Quiz perfectum onregelmatige werkwoorden: opstaan - sterven

Test jezelf: hoe goed ken jij het perfectum van deze onregelmatige werkwoorden?
Belangrijk: KIJK NIET IN JE HANDBOEK!!!!!!!(N)

1. OPSTAAN -> Hoe laat ... jij vandaag ... ?


2. OVERSTEKEN -> ... jij ... op het zebrapad?


3. RIJDEN -> Ik ... vandaag met de auto ...


4. ROEPEN -> De cursist ... het antwoord door de klas ...


5. SCHEIDEN -> De man en de vrouw ... ...


6. SCHIJNEN -> De zon ...


7. SCHRIJVEN -> Jij ... een mooie tekst ...


8. SLAPEN -> Ik ... vannacht goed ...


9. SLUITEN -> Tijdens corona ... de cafιs en restaurants ...


10. SPREKEN -> Jullie ... goed Nederlands met elkaar ...


11. SPRINGEN -> De kinderen ... op de trampoline ...


12. STAAN -> Ik ... in de supermarkt in een lange rij ...


13. STEKEN -> Ik ... mijn boek in mijn rugzak ...


14. STERVEN -> Mijn grootvader ... ...


15. SNIJDEN -> Ik ... in mijn vinger ...