Foto bij [42] Hogwards

In de verte vliegt de draak de ondergaande zon tegemoet. De natte kleren liggen op een hoopje en ze hebben allemaal droge kleren aan maar ze zien er verkleumd en koud uit.
‘We hebben een probleem.’ Mompelde Hermelien somber. ‘Hij weet het en is op weg naar Zweinstein om de laatste te pakken voor wij hem hebben.’
Het duurde even voor het tot me doordrong maar Damon snakte naar adem en gromde: ‘Waar wachten we dan nog op? STA OP STELLETJE NUTTELOZE MENSEN!’
Ik grauwde naar hem. ‘Houdt je mond. We stormen er niet zomaar regelrecht op af. Bovendien: hoe komen we zo snel daar?’
‘Verdwijnselen?’ ik schudde m`n hoofd en begon te ijsberen, m`n oog viel op Hazel. ‘Stuur haar naar huis.’
Ze wou protesteren maar ik legde m`n hand over haar mond. ‘Dit word gevaarlijk. Gevaarlijker dan dat we het gehad hebben.’
Marti lachte, ‘laten we dan in ieder geval als Nightshade gaan. Dan herkennen ze ons.’ Hij zag over duidelijk de lol er wel in en eerlijk gezegd had ik ook best zin in een gevecht.
‘Goed, we verdwijnselen naar Zweinsveld.’ We gingen in een kring staan en Marti hield de teugels van Devona stevig vast.

Maar zodra we landden ging een snerpend alarm af. In paniek keken we rond en doken een steegje in. Een groepje mannen renden uit de kroeg en riepen iets naar elkaar maar al snel werd het weer stil. Te stil.

March en Damon gingen zij aan zij staan en blokkeerden het zich op ons voor het geval er anderen langs kwamen. Devona stond braaf stil en wiebelde met haar oren. Hermelien snakt naar adem als de grond voor ons bevriest en de temperatuur een paar graden daalt. Een lange zwarte gedaante glijdt de hoek om en drijft ons nog verder het doorlopende steegje in. Achter me hoor ik Harry en Hermelien een gefluisterde discussie voeren of hij de patronus op moet roepen. Net als Hermelien een geschrokken "nee" piept, fluistert Harry "Expecto Patronum!" Het zilverkleurige hert galoppeerde, tussen Damon en March door, op de Dementoren af en jaagt die de steeg uit. Maar alsof het nog niet erg genoeg is komen en mensen aan. Blijkbaar hebben ze in een van de herbergen gezeten en komen ze nu op het loeiende lawaai af. Ik herken een aantal stemmen van m`n gevangenschap bij Voldemort en sis waarschuwend tegen de anderen. Als de schaduwen dichterbij komen en op het punt staan de hoek om te komen. Vliegt een oude houten deur vlak naast Ron open. De herbergier van de "Zweinskop" kijkt om het hoekje en grijpt Ron en Hermelien vast om ze daarna door de deur te duwen. Ik grijp Harry en ren gouw naar binnen.Marti sleurde Devona mee naar binnen en March duwde tegen haar kont in omdat ze eerst weigerde door de smalle deur te gaan. De deur slaat achter ons dicht en ik hoor buiten de man met de Doodsdoeners discussiëren. Blijkbaar heeft hij de woordenwisseling gewonnen want na een paar seconden komt hij alweer binnen. Damon draaide zich om en grijnsde, ook March lachte naar de man en begroette hem.

'Dat was een verdomd stomme actie, Potter.' De man komt me akelig bekend voor. Blijkbaar ben ik niet de enige die dat denkt want Hermelien staart hem geconsentreerd aan, zich er niet van bewust dat het bijzonder onbeleefd is.
'Wacht! Jij bent Desiderius, de broer van professor Perkamentus.' Die verklaring maakt duidelijk waarom hij me bekend voorkwam. Hij heeft zelfs dezelfde kleur ogen.
Hij knikt en gaat ons voor naar een kamertje dat verder van de weg af ligt. Zodra we zitten haalt hij eten en drinken te voorschijn en gretig zetten we onze tanden in het verse brood. Maar mijn honger is nog niet gestild... March en Desiderius voerden een zacht gesprek en betrokken Damon erbij. Hazel bleef dicht bij me. Ze was bang maar hield zich uitzonderlijk sterk.

'Aangezien jullie geen andere kant op kunnen dan naar Zweinstein te gaan, zal ik jullie helpen er te komen.' Hij staat op en loopt naar een groot schilderij van een jong meisje, haar lange haren wapperen in een briesje. 'Ariana, waarschuw hun even wil je?' Het meisje glimlacht minzaam en draait om, waarna ze het tuinpad afloopt langzaam maar zeker verdwijnt ze in de verte. Desiderius draait zich om en benut de tijd in stilte door ons een voor een aan te staren. 'Ben jij een Hybrid?' Ik kijk hem ijzig en strak aan. 'Nou nou, je hoeft niet zo boos te doen. Ik vroeg alleen of je een Hybrid bent. Albus heeft het wel eens over jou gave gesproken... Hij was vol lof over je zelfbeheersing!' Ik glimlach vaagjes, vereerd dat Albus Perkamentus het over mij heeft gehad. 'Ja, ik ben een Hybrid...' Nu glimlacht hij, meteen wordt z`n gezicht veel vriendelijker. 'Ik heb talloze vampiers en weerwolven ontmoet, maar nog nooit een Hybrid...'
‘Pff… alsof ik niet geweldig ben.’ Plaagde March.

Ariana keert terug met een gehavend uitziende Marcel. Maar z`n humeur is zonnig. Het is een vreemd contrast met z`n uiterlijk. Een blauw oog dat bijna dicht zit en vanaf z`n slaap tot z`n kin loopt een diepe snee. Vlammen verschroeien me vanbinnen uit en met al m`n zelfbeheersing kan ik nog net voorkomen dat ik bovenop hem spring. Hij schijnt zich van geen kwaad bewust en omhelst iedereen met een brede grijns. Als hij z`n armen om me heen slaat voel ik spieren die hij nooit eerder had. Ook is hij knapper dan dat ik hem ooit heb gezien, zelfs met al die verwondingen. Ook zie ik een lekkere volle ader door z`n nek lopen, waar ik de uitnodigende hartslag in zie bonken. Met ingehouden adem stap ik achteruit en vang Desiderius` blik. Vol bewondering knipoogt hij tegen me. Maar Marti plaatste zich voorzichtig tussen Marcel en mij in. ‘Ik ben Marti. Dit is mijn broer, march en dit is Damon.’
Marcel glimlachte en gaf ze jongens beleefd een hand. ‘Ik ben Marcel. Een student aan Zweinstein hogeschool in magie. Vrienden van Bonita zijn ook mijn vrienden’

'Des, er komen zo nog een paar mensen, oké? Laat ze maar gewoon door.' Desiderius bromt iets onverstaanbaars en sjokt de trap af zonder ook nog maar om te kijken.
'Kom, de anderen staan te trappelen om je weer te zien Harry. Sommige begonnen zelfs al te denken dat je op de vlucht was. Maar ik wist dat je dat niet was en Ginny ook niet! Geweldige meid.' Ron grijnst trots, en Harry glimlacht. Plotseling zie ik iets in z`n ogen waar ik bijzonder blij van wordt. Harry`s groene ogen schitteren verlangend zodra Ginny`s naam genoemd werd. 'Zijn jullie een stelletje Harry?' Z`n ogen flitsen mijn kant op en hij lijkt bang om me te antwoorden. Maar dan als Hermelien hem een por geeft knikt hij snel. Met een brede glimlach sla ik m`n armen om z`n nek en druk een kus op z`n wang.
'Ik wist wel dat je met een normaal meisje zou eindigen! Ginny is een geweldig kind. Ik ben blij voor je Harry!' Hij lijkt opgelucht te zijn om m`n reactie en grijnst breed.
‘Zeg, moet dat paard ook mee?’ hij boog zich langs Marti om naar Devona te kijken. Marti knikte. ‘Ja, Devona gaat mee.’ Marcel haalde z`n schouders op en ging ons voor de tunnel in.
De rest van de weg luisteren we naar Marcels verhalen over Zweinstein dat nu meer op een gevangenis lijkt dan op de veilige school dat het een jaar geleden was.

'Zo, we zijn er!' Marcel opent de ronde deur aan het einde van de gang. Zodra Harry in het licht stapt barst er een orkaan van geluid los. Het geklap, gelach en gegil is zo erg dat ik m`n handen over m`n ogen sloeg en Devona hinnikend steigerde. Ik stap tegelijk met Marcel de kamer in, op een soort van podium. Links in de zaal hangen hangmatten en aan de andere kant staan een stel tafels met restjes eten en vuile borden. En groep mensen, zo`n veertig man groot, brult uitzinnig en sommigen huilen van opluchting. Cho Chang huilt openlijk en klapt in haar handen, een brede grijns om haar lippen. Dan alsof ze het afgesproken hebben wijkt de menigte uit een en vormen zo een pad in hun midden. Ginny staat aan de andere kant. Zodra Harry haar ziet springt hij het podium af en rent op haar af, zij begint ook te rennen en zodra ze elkaar bereiken omhelzen ze elkaar en kussen zo lang dat het lijkt alsof hun lippen aan elkaar geplakt zijn. Ondanks mijn vriendschappelijke gevoelens voor Ginny gaat er toch een steek van jaloezie door me heen. Een beetje ontzet draai ik m`n hoofd weg van het stelletje en begroet andere mensen.

De jongens staan een beetje ongemakkelijk bij mij en Devona gooide geschrokken haar hoofd achterover bij het tumult. Hazel rent naar een paar mensen die ze kende.
De mensen zijn ook blij om mij te zien, vooral nu Marcel verteld heeft wat ik ben en wat ik allemaal kan. Ongemakkelijk schud ik handen, trachtend m`n jaloezie te verbergen en m`n bloeddorst buiten te sluiten. Maar na een poosje klimt Harry het podium weer op.
'Ik ben opzoek naar het diadeem van Huffelpuf.' De mensen vallen stil en kijken met grote ogen naar hem op. Dan na een stilte stapt Loena Leeflang naar voren. 'Ik weet wel waar we kunnen zoeken!' Harry glimlacht hartelijk en gaat dicht bij haar staan. Zachtjes, op fluistertoon, overleggen ze iets waarna Loena knikt en hem voorgaat naar een deur. De mensen in de Kamer van Hoge Nood begonnen allemaal tegelijk vragen door elkaar te roepen. Duwend en trekkend dringen ze zich dichter om ons heen. Met een nerveuze grom strek ik m`n gespannen vingers. Damon greep m`n pols vast en duwt me achter zich. 'MENSEN! STOP!' Geschrokken staat de menigte stil en doet weer een paar stappen achteruit. 'Ze heeft ruimte nodig.' Nog een paar meter ruimte krijgen we. Ik snakte naar adem en protesteerde niet toen Edward m`n pols van Damon over nam en me naar zich toe trok. Het was tenslotte allemaal voor ieders bestwil.

De stilte die nu al een poosje heerst is niet vervelend. Ik heb m`n mp-3 speler aangezet en met m`n oortjes in lig ik in Ginny`s hangmat. Ik moet in slaap gevallen zijn want als ik m`n ogen open heerst er paniek. Mensen rennen rond en ik zie dat leden van de Orde van de Feniks zich bij ons gevoegd hebben. M`n hoektanden komen te voorschijn en geven me een vertrouwt gevoel. Marcel grijpt m`n hand en trekt me achter zich aan de gangen door in de richting van de toren van Griffoendor. ‘We worden aangevallen en hebben je nodig! Jij alleen kan de orde enigszins herstellen in de toren.’ Het portret van de dikke dame jammert en zwaait opzij als wij eraan komen. De paniek heeft ook in de leerlingenkamer toegeslagen. Eerstejaars gillen en worden onder de voet gelopen. Een meisje met lichtbruin haar wordt omver gelopen en verdwijnt gillend onder de stampende menigte. Professor Anderling, in een kamerjas en met warrig los haar, staat op een stoel en probeert de boel te ordenen, zinloos, want niemand schijnt haar te horen. Met een welgemikte sprong land ik naast haar op dezelfde stoel en grijp haar vast om niet te vallen. 'Juffrouw Luxfort! Wat doet u hier? Bent u helemaal gek geworden?' Ik glimlach flitsend. 'Minerva,’ Ik gebruik express haar voornaam, ‘ik ben met Harry mee terug gekomen! Laat me u helpen. Marcel is hier ook. We zorgen dat iedereen veilig in de Grote Zaal kan komen.’ Minerva knikt trillerig en laat de rest even aan mij over. 'MENSEN!' M`n Geestenstem galmt over het lawaai heen. Ze stoppen met schreeuwen en duwen en kijken me paniekerig aan. “Oh! Het is Bonita!” “Kijk, Nightshade is er ook.” Werd er gefluisterd en ik kon het niet laten dan te glimlachen. 'Vrienden, we gaan allemaal naar de grote Zaal. De laatstejaars nemen een eerstejaars onder hun hoede. Marcel, ik en professor Anderling begeleiden jullie! Goed, laatstejaars met eerstejaars voorop. Daarna komt de rest. Bij elkaar blijven en hou je vrienden in de gaten!'
Iedereen krioelt weer door elkaar en doet wat ik hen op gedragen heb. Zelfs til ik het bruinharige eerstejaartje op. Wonden en blauwe plekken ontsieren haar jonge gezichtje. Zwakjes slaat ze haar armen om m`n nek en duwt haar gezicht tegen m`n schouder.
Op de een of andere manier is de dorst niet zo erg meer.
De evacuate is begonnen.

In de gang word ik ineens van beide kanten ingesloten. ‘Hey Bonny,’ ‘,ons favorite vampier wezentje, kom je ook lekker meevechten?’ Fred en George liepen zo nonchalant naast me dat je zou verwachten dat ze gewoon wat gingen eten in de Gote Zaal. Ik rolde met m`n ogen en giechelde, ‘Jep, we laten ze weten dat je niet met ons moet sollen!’

Reacties (1)

  • Allysae

    oelallalala

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen