Foto bij Fight 2

~Maura Aslan~

‘Amen’ fluisterde ik nog net de laatste woorden van mijn gebed, elke dag opnieuw smeekte ik om vergiffenis, om hulp en steun.
Ik geloofde nog even hard in Aslan als sinds het eerste moment dat ik hem zag, nooit zou ik aan hem twijfelen, ook al zat ik hier al jaren gevangen in een donkere torenkamer, Aslan zou me redden eens de tijd er rijp voor was.
Ook Caspian trof geen schuld, hij had al alles gedaan wat hij kon om mij hier weg te krijgen maar niets hielp.
Ik zat nog steeds op mijn knieën op de koude en vochtige betonnen grond van de kerker, mijn handen in elkaar gevouwen en mijn gezicht naar de grond gericht.
Toen er plots een straal zon binnendrong door de tralies van het kleine raampje van de kerker keek ik langzaam op, mijn ogen moesten weer even wennen aan de zon en ook mijn huid begon al snel te tintelen.
Langzaam stond ik op en keek door het raampje, een klein straaltje zon scheen door de donkere wolken recht op mijn toren.
Een glimlach kwam op mijn lippen te staan en ik zag hoe een zwarte fries het strand opgerend kwam ‘Destrier!’ piepte ik, terwijl ik me concentreerde op het geluid van Destriers hoeven die op regelmatig tempo zich een weg door het zand boorden hoorde ik plots het luide gebrul van Aslan.
Toen wist ik het zeker, de dag waar ik al 5 jaar lang op wachtte was eindelijk aangebroken, vandaag was mijn redding nabij.
Terwijl ik mijn handen om de tralies van mijn cel sloot en met al mijn macht eraan trok hoorde ik Destriers gehinnik al dichter komen.
Het torenkamertje was het vochtigste kamertje van het hele kasteel aangezien het binnen regende en het beton dus rotte.
Snel zocht ik een hard voorwerp waarmee ik door het beton kon graven en de tralies eruit kon trekken, toen ik niets vond nam ik maar een ijzeren buis van mijn bed en begon door het losse beton te hakken en te woelen tot de tralies goed los zat, Aslan’s gebrul had me weer kracht gegeven.
Voor hem zou ik hier weg geraken, voor Aslan, Caspian, onze dochter en voor ons volk!

Toen ik eindelijk het beton los gekregen had en haalde ik de hele tralies weg en keek snel even door de gang om te zien of iemand de wacht hield.
Toen ik niemand zag sloop ik snel mijn kamertje uit verder het kasteel in, mijn kasteel wat er ooit kleurrijk en nieuw uit zag, leek nu eerder een doodse ruïne.
Alles zag grijs en grauw, zoals heel Narnia dus, toch bleef Aslan’s gebrul door mijn gehoorgang klinken en zo had ik geen tijd om al het negatieve rondom mij te zien, ik moest hier gewoon weg!
Ik rende door het kasteel en wachtte op elke hoek om even te kijken of niemand mij volgde en of er niemand in mijn weg stond, zelfs na 5 jaar kende ik de weg door het kasteel nog helemaal vanbuiten!
Toen ik dan ook eindelijk bij een zijdeur aankwam die me naar buiten leidde kwam de glimlach die om mijn lippen lag al snel terug en hij werd zelfs breder dan ooit tevoren.
Ik opende de zijdeur en net op dat moment klonken de woorden die ik niet wou horen ‘Maura Aslan escaped!’ werd er door het kasteel geschreeuwd geschreeuwd ‘Maura Aslan escaped! Find her!’ schreeuwde de stem van Jadis, we witte heks die zichzelf de koningin van Narnia noemde.
Zo snel als ik kon liep ik naar buiten maar ondertussen was iedereen op het binnenplein al in actie geschoten, dwergen haalden hun wapens boven en spooksoldaten stonden in rijen klaar, met of zonder paard.
Ze waren net bezig met de poort omhoog te halen en de brug te laten zakken maar ik zou nooit langs die weg kunnen ontsnappen want anders zat het hele leger meteen achter me aan.
Terwijl ik hopeloos rond keek op zoek naar aan andere uitgang zag ik Trumpkin, een oude vriend van mij staan langs de zijkant ‘Trumpkin!’ riep ik iets te luid maar gelukkig hoorde enkel hij me en keek dan ook vol ongeloof mijn kant op ‘Maura Aslan! My queen! Get out of here!’ sprak hij me toe maar toen hij zag dat ik niet wist waarheen wees hij me snel zelf een uitgang.
En die uitgang was via een klein gat in de kasteel muur die me naar de zee zou leidden, maar ik zou nooit in dat gat passen en wat als ik toch niet bij de zee uitkwam.
Veel tijd om te twijfelen had ik niet want plots hoorde ik een stem ‘Catch her!’ schreeuwen ‘go!’ riep Trumpkin er maar net tussendoor waarna ik recht sprong en naar de gat rende vlak voor ik bij het gat was liet ik mezelf vallen en bedekte mijn gezicht waarna ik door het gat slierde en in een grot terecht kwam.
Snel zwom ik verder door de grot tot ik weer bij een groter gat kwam.
Toen ik keek zag ik dat ik nu enkel nog een kleine sprong moest wagen en dan terug in de vrijheid kwam.
Net toen ik sprong klonk weer het bekende gebrul uit mijn oren waarna ik onder ging en zo snel mogelijk weer naar boven zwom.
Toen ik terug bij het wateroppervlak was zag ik Destrier op het strand staan trappelen en toen ik even floot kwam hij zonder twijfel op me af terwijl ik ook naar hem toe zwom al ging dat moeilijk in mijn lange kleed.
Toen we eindelijk bij elkaar waren schudde Destrier wild zijn hoofd als begroeting en hinnikte waarna ik lachte ‘good boy!’ zei ik trots terwijl ik mezelf op zijn rug hees.
Ik beloonde hem snel eens en riep dan dat hij ervandoor moest, zo ver mogelijk weg van dit kasteel

Reacties (2)

  • BackToRed

    Chigfhjifd ik ga eerlijk zijn: ik heb nooit de boeken van Narnia gelezen maar ben het wel van plan nu ik dit zo lees. Ge. Wel. Dig. (En ik ben verliefd of de films :p)
    X

    7 jaar geleden
  • Allysae

    snel verrder

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen