weet dat je me niet meer tegen me wilt praten of wilt zien, maar ik kan het gewoon niet laten. Ik vraag je, nee ik smeek je, om me te vergeven.
Ik zie mijn fout in. Natuurlijk is het dom van me om met Nicole het bed in te duiken, maar ik was dronken. Hoe vaak keek jij wel niet naar die David?
Weet je wat River? Je kan erin stikken.
Ik heb er genoeg van. Zeg gewoon tegen me dat je niet meer van me houd. Dat is nog altijd beter dan zo'n lange afstand relatie. Ik ga je nu los laten, hoeveel pijn het ook zal doen. Verbrand alles wat iets met ons te maken heeft. Herinner je dat boekje nog? Daar, precies in het midden, staat een groot hart. Dat stond voor het teken van onze liefde. Vermoord dat, voor mij. Ook die kist warvan jij mij nooit wilde vertellen gaat eraan. Alles wat over ons gaat moet gewoon uit de wereld verdwijnen. Geloof me, het is beter zo.
Ik houd van je, ook al ben ik er in je gedachten niet meer.

Veel liefs,
Jonathan

Gespannen kijk ik naar de brief in mijn handen. Het geheel ziet er gehaast en wazig uit, waardoor de brief een trieste indruk maakt. Ik heb per ongeluk de inkt uitgeveegd en ik heb per ongeluk een paar tranen op het papier laten vallen , maar de brief is alsnog leesbaar. Voorzichtig deed ik de brief nu in de enveloppe en zette die op de keukentafel. Verlangend keek ik naar het messenblok op het aanrecht, maar wende snel mijn blik af. Ik moet nog iets doen. Ik zal braaf doen wat hij me vraagt, waarna ik hem vergoed kan vergeten. Boos veeg ik de tranen uit mijn ogen. Het zijn geen tranen van verdriet. Het zijn tranen van woede. Hoe kan hij me de schuld geven van iets wat hij heeft gedaan. Hij is de fout ik gegaan en nu mag ik dat mooi gaan opruimen. De lafaard.
Rustig loop ik de gang in, waarna ik aan mijn opdracht begin. Als ik de trap op ren zie ik al meteen het grote luik verschijnen. Dat luik gaat naar de zolder, waar ik nog maar een keer ben geweest. Ik ga op mijn tenen staan zodat ik bij het luik kan komen. In een ruk trek ik het luik open, waarna ik de houten ladder vast pak. Ik trek die ladder naar beneden en met trillende handen klim ik voorzichtig de trap op. Gelijk als ik boven kom kraakt de vloer al klagend. Bang om door de vloer heen te stappen ben ik niet, maar voor de kist daar in het midden wel. Een oeroud slot zit stevig aan de kist vast, alleen iemand met de sleutel kan de kist open maken. Mijn hand glijd omhoog, naar mijn borst. Als ik een bobbel voel, glijd er een glimlach op mijn gezicht. Hij had het me gegeven, natuurlijk. Mijn hand verdwijnt in mijn t-shirt en langzaam pak ik het voorwerp. Er komt een ijzeren ketting te voorschijn, die schittert ondanks het vele stof. Mijn hand gaat nog eens liefdevol langs de ketting, waarna ik snel naar de kist loop. Aan de ketting hangt een sleutel, die de kist opent. Hij zei altijd dat het de sleutel was naar zijn hart, naar onze liefde. Toen geloofde ik dat, nu al lang niet meer. Nu weet ik dat het bedrog was, hij heeft me gebruikt. Voorzichtig buig ik naar de kist toe, waarna ik op mijn knieën val. Mijn hand gaat langzaam over het ruwe hout, versleten door de vele jaren hier boven. Er glijd een warm gevoel door me heen. Het is tijd.
Ik pak de sleutel vast en met trillende handen pak ik het slot vast. Voorzichtig schuif ik de sleutel in het gat, waarna het er voorzichtig inglijd. Ik voel hoe al mijn adem wordt weg gezogen als het slot langzaam open gaat. Het roest houdt de deksel er van om open te gaan maar als ik er een klein ruk aan geef geeft die toe. Het stof dwarrelt over mijn hoofd heen, er is hier al jaren geen schoonmaakster geweest. Met een onregelmatige hartslag kijk ik voorzichtig heen over de rand, waarna mijn ogen een object vinden. Een foto. Van ons, samen.
Alles lijkt terug te komen komt alles gelijk weer terug. Onze liefde, ons verhaal. Het lijkt als of er een film in mijn hoofd wordt afgespeeld die ik niet kan stoppen, helaas. Het is over, het is bedrog. Een plaatje van het messenblok op tafel schiet door mijn hoofd en een steek van verlangen gaat door me heen. Dat ene scherpe mes in het midden. Die is voor mij bestemt.
Alweer schud ik mijn hoofd zodat mijn gedachten worden verstoort. Straks heb ik de tijd, nu moet ik snel handelen. Ik kijk weer in de kist en ik pak er een doosje uit. Met trillende handen maak ik hem open. Verbaasd ben ik niet, als ik de foto van hem vind. Een woedend gevoel overspoelt me en ik voel dat ik bijna op het moment ben gekomen dat ik breek.
'Rustig, River.'
Deze paar woorden van mijzelf zijn genoeg om te kalmeren, waarna ik voorzichtig de doos op til. Hij is het niet waar om boos op te worden, het geeft hem alleen maar plezier. Stap voor stap loop ik baar de houten ladder toe, het is tijd. Stap voor stap loop ik de krakende ladder af. Op het nachtkastje van mijn stiefvader vind ik een aansteker, eindelijk komt eijn verslaving eens van pas. Met alles in mijn handen loop ik naar buiten en ik zet alles op een hoop neer. Ik pak de aansteker uit mijn zak, waarna ik de vlammen vrolijk aan de papieren documenten laat knabbelen. Met grote ogen kijk ik toe hoe het papier langzaam zwart kleurt. Daarna gaan de foto's er aan. De foto van ons twee in het park. Van ons, kussend in het vochtige gras. Van mij, waarin ik liefde vol de lens in kijk. Ik kijk als of hij diegene is die mijn leven heeft gered.
Maar dat heeft hij niet. Hij heeft juist het tegengestelde gedaan, hartenbreker. Als de laatste foto's onder het vuur zijn bedolven besef ik dat ik wat ben vergeten. Alles wat me aan hem moet denken moet worden uitgeschakeld. Ik ren naar binnen toe en ik pak daa de brief vast. Ook pak il het boekje, wat ik heb bijgehouden in de tijd dat wij samen waren. Ook pak ik het messenblok mee, eindelijk kan ik er een eind aan maken. Ik zak neer op mijn knieën in het vochtige gras. Voorzichtig pak ik een mes uit het blok, ik mag het niet verpesten. Ik sla het dagboek open, precies in het midden. De tekening die hij heeft gemaakt straalt van het blad af, het hart in het midden is knalrood. Met het mes ga ik naar het hart toe, eindelijk heb ik de kracht om het te doen.
Het mes klapt met een grote klap naar beneden, dit was het dan.
Dit was onze liefde, dit is het einde. Een schreeuw van blijdschap ontsnapt mijn mond. Ik ben gewoon zo blij. Blij dat hij eindelijk uit mijn gedachten is verdwenen.
Terwijl het vuur langzaam alle resten opeet draai ik me om. Ik ben klaar hier. Terwijl ik rustig terug naar mijn huis loop merk ik dat het al donker is geworden. Een uil komt tot leven, de nacht is officieel begonnen.

Een uil kijkt vanaf zijn tak naar het spel dat zich beneden aan het afspelen is. Het mes steekt nog steeds in het hart, nog niet aangetast door het vuur. Doordat het meisje al naar binnen is gegaan ziet ze niet wat ze gedaan heeft. Ze heeft de liefde laten omkomen. Nooit zou die er mee zijn, niet bij haar tenminste. Het boek bloedt, bloed van inkt. Stralen inkt lopen snel naar beneden toe, nog even en het hart zal sterven. Langzaam rollen de laatste druppels inkt op de grond, waarna het leven van de liefde voorgoed verdwijnt. Vaarwel, liefde.

Reacties (1)

  • Mallory

    Vaarwel nikki<3(A)

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here