Foto bij [50] Deathwake

Pov. Damon Salvatore
Nog voor we het schoolterrein opliepen viel me een vreemde spanning in de lucht op. Een spanning die ik al vaak genoeg gevoeld had als ik de doorgebroken demonen bevocht. Angsthandjes klampten zich vast aan m`n huid en veroorzaakten kippenvel.
Bij de rand van het krachtveld stonden we stil. De heuvel waar het kasteel op lag was leeg en de laatste demonen haasten zich door de poort terug naar hun eigen dimensie voor deze sloot en de achtergebleven demonen stierven.
Met een woeste furieuze blik liep March door de slappe krachtcircel en trok het zwaard dat hij sinds Nightshade bij zich droeg. Het was Marti`s zwaard geweest, zijn eigen zwaard had hij tegelijker tijd met z`n tweelingbroer begraven.
Hazel riep z`n naam en wou achter hem aan gaan maar Draco sloeg een arm rond haar middel en hield haar zo tegen. 'Laat hem maar.' fluisterde hij zachtjes in haar oor.
Met een woeste schreeuw stortte m`n verre bloedverwant zich op de laatste demonen die krijsend uit elkaar stoven en voor het bijtende zwaard weg sprongen. March leunde op het zwaard toen de poort zich sloot en de achtergebleven demonen ogenblikkelijk stierven.
Ik rende naar hem toe en gaf hem een dreun tegen z`n schouder. 'JIJ MONGOOL! ZE HADDEN JE KUNNEN DODEN! Wil je dood?' voegde ik er aan toe. Hij gromde en veegde het zwaard aan het gras schoon. 'Nee. Als ik Darius niet had. Dan had ik dood gewild. Hij is de enige reden dat ik nog leef.'
De blik in z`n groene ogen was moe en doods, ik schrok ervan.


'Ik had hem moeten beschermen Damon.' Het feit dat hij sinds negenentwintig jaar er over praatte was werkelijk een wonder, ik zei niets. 'Hij stierf terwijl ik daar verpletterd had moeten worden.'
Een traan gleed eenzaam langs z`n wang naar beneden, hij staarde langs me heen naar het kasteel. 'Natuurlijk wist ik dat hij het zo voelde alsof hij me nog moest terug betalen, maar ik had nooit bedoelt dat hij zijn leven zou geven. Ik was het niet waard.' Hij snufte, ging rechtop staan en veegde ruw langs z`n neus. Z`n ogen leken te gloeien toen hij me recht aan keek.
'Ik weet het March. Darius lijkt op hem...' March knikte lichtjes. 'Ja, en het humeur van z`n moeder.'
Ik lachte en klopte hem op z`n schouder. Wie de moeder van Darius was wist niemand buiten March en de moeder zelf om. Het enige wat wij wisten was dat ze een weerwolf of hybrid was, maar of ze nog leefde wisten we niet.
In het begin twijfelden we er zelfs aan of hij zijn zoon wel was maar toen het kind een jaar of zes werd werden de gelijkenissen duidelijker.

Een schreeuw klonk vanuit het marmeren graf. March en ik keken elkaar kort aan voor we snel naar hen toe renden. Het graf was leeg…
Met grote ogen greep ik March`s schouder vast om niet om te vallen. ‘Ze is weg…’
Alsof de duivel er mee speelde trilde m`n mobieltje. Edward.
Even twijfelde ik of ik hem weg zou klikken maar nam uit eindelijk op.
‘Ze is hier Damon. Lucian heeft haar mee lichaam meegenomen.’ verschrikt kon ik geen woord uit brengen. Lucian had haar in veiligheid gebracht!
‘Kom hierheen, we moeten praten.’
Hij hing op. ‘Ze is veilig.’ Mompelde ik en in een opwelling sloeg ik m`n armen om March heen. ‘Ze is veilig!’
Hij kreunde protesterend en worstelde zich uit m`n greep.
‘Zeg toverkollen, kunnen jullie naar Canada verdwijnselen?’
Harry knikte en liep alvast naar buiten, wij volgden.

We stonden in een uitgestrekt bos. Canada. De vogels zongen in de bomen hoog boven ons. Met m`n Geest begon ik naar de Cullens te zoeken, March deed hetzelfde.
‘Gevonden.’ Mompelde hij na een paar minuten en deelde zijn beleving met me. We lieten Harry ons dichterbij brengen. We stonden nu aan de rand van een klif. De geur hier was erg sterk, ik rook ook wolf en Bonita.
Hazel slaakte een gil toen Edward ineens achter haar verscheen. Z`n haar zat nonchalant warrig en hij had z`n handen in z`n broekzakken gestopt. Hij was duidelijk weer een High School kid.
‘Jullie zijn er.’ Naast hem verscheen een knappe brunette. Haar gouden ogen fonkelden en ze glimlachte. ‘Dit is Bella, mijn vrouw.’ Ik glimlachte op m`n aller charmantst naar haar en gaf haar een hand.
Nieuwsgierig hield ik haar reactie in de gaten toen ze de mensen begroette, ze liet niets merken van dorstverschijnselen ook al was ze nog erg jong.
Ongeduld borrelde in me op hoe dichter we hun huis naderden. Ik wou Bonita wekken.

Het huis van de Cullens in Canada was groot, op z`n zachts gezegd, en was licht gebouwd.
De tuin rondom was keurig verzorgd. Carlisle en Esmee kwamen naar buiten toen we de tuin inliepen. Zoals altijd begroetten ze ons hartelijk. Ik merkte dat er ook nog drie weerwolven bij waren, en er was een andere vrouwelijke vampier bij.
Of nou, vampier, haar hartslag verraadde haar.
‘Ze is mijn biologische dochter. Bella raakte zwanger toen ze nog mens was.’
Ik knikte en stak m`n hand beleefd naar het kind uit. Ze glimlachte warm en pakte m`n hand aan. ‘Ik ben Renesmee.’

Carlisle leidde ons het huis in naar zijn kantoor dat omgebouwd was tot een soort klein ziekenhuis. Midden in de kamer stond een ziekenhuisbed war Bonita op lag. Op een monitor naast haar was duidelijk te zien dat er een zwakke hartslag was.
Hazel wurmde zich langs me en pakte de hand van haar zus vast.
‘Er liepen enkele tranen over haar wangen. ‘Damon? Doe jij het?’
Ik knikte en ging aan de andere kant van het bed tegenover haar staan. Trillend stak ze haar pols naar me uit. Hazel knikte toen ik haar twijfelend aankeek. ‘Doe het.’ Vaag merkte ik dat de hele kamer vol met vampiers , wolven en tovenaars stond.
M`n hoektanden groeiden in een fractie van een seconde en voor Hazel zich misschien kon bedenken beet ik haat polsslagader door. Het bloed sijpelde er steeds sneller uit.
Hazel drukte de geopende ader tegen Bonita`s lippen. March ving Hazel op toen die door haar benen zakte. Hij likte snel langs de wond zodat deze zich sloot. Carlisle tilde haar de kamer uit.

De stilte die viel in de kamer was verschrikkelijk. Ik hield verwachtingsvol m`n blik op har roerloze gezicht gericht terwijl de hartmonitor zweeg.
March`s ringtone verscheurde de stilte. Zonder m`n ogen van Bonita af te halen luisterde ik naar de paniekerige stem aan de andere kant van de lijn.
Het kind was duidelijk overstuur. ‘Het was een ongeluk, de capall. Oh March je moet komen er is overal bloed! En Scorpius is ook gewond en Darius slagader, het spuit er uit! Je moet komen!’
Voor m`n ogen zakte March op z`n knieën.
‘M`n zoon.’ Ik keek Draco aan.
‘Scorpius os betrokken geraakt bij een ongeluk met een capall, hij en Darius zijn ernstig gewond. De kinderen zijn helemaal in paniek.’
Draco trok bleek weg en pakte zowel mijn als March`s arm vast.
Voor hij verdwijnselde hoorde ik hoe de hartmonitor begon te piepen…

Reacties (1)

  • Allysae

    OMG
    NIET DAMON WEG

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen