Foto bij ~2~

Omdat ik de volgende ochtend laat wakker werd, had ik al jeukende schouders. De zon scheen fel, maar ik voelde de kilte van een aankomende storm. Mijn voeten zagen blauw en ik dacht verlangend aan de warme sokken die ik in het kraakpand had liggen, enkele kilometers verder.
De vlekken op mijn jurk waren inderdaad weg en ik rekte me uit om uit te vinden of er nog iets mis was met mijn gewrichten. Niks.
Ik zocht naar mijn boog en panikeerde toen ik het ding niet kon vinden. De gegolfde boog die naar mijn vingers was aangepast, lag onder de klimop die aan de onderkant van het gebouw wortelde. Mijn handen grepen zich om het handvat en voor een moment vergat ik de jeuk op mijn rug. Mijn boog maakte mij... Mij. Ik voelde me compleet als ik de houten curve in mijn vingers voelde. Het was het hout van de Hickory waar ik onder verdoemd was. Van Hickory hout werden ook wichelaars gemaakt die mensen de weg konden wijzen als ze verdwaald waren. Wisten zij veel dat daar een oude, magische liefdesgeschiedenis achter zat.
De pees was altijd strak aangespannen. Ik had hem nog nooit hoeven vervangen. De pijlen waren misschien geen onderdeel van mijn boog zelf, maar hier was ik ook zeker gelukkig mee. Ze waren van zelf gehakte ceder en hadden een punt van geslepen vuursteen. De bevedering aan het uiteinde kwam altijd van mijzelf. Ik had niet het recht om dieren pijn te doen of te bestelen van hun veren voor de dingen die ik met mijn pijl en boog deed.
De komende zes uur, om en nabij, zou ik uit de buurt van elke vorm van menselijke intelligentie moeten blijven. Zo zou ik niet tot de verleiding komen om mijn wapens te trekken.
Het punt was alleen, dat de aanwezigheid van mensen als een soort drug voor me was. Het maakte me gezonder, sterker en warmbloediger. Daarom kon ik ook niet op het platteland wonen. Ik had het geprobeerd, maar de afkickverschijnselen verdwenen niet. In tegendeel. Ze werden erger.
In het begin was het alleen nog maar trillende vingers en de wil om mensen neer te schieten, maar op een gegeven moment had ik me zo wanhopig gevoeld dat ik de eerste de beste haas had neergeschoten. Niet neergeschoten, alleen geschoten.
De reden dat ik nooit op dieren schoot, was omdat ze niet om konden gaan met het consumerende gevoel dat in hun buik zou ontstaan zoals mensen dat deden. Bovendien konden dieren mij wél zien.
Het was verkeerd geweest om de haas te schieten. Hij was waarschijnlijk gestorven door de vlinders die hij in zijn buik voelde. Daardoor kon hij niet eten. Maar het had wel mijn verlangen gestild.
Dat was het moment dat ik had besloten in de stad te blijven wonen. Kleine dieren op het platteland verdienden niet zo'n wrede dood.
Ik begon richting Norbury te lopen. Ik liep dit stuk al zo lang, dat ik precies wist waar op dit moment geen mensen waren. En mijn gehoor hielp ook mee. Nouja, ik vroeg me af of het mijn gehoor was. Het enige wat ik goed kon horen was het kloppen van harten.
Elke stap die ik zette was een marteling voor mijn voeten. Alsof ik niet al genoeg straf had gehad. Schoenen droeg ik niet. De mijne sleten weg. Hoe voorzichtig ik ook deed, elk paar schoenen dat ik droeg was binnen een dag weg.
Ik wist wel waarom. Het was zodat ik last van mijn voeten zou krijgen en gedwongen was mijn vleugels uit te slaan. Maar ik had er een hekel aan om gedwongen te worden tot iets wat ik niet wilde, dus bleef ik eigenwijs op blote voeten lopen.
Alles ging prima, tot ik achter me een klap hoorde. Schichtig schoot ik naar de muur en maakte me zo klein mogelijk. Het geluid was achter een vuilnisbak vandaan gekomen. Op mijn handen kroop ik erachter vandaan. Ik keek in twee grote lichtgevende ogen. Even keek het paar me geschokt aan. Toen de zwarte kat bij zinnen was gekomen, legde hij zijn oren in zijn nek, grepen de nagels in de zachte grond onder hem en dook hij blazend ineen.
Ik slikte. Zwarte katten waren geen beesten om ruzie mee te krijgen. Voorzichtig liep ik naar achter. Ik wenste dat ik niet om had gekeken en gewoon door was gelopen.
Het beest blies harder en zakte door zijn poten om me aan te vallen.
Aan de andere kant van de steeg klonken stemmen en de kat keek me aan alsof hij me wel kon vermoorden voor hij via een container het dak aan de zijkant op klom.
Mensen.
'Niall are you sure this is a cut-off? What if we get lost?'
'No, no I'm sure of it!'
Ik kon niet anders dan me achter de vuilnisbak verstoppen en hopen dat ik sterk genoeg was.
De vuilnisbak stonk verschrikkelijk en de tranen stonden in mijn ogen van de penetrante geur die het af gaf.
De harten van de mensen die aan kwamen lopen, bonkten in mijn oren. Ik hoorde ze in mijn hoofd. Ze drongen door tot de rest van mijn lichaam.
Drie harten bonkten op de manier die ik veroorzaakte met mijn pijlen. Ze waren al geraakt.
Een ander hart klopte eenzaam.
Vier kloppende harten.
Het geluid van het eenzame hart, maakte dat ik mijn boog wilde pakken. Mijn hand gleed naar de koker op mijn rug en wikkelde zich om een van mijn eigen veren en het fijn geschuurde ceder. De jeuk aan mijn schouders verergerde en ik probeerde de nies uit te stellen. Het lukte niet.
Het ging allemaal ongelofelijk snel dit keer. De pijn door mijn ruggengraat en de rij veren die zich met een lichtflits aan beide schouders uitstrekten. Ik vloekte in mezelf omdat ik het niet langer had kunnen volhouden.
'What was that?' hoorde ik een stem.
"Please kom niet hierheen," dacht ik. Ach. Zichtbaar was ik toch al niet meer.
Een jongen met gemillimeterd haar schoof de bak opzij en keek net langs me heen. Ik hield mijn adem in om niet alsnog te verraden dat ik hier zat.
'Nothing here,' mompelde de jongen naar de anderen. Ze waren niet met vier, naar vijf personen. Wat vreemd... Ik had er toch echt maar vier gehoord.
Toen de jongens op afstand waren ging ik verzitten en strekte mijn vleugels ver uit.
Iemand van de groep moest me gehoord hebben, want hij keek me direct recht aan. Ik slikte. Hij kon me toch niet zien? Waarom had ik dan het idee van wel? Zijn groene ogen leken me te bestuderen, me te scannen...
Ik legde mijn vinger op mijn lippen als test. De jongen schudde zijn hoofd en haalde verward zijn handen door zijn krullen. Een andere jongen sloeg een arm om hem heen en ze sloegen de bocht om, het steegje uit. Hij keek niet om.


IK STA IN DE FREAKING TOP. WAT. LOL. Nee ik meen het. 25 abbo's terwijl er verhaal nog niet eens echt is begonnen, jullie zijn nu al de geweldigste lezers OOIT. Het beste is trouwens misschien wel dat jullie nog zo onwetend zijn over dit verhaal.
En als je hier toch bent; kudoknop even verkrachten? Misschien komt er nog wel een stukje ergens rond middernacht... c:

Reacties (3)

  • Walkure

    Ik ben hier allemaal theorieën aan het uitdenken over hoe dit in mekaar gaat zitten. Ben benieuwd of ze gaan kloppen ;D Continue please

    6 jaar geleden
  • StyleLamour

    Ik ben zoo benieuwd wat dit verhaal gaat brengen!
    neext!
    x

    6 jaar geleden
  • RiRianneSMG

    this is awesome!!!

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen