Foto bij [43] I ask you for your help!

In Grote Zaal is het chaos. Mensen van verschillende afdelingen lopen door elkaar en schreeuwen zo hard dat ik mezelf niet kan horen denken. Het meisje gaf ik gauw aan een ander meisje. Als ik de Griffoendors naar hun tafel geleid heb ga ik vlak bij de deur staan. hoefslag van een paard klonken door de hal en Devona stapt gehoorzaam van de trap af. Onderaan sprong ze aan in een handgalop, Marti`s haren wapperden en aan hun zijde galoppeerden geestenpaarden.
Mensen stoven aan de kant toen Devona geen tempo leek te verminderen en onbevreesd op hen in liep. Edward, March en Damon verschenen boven aan de trap en kwamen naast me staan.
Marti hield Devona pas in bij het podium, hij liet haar de vier treden oplopen en ging op het podium staan. Devona was een beetje prikkelbaar door de herrie en schraapte met haar hoeven.
De geesten stelden zich op aan de lange zijde van de Zaal, net als de mensen van de Orde.
Zodra Anderling haar arm hief, werd het stiller en ging iedereen bij hun eigen afdeling- tafel zitten. Afwachtend en angstig werd er hier en daar nog gefluisterd. 'Leerlingen, jullie weten al dat Voldemort op weg hier naar toe is, en dat Harry Potter weer hier op school is. Aangezien het vechten gaat worden hebben we een keuze voor jullie. Zesde- en zevendejaars krijgen de keuze of ze willen blijven om te vechten of om weg te gaan en de school te verlaten met alle andere leerlingen.' Het lawaai barstte weer los en ik verschoof ongeduldig, we moeten ons voorbereiden. Alle leraren schaarden zich achter Anderling. En Harry trad uit het midden van laatstejaars Griffoendors. Mensen wezen en lopen achter hem aan. Bijna alle Griffoendors, van de toegestane leeftijd, volgden hem en gingen bij de leraren staan. Een groep van Ravenklauw en Huffelpuf volgden ook en sluiten zich ook bij de groeiende vechters aan. De orde van de Feniks trad ook naar voren en vormden zo een linie tussen leerlingen en vechters. Romeo Wolkenveld liep naar een paar leraren toe en begint hen uit te leggen hoe ze de evacuatie gaan doen.
In volgorde van leerjaar worden ze weggeleid.

'Bonny? Moet je niet even voeden?' Arthur Wemel legt z`n hand op m`n schouder en kijkt me vragend aan. 'Nee,' antwoord ik met een brede glimlach 'ik denk dat ik straks een feestmaal aan Dooddoeners heb!' vervolg ik waarna ik vals lach en sommige mensen die me gehoord hebben lachen met me mee. Bang ben ik niet... Niet voor de dood of voor de pijn die in het verschiet ligt. Eigenlijk voel ik niets behalve een soort drang. Harry praat met Lupos en Tops. 'Waar hebben jullie Teddy gelaten? Ik bedoel, jullie hebben hem toch niet meegenomen?' Een spoortje wanhoop kleurt z`n stem. Maar Lupos Grijnst en schud z`n hoofd. 'Nee, natuurlijk niet Harry! Hij is bij Tops` moeder!' Harry zucht opgelucht en wenst hun succes. Als hij zich omdraait ziet hij mij en komt op me af gelopen. 'Ben jij bang?' Hij ontwijkt m`n blik en kijkt in plaats daarvan naar Anderling die net de zaal verlaat. 'Nee,' zeg ik zachtjes 'jij?' Hij knikt en kijkt me dan zo plotseling aan dat ik ervan schrik. 'Ja, ik ben bang...' Voorzichtig leg ik m`n hand op z`n arm en glimlach - hopelijk - geruststellend. Waarschijnlijk werkt het niet bepaald want m`n ogen zijn zwart van de dorst, donkere schaduwen onder m`n ogen en vlijmscherpe hoektanden werken niet bepaald geruststellend. Maar hij glimlacht beverig en trekt me dan plotseling in z`n armen. Ik snuif z`n heerlijke menselijke geur op en sla m`n armen om hem heen.

'Het komt wel goed!' Het klinkt totaal niet overtuigend maar ik zeg het werktuigelijk. Dan opeens zien we door de open staande deuren van de Grote Zaal allemaal stenen beelden en ijzeren harnassen langs draven. Rinkelend stoppen ze op de binnenplaats en stellen ze zich op in brede rijen. De stenen waterspuwers springen van de torens af en gaan helemaal op de brug staan. Harry en ik kijken elkaar verbijsterd aan als Anderling zegt: 'Dit heb ik altijd al willen doen!'
Lachend loop ik naar m`n medevampiers toe. We droegen allemaal soortgelijke kleding. Een kort tuniek voor mij en de hoge vrouwelijke kistjes. De jongens droegen een donker shirt en een jeans met daaronder kistjes. Edward zag er een beetje ongemakkelijk uit. ‘Zal ik m`n familie oproepen?’ eigenlijk wou ik de Cullens er niet bij betrekken maar alle hulp was welkom, ik knikte.
‘Lucian. Ik ga Lucian bellen.’ Zonder op een reactie te wachten draaide ik me om en schoot razendsnel het podium op. ‘Mag ik Devona even lenen?’ Marti grijnsde en steeg af. Galant hield hij me in het zadel en maakte de beugels op maat.
De merrie leek te rillen onder me, geruststellend gaf ik haar een klopje op de gespierde schouder en spoorde haar aan. Ze sprong van het podium af en galoppeerde met klepperende hoeven over het middenpad naar de deuren toe. Aan de muur hingen enkele zwaarden snel hield ik Devona in, trok een zwaard van de muur en dreef de merrie weer aan. Ik boog me over de slanke hals heen terwijl ze van een trap sprong. Op de binnenplaats stonden rijen beelden opgesteld. Anderling zwaaide even naar me en Marcel juichte toen we langs schoten.
In het Verboden Bos trek ik aan de teugels. Zodra ze stil stond sprong ik eraf en knielde neer.
M`n geestelijke noodoproep naar de Lycan die mijn biologische vader was luid en duidelijk. Ik kreeg geen reactie, chagrijnig steeg ik weer op en draafde terug.

In de school leidde ik Devona mee aan de teugel. Ze zijn net bezig met de vijfde jaars te evacueren. Bange en zenuwachtige blikken worden in mijn richting geworpen als ik op de rij af been. 'Bonita! Kun jij niet vampiers oproepen ofzo?' , ik sta stil en keek op professor Banning neer, hij zat aan een lange bank en poetste zijn toverstok. Ik haal m`n schouders op. 'Ik weet niet professor. Als ik ze zou kunnen bereiken zijn wij hier waarschijnlijk al aan het vechten!' 'Ja, maar toch is het wel handig als je nu contact met ze opneemt!' Ik knik en gaf de teugels aan March. ‘Ik ga kijken wie ik kan bereiken, ik draaide me om en ren dan de trappen op. Zodra ik een hoge rustigere verdieping heb bereikt duik ik een nis in en kniel daar neer.
Ik krijg m`n gedachten niet leeg, hoe hard ik ook probeer. 'Waarom wil het niet lukken.’ Kwaad sta ik op en been in de richting van de zevende verdieping. Tussen twee mensen door zie ik Ginny de hoek om glippen.

Ik zet het op en rennen en spring over de gillende leerlingen heen. Vlak om de hoek stop ik en zie hoe Ginny de volgende hoek om rent. Snel schiet ik achter haar aan en stop vlak voor haar. Noodgedwongen grijpt ze me vast en snakt naar adem. 'Ginny je moet weg hier! Het wordt gevaarlijk.' koppig schud ze haar hoofd.
'Bonny, je snapt het niet! Mijn hele familie is hier! M`n vrienden... Ik kan jullie hier nier achterlaten. Jullie kunnen dood gaan vanavond! En ik kan goed duelleren.' van wanhoop lopen er een paar tranen langs haar wangen naar beneden. Met een zucht laat ik haar armen los en pak haar hand waarna ik haar achter me aan trek. 'Goed dan, jij wint. Maar je moet me wel even helpen!' Opgelucht dat ik haar toestemming heb gegeven loopt ze zonder tegen te stribbelen achter me aan.

Snel en zonder om me heen te kijken lopen we richting de astronomie toren. De hoogste toren van het hele kasteel. En tevens de toren waar Perkamentus vanaf viel vorig jaar.
'Ginny, ik moet me kunnen concentreren. Kun je even de wacht houden bij de deur?' Ze knikt en trekt haar stok terwijl ze bij de deur gaat staan. Zelf beklim ik de trap die nog verder omhoog leidt. De wind heeft vrij spel hierboven en rukt aan m`n lange leren jas en aan m`n blonde lokken. In zak neer op een zon met een maan erin die het midden aangeeft van de toren en ga ik kleermakers zit zitten.

Ik zoek nogmaals contact met m`n vader. Dit maal krijg ik wel contact en vertel hem wat er aan de hand is. Hij beloofde me er meteen aan te komen en zoveel mogelijk lycans te verzamelen. ‘Ik zoek jullie op vlak buiten Edinburgh.’

Snel verbreek ik het contact en sta op. Het duizelt me. Met een klap ga ik tegen de vlakte en zie ik even helemaal niets. Hijgend blijf ik liggen tot alles niet meer draait en ik weer normaal zie.
Voorzichtig doe ik een tweede poging om op te staan. als ik voor de tweede keer onderuit ga, kruip ik naar de trap en hijs mezelf overeind aan de trapleuning. Langzaam loop ik tree voor tree naar beneden. Ginny staat nog steeds bij de deur en kijkt ongeduldig om zich heen. 'Ginny, wij gaan even een stel…wezens halen. Klim op m`n rug.' Ze werpt me een blik vol ongeloof toe. 'Hoe wil je mij in hemels naam mee nemen? Je kan niet eens normaal op je benen staan! Moet je niet wat drinken?' Ik schud m`n hoofd en grijp haar arm om haar met een zwaai op m`n rug te hijsen. Niet op m`n duizeligheid lettend ren ik de trap weer op. Ginny gilt als een bezetene en spartelt om zichzelf te bevrijden als ze ziet waar we heen gaan. Maar zodra ik me wankelend afzet op de rand duwt ze haar gezicht in m`n nek en klemt ze zich aan me vast. Ik weet dat dit een soort van zelfmoord sprong is als ik niet goed kan landen. Op de binnenplaats wordt gegild en rennen een boel mensen door elkaar als we gezien worden. Ergens in die groep mensen zie ik een roodharige familie...

M`n benen bezwijken als we landen en behendig rol ik me op m`n zij en ligt Ginny zacht jammerend naast me op de grond. Maar ik gun haar geen respijt en sta al weer op. Op vampier snelheid ren ik tussen de mensen door, de brug over in de richting van Edinburgh.

Na een poosje kalmeert Ginny en lijkt ze interesse te krijgen in de omgeving. Niet dat zij daar veel van kan zien. We gaan veel te hard om iets te kunnen zien met mensenogen.
Zelfs op mijn tempo, dat al veel lager ligt dan gewoonlijk, duurt het zo`n veertien minuten om er te komen. De Lycans zijn in hun conditie zijn veel sneller dan ik, maar ze moeten wel een langere afstand afleggen. Misschien kan ik nog even jagen...
De lichten van de stad verschijnen aan de horizon en ik besluit te stoppen bij een klein kroegje. Ginny hijgt lichtjes van schrik en het zweet gutst van me af. Damp stijgt op van m`n lichaam en ik voel m`n huid branden. 'Ginny, ik ga een spoor uitzetten en even jagen. Jij blijft hier op mij wachten.' Ze knikt en loopt de bosjes in. Ik kijk nog even om en ren dan verder naar de stad. ik de stad zoek ik een vuil afgelegen steegje en zoek naar sporen van menselijk leven. Nopes, ander steegje dan maar. Na een paar steegjes heb ik eindelijk geluk en vind ik een slapende zwerver. M`n tanden zinken in z`n halsslagader en warm bloed vult m`n mond. Het smaakt echter bitter van de alcohol maar ik neem genoegen met dit bloed. Al veel te snel is hij op maar ik dwing mezelf om weg te gaan. Ginny zit op een steen en vlecht haar lange rode haar.

'Anders wordt het vies tijdens het vechten.' verklaard ze als ze mij opmerkt. 'Slim van je!' Ik ga naast de steen zitten.
'Je hebt gevoed.' een bevestiging en geen vraag. 'Ja, anders was ik ingestort denk ik.' Met een grimmig lachje kijk ik in de richting van de stad. We hebben al een half uur geleden Zweinstein verlaten en ik vraag me af of het gevecht al begonnen is. Vast wel.
'Ashretan!' Lucian gevold door de rest van de roedel komt tussen de bomen vandaan.
Snel sta ik op en begroet hen. De meesten buigen voor me. Ik geef een knikje terug.
Ginny staat een stukje achter me en kijkt een beetje angstig naar de groep lycans voor haar.

‘Dit is Ginny Wemel.' Ik gebaar naar Ginny en trek haar iets naar voren zodat ze naast me staat. Ze word vriendelijk begroet door de Lycans en ontspant zichtbaar.
‘Laten we gaan, de tijd is kostbaar.’

Reacties (2)

  • Felonys

    oehh... snel vechtte!! snel verrder!

    8 jaar geleden
  • Allysae

    oeeeeeeeeeeeeeeeeee
    snel verder

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen