Foto bij [44] Death of a lot friends


De herrie van de slag bezorgde me kippenvel en rillingen. De adrenaline liet me nog harder rennen dan dat ik voor mogelijk hield. Ginny pakte haar toverstok en hield die in haar vrije hand geklemd. Lichtflitsen doorklieven de inktzwarte lucht en sproeiden hun vuur uit over de vechtende kluwen wezens. Sommige delen van het kasteel kleuren rossig door de vlammenzee dat aan de stenen likten. De brug is vol met vechtende mensen en brokstukken. Gebrul van de reuzen binnen de muren laat m`n bloed stollen. De muur komt steeds dichterbij en ik span m`n spieren voor de sprong. De afstand tussen de muur en m`n handen wordt steeds kleiner. M`n nagels boren zich in het steen en ik klim razend snel als een soort spin langs de muur omhoog. Bovenop de muur sta ik stil en zet Ginny neer die meteen weg rent en mensen beneden vervloekt. Op de stenen binnenplaats wordt nog meer gevochten. M`n haren wapperen in de wind en het vuur verwarmd m`n gezicht. Lucian marcheert in gelid met de honderd lycans de binnenplaats op. Dooddoeners kijken geschrokken rond, niet wetend aan welke kant deze nieuwkomers staan. als de Lycans brullen svormen de Dooddoeners een dichte eenheid die aan alle kanten aangevallen wordt. Grijnzend spring ik van de muur en ren het kasteel binnen. Slippend maak ik de negentig graden hoek naar de Grote Zaal. Ginny voegt zich ineens bij me, we knikken naar elkaar en banen ons vechtend een weg door de menigte. Molly en Arthur verweren zich samen met Remus en Tops tegen de zwartgeklede dooddoeners. Als ik ineens in hun midden verschijn met Ginny slaakt Molly een kreet. 'GINNY! WAT DOE JE HIER NOG?' Ginny haalt haar schouders op en ontwijkt en rode straal en vuurt er een terug.

Ik maak een salto en pak m`n stok. De voor mij bedoelde groene straal vliegt vlak langs m`n schouder en slaat een krater in de muur waardoor de brokstukken in de rondte vliegen. Zonder m`n toverstok te gebruiken duik ik bovenop de dooddoener en bijt z`n halsslagader door. Tenminste dat is de bedoeling... ik mis de ader net en sla nog een keer toe. Weer mis, nog een keer en nu spuit het bloed eruit.
Ik sta op en vuur nu zorgvuldig spreuken af. Het grootste nadeel van Hybrid? Onze magie is uitputbaar. Gelukkig kan ik m`n snel zakkende magie level compenseren door zoveel mogelijk bloed te drinken. Niet echt een moeilijke opgave. Het is namelijk uiterst vermakelijk als je een dooddoener bij z`n gewaad pakt en naar je toe trekt. Tegen m`n kracht kunnen ze toch niets doen...
Hoewel we met z`n allen een boel dooddoeners neerhalen worden er ook een boel van ons neergehaald... als een grijze flits op me afkomt van heel vlak bij weer ik die af met de toverstok zelf, het hout versplinterde. Ik gromde gefrustreerd en liet het restant dat ik nog in m`n hand geklemd had los. De Dooddoener die de dader was kon nog net een keer met z`n ogen knipperen voor z`n hoofd aan de andere kant van de Zaal belandde.

Tops slaakt een kreet en werd achterover geworpen door de kracht van de groene lichtflits. Remus slaakt een jammerende kreet en laat z`n stok vallen terwijl hij naast haar knielt. Met trillende vingers zoekt hij in haar hals naar een hartslag, ook al weet hij dat het tevergeefs is. Trillend tilt hij haar op en klemt haar in z`n armen. Nog een groene flits en Remus zakt slap achterover met Tops nog in z`n armen.

Ik kijk even om en ren dan de trappen op in de richting van de zevende verdieping. De gang is vol met valstrikken. Twee vijandelijke reuzen slaan de zijkant van dit deel van het kasteel kapot. Een vuist - even hoog en vijf keer zo breed als ik - mist me maar net en door de trilling die door het gebouw gaat slaat me onderuit. m`n zicht valt even weg als een pijnscheut door m`n schouder trekt. Een zachte snik ontsnapt me als in mezelf overeind hijs, struikelend een nis bereik en duik erin. Er is niet bepaald veel ruimte over want Fred en Percy staan daar samen. Hun toverstokken waakzaam getrokken terwijl ze af en toe spreuken om het hoekje afvuren. Fred trekt me verder achteruit tegen hem aan en een rode flits slaat het steen kapot waar ik net nog stond. 'Kijk uit Bonny! Bellatrix en een stel van haar vriendjes staan daar!'

Ik knik, en veeg een traan van m`n wang weg. Bloedspetters bedekken m`n gezicht en de voorkant van m`n leren pak. 'Relex Fred,' ik werp een blik op Percy die me twijfelende blikken toe werpt. 'ik ben Bonita Luxfort. Hybrid en lid van de orde van de Feniks.' Dat laatste is waar sinds ik zeventien ben geworden van de zomer ben ik al lid van de orde. 'Percy, ik werkte op het ministerie... Maar zei je nu dat je een Hybrid bent?' Ik knik en vuur een onvergefelijke vloek af. De muur voor ons barst open en brokken steen vliegen om onze oren. Vloekend gil ik "Protego!" en duw Percy en Fred achter me. Een uitzonderlijk grote steen vermorzelt m`n schild en knalt volop tegen me aan. Ik voel de botten in m`n lichaam breken en geef en gil die verloren gaat in het tumult maar die Percy en Fred bijna doof maken. Met een felle zwiep van z`n toverstok vliegt de steen recht naar voren en raakt de reus recht in z`n lelijke gezicht.
Fred hurkt naast me neer en betast voorzichtig m`n lichaam. Bij de gebroken botten kreun ik en doe ik een poging om z`n hand weg te duwen. Met op elkaar geknepen lippen begin ik magie naar de botten te pompen. Een hitte stroomt langs m`n ruggengraat naar de plekken en heelt die, een paar minuten later zijn ze weer zo goed als nieuw en heb ik verschrikkelijk veel dorst. “Tops en Lupos zijn dood.’ Zeg ik en sta op terwijl ik m`n schouder testend voel. Geschokt momelen ze wat maar moeten al snel hun aandacht bij het vechten houden. ‘Ja, het ging gelukkig snel. Ze hadden geen pijn.’ Fred glimlachte dunnetje en sprong ineens naar achteren.

Plotseling vang ik de stemmen van Harry, Draco, Ron en Hermelien op. 'Blijf!' grom ik naar de Wemels en schiet de nis uit. Meteen vliegen de vervloekingen om m`n oren. en rode flits komt op me af en als vanzelf trek ik een krachtveld rond me op. de spreuk werd afgeweerd zonder schade aan te richten.
Ik kijk om als ik voetstappen hoor naderen, Draco beent de hoek om en hij ziet de groene lichtflits niet die op hem afsuist. ‘DRACO!’ krijs ik en duik bovenop hem en duw hem zo op de grond. Even verzet hij zich maar als hij ziet dat ik het ben ligt hij stil en vormen z`n lippen m`n naam geruisloos. Snel bedek ik z`n hoofd met m`n armen als de bromstukken ons om de oren vliegen. Als ik opkijk staat een schilderij, dat tot nu toe wonder boven wonder heel was gebleven, in de fik en vlucht de bewoner gillend.

'Bonny!' Harry trekt me van Draco af. Nijdig ruk ik m`n arm uit z`n greep en sleur Draco mee naar de veiligheid van de gang. Met getrokken stok staat hij op en omhelst me dan. Ik geef hem een vriendschappelijke kus op z`n lippen en geef hem grijnzend een zetje in de richting van de trap. Harry trekt een vies gezicht en kijkt in de richting van Fred en Percy.
De twee broers staan met hun rug naar ons toe en schijnen te praten terwijl ze spreuken afvuren. Fred kijkt lachend opzij en ziet de groene flits niet aankomen. Z`n lichaam schokt even en valt dan op de grond. Ron slaakt een kreet waar zowel woede als angst in door klinkt. Zigzaggend ren ik naar de roodharige Wemels toe. Fred ligt met lege starende ogen naar het plafond te kijken, z`n laatste lach nog om z`n lippen. Vuile strepen lopen over Percy`s gezicht, hij huilt. Ook Ron huilt en George schudt Fred door elkaar. Ik kan dat niet aanzien en trek hem achteruit. Even verzet hij zich maar klemt zich dan pijnlijk aan me vast en huilt schokkend. Het enige dat ik kan doen is over z`n schouder kijken hoe Percy en Harry Fred verplaatsen. Ze leggen hem in de veilige nis.

George`s verdriet lijkt overgegaan te zijn in woede en hij trekt zich los uit m`n armen en rent in de richting van Bellatrix en haar vriendjes. Schreeuwend volgen Ron, Harry en Hermelien hem en blijven Percy en ik achter in de gang die plotseling belaagt wordt door gigantische spinnen. Zij aan zij vechten we ons een weg naar de trap zodat meerdere schouwers naar boven kunnen komen. Beneden wordt nog steeds gevochten tot de dood erop volgt en ook daar zijn een boel spinnen. Maar ook centaurs. Steigerend vuren ze hun nauwkeurig gemikte pijlen af en dat doet me eraan denken dat ik m`n pistolen nog heb. Met een bittere grijns trek de twee pistolen. Met luide knallen en met de geur van kruit mik ik op de weerwolf die er bij de dood van Perkamentus ook bij was, Vaalhaar. Hij slaakt een soort kreet die veel op een meisjesachtige gil lijkt en stort dan morsdood neer op de grond. Ik zou niet weten wie er Tarzan wou spelen maar een touw hangt aan het plafond in het midden van de gang. Ik laat Percy alleen als ik zie dat hij het wel alleen aankan en spring dan naar het touw. Er is altijd zo`n angstaanjagend moment dat het lijkt alsof het touw net zolang door je vingers blijft glippen tot je beneden bent. Maar halverwege krijgen m`n handen grip op het glibberige touw en slinger ik over de vechtende wezens heen. Ik herken ook Alice en Emmett in de menigte. Een stapel lijken ligt naast hen opgestapeld. M`n pistolen knallen zorgvuldig mensen neer en m`n lijstje met moorden groeit met de seconde.

Ik weet niet hoelang het geduurd heeft. Misschien is er een uur voorbij gegaan, misschien ook maar een paar minuten. Maar een galmende stem laat ons allemaal roerloos stilstaan.
"Ik laat m`n Doordoeners zich terug trekken en jullie krijgen een uur de tijd om jullie doden te bergen en de gewonden te verzorgen. Ow, en Harry, ben je van plan meer mensen voor je te laten sterven?" Alle Dooddoeners vertrekken een beetje verbaasd.
Ik laat me uit het touw vallen en land met een gehaaste koprol.
Overal liggen lijken en hoor je het gekerm van gewonden. Zoals ik al verwachtte loopt Carlisle rondt en helpt met de gewonden naar de Grote Zaal te brengen. Ik sta verstijfd in het midden van alle commotie en zie hoe Percy met Fred in z`n armen naar de Zaal loopt. Niet veel later hoor ik een hartverscheurende kreet van Molly en merk dat tranen over m`n wangen lopen. Ik ben me opeens ook akelig bewust van m`n verwondingen. Ik ben echter niet van plan om naar de Zaal toe te gaan. Met hangende schouders en sloffende voeten loop ik de trap weer op en wordt steeds somberder als ik de schade zie die de Dooddoeners aan het kasteel hebben toegebracht.

Pov. Marti Zy
Devona rilde toen een brokstuk haar schouder schampte en de huid openscheurde. Toch stopte ze niet en galoppeerde stevig door. de reus waarop we het gemunt hadden brulde oorverdovend en liet z`n vuist neerdalen op het kasteel.
Met het zwaard in m`n riem gestoken ging ik op het zadel staan. Devona legde haar oren plat in haar nek en boog af naar een dik been van de reus. Het beenhaar was lang dus toen ik tegen de been aansprong kon ik gemakkelijk grip vinden en naar boven klimmen. Via de rug klom ik naar de dikken nek. Het monsterlijke wezen draaide z`n hoofd en probeerde me weg te slaan maar voor hij dat kon doen stak ik het zwaard met al mijn kracht door z`n keel. Rochelend probeerde hij het ding nog weg te halen maar hij wankelde en dreunde tegen het kasteel aan.
Brullend zakte hij op z`n knieën. Snel, om niet verpletterd te worden, sprong ik van hem af.
March verscheen ineens naast me en grijnsde. Bloed liep langs z`n kin en bedekte de voorkant van het shirt dat hij droeg. De onderste punten van z`n haar was bruinrood van het gedroogde bloed. Ook hij droeg een zwaard. Ineens besefte ik iets, March stond precies op de plek waar de reus zal landen. Zonder te twijfelen begon ik te rennen en gaf hem een harde duw. Nog net zag ik hoe hij geschrokken op de grond viel. Z`n ogen waren gericht op iets vlak boven me,
daarna schoten z`n ogen naar mij. Eventjes, dat moment, leek hij op de menselijke March. ‘Ik hou van je March, zorg voor Devona.’ Fluisterde ik tegen hem. Het volgende moment vormden z`n lippen m`n naam ik deed m`n ogen dicht.

Reacties (1)

  • Felonys

    * hapt naar adem * Mati is dood!? nee! grr! daar zal je voor boeten!:@xD

    jammer dat er zoveel dood zijn gegaan!

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen