Nederlands: Hoe goed ken jij de stijlfiguren? (poëzieanalyse/ verhaalanalyse)

In deze quiz komen de volgende stijlfiguren aan bod:
- Antithese
- Inverse
- Repetitio
- Paradox
- Enumeratie
- Parallellisme
- Pleonasme
- Tautologie
- Hyperbool
- Eufemisme
- Understatement
- Ironie
- Sarcasme
- Cynisme
- Climax

Heel veel succes(flower)

(Haha zo probeer ik Nederlands leren toch te combineren met Q =] Me happy)

1. Deze zaak is geheimzinnig en mysterieus.



2. Godzijdank ben ik Atheïst



3. Prachtig waren haar oorbellen.



4. Ze maakt haar huiswerk, het is een wereldwonder!



5. Het natte water voelde heerlijk aan.



6. Meneer, ik moet even een bezoekje brengen aan het kleine kamertje.



7. Vandaag moet ik naar mijn werk, de tandarts, de ouderavond en mijn moeder, wat een drukke dag!



8. De kinderen begonnen met fluisteren, toen praten en uiteindelijk gingen ze zelfs schreeuwen om elkaar te nog te verstaan.



9. Welkom in mijn nederige stulpje.



10. "Ach hoe kon ik toch zo onbeleefd zijn" zei de bejaarde vrouw toen twee pubers voordrongen bij het naar binnen stappen in de bus.



11. De weerman vertelde dat het aan de kust zou regenen, maar het in het binnenland droog zou blijven.



12. "Nee, nee en nog eens nee!" zei haar moeder streng.



13. "Op deze manier zul je het vwo zeker halen, ga zo door!" zei de leraar toen hij opnieuw aan de arme jongen een 1 gaf.



14. "U blijft maar om de zaak heen draaien. Hartelijk dank voor uw nietszeggende antwoorden"