Voor het mooiste meisje van de klas

Het is laat op de avond. Ik loop wat rond zonder enig plan. Plotseling loopt er een jonge vrouw mijn kant op. Zij vraagt of ik wat geld missen kan. Voordat ik met ‘nee’ wil antwoorden kijk ik haar eens goed aan en plots herken ik haar. Deze jonge vrouw zat jarenlang bij mij in de klas. In die tijd was zij iemand waarvoor bijna elke jongen een moord zou doen. Erg aardig en beeldschoon waren kenmerken die volledig bij haar paste. In mijn ogen was zij het mooiste meisje van de klas. Ik wil wat tegen haar zeggen, maar ik krijg geen woord mijn keel uit. Ik besluit terug naar huis te lopen.

Geschrokken en verward keer ik terug in mijn woning. Het doet mij best wel wat, ondanks ik haar al jaren niet meer heb gesproken. Sterker nog, ik ben nooit echt met haar omgegaan. Te hoog gegrepen dacht ik toen. Ik besluit te gaan slapen en de volgende dag terug te keren naar de plek waar ik haar heb gezien. Op de een of andere manier zou ik haar willen helpen, maar ik weet niet hoe. Zit zij überhaupt wel op mijn hulp te wachten? Ik raak wat onzeker en vraag mezelf af of ik dit wel moet doen. Dan besluit ik mijn stoute schoenen aan te trekken en op haar af te stappen. Ik kijk haar lang aan en zij kijkt wat verdwaald terug. Het lijkt wel of haar ziel haar lichaam al heeft verlaten. Alsof zij op dit moment als een geprogrammeerde robot leeft. Van haar schoonheid is niets meer over. Haar huid is helemaal rood, het haar dat ze heeft is compleet verwaarloost en haar benen zijn ontzettend dun. Hoe heeft het zo mis met haar kunnen gaan?

Na lang aankijken begint zij zacht te praten. 'Zat jij niet bij mij op school' vraagt ze wat schuchter. Ik antwoord bevestigend. Ik had niet verwacht dat ze dat nog zou weten. 'Jij bent niets veranderd' zegt ze vervolgens. Ik vraag me af wat ik daarop moet reageren. 'Je denkt vast niet hetzelfde over mij vermoed ik' vult ze haar vorige opmerking aan. 'Hoe is het zo mis met je gegaan' vraag ik haar. Dan volgt haar verhaal. 'Ik was net 18 en ging stappen in Amsterdam. Daar leerde ik een jongen kennen. Hij was erg knap, vriendelijk en ik voelde mij al gelijk tot hem aangetrokken. Hij ook tot mij leek het. We wisselde nummers uit en een dag later belde we elkaar al uren lang. Na het bellen, volgde een aantal dates en na deze dates kregen wij een relatie. Ik was dolgelukkig, maar al snel veranderde zijn goede karakter. Als hij onder invloed was, sloeg hij mij en zorgde hij dat ik geen kant op kon. Vanaf dat moment begon de ellende pas echt'.

Er valt een lange stilte. 'Wat heftig' is het enige wat ik weet te zeggen. Zij vervolgt haar verhaal. 'Mijn liefde voor hem verdween nooit. Ik weet niet waarom. Om hem niet te verliezen ging ik mij steeds onderdaniger gedragen. Ik deed alles wat hij wilde en toch sloeg hij mij nog. Maar op een dag was hij mij zat en gooide mij op straat. Daar stond ik dan alleen, zonder iemand nog die om mij gaf. Mijn ouders wilde mij niet meer zien en ook mijn oude vrienden had ik geen contact meer mee. Tijdens de relatie raakte ik verslaafd en is daarna niet minder geworden. Om aan geld te komen had ik achter het station seks met mannen. Ik wilde het niet, maar ik moest iets.'

Dan breekt zij haar verhaal af en vraagt of ik iets te eten en te drinken voor haar wil halen. Ik twijfel geen moment en doe dat. Eenmaal terug vraagt zij of ik haar niet kan helpen. Ik vraag mij af hoe ik haar zou kunnen helpen. 'Met geld en misschien een slaapplek'. Hier stem ik niet mee in. Ik ben bang dat al haar geld direct aan drugs gaat worden besteed en dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Ik geef aan dat ik haar dagelijks wil bezoeken en ervoor zorgen dat instanties haar gaan helpen. 'Wat heb ik daar nou aan' reageert zij wat geïrriteerd. 'Je moet eerst van je verslaving af' reageer ik met dwingende stem. Dan valt zij stil. 'Niemand wilt mij helpen' zegt zij zacht tegen haar zelf. Op dat moment rolt er een traan over haar wangen. Ik sla een arm om haar heen waarna zij tegen mij aan kruipt. Zelf raak ik ook lichtelijk emotioneel en geef haar aan dat het goedkomt. 'Dank je wel' zegt ze waarna zij mij loslaat. Ik kijk haar aan, terwijl zij vlak tegenover mij staat. Ineens zie ik weer iets terug van dat mooie meisje uit de klas. We nemen afscheid en ik beloof de volgende dag weer terug te keren.

De volgende dag keer ik terug en ik zie haar zitten. Ik loop direct op haar af en ga naast haar zitten. 'Ik heb sinds ik jou zag geen drugs meer gebruikt' geeft ze enthousiast aan. 'Goed bezig' reageer ik. 'Zou ik nu wel bij je kunnen slapen' vraagt ze opgewekt. 'Als je dit een tijd volhoudt, zou het zeker kunnen' reageer ik. 'Waarom nu niet' reageert ze verbaast. Dan maak ik één van de meest naïeve beslissingen van mijn leven en neem haar mee naar mijn woning. Eenmaal aangekomen geeft zij aan dat ik het erg goed voor elkaar heb. Ik pak wat te drinken voor haar en ga naast haar op de bank zitten. 'Hier kan ik toch wel een tijdje blijven' vraagt ze. Ik besluit dat het goed is, zolang ze maar geen drugs gaat nemen. 'Dat beloof ik' zegt ze vrolijk en een stevige knuffel is wat volgt.

De eerste dagen met haar in huis gaan eigenlijk best goed. Ze lijkt aardig op te bloeien en keert in kleine stapjes terug naar haar zelf. Wel merk ik dat er steeds meer drang ontstaat om weer onder invloed te raken. 'Zou ik wat boodschappen gaan halen' vraagt ze 2 keer per dag. Na de zoveelste keer die vraag gesteld te hebben wil ik haar het voordeel van de twijfel geven. Ik geef haar 50 euro en laat haar boodschappen doen. Uiteindelijk duurt het uren voordat zij weer terug komt en de boodschappen die zij heeft gehaald zijn nooit die 50 euro waard. 'Dat duurde lang reageerde ik'. Helemaal versuft kijkt zij voor haar uit en reageert met 'ik voel me zo slecht'. Zij zet de boodschappentas neer en valt in een diepe slaap neer op de bank. Nadat zij weer bijkomt biedt zij 1000 keer haar excuses aan. Ik vind het moeilijk, maar ik geef haar nog een kans.

Een paar dagen later escaleert het volledig met haar. Zij is weer onder invloed en dit keer in zo'n grote hoeveelheid dat ze uit het niets met spullen naar mij begint te gooien. De spullen vliegen door het pand, waarna zij vervolgens een mes probeert te pakken. Ik ben haar net voor en werk haar tegen de grond. Allerlei scheldwoorden krijg ik om mij oren, maar ik probeer haar in bedwang te houden. Ik schreeuw tegen haar dat ze rustig moet doen. Even later ligt zij bewegingloos op de grond waarna zij kreunend vraagt 'waar zij is'. Ik besluit haar los te laten en aan te geven dat zij weg moet. 'Waarom, ik heb toch niets fout gedaan' vraagt zij snikkend. Dan kijkt zij rond en vraagt schuldbewust of dat door haar komt. 'Sorry' zegt ze zuchtend en besluit mijn woning te verlaten.

Terwijl ik alle rommel opruim besef ik mij pas wat naïef van mij is geweest om haar in huis te nemen. Maar toch, ik wilde zo graag dat het beter met haar zou gaan. Een paar weken later loop ik langs de plaats waar ik haar voor het eerst zag. Daar zit zij weer zielloos voor haar uit te staren. Ik loop naar haar toe en groet haar. Zij kijkt mij doordringend aan en vraagt of ik nog boos ben. Ik geef aan dat ik niet meer boos ben. 'Gelukkig' reageert ze. Ik ga naast haar zitten en kijk naar dezelfde plek als waar zij naar kijkt. Na een half uur stilte geeft zij aan dat ik de eerste persoon ben die echt om haar geeft. 'Maar ik heb je toch ook het huis uitgezet' vraag ik verbaast. 'Jij bent de eerste die daarna alsnog naar mij toe komt. De rest doet net of ik niet meer besta en zijn blij dat ik weg ben' reageert zij. Waarna ik vraag of ze nu hulp heeft. Zij geeft aan van wel, maar ik twijfel er sterk aan. Dan besluit ik om te gaan. 'Kom je me weer vaker opzoeken' vraagt ze vriendelijk. Ik antwoord bevestigend. 'Tot snel' reageert ze terwijl ze glimlacht naar mij. 'Tot snel' reageer ik. Op de een of andere manier voelt het 'tot snel' als iets dat nog lang zou kunnen gaan duren.

Een paar dagen later ga ik weer naar dezelfde plek toe, maar ik zie haar niet meer. Even voel ik een opluchting, omdat ik er vanuit ga dat zij nu de juiste hulp heeft. Echter maakt deze opluchting al gauw plaats voor een angstig gevoel. Nu ik op de plek sta waar ik regelmatig met haar zat, word ik vanuit meerdere hoeken bekeken. Alsof iemand mij straks iets gaat vertellen waar ik al tijden bang voor ben. Dan komt er een man op mij aflopen. Hij staat wat onzeker op zijn benen en hij is duidelijk opzoek naar de juiste woorden. 'Ik denk dat je hier niet gaat vinden' wat je zoekt zegt hij met trillende stem. 'Wat bedoel je' vraag ik met een brok in mijn keel. 'De jonge vrouw die jij zoekt is vannacht overleden' reageert hij. 'Hoe dan' roep ik met emotie in mijn stem, waarna de man aangeeft dat zij vanmorgen dood is aangetroffen in de kelder van het station. 1000 en 1 woorden door mijn hoofd, maar ik weet niet meer wat ik moet zeggen. 'Gecondoleerd' zegt de man en geeft mij een schouderklopje terwijl mijn hoofd gebogen staat en mijn tranen op de grond vallen.

Reageer (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen