Home > Quizzen > Welke uitkomst van deze quiz ben jij?

Welke uitkomst van deze quiz ben jij?

Door: Krullie36
Laatst bijgewerkt: 6 maanden geleden

Welke uitkomst van deze quiz ben jij? Test het hier!
Doe ook een van mijn andere quizzen:
https://www.quizlet.nl/quiz/418859/ben-jij-tristan-of-isolde/
https://www.quizlet.nl/quiz/418810/welke-holhoornige-ben-jij/
https://www.quizlet.nl/quiz/418742/welke-soort-giraffe-ben-jij/
https://www.quizlet.nl/quiz/418713/welke-soort-hert-ben-jij-52-uitkomsten/
https://www.quizlet.nl/quiz/418700/ben-jij-goed-in-italiaans/
https://www.quizlet.nl/quiz/418690/wat-voor-wezen-ben-jij/
https://www.quizlet.nl/quiz/418668/ben-jij-goed-in-pools/
https://www.quizlet.nl/quiz/418667/ben-jij-goed-in-duits/
https://www.quizlet.nl/quiz/418657/welk-schooltypetje-ben-jij/
https://www.quizlet.nl/quiz/418644/welke-meisjesnaam-past-bij-jou-ook-voor-jongens/
https://www.quizlet.nl/quiz/418641//
https://www.quizlet.nl/quiz/418633//
https://www.quizlet.nl/quiz/418630/hoeveel-weet-jij-over-madagaskar-het-land-en-niet-de-film/
https://www.quizlet.nl/quiz/418626/welke-indriachtige-ben-jij/
https://www.quizlet.nl/quiz/418621/welke-soort-maki-ben-jij/
https://www.quizlet.nl/quiz/418592/welke-soort-luipaard-ben-jij/
https://www.quizlet.nl/quiz/418585/welke-grote-katachtige-uit-zuidafrika-ben-jij/
https://www.quizlet.nl/quiz/418582/welke-kleine-katachtige-uit-zuidafrika-ben-jij/
https://www.quizlet.nl/quiz/418580/kan-jij-de-zuidafrikaanse-namen-van-diersoorten-goed-vertalen-naar-het-nederlands/
https://www.quizlet.nl/quiz/418559/wie-ben-jij-van-rundfunk/
https://www.quizlet.nl/quiz/418410/welke-soort-slang-ben-jij/
https://www.quizlet.nl/quiz/418339/deze-quiz-gaat-over-spaties/
https://www.quizlet.nl/quiz/418317/welk-kattenras-ben-jij-veel-uitkomsten/
https://www.quizlet.nl/quiz/418289/welk-paardenras-ben-jij-veel-uitkomsten/

1. Als je niet van vage en/of melige quizzen houdt, moet je deze quiz echt niet doen!







2. Hoe denk je over huiswerk?!






3. In wat voor landschap zou je het liefst willen wonen?


4. Een quiz moet minimaal 3 vragen hebben.

























































5. Wat betekend het woord "bloempot" in het Duits?








6. Wat is de Nederlandse vertaling van de diersoort "Rooimeerkat''?



7. Lijst van tropische zoetwateraquariumvissen





8. į


9. į



10. į



11. Voor straf doe ik er nog een hele hoop vragen bij! Gewoon, omdat ik met een gigaspalk om mijn linkerbeen op een luie stoel lig te praten tegen mijn schilpadkat Vlam en ik net een heleboel cd's en een boek heb gekregen van mijn vader.


12. Wat ga je voor je verjaardag vragen?




13. Wat eet je het liefst?







14. į





















15. 🐌






16. 🌼


17. ี


18. ☠


19. Aardappelchips Aardappelchips Aardappelchips Aardappelchips Alternatieve naam Chips, Crisps HoofdingrediŽnt(en) aardappelen, plantaardige olie, azijn, zout Variaties diverse smaken en kruiden Serveertemperatuur kamertemperatuur Gang tussendoor Type snack Gegeten met evt. dipsaus Portaal Portaalicoon Eten en drinken Aardappelchips of chips zijn gebakken (aardappel)schijfjes. Het vroegst bekende recept voor chips verscheen in William Kitchiner's kookboek 'The Cook's Oracle', voor het eerst gepubliceerd in 1817 en een bestseller was in Engeland en de Verenigde Staten. De 1822 editie verscheen recept 104 onder de naam "Potatoes fried in Slices or Shavings" (aardappelen gebakken in plakjes of schaafsels) en leest "pel grote aardappelen, snijd ze in plakjes ongeveer een kwart van een inch dik, of snijd ze in schaafsel rond en rond, als je een citroen zou pellen; droog ze goed in een schone doek, en bak ze in reuzel of bakvet". Vroege recepten voor chips in de Verenigde Staten zijn te vinden in Mary Randolph's Virginia House-Wife (1824) en in N.K.M. Lee's Cook's eigen boek (1832) die beide expliciet naar Kitchiner verwijzen. Desalniettemin, een populaire legende zegt dat chips oorspronkelijk in 1853 werden bedacht door de Amerikaanse kok George Crum toen een ontevreden klant klaagde dat zijn aardappelschijfjes te dik, te klef en niet voldoende gezouten waren. Crum voelde zich zwaar beledigd en sneed ze flinterdun en bakte ze door, waarna hij ze aan zijn lastige klant serveerde, die ze vervolgens met veel smaak verorberde. Zijn cynische grap bleek het begin te zijn van een doorslaand succes, de chips waren geboren. Tegenwoordig worden chips op een temperatuur van 180 graden gepoft om daarna gefrituurd te worden in een mengsel van zonnebloemolie en azijn.[bron?] De eenvoudigste manier om (zelf) chips te maken, is door aardappelen in schijfjes te snijden, en die schijfjes te bakken of te frituren. De aardappelen kunnen van tevoren licht voorgekookt zijn. Na het bakken kunnen ze met wat zout geconsumeerd worden. De smaak wordt bepaald door het aardappelras, de soort bakolie, het bakproces en de stoffen die toegevoegd worden zoals zout. Naast zout is vooral paprikapoeder populair. Sommige chips hebben speciale vormen. Daarvoor wordt een ander productieproces gebruikt. Van de aardappelen wordt eerst puree gemaakt dat vervolgens door een vorm geperst wordt. Op die manier zijn bijvoorbeeld Wokkels of stapelchips zoals Pringles te maken. Internationale benamingen In het Verenigd Koninkrijk zijn fish and chips populair. Met deze chips wordt echter friet bedoeld. Aardappelchips worden in het Verenigd Koninkrijk en Ierland crisps genoemd. In de Verenigde Staten worden aardappelchips potato chips genoemd en worden frieten French fries genoemd. Galerij van de productie Galerij van de productie Production of homemade chips (1).JPG Production of homemade chips (2).JPG Production of homemade chips (4).JPG Production of homemade chips (7).JPG Production of homemade chips (8).JPG Merken Croky Kettle Lays Pringles Tyrrells Smiths Wikimedia Commons Zie de categorie Potato chips van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp. CategorieŽn: SnackZoutjeAardappelgerecht Navigatiemenu Niet aangemeld Overleg Bijdragen Registreren Aanmelden Artikel Overleg Lezen Bewerken Geschiedenis Zoeken Hoofdpagina Vind een artikel Vandaag Etalage CategorieŽn Recente wijzigingen Nieuwe artikelen Willekeurige pagina Informatie Gebruikersportaal Snelcursus Hulp en contact Donaties Hulpmiddelen Links naar deze pagina Verwante wijzigingen Bestand uploaden Speciale pagina's Permanente koppeling Paginagegevens Wikidata-item Deze pagina citeren Afdrukken/exporteren Boek maken Downloaden als PDF Printvriendelijke versie In andere projecten Mediabestanden In andere talen العربية Deutsch English EspaŮol FranÁais हिन्दी Bahasa Indonesia TŁrkÁe 中文 Koppelingen bewerken Deze pagina is het laatst bewerkt op 28 dec 2016 om 02:09. De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn. Zie de gebruiksvoorwaarden voor meer informatie. Wikipediaģ is een geregistreerd handelsmerk van de Wikimedia Foundation, Inc., een organisatie zonder winstoogmerk.





























20. De zijdesifaka (Propithecus candidus) is een dagactieve maki uit het geslacht van de sifaka's (Propithecus).




21. Wat ben je?


22. Houd gij van Toscaanse bonensoep?


23. Kies de leukste letter:


24. Wat heb je?












25. Hou je van 🐈?






26. Slang?????!!!!!!!




















































27. Vlaanderen is het noordelijke deel van BelgiŽ, waar hoofdzakelijk Nederlands wordt gesproken, terwijl in WalloniŽ, het zuidelijke deel van het land, vooral Frans wordt gesproken. Deze twee gebieden zijn op zich echter geen deelstaten van BelgiŽ, dat is ingedeeld in gewesten en gemeenschappen met elk een eigen regering en parlement. Doordat de instellingen van het Vlaams Gewest Ė bevoegd voor onder meer economie, werkgelegenheid, openbare werken en landbouw Ė en die van de Vlaamse Gemeenschap Ė bevoegd voor onder meer cultuur, onderwijs en welzijn Ė werden samengevoegd, ontstond ťťn enkele Vlaamse overheid bestaande uit het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering. In politieke zin slaat het begrip "Vlaanderen" dus op deze eengemaakte entiteit. Het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering zijn gevestigd in Brussel, hoewel Vlaanderen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Ė naast de Franse Gemeenschap, die er eveneens haar hoofdstad heeft Ė daar enkel zijn gemeenschapsbevoegdheden kan uitoefenen. In het Vlaams Gewest, inclusief de Brusselse Rand, is de Vlaamse overheid voor al haar bevoegdheden de enige bevoegde instantie en is het Nederlands de enige officiŽle taal op alle overheidsniveaus. Na het ontstaan van BelgiŽ in de 19e eeuw domineerden het aanvankelijk meer ontwikkelde WalloniŽ en de Franstalige bourgeoisie de Belgische economie en politiek. De Vlaamse Beweging kwam op voor de erkenning van het Nederlands en de sociaaleconomische ontwikkeling van Vlaanderen, de strijd tegen de verfransing van Brussel, de vastlegging van de taalgrens en later de federalisering van het land. Tijdens de jaren 1960 werd Vlaanderen welvarender dan WalloniŽ en groeide uit tot een van de meest welvarende, verstedelijkte en dichtstbevolkte gebieden in de Europese Unie. Inhoud 1 Toponymie 2 Geschiedenis 2.1 Middeleeuwen 2.2 Ancien rťgime 2.3 Ontvoogding en streven naar autonomie 3 Geografie 3.1 Topografie 3.2 Hydrografie 3.3 Pedologie 3.4 Stratigrafie 3.5 Lithologie 3.6 Geografische streken 3.7 Urbanisatiegraad 3.8 Meteorologie 3.9 Administratieve indeling 3.10 Aangrenzende regio's 4 Demografie 4.1 Bevolkingssamenstelling 4.2 Geboortecijfers 4.3 Sterftecijfers 4.4 Migratie 4.5 Bevolkingsevolutie 4.6 Geografische spreiding van de bevolking 4.7 Gemeenten naar inwonertal 5 Bezienswaardigheden 5.1 Werelderfgoed 5.2 Nationaal Erfgoed 6 Natuur 6.1 Flora 6.2 Fauna 7 Cultuur 7.1 Taal 7.2 Identiteit 7.3 Symbolen 7.3.1 Vlag 7.3.2 Volkslied 7.3.3 Hoofdstad 7.3.4 Feestdag van Vlaanderen 7.4 Kunst 7.4.1 Literatuur 7.4.2 Beeldende kunst 7.4.2.1 Schilderkunst 7.4.2.2 Grafiek 7.4.2.3 Beeldhouwkunst 7.4.2.4 Tapijtkunst 7.4.2.5 Cinematografie 7.4.2.6 Televisie 7.4.3 Podiumkunsten 7.4.3.1 Muziek 7.4.3.2 Opera, theater en cabaret 7.4.3.3 Dans 7.4.4 Mode 7.5 Media 7.6 Streekproducten 8 Religie 8.1 Katholieke kerk 8.2 Protestantisme 8.2.1 Evangelisch christendom 8.2.2 Anglicaanse Kerk 8.3 Orthodoxe kerk 8.4 Jodendom 8.5 Islam 8.6 Sekten 9 Politiek 9.1 Structuur 9.2 (Voormalige) ministers-presidenten 9.3 Vlaamse regering 9.3.1 Samenstelling huidige Vlaamse regering 9.3.2 Overzicht Vlaamse regeringen (1981 - heden) 9.4 Vlaams parlement 9.4.1 Zetelverdeling 9.4.1.1 1995-1999 9.4.1.2 1999-2004 9.4.1.3 2004-2009 9.4.1.4 2009-2014 9.4.1.5 2014-2019 9.5 Bevoegdheden 9.6 Politieke partijen 10 Economie 10.1 Algemeen 10.2 Rijkste Vlamingen 11 Onderwijs 11.1 Structuur 11.2 Onderwijsnetten 12 Middenveld en sociale kaart 12.1 Arbeid 12.1.1 Overheid 12.1.2 Vakbonden 12.1.3 Werkgeversorganisaties 12.2 Gezondheidszorg 12.2.1 Overheid 12.2.2 Mutualiteiten 12.2.3 Ziekenhuizen[36] 12.3 Verenigingen 12.3.1 Jeugdbewegingen 12.3.2 Volwassenenverenigingen 12.4 Niet-gouvernementele organisaties en belangengroepen 13 Sport 14 Bekende inwoners 15 Zie ook 16 Externe links Toponymie Pieter Paul Rubens voor de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen. Grote Markt te Brussel. Trapgevels in de Dweersstraat te Brugge. Het Begijnhof en de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Kortrijk. Stadhuis van Leuven. Uitzicht op Gent vanuit de Meestentoren. De Onze-Lieve-Vrouwbasiliek te Scherpenheuvel. Sint-Quintinuskathedraal in Hasselt. Ieper na de Eerste Wereldoorlog in 1919. Zicht op het Europacentrum te Oostende. Belfort van Aalst. De schachtbok van de steenkoolmijn te Beringen. Het toponiem Vlaanderen verwijst naar het historische graafschap Vlaanderen. De plaatsnaam Flaumandrum[2] dook voor het eerst op in 358, toen de Franken in de omgeving van Brugge de Vlaanderengouw of pagus Flandrensis van de Romeinen onder hun beheer kregen.[3] Een pagus of gouw was een soort (klein) graafschap. Het Latijnse bijvoeglijke Flandrensis zou op zijn beurt weer zijn ontleend aan het Vroegoudfries[4] *flāmdra[5] Ďoverstroomd gebiedí, een Ingveoonse afleiding van het Oergermaanse *flaumaz (vgl. ofri. flām) dat Ďvloed, stroom, stroming en modderí betekent. Deze betekenis is zeer toepasselijk voor het Vlaamse kustgebied, dat tussen de 3e en de 8e eeuw tweemaal per dag overstroomde met water van de Noordzee. Pagus Flandrensis was een kustgebied met grote getijdengeulen en groene schorren waarin schapenboeren leefden, al dan niet op terpen.[6] Het gebied strekte zich uit rond Brugge tussen IJzer en Zwin en ontwikkelde zich in de volgende eeuwen tot het belangrijke Graafschap Vlaanderen. In het Oudfries is een inwoner van dit overstroomd gebied een *Flaming, met als bijbehorend bijvoeglijk naamwoord flamsk (nfri. Flaamsk). In het Oudfriese uitleenwoord flām (verwant met Oudnoords flaumr Ďdraaikolkí, Deens flom Ďoverstroming, vloedí en Oudhoogduits -floum)[7] werd de f een v in de Fries beÔnvloede zuidwestelijke kustdialecten van het Middelnederlands, vandaar Vlāminc, vlāmisch en Vlander (enkv.). De plaatsnaam staat in het meervoud in het Nieuwnederlands Vlaanderen, het Vlaams Vloandrn, het Duits Flandern, het Engels Flanders, het Spaans Flandes en het Italiaans le Fiandre. In het Frans gebruikt men zowel les Flandres als la Flandre. De Vlamingen doen hun intrede in de geschiedenis in het levensverhaal van Sint-Eligius (ca. 590-660), de Vita sancti Eligii. Dit werd opgesteld vůůr 684 en is bekend in een omwerking van rond 725. Daar verschijnen de Flanderenses die wonen in Flandris. In het Latijn evolueerde dit later tot de gestandaardiseerde vormen Flandrenses en Flandria. De term "Vlaanderen" verwijst vanuit historisch standpunt naar het graafschap Vlaanderen. Het gebruik ervan werd in latere eeuwen veralgemeend om te verwijzen naar het Nederlandse taalgebied in BelgiŽ. Geschiedenis 1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van Vlaanderen en Geschiedenis van Limburg voor de hoofdartikelen over dit onderwerp. Middeleeuwen Het grondgebied van het huidige Vlaanderen was in de middeleeuwen verdeeld over meerdere feodale staten. De voornaamste waren het Graafschap Vlaanderen in het westen, het Hertogdom Brabant in het centrum en het Graafschap Loon in het oosten; het laatste werd in 1367 bij het Prinsbisdom Luik gevoegd. Het Graafschap Vlaanderen viel onder de Franse Kroon, terwijl het overige deel van het huidige Vlaanderen onderdeel was van het Heilige Roomse Rijk. In 1384 werd het Graafschap Vlaanderen, in 1430 gevolgd door het Hertogdom Brabant, bij de Bourgondische Nederlanden gevoegd. De Pragmatieke Sanctie uit 1549 verenigde de Zeventien ProvinciŽn (of Spaanse Nederlanden in brede zin) onder keizer Karel V. In 1581 verklaarden de provincies die samen de Unie van Utrecht vormden hun onafhankelijkheid van Spanje (Plakkaat van Verlatinge) en vormden de Verenigde ProvinciŽn. Spaanse troepen heroverden echter grotendeels Vlaanderen en Brabant zodat de Zuidelijke Nederlanden onder Spaans bewind bleven en enkel de Noordelijke ProvinciŽn samen een confederale republiek vormden. Als datum voor de (eerste) "Scheiding der Nederlanden" wordt vaak de Val van Antwerpen in 1585 genoemd. Landkaart van Vlaanderen in 1609. Ancien rťgime Na de slag bij Kassel van 1677 werd het meest westelijke deel van het Graafschap Vlaanderen (de streek rond Kassel, Belle en Ieper) bij Frankrijk gevoegd, wat bevestigd werd in 1678 door de Vrede van Nijmegen. De Zuidelijke Nederlanden zouden in 1713 met de Vrede van Utrecht van Spaanse in Oostenrijkse handen overgaan. Einde 1789 riepen de verschillende provincies, waaronder ook Vlaanderen en Brabant, de onafhankelijkheid uit, doch Oostenrijkse troepen keerden na een jaar terug. In 1792 werden de Oostenrijkse Nederlanden en het nog steeds onafhankelijke Prinsbisdom Luik door Frankrijk ingenomen, en na een korte Oostenrijkse herovering, in 1795 geannexeerd. Hiermee werd voor het eerst in de geschiedenis het grondgebied van het huidige Vlaanderen samengebracht. In 1815 werd Vlaanderen samen met het huidige WalloniŽ een deel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden tijdens het Congres van Wenen na de definitieve nederlaag van Napoleon. Met de Belgische Revolutie van 1830 scheurde BelgiŽ zich af van het huidige Nederland. Na enkele decennia van bewustwording ontstond de Vlaamse Beweging. In 1962 werd de taalgrens officieel vastgelegd, en in 1993 werd BelgiŽ officieel een federale staat. Vlaanderen wint sindsdien geleidelijk aan institutionele, politieke, financiŽle, culturele, economische en sociale autonomie. Ontvoogding en streven naar autonomie 1rightarrow blue.svg Zie Vlaamse Beweging voor het hoofdartikel over dit onderwerp. In Vlaanderen is een heterogene beweging actief, die Vlaanderen meer autonomie wil bezorgen. Deze beweging is zeer divers en bestaat uit verschillende strekkingen en in verschillende gradaties, en ook fracties in de bestaande rechtse partijen. Zo is er een afscheidingsbeweging, de Vlaamse Volksbeweging, met partijen en verenigingen, zoals Vlaams Belang en N-VA. Als niet-partijgebonden vereniging streeft het Comitť Vlaanderen Onafhankelijk eveneens naar Vlaamse onafhankelijkheid, maar dan over de grenzen van ideologieŽn heen, behalve deze van de post-romantische gedachte aan een "eigen" staat. Afhankelijk van de opiniepeiler wordt de aanhang van de afscheidingsbeweging in dit geheel tussen de 13 en de 50% van de bevolking geschat.[bron?] Ook de doelen van deze Vlaamsgezinde verenigingen verschillen. De hoofdmoot wil van Vlaanderen een soevereine deelstaat van de EU maken. Een ander niet onaanzienlijk deel wil een confederale staatsstructuur en sommigen willen een hereniging van Vlaanderen en de Noordelijke Nederlanden tot Groot-Nederland. Nog andere willen het huidige federalisme versterken door de deelstaten meer fiscale en financiŽle autonomie te geven. Binnen het OVV vinden we vertegenwoordigers van zowat al deze strekkingen terug. In 2005 schreef de denkgroep In de Warande een manifest voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Het kreeg veel aandacht, oefende een sterke invloed uit op de publieke opinie en wist zelfs enkele Franstalige reacties los te weken. In 2008 probeerde de gravensteengroep er met een manifest op te wijzen dat een streven naar meer autonomie ook links kan zijn. Andere groepen streven vooral naar confederalisme. In deze strekking vinden we ook traditionele partijen zoals CD&V, maar ook de kleine partij Spirit en stromingen binnen culturele organisaties. Zij willen Vlaanderen volledig beheersmatige, financiŽle en fiscale autonomie bezorgen. De Belgische staat moet voor hen dus behouden blijven, maar wel afgeslankt worden tot die gemeenschappelijke noemer waarvoor er in beide grote gemeenschappen een democratische meerderheid bestaat. Bepaalde groepen academici situeren zich in deze strekking, daaronder de ondertekenaars van het Lentemanifest 2006. Nog andere strekkingen binnen de Vlaamse beweging, met name het Davidsfonds en bepaalde strekkingen binnen spirit, sp.a en ook sommige personen binnen de CD&V, streven dan weer naar versterking en verdere uitbouw van het huidige federalisme. Geografie Topografie De totale oppervlakte van Vlaanderen bedraagt 13.682,38 km≤. Wanneer men het Brussels Hoofdstedelijk Gewest echter niet meerekent bedraagt deze 13.521 km≤ (2007). De grensomtrek van Vlaanderen bedraagt 796 km waarvan 66 km kustlijn. In totaal zijn er 178 grensovergangen. De belangrijkste steden in Vlaanderen zijn Brussel, Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven, Mechelen, Aalst, Kortrijk, Hasselt, Sint-Niklaas, Oostende en Genk. De hoogste punten van Vlaanderen zijn het Stroevenbos en de Reesberg in de gemeente Voeren met een hoogte van 287,5 m. Het hoogste punt van Vlaanderen met uitzondering van de Voerstreek is de Kemmelberg in Kemmel (156 m). Dit is dan ook zonder de mijnterrils van Winterslag en Waterschei gerekend, hun toppen bevinden zich respectievelijk op 163 en 165 meter boven het zeeniveau. Per provincie zijn dit de hoogste punten: Antwerpen: Beerzelberg, 52 m Limburg: Stroevenbos en Reesberg, 287 m Oost-Vlaanderen: Hotondberg, 151 m Vlaams-Brabant: Zevenbronnen, 133 m West-Vlaanderen: Kemmelberg, 156 m Het geografisch middelpunt van Vlaanderen bevindt zich in Opdorp, vlak bij het "drie-provinciŽnpunt" tussen Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Vlaams-Brabant. De grootste gemeenten naar oppervlakte zijn: Nr. Gemeente Oppervlakte (km≤) Provincie Arrondissement 1 Antwerpen 204,5 Vlag Antwerpen (provincie) Antwerpen Antwerpen 2 Gent 156,2 Vlag Oost-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Gent 3 Beveren 150,2 Vlag Oost-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Sint-Niklaas 4 Diksmuide 149,4 Vlag West-Vlaanderen West-Vlaanderen Diksmuide 5 Brugge 138,4 Vlag West-Vlaanderen West-Vlaanderen Brugge 6 Ieper 130,6 Vlag West-Vlaanderen West-Vlaanderen Ieper 7 Poperinge 119,3 Vlag West-Vlaanderen West-Vlaanderen Ieper 8 Mol 114,3 Vlag Antwerpen (provincie) Antwerpen Turnhout 9 Geel 109,9 Vlag Antwerpen (provincie) Antwerpen Turnhout 10 Sint-Truiden 106,9 Vlag Limburg Limburg Hasselt Hydrografie 1rightarrow blue.svg Zie Hydrografie van Vlaanderen voor het hoofdartikel over dit onderwerp. Vlaanderen telt drie stroomgebieden: Het stroomgebied van de Schelde beslaat 9537 km≤ van het Vlaamse en Brusselse grondgebied. De belangrijkste rivieren op dit grondgebied zijn de Schelde, de Rupel, de Leie, de Durme, de Dijle, de Demer, de Dender, de Nete, de Zenne, de Herk, de Grote Gete en de Voer. Het stroomgebied van de Maas beslaat Ī 2000 km≤ van Vlaanderen. De belangrijkste waterlopen op dit grondgebied zijn de Maas, de Jeker, de Voer, de Mark en de Dommel. Het stroomgebied van de IJzer beslaat 723 km≤ van Vlaanderen. De belangrijkste rivier is de IJzer. Pedologie De pedologie stelt dat de noordelijke regionen van de huidige Vlaamse bodem voornamelijk bestaan uit natte en droge zand- en lemig-zandgronden. Het oosten (voornamelijk Limburg) wordt daarnaast gekenmerkt door een significante grindbijmenging. De streek ten noorden van Antwerpen bestaat langs beide oevers van de Schelde uit historische polders. Het zuiden van het huidige Vlaanderen (en de streek rond Dendermonde, Mechelen en Lier) daarentegen bestaat voornamelijk uit droge en natte leemgronden, leemgronden op zand en op klei, natte en droge zandleemgronden en leemgronden op zand. De streek rond Leuven kenmerkt zich daarnaast door een specifieke bijmenging van limonietzandsteen. De kuststreek ten slotte kenmerkt zich door duingronden, historische polders, oudland, middelland en overdekte pleistocene gronden.[bron?] Stratigrafie De bodem van het huidige Vlaanderen, zo blijkt uit stratigrafisch onderzoek, werd grotendeels gevormd tijdens het Eoceen, de kuststrook tijdens het Holoceen en de Noorderkempen en het noorden van de provincie Limburg tijdens het Pleistoceen. De Zuiderkempen ontstonden hoofdzakelijk tijdens het Plioceen, Mioceen en Oligoceen. Het zuiden van de provincie Limburg en het westen van Vlaams-Brabant werden eveneens gevormd in het oligoceen en het uiterste zuiden van de provincie Limburg (streek ten zuiden van Tongeren) tijdens het Krijt. Het noorden van de provincie Oost-Vlaanderen ten slotte ontstond tijdens het Pleistoceen. Lithologie De lithologie stelt dat bijna heel Vlaanderen bestaat uit tertiair en pleistoceen zand. In grote delen van Limburg bevinden zich daar bijkomend Grindafzettingen. In de kuststrook bestaat de bodem daarentegen uit duinzand en in haar hinterland (de kustvlakte), de streek rond Antwerpen, het Maasland en het Meetjesland bestaat de bodem uit polderklei en rivieralluvia. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor de directe omgeving van de grote rivieren. In het zuiden van Oost- en West-Vlaanderen, Vochtig Haspengouw, de Groentenstreek en in het noorden van de provincie Vlaams-Brabant ten slotte bestaat de bodem grotendeels uit tertiaire klei. De leemgrens loopt min of meer parallel met de 51e breedtegraad door de regio, ten noorden hiervan bevindt zich dekzand. In Lommel wordt sedert 1891 kwartszand van hoge kwaliteit gewonnen. Het voorkomen werd ontdekt in 1845. Dit zeer zuivere zand wordt onder meer gebruikt bij de glasfabricage. Men vindt het ook in Dessel en Mol. De firma Sibelco, die deze zanden exploiteert, is tegenwoordig actief over de gehele wereld. In het bezoekerscentrum naast het GlazenHuis te Lommel vindt men de grootste verzameling zandsoorten ter wereld, met meer dan 13.000 zandmonsters. Geografische streken 1rightarrow blue.svg Zie Laag-BelgiŽ voor het hoofdartikel over dit onderwerp. Geografisch gezien begint laag-BelgiŽ in het westen met de kuststrook van de Noordzee. De streek bestaat uit een zandstrand met duinen, die zich in een rechte lijn over een afstand van circa 65 km uitstrekken. Achter de kust liggen de polders, een vlak en zeer vruchtbaar land dat vroeger regelmatig door de zee werd overspoeld, maar nu drooggelegd is en door sluizen tegen de sterke getijdenwerking wordt beschermd. Tussen de westelijke polders, de Leie en de Schelde ligt de Vlaamse Laagvlakte (soms ook wel opgesplitst in Zandlemig Vlaanderen en Zandig Vlaanderen), een zandstreek die hier en daar heuvelachtig is. Deze heuvelruggetjes worden de West-Vlaamse heuvels en de Vlaamse Ardennen genoemd. In het verlengde van de Vlaamse Laagvlakte, naar het oosten toe, liggen de Kempen. Het landschap bestaat vooral uit dennenbossen, weiland en maÔsvelden. Ten zuiden hiervan streken zich van west naar oost de Groentestreek, het Hageland en Vochtig Haspengouw uit. Zandlemig Vlaanderen, Zandig Vlaanderen en de Groentestreek worden gezamenlijk ook wel aangeduid als Binnen-Vlaanderen. In het uiterste oosten van Vlaanderen bevindt zich het Maasland en de Voerstreek die deel uitmaakt van het Land van Herve. Ten slotte strekken de Brabantse Leemstreek en Droog Haspengouw zich uit over de zuidelijke delen van Vlaams-Brabant en Limburg. Urbanisatiegraad Vlaanderen heeft een relatief hoge bevolkingsdichtheid en vormt daarnaast dankzij zijn centrale ligging een van de belangrijkste verkeersknooppunten in West-Europa. Deze verkeersaders doorkruisen de regio van noord naar zuid en van oost naar west. Hierdoor ontstaat er enerzijds een hoge druk op de open ruimte en het leefmilieu, maar anderzijds wordt er economische activiteit en bewoning aangetrokken. Vlaanderen behoort met bijna zeven en een half miljoen inwoners op 13.682 km≤ tot de meest verstedelijkte gebieden in de wereld. Vlaanderen telt vier grote steden met meer dan 100.000 inwoners: Brussel, Antwerpen, Gent en Brugge. Andere centrumsteden zijn Leuven, Hasselt, Kortrijk, Mechelen, Aalst, Oostende, Turnhout, Sint-Niklaas, Roeselare en Genk. Daarnaast zijn er nog tal van kleine steden. De grote steden hebben een sterke invloedssfeer op het omliggende hinterland. Deze wordt beÔnvloed door de afstand tot en de impact van regionale centra. Ondanks tal van urbanisatieproblemen (zoals huisvestingsproblemen) blijven de Vlaamse kernsteden groeien, zij het vooral door migratie. Deze urbanisatie ontstond door het erfpachtrecht, dat voor een verkleining van de percelen zorgde op het platteland. Door de gunstige ligging van de steden groeiden deze sterk vanaf het begin van de 19e eeuw door middel van woon- en verkeerslinten in het omgevende platteland. Hierdoor trad een verstedelijking van het platteland op met de stadsrand tot gevolg. De landbouw werd schaarser in deze rand en er kwam een emigratie op gang vanuit de stadskern naar de stadsrand. Dit ging gepaard met verkrotting in de stadskern op plaatsen waar de vrije ruimte niet door economische activiteiten werd benut. De morfologische verstedelijking strekt zich inmiddels uit tot voorbij de agglomeratie en reikt tot in de banlieues. In deze forensenwoonzone domineren verstedelijkte kenmerken de levenswijze van de bevolking. Dit fenomeen wordt Rasterstad Vlaanderen genoemd. Kenmerkend is ook de lintbebouwing: deze ontstond vooral door een gebrek aan regulering waardoor huizen langs alle verharde wegen begonnen op te duiken. Vlaanderen voelt daardoor dichter bebouwd aan dan het eigenlijk is. Deze verspreide bebouwing zorgt voor vele problemen: de aanleg van nutsvoorzieningen is duurder dan elders, het openbaar vervoer is moeilijker te organiseren, er zijn meer verkeersdoden doordat de meeste doorgaande wegen volstaan met huizen waardoor lokaal verkeer en doorgaand verkeer op dezelfde wegen rijden. Ook hebben dieren het moeilijk met overleven doordat hun leefgebieden verspreid liggen. Nieuwe projecten zoals bedrijventerreinen zijn door de ruimtelijke rommeligheid ook moeilijk in te planten. Meteorologie 1rightarrow blue.svg Zie Meteorologie in Vlaanderen voor het hoofdartikel over dit onderwerp. Vlaanderen heeft een gematigd zeeklimaat aan de kust en zijn hinterland. In de rest van de regio heerst een gewijzigd zeeklimaat, met matige temperaturen, overwegend westenwinden, sterke bewolking en regelmatige neerslag. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt 9 ŗ 10 įC, de gemiddelde januaritemperatuur 2 ŗ 3 įC en de gemiddelde julitemperatuur ongeveer 17 įC. De jaarlijkse neerslag is ongeveer 800 mm, die verspreid over alle maanden valt. Er kunnen twee klimaattypes onderscheiden worden. Administratieve indeling 1rightarrow blue.svg Zie Administratieve indeling van Vlaanderen voor het hoofdartikel over dit onderwerp. Vlaanderen maakt deel uit van de Europese Unie en van de federale staat BelgiŽ, deze is opgedeeld bij Bijzondere wet tot hervorming der instellingen (1980) in drie gewesten en drie gemeenschappen. Officieel bestaat het huidige Vlaanderen dus uit twee entiteiten, namelijk het Vlaams Gewest en de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest werden zowel voor de wetgevende als voor de uitvoerende macht samengevoegd. Zo ontstonden het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering. De Vlaamse overheidsdiensten zijn gevestigd in de hoofdstad Brussel. Deze stad maakt echter geen deel uit van het Vlaams Gewest, maar vormt zelfstandig met 18 omliggende gemeenten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Op het vlak van gemeenschapsbevoegdheden vallen de Nederlandstalige Brusselaars onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap. De regio is verder opgedeeld in 5 provincies, 23 administratieve arrondissementen (waarvan 1 Brussels), 35 provinciedistricten, 111 kantons (waarvan 8 Brusselse) en 327 gemeenten (waarvan 19 Brusselse). De 3 Gewesten De 3 Gemeenschappen De 5 Vlaamse provincies Provincie Hoofdplaats Bevolking Oppervlakte Bevolkingsdichtheid 1 Antwerpen Antwerpen 1.821.742 2.867 km≤ 587 / km≤ 2 Limburg Hasselt 862.798 2.414 km≤ 333 / km≤ 3 Oost-Vlaanderen Gent 1.485.360 2.991 km≤ 459 / km≤ 4 Vlaams-Brabant Leuven 1.121.081 2.106 km≤ 493 / km≤ 5 West-Vlaanderen Brugge 1.181.015 3.125 km≤ 362 / km≤ Aangrenzende regio's Vlaanderen grenst in het noorden aan Nederland en meer bepaald in het noordwesten aan Zeeland, centraal in het noorden aan Noord-Brabant en in het (noord)oosten aan Limburg. In het zuiden grenst Vlaanderen aan WalloniŽ en in het zuidwesten aan de Franse regio Nord-Pas-de-Calais (meer specifiek het Noorderdepartement). Aangrenzende regio's Zeeland (NL) Noord-Brabant (NL) Brosen windrose nl.svg Limburg (NL) Nord-Pas-de-Calais (FR) WalloniŽ Demografie Bevolkingssamenstelling Vlaanderen (met Brussel) telt 7.341.521 inwoners, hiervan wonen er 6.251.983 inwoners in het Vlaams Gewest.[8] In Brussel wonen er Ī154 000 Nederlandstaligen. De bevolkingsdichtheid van Vlaanderen bedraagt 462 inwoners per km≤ (zonder Brussel). In het Vlaams Gewest wonen 3.085.334 mannen en 3.166.649 vrouwen. In Brussel zijn dit er respectievelijk 526.787 en 562.751. Er zijn 1.216.791 minderjarigen en 1.100.194 gepensioneerden. De overige 3.844.615 bevindt zich in de leeftijdscategorie 18 tot en met 64 (ook wel de actieve bevolking genoemd).[9] In 2008 waren er in het Vlaams Gewest 2.576.974 particuliere huishoudens en in Brussel 507.455. Daarnaast waren er in het Vlaams Gewest ook nog 3.507 collectieve huishoudens en in Brussel 675. De huishoudens in het Vlaams Gewest bestonden in 2008 uit 355.028 alleenstaande mannen en 412.105 alleenstaande vrouwen. 880.114 bestonden uit twee personen, 407.224 uit drie personen, 353.473 uit vier personen, 120.570 uit vijf personen, 33.133 uit zes personen, 9249 uit zeven personen en 6.078 uit acht of meer personen. De gemiddelde grootte van de huishoudens lag bijgevolg in 2008 op 2,36 gezinsleden in het Vlaams Gewest. In datzelfde jaar waren er 635.170 echtparen zonder kinderen, 279.742 met een kind, 288.690 met twee kinderen en 128.047 met drie of meer kinderen. Daarnaast waren er 70.323 alleenstaande vaders met een kind, 33.814 met twee kinderen en 1.744 met drie of meer kinderen. Bij de alleenstaande moeders met kinderen zijn de aantallen respectievelijk 135.150 (1), 66.835 (2) en 23.998 (3 of meer). Geboortecijfers In 2008 werden in het Vlaamse en Brusselse Gewest tezamen 69.605 kinderen geboren van wie de moeder in het Vlaamse Gewest woonde. In 2008 werden er in totaal 2.364 kinderen meer geboren dan het jaar ervoor. In vergelijking met 2002 (diepterecord) werden er 9.181 kinderen meer geboren. In de hele periode tussen 1999 en 2008 werden er steeds 2% meer jongens geboren dan meisjes, uitzonderingen hierop vormen de jaren 1998 en 2005 toen er 3% meer jongens werden geboren. In 2008 lag het gemiddelde geboortegewicht van eenlingen op 3.356 gram. Van 66.688 levend geboren eenlingen was het geboortegewicht gekend, van 82 niet. Jongens wegen in Vlaanderen bij hun geboorte gemiddeld 3.420 gram en meisjes gemiddeld 3.288 gram. In 2007-'08 werd bij 1983 kinderen oftewel 1,5% van de levend geboren kinderen een aangeboren afwijking geregistreerd. Aangeboren afwijkingen kunnen zowel genetisch bepaald zijn als het gevolg zijn van een ongunstige zwangerschap of bevalling. In 2007-'08 werd bij 1/4 van de levend geboren kinderen de bevalling kunstmatig ingeleid. In 2003-'04 was dat nog bij 1/3 van de levend geboren kinderen. 1 op de 5 kinderen kwam in de periode 2007-'08 via keizersnede ter wereld. In 2008 werden er in het Vlaamse Gewest 68.313 vrouwen moeder van 1 of meer kinderen. Voor 32.437 vrouwen was dit hun eerste kind. De gemiddelde leeftijd van die vrouwen bedroeg 27,6 jaar. 9.709 moeders hadden niet de Belgische nationaliteit en 57% van de moeders was gehuwd. Gemiddeld krijgen de vrouwen in het Vlaamse Gewest 1,82 kinderen. Sterftecijfers Jaarlijks overlijden er gemiddeld 56.400 mensen in Vlaanderen. Op 2003 na sterven er jaarlijks gemiddeld meer mannen dan vrouwen. Zo sterven er gemiddeld jaarlijks 28.600 mannen en 27.800 vrouwen. In de Vlaamse bevolkingspiramide zijn er meer mannen dan vrouwen tot de leeftijd van 63 jaar. Vanaf de leeftijdscategorie +63-jarigen slaat dit om in een voordeel voor de vrouwen. In 2000 lag de leeftijd waarop de vrouwen in aantal het overwicht namen op de mannen nog op 58 jaar. Dit komt doordat de sterfterisico's van mannen de afgelopen jaren sneller daalden dan die van vrouwen. Vanaf de leeftijd van 85 jaar bij mannen en 88 jaar bij vrouwen sterft jaarlijks 10% of meer van deze bevolkingsgroep. Het sterfterisico is vooral hoog in het eerste levensjaar en vanaf 50 jaar. Vanaf 30 jaar voor vrouwen en 40 jaar voor mannen stijgen de sterftekansen exponentieel. Bij mannelijke adolescenten (15-19 jaar) en jonge mannen (20-34 jaar) is er een relatieve oversterfte ten opzichte van de daaropvolgende leeftijdsgroepen. De belangrijkste doodsoorzaken in deze leeftijdscategorie zijn vervoersongevallen en suÔcide. De sterftekans bij zuigelingen ligt in het Vlaams Gewest op 437 per 100.000 voor jongens en 361 per 100.000 voor meisjes. De belangrijkste doodsoorzaken zijn aangeboren afwijkingen, aandoeningen van de moeder en complicaties van de zwangerschap en/of de bevalling. De laagste sterftecijfers zijn te vinden in de groepen 5 tot 9 jaar en 10 tot 14 jaar (9 tot 10 per 100.000). Op de leeftijd van 50-54 jaar (mannen) en 55-59 jaar (vrouwen) evenaart het sterfterisico dat van het eerste levensjaar. Tot de leeftijd van 39 jaar sterven mannen en vrouwen in grote lijnen door gelijkaardige oorzaken: aangeboren afwijkingen, ongevallen en suÔcide. Vanaf de leeftijd van 40 tot en met 69 jaar sterven vrouwen in de eerste plaats aan borstkanker, mannen door suÔcide (40 tot 49 jaar) en longkanker (50 tot 79 jaar). Daarna volgen voor zowel mannen als vrouwen de ischemische hartziekten en andere cardiovasculaire aandoeningen. De gemiddelde levensverwachting van een jongen die in 2008 geboren werd, ligt in Vlaanderen op 78,1 jaar en voor een meisje uit datzelfde geboortejaar op 83,1 jaar. De levensverwachting bij geboorte voor mannen steeg in de periode 1999-2008 van 75,1 naar 78,1 jaar. Dat is een gemiddelde jaarlijkse stijging van 3,5 maanden. De levensverwachting bij geboorte voor vrouwen steeg in diezelfde periode gemiddeld met 2,5 maanden per jaar: van 81,0 naar 83,1 jaar. In 2008 stierf 22,9% thuis, 49,8% in een ziekenhuis, 23,6% in een bejaardentehuis en 3,7% elders. Opvallend is dat er meer mannen thuis sterven (27%) dan vrouwen (18,9%), in ziekenhuizen (53,4% t.o.v. 46,1%) en elders (4,7% t.o.v. 2,6%). Vrouwen sterven daarentegen vaker in bejaardentehuizen (32,3% t.o.v. 15%). Migratie 1rightarrow blue.svg Zie Migratie in Vlaanderen voor het hoofdartikel over dit onderwerp. Het hedendaagse Vlaanderen is door de eeuwen heen redelijk sterk vermengd geraakt door de vele migratiestromen. De oorspronkelijke bewoners van wat nu Vlaanderen is waren de Belgae. In 57 v.Chr. komen de Romeinse legioenen en in hun voetsporen tal van anderen (handelaren, ambachtslui, edelmannen en legionairs op pensioen etc.) uit heel het Romeinse rijk. Vervolgens komen de Frisiavones, de Salische Franken en tal van Vikingen zich vestigen in het huidige Vlaanderen. Vanaf 1920 waren het voornamelijk Italianen en Oost-Europeanen die als gastarbeider naar BelgiŽ kwamen. Vlaanderen had op dat moment een grote nood aan arbeiders voor de industrie en de mijnbouw. In de jaren vijftig ging de staat vooral op zoek naar arbeiders in ItaliŽ en Griekenland. Dit deden ze door middel van affiches met belofte van hoge salarissen en pensioenen. Doordat de werkloosheid in ItaliŽ zo enorm hoog lag, gingen vele duizenden op het voorstel in. De grootste concentraties aan vreemdelingen die dit tot gevolg had, trof men voornamelijk aan rond de Kempense steenkoolbekkens en in grote industriesteden zoals Antwerpen, Brussel en Gent. Tegenwoordig vestigden zich voornamelijk rijkere migranten zich in de grensgebieden en in de omgeving van de hoofdstad. Gedurende de 20e eeuw vond er eveneens een interne migratie plaats van de Franstalige burgerij en adel vanuit heel BelgiŽ (en dus ook vanuit Vlaanderen), maar vooral vanuit Brussel die zich in de groene gordel van beide provincies Brabant rond de hoofdstad vestigden. Ook komen er asielzoekers naar BelgiŽ. Ze komen vaak uit landen waar burgeroorlogen woeden en beroepen zich op het Internationaal Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen dat opgesteld werd op 28 juli 1951 door de Verenigde Naties en ondertekend werd door BelgiŽ. Bevolkingsevolutie Voor de provincies Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn de cijfers voor de jaren 1846 tot en met 1990 gebaseerd op de historische inwoneraantallen van de gemeenten die actueel deel uitmaken van deze provincies. Inwonersaantallen x 1.000 Provincie 1846 1856 1866 1876 1880 1890 1900 1910 1920 1930 1947 1960 1970 1980 1990 2000 2010 1846 index 1890 index 1947 index 1990 index 2000 index 2010 index Vlaams Gewest 2.360 2.458 2.746 3.028 3.357 3.761 3.763 4.191 4.608 5.740 5.939 6.252 100 128 195 243 252 265 Antwerpen 406 434 466 538 577 700 819 969 1.017 1.173 1.281 1.443 1.533 1.574 1.597 1.644 1.745 100 172 316 393 405 430 Oost-Vl. 793 777 806 863 882 950 1.030 1.120 1.107 1.149 1.217 1.272 1.310 1.330 1.331 1.362 1.432 100 120 153 168 172 181 West-Vl. 643 625 642 684 692 738 805 874 804 902 996 1.069 1.054 1.078 1.102 1.128 1.159 100 115 155 171 175 180 Vl.-Br. 332 349 384 417 462 522 535 599 654 965 1.014 1.077 100 126 197 290 305 324 Limburg 186 192 195 205 211 223 241 276 300 368 460 575 653 711 745 791 839 100 120 247 401 425 451 Brussel 211 309 437 520 626 762 806 892 956 964 959 1.090 100 247 454 458 455 517 Geografische spreiding van de bevolking 10% Opp. 20% Opp. 30% Opp. 40% Opp. 50% Opp. 60% Opp. 70% Opp. 80% Opp. 90% Opp. Inw./km≤ 1846 Inw. 25,6% 38,4% 50,3% 61,5% 72,0% 79,7% 86,4% 92,4% 96,5% 174 1900 Inw. 34,9% 46,1% 56,7% 65,6% 73,6% 80,5% 86,9% 92,5% 96,7% 246 1947 Inw. 32,1% 44,9% 53,7% 63,5% 70,5% 78,0% 84,4% 89,6% 95,0% 337 2000 Inw. 25,4% 37,7% 48,9% 58,6% 67,6% 75,6% 82,4% 89,7% 96,1% 439 2008 Inw. 25,5% 37,5% 48,6% 58,9% 67,6% 75,6% 83,1% 89,8% 96,2% 456 Gemeenten naar inwonertal Naar inwonertal zijn de grootste Vlaamse gemeenten (Brussel meegerekend): Nr. Gemeente 1846 Inw. 1900 Inw. 1947 Inw. 2000 Inw. 2010 Inw. 1846 index 1900 index 1947 index 2000 index 2010 index Opp. km≤ Inw. per km≤ Provincie of gewest 1 Antwerpen 118.682 383.557 526.396 446.525 483.505 100 323 444 376 407 204,51 2.364 Vlag Antwerpen (provincie) Antwerpen 2 Gent 128.828 222.895 254.216 224.180 243.366 100 173 197 174 188 156,18 1.558 Vlag Oost-Vlaanderen Oost-Vlaanderen 3 Brussel 129.680 218.623 184.838 133.859 157.673 100 169 143 103 122 32,61 4.835 Vlag Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussel 4 Schaarbeek 6.211 63.508 123.671 105.692 121.232 100 1.023 1.991 1.702 1.952 8,14 14.893 Vlag Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussel 5 Brugge 60.855 70.277 93.062 116.246 116.741 100 115 153 191 192 138,40 844 Vlag West-Vlaanderen West-Vlaanderen 6 Anderlecht 5.966 47.929 86.412 87.812 104.647 100 803 1.448 1.472 1.754 17,74 5.899 Vlag Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussel 7 Leuven 35.334 58.523 67.322 88.014 95.463 100 166 191 249 270 56,63 1.686 Vlag Vlaams-Brabant Vlaams-Brabant 8 Sint-Jans-Molenbeek 12.065 58.445 63.922 71.219 88.181 100 484 530 590 731 5,89 14.971 Vlag Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussel 9 Mechelen 36.915 64.781 72.232 75.438 80.940 100 175 196 204 219 65,19 1.242 Vlag Antwerpen (provincie) Antwerpen 10 Elsene 14.251 58.615 90.711 73.174 80.183 100 411 637 513 563 6,34 12.647 Vlag Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussel 11 Aalst 32.910 50.500 73.147 76.313 80.043 100 153 222 232 243 78,12 1.025 Vlag Oost-Vlaanderen Oost-Vlaanderen 12 Ukkel 6.372 18.034 56.156 74.221 77.589 100 283 881 1.165 1.218 22,91 3.387 Vlag Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussel 13 Kortrijk 35.144 50.540 65.179 74.790 74.911 100 144 185 213 213 80,02 936 Vlag West-Vlaanderen West-Vlaanderen 14 Hasselt 15.229 20.812 41.301 68.058 73.067 100 137 271 447 480 102,24 715 Vlag Limburg Limburg 15 Sint-Niklaas 29.966 42.672 57.846 68.290 71.806 100 142 193 228 240 83,80 857 Vlag Oost-Vlaanderen Oost-Vlaanderen De kleinste gemeente (qua inwoners) is Herstappe met respectievelijk: Nr. Gemeente 1846 Inw. 1900 Inw. 1947 Inw. 2000 Inw. 2010 Inw. 1846 index 1900 index 1947 index 2000 index 2010 index Opp. km≤ Inw. per km≤ Provincie of Gewest 589 Herstappe 135 148 134 85 80 100 110 99 63 59 1,35 59 Vlag Limburg Limburg Bezienswaardigheden Werelderfgoed Het belfort van Brugge. Traphal van het Hotel Tassel. In 1998 werden 13 Vlaamse begijnhoven opgenomen op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Ze zijn opgenomen op deze lijst vanwege hun unieke karakter en inplanting. Daarnaast zijn ze een getuige van de unieke (in die tijd) onafhankelijkheid van de religieuze vrouw (begijn) in de middeleeuwen in West-Europa. Een andere bepalende factor is het unieke en uitzonder karakter van de combinatie aan stedelijke en landelijk planning enerzijds en de combinatie religieus en burgerlijke architectuur anderzijds. UNESCO maakt een onderscheid tussen begijnhoven van het stedelijk type (a), van het pleintype (b) en van het gemengde type (c). Het betreft de begijnhoven van Kortrijk (c), Brugge (c), Diest (a), Gent (Klein Begijnhof) (c), en Sint-Amandsberg (Groot Begijnhof) (a), Dendermonde (Alexiusbegijnhof) (b), Sint-Truiden (b), Tongeren (Sint-Catharinabegijnhof) (a), Hoogstraten (b), Lier (a), Mechelen (Groot Begijnhof) (a), Turnhout (b) en Leuven (Groot Begijnhof) (c). Datzelfde jaar werd ook de Grote markt van Brussel en de omringende gebouwen zoals het stadhuis, het broodhuis en de gildehuizen als geheel opgenomen op de lijst. Ze werd geselecteerd vanwege het feit dat het geheel een uitzonderlijke voorbeeld is van eenvormigheid tussen publieke en private gebouwen enerzijds en 17e-eeuwse architectuur anderzijds. Het jaar daarop volgend (1999) nam de UNESCO ook 26 Vlaamse belforten op in haar lijst van beschermd erfgoed. Ze werden in de lijst opgenomen als erkenning van een architectonische manifestatie van een opkomende burgerlijke onafhankelijkheid van feodale en religieuze invloeden in onder andere het historisch Vlaanderen en het hertogdom Brabant, wat leidde tot een mate van lokale democratie die van groot belang is geweest in de geschiedenis van de mensheid. In vergelijking met de slottoren (symbool van de adel) en de kerktoren (symbool van de kerk) representeert het belfort, als derde toren in het stedelijk landschap, de macht van schout en schepenen. De belforten werden gebouwd tussen de 11e en 17e eeuw en lopen qua bouwstijl daarmee uiteen van romaans, gotisch en renaissance tot barok. Weinig torens zijn vrijstaand. De meeste belforten zijn gebouwd op of aan een stadhuis of lakenhal. Het betreft de belforten van Antwerpen, Herentals, Lier, Mechelen, Brugge, Diksmuide, Kortrijk, Lo-Reninge, Menen, Nieuwpoort, Roeselare, Tielt, Veurne, Ieper, Aalst, Dendermonde, Eeklo, Gent, Oudenaarde en Sint-Truiden. Daarnaast behoren ook de torens van de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal en de Mechelse Sint-Romboutskathedraal en de kerktorens van de Leuvense Sint-Pieterskerk, Tiense Sint-Germanuskerk, Zoutleeuwse Sint-Leonarduskerk en Tongerse Onze-Lieve-Vrouwebasiliek tot de selectie. In 2000 werd het historisch centrum van Brugge en de herenhuizen Hotel Tassel, Hotel Solvay, Hotel van Eetvelde, en de voormalige woning en atelier van de Art-Nouveau-architect Victor Horta te Brussel aan de UNESCO-lijst toegevoegd. Het historische hart van Brugge werd op de lijst opgenomen vanwege de fraaie middeleeuwse architectuur en het belang ervan binnen de geschiedenis. De herenhuizen van Horta werden op hun beurt geselecteerd vanwege hun unieke karakter en het feit dat ze exemplarisch zijn voor de Art Nouveau. In 2005 werd het Plantin-Moretuscomplex te Antwerpen op de lijst opgenomen en in 2009 het Stocletpaleis te Brussel. Nationaal Erfgoed Het erfgoed in Vlaanderen wordt beheerd door de vzw Erfgoed Vlaanderen. Deze vzw organiseert jaarlijks de Open Monumentendag Vlaanderen in samenwerking met het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend erfgoed (RWO) van de Vlaamse overheid. Op de gemeentepagina's staat een overzicht van de belangrijkste bezienswaardigheden per gemeente. De belangrijkste bezienswaardigheden, die (nog) niet zijn opgenomen op de UNESCO-werelderfgoedlijst, maar er wel reeds voor "in de wachtrij staan" zijn:[bron?] De historische kern van Antwerpen. De monumenten van de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek. De gebouwen van de universiteit te Leuven. De historische middeleeuwse kern van Gent en de twee abdijen die aan de oorsprong van de stad liggen. Het Maison Guiette te Antwerpen. De Sint Hubertus- en andere overdekte galerijen te Brussel. Het architecturale oeuvre van Henry Van de Velde Het Justitiepaleis van Brussel. Andere belangrijke bezienswaardigheden in Vlaanderen zijn: De muur van Geraardsbergen met op de top de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Oudenberg De Koninklijke Paleizen te Brussel, Laken en Antwerpen De Belgische Senaat, het Federaal Parlement en het Rekenhof, allen te Brussel. Het Fort van Breendonk Het stadhuis van Leuven De historische stadskernen van Lier, Mechelen, Tongeren, Zoutleeuw, Kortrijk en Ieper. Het Provinciaal Domein Bokrijk De voormalige landcommanderij van Alden Biesen Fort Napoleon te Oostende De Abdij van Herkenrode nabij Hasselt De Nationale Basiliek van het Heilig Hart te Koekelberg De basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel De Zimmertoren te Lier De IJzertoren te Diksmuide Natuur Het ZoniŽnwoud Nationaal Park Hoge Kempen. Menselijk ingrijpen, zowel direct (kap van bossen, ontginningen, wegenaanleg etc.) als indirect (overbemesting) heeft grote invloed op het huidige landschap, de flora en de fauna. Veel dier- en plantensoorten dreigen te verdwijnen. Om dit te voorkomen zijn zogenaamde rode lijsten gemaakt waarop de meest bedreigde soorten staan. Sommige soorten passen zich juist aan aan de menselijke cultuur, zoals de merel en de koolmees. De belangrijkste natuurparken en -gebieden in Vlaanderen zijn het Nationaal Park Hoge Kempen, het Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide, het Zwin, het ZoniŽnwoud, het Mechels Broek en het Peerdsbos. Flora 1rightarrow blue.svg Zie ook de Vlaamse Rode Lijst (planten) voor een lijst van bedreigde planten in Vlaanderen. In Vlaanderen komen circa 1400 soorten hogere planten voor, er zijn zo'n 4 ŗ 5000 soorten paddenstoelen (macrofungi) gevonden, 600 soorten mossen en honderden soorten schimmels, korstmossen en algen. Door de ligging in Europa en het intensieve verkeer is er een regelmatige aanvoer van adventieven, die zich soms met enig succes vestigen, zoals de waterpest en de bospest. De soorten die hier voorkomen zijn bijna allemaal relatieve nieuwkomers (van na de ijstijden); zo is de tamme kastanje in historische tijden ingevoerd. De hier algemene soorten zijn erg concurrentiekrachtig. Fauna 1rightarrow blue.svg Zie ook de Vlaamse Rode lijsten van de libellen, broedvogels en zoogdieren voor een opsomming van bedreigde dieren in Vlaanderen. In Vlaanderen komen ruim 50 soorten zoogdieren voor, zo'n 600 soorten broed- en trekvogels, tientallen vissoorten, ruim 50 dagvlinders en duizenden ongewervelden. Door de ligging in Europa en het intensieve verkeer is er een regelmatige aanvoer van adventieven, die zich soms met enig succes vestigen, zoals de halsbandparkiet en de driehoeksmossel, maar slechts vrij zelden een permanente plaag vormen. De soorten die hier voorkomen zijn bijna allemaal relatieve nieuwkomers (van na de ijstijden); zo zijn het konijn, de fazant in historische tijden ingevoerd. De hier algemene soorten zijn erg concurrentiekrachtig. Cultuur Taal Wapenschild Folio blad 80 recto van het 14e-eeuwse wapenboek Gelre, met onder andere (links midden) het wapen van de graaf van Vlaanderen. Nicaise De Keyser; voorstudie van Willem van Saeftinge doodt Robert II van ArtesiŽ (Guldensporenslag) Pieter Bruegel de Oude, Toren van Babel (1563); Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Pieter Paul Rubens, De vereniging van Aarde en Water (circa 1618); Hermitage te Sint-Petersburg. Gustaaf Wappers, Tafereel van de Septemberdagen 1830 op de Grote Markt te Brussel op het stadhuisplein te Brussel (1835); Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van BelgiŽ te Brussel. Rik Wouters, De strijkster (1912). Frans Masereel, "Das FŁllhorn" (De hoorn des overvloeds). De Kiekeboes muurschildering in Hasselt, 1996 Niobe van Constant Permeke in het Beeldenpark van het KrŲller-MŁller Museum. Eddy Wally, The Voice of Europe in 2008 2 Unlimited (Ray Slijngaard en Anita Doth) tijdens een optreden in 1994. Sidi Larbi Cherkaoui (2009). Anne Teresa De Keersmaeker, 2011 Westvleteren, dat het beste bier van de wereld wordt genoemd Mosselen met friet De Morgen bij de koffie, 2007 1rightarrow blue.svg Zie Vlaams, Nederlands en Faciliteitengemeente voor de hoofdartikelen over dit onderwerp. De officiŽle taal van Vlaanderen is het Nederlands, dat er overal wordt gesproken. Toch is de taalsituatie in Vlaanderen behoorlijk ingewikkeld. Vlaanderen in zijn hoedanigheid van Vlaams Gewest beslaat enkel het Nederlandse taalgebied; in zijn hoedanigheid van Vlaamse Gemeenschap hoort daar echter het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bij. De officiŽle talen van Brussel zijn het Nederlands en het Frans; door de verfransing van Brussel is het Frans er echter de dominante taal geworden. Bovendien bestaat er in twaalf gemeenten van het Vlaams Gewest, de faciliteitengemeenten, een bijzondere taalregeling. Zo kan de burger er aan het loket van het gemeentehuis in het Frans terecht, en zijn de straatnamen tweetalig. Er moet hierbij een onderscheid gemaakt worden tussen de zes taalgrensgemeenten Bever, Herstappe, Mesen, Ronse, Spiere-Helkijn en Voeren, en de zes randgemeenten in de Vlaamse Rand, Drogenbos, Linkebeek, Wemmel, Sint-Genesius-Rode, Kraainem en Wezembeek-Oppem. De taalregeling kan verschillen van gemeente tot gemeente. Zo mag alleen in Ronse secundair onderwijs ook in het Frans gegeven worden, omdat dat ook al voor de vastlegging van de taalgrens gebeurde. Ook mogen authentieke akten in Drogenbos, Kraainem, Linkebeek en Wemmel zowel in het Nederlands als in het Frans worden opgesteld; in Sint-Genesius-Rode en Wezembeek-Oppem echter alleen maar in het Nederlands. Faciliteiten bestaan echter alleen op gemeentelijk vlak; de Vlaamse Gemeenschap en de vijf Vlaamse provincies zijn alle eentalig Nederlands. In Brussel-Halle-Vilvoorde is de wettelijke taalregeling zeer complex. Het gebied omvat het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het officieel eentalige Arrondissement Halle-Vilvoorde. In de kieswetgeving (zie Brussel-Halle-Vilvoorde) en in de wetgeving op vlak van justitie (zie Gerechtelijk arrondissement Brussel) is momenteel een andere regeling voor Halle-Vilvoorde opgenomen dan voor het overige gedeelte van het Vlaams Gewest. Aan andere talen dan het Nederlands en het Frans wordt geen bijzondere positie toegekend. In de praktijk kent de bevolking goed Engels en in mindere mate Duits; het aantal autochtone Engels- en Duitstaligen is echter niet groot. Door migranten wordt, naast Nederlands vooral Frans, Turks, Italiaans en Arabisch gesproken. De huidige taalgrens is vastgelegd in 1962. Daarvůůr was er een systeem van talentellingen, waardoor gemeenten konden veranderen van taalregime. Het wijzigen van de taalgrens is tegenwoordig alleen maar mogelijk met een wet die in elke taalgroep van elke Kamer met meerderheid van stemmen moet worden aangenomen. Bovendien dient daarbij de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig te zijn en moet het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen minstens twee derde van de uitgebrachte stemmen uitmaken. Een dergelijke wet is nog nooit aangenomen. Identiteit 1rightarrow blue.svg Zie Vlamingen voor het hoofdartikel over dit onderwerp. Vlamingen zijn geen duidelijk te onderscheiden volk in etnische zin, maar zijn de afstammelingen van vele verschillende volkeren zoals de Kelten (circa 7e eeuw v.Chr. - 3e eeuw n.Chr.), en later Germanen (circa 4e eeuw - 7e eeuw) waaronder de Salische Franken die op uitnodiging van de Romeinen zich in de Vlaamse streken vestigden. Ook in recente tijden komen nog veel migranten naar Vlaanderen die bijdragen aan de culturele en etnische diversiteit van de Vlamingen. Als grootste gemene deler van de tegenwoordige Vlamingen kan men wellicht zeggen dat ze als dagelijkse taal Nederlands spreken. De definitie van Vlaming is ook niet steeds dezelfde geweest. Tijdens de Guldensporenslag in 1302 werden enkel de inwoners van het Graafschap Vlaanderen Vlamingen genoemd. In het hertogdom Brabant was men toen alleen Brabander. De Goede Steden in het Nederlandstalige deel van het Prinsbisdom Luik, ongeveer de huidige Belgische provincie Limburg, werden toen ook Dietse Steden genoemd. Symbolen Vlag 1rightarrow blue.svg Zie Vlag van Vlaanderen voor het hoofdartikel over dit onderwerp. De Vlaamse vlag, meestal de "Vlaamse Leeuw" of de "leeuwenvlag" genoemd, is de vlag van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest. De vlag is geel, met centraal een zwarte leeuw. De leeuw wordt op zijn achterpoten staand en klauwend afgebeeld, met het gezicht heraldisch naar rechts (links voor de toeschouwer). De rode tong en rode klauwen van de leeuw zijn essentieel voor de officiŽle vlag. De hoogte-breedteverhouding van de vlag is 2:3. Deze vlag werd officieel aangenomen als vlag van de Raad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap in 1973, en later, in 1985, als vlag van de Vlaamse Gemeenschap. In 1990 kreeg ook het wapenschild de status van officieel symbool. Voorts gebruikt de Vlaamse Overheid een gestileerde versie van de vlag als logo, deze was eveneens geel met centraal een naar links kijkende zwarte leeuw. In 2013 veranderde dit naar een gestileerd leeuwenhoofd dat de toeschouwer recht aankijkt. Volkslied 1rightarrow blue.svg Zie De Vlaamse Leeuw voor het hoofdartikel over dit onderwerp. De Vlaamse Leeuw is sinds 1985 het officiŽle volkslied van Vlaanderen (aanvankelijk de Vlaamse Gemeenschap). De tekst werd in juli 1847 geschreven door Hippoliet Van Peene en getoonzet door Karel Miry. De toneelschrijver Van Peene liet zich duidelijk inspireren door de gelijknamige roman van Hendrik Conscience eenderzijds en door het populaire Duitse strijdlied "Rheinlied (Sie sollen ihn nicht haben, den freien deutschen RheinÖ)" van Nikolaus Becker anderzijds. De componist Miry liet zich van zijn kant dan weer beÔnvloeden door Robert Schumans "Sonntag am Rhein". Hoofdstad 1rightarrow blue.svg Zie Brussel (stad) en Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de hoofdartikelen over dit onderwerp. Hoewel Brussel niet tot het Vlaams Gewest behoort en uitsluitend de Nederlandstalige Brusselaars tot de Vlaamse Gemeenschap behoren, is het toch de hoofdstad van Vlaanderen. Tezamen met de omliggende gemeenten vormt het een eigen gewest, met name het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De stad is deels gekozen wegens emotionele redenen, als statement van het Vlaamse karakter van de stad en deels vanwege haar uitgebreide faciliteiten. De ambtswoning van de Vlaamse minister-president en tevens de officiŽle ontvangstruimte van de Vlaamse regering is het Hotel Errera. De regeringszetel van de Vlaamse regering is gelegen op het Martelarenplein en het Vlaams Parlementsgebouw ligt op de hoek van de Hertogsstraat en de Drukpersstraat. Feestdag van Vlaanderen 1rightarrow blue.svg Zie Feestdag van Vlaanderen voor het hoofdartikel over dit onderwerp. De Feestdag van Vlaanderen wordt gevierd op 11 juli sinds 1973. Op deze dag wordt de Guldensporenslag herdacht. Tijdens deze veldslag uit 1302 werd het Franse staande leger verslagen door een burgerleger uit het Graafschap Vlaanderen. Kunst Literatuur 1rightarrow blue.svg Zie Nederlandse literatuur en Vlaamse literatuur voor de hoofdartikelen over dit onderwerp. Tot en met het begin van de 19e eeuw wordt de Vlaamse literatuur beschouwd als een integraal onderdeel van de Nederlandse literatuur. Het huidige Vlaanderen en Nederland vormden immers een politiek en cultureel geheel tot 1579. In dat jaar, ten gevolge van de reformatie, zonderen de gereformeerde noordelijke provinciŽn zich af van het rooms-katholieke zuiden. Hierdoor ontwikkelde de Vlaamse en Brabantse middeleeuwse literatuur een eigen karakter en maakte ze een gouden eeuw op literair vlak door. Aan deze bloei kwam een einde door de Spaanse inquisitie en de daaropvolgende massale uittocht van intellectuelen naar de Republiek der Nederlanden, alwaar in de 17e eeuw ten gevolge hiervan het noorden zijn 'Gouden Eeuw' zou beleven. De Zuid-Nederlandse literatuur verdween hierdoor echter bijna volledig van de kaart. In de door Fransen bezette Westhoek werkten markante figuren als Dominic De Jonghe (1654-1717) die Le Cid van Pierre Corneille in het Nederlands vertaalde, de dichter Michiel de Swaen (1654-1707) die het epos Het Leven en Dood van Jezus Christus (1694) en De gecroonde leerse schreef, en Willem Ogier van wie we onder meer de klucht Droncken Heyn (1639) en een reeks drama's met de titel De seven hooft-sonden (1682) kennen.[21] Tijdens de 18e eeuw was de Vlaamse literaire productie aan de lage kant, net als in het hele Nederlandse taalgebied. In 1761 publiceerde de in Den Haag geboren Jan Des Roches [21] wel zijn Nieuwe Nederduytsche spraek-konst, een Nederlandse grammatica die de confrontatie aanging met het gebruik van het Latijn als cultuurtaal en het Frans als prestigieuze taal door een gestandaardiseerde Zuid-Nederlandse [22] taal uit te werken. Nadat BelgiŽ in 1830 onafhankelijk werd van Nederland begon de Vlaamse literatuur zich opnieuw apart te ontwikkelen. Toch maakt ze nog steeds integraal deel uit van de Nederlandstalige literatuur. De belangrijkste schrijvers binnen de huidige territoriale grenzen van Vlaanderen zijn Willem die Madocke maecte (anonieme schrijver die omstreeks 1260 de Middelnederlandse satire Van den vos Reynaerde schreef), Willem Verhoeven (onder andere Juvenilia ofte de schoone Helen), Karel Broeckaert (onder andere Jellen en Mietje), Jan Frans Willems (onder andere herschrijving van Van den vos Reynaerde), Jan Lambrecht Domien Sleeckx (uitgever van de eerste volledig Nederlandstalige Belgische krant en schrijver van onder andere Vesalius in Spanje) en Hendrik Conscience (onder andere De Leeuw van Vlaanderen). Omstreeks de eeuwwisseling ligt de nadruk op naturalistische verhalen zoals onder andere de werken van Stijn Streuvels (onder andere De Vlasschaard), Cyriel Buysse (onder andere Het "ezelken", wat niet vergeten was), Ernest Claes (onder andere De Witte,De moeder en de drie soldaten) en Felix Timmermans (onder andere Pallieter). Na de Eerste Wereldoorlog werd de dichter Paul van Ostaijen (onder andere Het Sienjaal) een belangrijk vertegenwoordiger van het expressionisme en tussen de twee Wereldoorlogen waren Gerard Walschap (onder andere Houtekiet), Herman Teirlinck (onder andere Elckerlyc) en Willem Elsschot (onder andere Lijmen/Het been) prominente Vlaamse schrijvers. In de jaren 50 van de 20e eeuw namen Hugo Claus (onder andere Het verdriet van BelgiŽ) en Louis Paul Boon (onder andere Pieter Daens, De Kapellekensbaan) het literaire voortouw. Vanaf de jaren 60 geven Aster Berkhof (onder andere Het huis van Mama Pondo), Jef Geeraerts (onder andere De zaak Alzheimer), Herman De Coninck (onder andere Zolang er sneeuw ligt), Ward Ruyslinck (onder andere Het reservaat), Hubert Lampo (onder andere De komst van Joachim Stiller), Johan Anthierens (onder andere De IJzertoren. Onze trots en onze schande), Tom Lanoye (onder andere Kartonnen dozen) en Herman Brusselmans (onder andere Meisjes hebben grotere borsten dan jongens) de Vlaamse literatuur vorm. Daarnaast bestond (bestaat) er binnen de huidige territoriale grenzen van Vlaanderen een Vlaamse literatuur die zich van het Frans bediende met als voornaamste vertegenwoordigers Maurice Maeterlinck en Andrť Baillon. Ten slotte verdient ook de Engelse roman Een hond van Vlaanderen (A Dog of Flanders) van Marie Louise de la Ramťe vermelding. Beeldende kunst Schilderkunst 1rightarrow blue.svg Zie Vlaamse schilderkunst voor het hoofdartikel over dit onderwerp. De schilderkunst in Vlaanderen begon in de vorm van middeleeuwse miniaturen gemaakt door monniken in talloze kloosters. De schilder- en tekenkunst als zelfstandige kunstvorm nam in Vlaanderen een aanvang omstreeks de 15e eeuw, met de Vlaamse Primitieven. Hoewel niet alle kunstenaars die tot deze periode in de schilderkunst gerekend worden Vlamingen (binnen de huidige territoriale grenzen) waren, hebben de meesten onder hen minstens een belangrijke periode van hun leven doorgebracht in deze regio. De bekendste Vlaamse Primitieven waren Robert Campin, Rogier van der Weyden, Jan en Hubert van Eyck, Dirk Bouts, Gerard David, Hans Memling en Hugo van der Goes. Doordat tal van Vlaamse schilders in de 16e eeuw naar ItaliŽ reisden, werden zij beÔnvloed door de Italiaanse renaissance. Toch werd er niet zomaar geÔmiteerd, maar trad er een mengvorm op waarbij de lokale tradities, zoals het veelvuldige gebruik van allegorieŽn, behouden bleven en de recente innovaties uit ItaliŽ geÔntegreerd werden. De belangrijkste vertegenwoordigers uit deze periode zijn Pieter Coecke van Aelst, Pieter Breughel de Oude, Jan Gossaert, Frans Floris en Adriaen Isenbrandt. Na het Beleg van Antwerpen (1584-1585) bleef Vlaanderen onder Spaans bewind en raakte het gescheiden van de Nederlandse Republiek. Hoewel heel wat kunstenaars de strijd en chaos in de Spaanse Nederlanden ontvluchtten, floreerde de Vlaamse barokschilderkunst in Antwerpen, meer bepaald de Antwerpse School, met onder meer Peter Paul Rubens, Anthony van Dyck, David Teniers I en II, de oude en de jonge Jan Brueghel, Clara Peeters, Michiel Sweerts en Jacob Jordaens als belangrijkste exponenten. Na de Tachtigjarige Oorlog verbleekte het belang van de Vlaamse kunst. Desondanks bracht de 17e eeuw een bescheiden heropleving met landschapschilders als Jan Siberechts, Hendrik van Steenwijk de Jongere, Willem Van Haecht en stillevenschilder Jan Davidsz. de Heem. In de 18e eeuw zette deze heropleving zich door met romantici als David De Noter, Jan-Jozef Horemans de Jonge, Joseph BenoÓt Suvťe, Fredrik Marinus Kruseman en Petrus van Schendel. Na de onafhankelijkheid van BelgiŽ in 1830 kende de schilderkunst een heropbloei. Deze zet zich in met Gustaaf Wappers. Andere meesters die zich rond deze periode in de Vlaamse contreien bezighielden met historieschilderkunst waren AdŤle Kindt en Henri Leys. In de portretschilderkunst maakten Antoine Wiertz en Nicaise de Keyser naam. Het was echter wachten tot het aanbreken van het realisme vooraleer zich een nieuwe hoogperiode manifesteerde met schilders als Charles Degroux, Henri de Braekeleer en Alfred Stevens. Ook tijdens het impressionisme zette deze tendens zich verder met vertegenwoordigers als James Ensor, Henri Evenepoel en de pointillisten Alfred William Finch, George Lemmen en Theo van Rysselberghe. Omstreeks 1886 maakte het symbolisme furore en bracht het vermaarde schilders als Lťon Frederic, Fernand Khnopff, Xavier Mellery en Lťon Spilliaert in de ban van het raadsel en de droom. Ook de schilders van de Latemse Scholen lieten zich verleiden door het symbolisme, hun belangrijkste vertegenwoordiger is de Gentse Mechelaar Gustave Van de Woestyne. Omstreeks het begin van de 20e eeuw maakte het Brabants fauvisme opgang met de werken van Edgard Tytgat en Rik Wouters, het futurisme met de schilderijen van Jules Schmalzigauw en het expressionisme met de werken van Albert Servaes, Jakob Smits, EugŤne Laermans, Gustave de Smet, Constant Permeke en Frits van den Berghe. Tijdens het interbellum kwam de abstracte schilderkunst in zwang met bekende werken van Georges Vantongerloo, Michel Seuphor, Jozef Peeters en Floris Jespers als gevolg. Een andere stroming die rond deze periode opgang maakte, was het surrealisme met als belangrijkste vertegenwoordigers de Brusselaars Renť Magritte en Paul Delvaux. In de jaren vijftig van de 20e eeuw vond er een schilderkunstige explosie plaats onder invloed van de Cobra en de Situationistische Internationale. Bekende schilders uit deze periode zijn Pierre Alechinsky, Maurice Wyckaert, Antoine Mortier, Eglebert van Anderlecht, Jef Verheyen en Walter Leblanc. In de jaren 60 komt er een Vlaamse versie van de popart tot stand door onder meer Evelyne Axel en komt ook het figuratisme op de voorgrond met werken van Roger Raveel en Raoul De Keyser. Marcel Broodtaers en Panamarenko zijn de belangrijkste naoorlogse kunstenaars . De belangrijkste hedendaagse schilders zijn Jan Cox, Walter Swennen, Philippe van Snick, Fred Bervoets, Luc Tuymans, Guy Van Bossche , MichaŽl Borremans, Sam Dillemans en Joris Ghekiere.[23] Grafiek De grafiek of drukkunst neemt een aanvang in Vlaanderen omstreeks de 17e eeuw met de opkomst van de boekdrukkunst en de oprichting van drukateliers zoals dat van Christoffel Plantijn te Antwerpen. Deze evolutie laat zijn invloed gelden en ook tal van kunstenaars besluiten gebruik te maken van de nieuwe technologie. Er ontstonden dan ook verschillende disciplines, zoals diepdruk (ook wel etsen genoemd) met als belangrijkste Vlaamse vertegenwoordigers Jules De Bruycker en James Ensor. De houtsnedekunst met als belangrijkste vertegenwoordigers Jozef Cantrť, Frans Masereel, Henri Van Straten, Joris Minne, Charles Doudelet en Gustave Van de Woestijne. De lithografie met als belangrijkste vertegenwoordiger in Vlaanderen Henri Cassiers. Daarnaast zijn er nog tal van Vlaamse tekenaars van cartoons, beeldverhalen en strips die gebruikmaken van druktechnieken. De bekendste onder hen zijn Willy Vandersteen (onder andere Suske en Wiske en De Rode Ridder), Marc Sleen (onder andere Nero), Jan Bosschaert (onder andere Sam), Kamagurka (onder andere cartoons voor Humo), Jef Nys (onder andere Jommeke) en Merho (onder andere De Kiekeboes). Ten slotte wordt ook de fotografie bij de grafiek ingedeeld. Een van de bekendste hedendaagse Vlaamse fotografiekunstenaars is Danny Matthys. Beeldhouwkunst De bekendste Vlaamse beeldhouwers en -snijders waren onder anderen Jan Borreman en Passchier Borreman tijdens de gotiek, Rombout Verhulst tijdens de barok en Louis Royer tijdens het classicisme. Onder invloed van Constant Permeke brak het expressionisme uit in Vlaanderen en later kende het Brabants fauvisme succes met Rik Wouters. Het surrealisme werd in Vlaanderen vertegenwoordigd door Roel D'Haese en Octave Landuyt, George Grard tijdens het realisme en het symbolisme door Fernand Khnopff en George Minne. Bekende hedendaagse beeldhouwers zijn Geo Verbanck, Hubert Minnebo, Rik Poot, Panamarenko, Jan Fabre en Wim Delvoye. Tapijtkunst De oudste Vlaamse wandtapijten dateren uit de 13e eeuw. De belangrijkste productiecentra waren toen Doornik (nu in WalloniŽ) en Atrecht (nu in Frankrijk). Deze twee centra kregen in de 15e eeuw heel wat opdrachten van de Bourgondische hertogen. In de 14e eeuw werden er ook reeds wandtapijten gemaakt in Brugge, Oudenaarde, Geraardsbergen, Edingen en Gent. In de 16e eeuw werden Brussel, Mechelen en Antwerpen belangrijk. Antwerpen ging zorgen voor de verspreiding over de rest van Europa.[24] In Oudenaarde werkten meer dan 12.000 personen in deze industrietak; in Brussel circa een kwart van de bevolking, ongeveer 15.000 personen. Vlaanderen was het centrum van de Europese wandtapijtenproductie geworden. De katholieke koningen, Margaretha van Oostenrijk, Maria van Hongarije als Karel V behoren tot de grootste verzamelaars van wandtapijten. Aanhalingsteken openen Keizer Karel V was een echte mecenas voor de wandtapijtenindustrie. Hij gaf ter gelegenheid van zijn kroning in Aken de opdracht voor de negen imposante wandtapijten ĎLos Honoresí. Die stelden verschillende deugden voor, die een goed heerser moest in acht nemen. Keizer Karel was bijzonder gehecht aan die tapijten. Ze reisden overal met hem mee om hem te herinneren aan de kwaliteiten die van hem verlangd werden.[25] Aanhalingsteken sluiten Aan het einde van de 16e eeuw verschoof de aandacht naar Parijs, Aubusson en de Noordelijke Nederlanden. Door de opkomst van het goedkopere behang in de 18e eeuw kwam de wandtapijtindustrie in de problemen. Maria Theresia heeft nog geprobeerd de Brusselse tapijtindustrie overeind te houden door regelmatige aankopen, die zij dan als "relatiegeschenk" weggaf, maar aan het einde van de 18e eeuw was er in de stad geen weverij m


28. Hoe denk je over grindafzettingen?


29. Wat is je lievelingsgetal?







30. Hou je van soep?


31. 💐 of 🏵?



32. 🌿🌿🌿🌿🌿🌿🌿🌿🌿🌿🌿🌿









33. Wilt u Ťcht geen eitje?


34. Hou je van de muziek van D'Gary?




35. Hou je van Pu-Erh-Thee?




36. Kies nou maar wat!











37. Wat ben je?








38. Wat zou je graag willen doen op dit moment?


39. Je ziet koning Manfred. Wat doe je?










40. Met welk van de onderstaande dieren ben je weleens vergeleken?









41. Welke soort vleermuis vind jij het leukst?






42. Kies de leukste naam:










43. Bienvenue Uiensoep ! C'est votre 70Ťme jour de connexion aujourd'hui. baibpietbgrsnormalpietvbaipegase 6/5000 Anys Ĺ పు Camargue Voir tous mes chevaux instagram pinterest twitter facebook Actualitťs 1 heure Obtenez 2 fers en Or pour participer au tirage au sort (12 dťfis ŗ complťter)! Gaia bit.ly/29QIQ2r OuraÖ twitter.com/i/web/status/8Ö 17 fťvrier Jupiter se cache au 7Ťme niveau du Dťfi des titans ! Bonne chance:)! Oura bit.ly/29ws3BB GaiaÖ twitter.com/i/web/status/8Ö Le Grand Dťfi Jusqu'au 22 fťvrier 2017 ŗ 11:00, retrouvez le maximum de fers ŗ cheval pour obtenir des avantages lors des grandes festivitťs qui suivront ! Accťder au concours Equideow.com est dťclarť ŗ la CNIL sous le numťro nį1132890 Conditions gťnťrales d'utilisationCharte de ConfidentialitťConditions de venteMentions lťgalesNous contacter



Details

31 (0 vandaag)

1 (0 deze week, 0 vandaag)

AL

Share