Foto bij Proloog ~ Encursion

Een kille novemberwind stuwde de zee omhoog, het strand op. Zacht geschreeuw weerklonk vanaf de woeste golven, een paardachtige gestalte rees op uit het water. De lange benen van het wezen waadden naar het droge. De lippen van de capall uisce -ook wel een waterpaard genoemd- waren terug getrokken in een hongerige grijns.
Eenmaal op het droge keek het wezen om en slaakte een schrille kreet die vanaf zee beantwoord werd door nog een waterpaard. De vacht van de capall was donkergrijs en spiegelglad door het water. Volkomen roerloos stond het daar terwijl het de zilte zeelucht opsnoof door de smalle slangachtige neusgaten.
De huid op de schouders rimpelden en het die schudde zich uit. Zelf nu, de vacht onverklaarbaar snel droog, was de vacht glad en had een subtiele waterachtige gloed.
Plots sprong de capall naar voren. De galopsprongen waren ontspannen, soepel en roofdierachtig. Even galoppeerde het paard parallel aan de kliffen mee, de vierkante pupillen op een gedaante bovenop de klif gericht. De hongerige grijs was niet verdwenen maar werd alleen maar erger.
Bij een smal wandelpad naar boven verminderde de capall z`n vaart en draafde omhoog. De spieren in de achterbenen bolden op en slingerde zich als koorden onder die spiegelgladde huid omhoog. De oren van het wezen draaiden de hele tijd rond, speurend naar tekenen van z`n soortgenoten.
Boven aan de klif begon het weer te galopperen sneller dan net. Zelfs deze rengalop was bijna helemaal geruisloos. Nu de vacht opgedroogd was leek het paard van staal gemaakt te zijn.

Daar, in de duisterste uren van de nacht reed een kind op z`n pony langs de klif.
De capall vertraagde en sloop dichterbij. De jongen, een kind nog, probeerde uit alle macht op de rug van de hysterische pony te blijven zitten. Nu kreeg de capall pas echt honger, ze was niet voor niets uit de zee gekomen.
Het jongetje zag de capall pas toen die zich op de hals van de pony stortte. Gillend en kronkelend probeerde de pony zich uit de greep van de tanden te bevrijden maar de capall was te sterk voor de pony. Het jongetje liet zich aan de andere kant van z`n pony eraf glijden, de kant van de klif want de capall was aan de andere kant.
Net toen het kind weg wou rennen zwenkte de achterhand van zijn pony naar hem toe. Het hartverscheurende gegil was over gegaan in een verstikt gegorgel. Het jongetje keek in het linkeroog van z`n merrie, er was veel wit te zien. De grond was glibberig van het bloed dat langs de kaken van de capall droop. De capall verplaatste haar gewicht over de pony heen en dwong haar op de knieën. De voet van het kind gleed weg op wat bloed, hij verloor z`n evenwicht en viel gillend van de klif.
Z`n pony huiverde en verslapte, de capall schreeuwde triomfantelijk en stortte zich op het lijk.

Reacties (1)

  • Allysae

    omfg
    snel verder

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen