• De Opheilia torende trots boven alle boten in de haven uit. Alle mensen hadden zich rond haar verzameld, klaar om te vertrekken voor een reis naar de Caraïben. De reis duurde een paar weken en toen alle passagiers terug aan wal komen, was de wereld helemaal veranderd.
    Het grootste deel van de populatie bestaat uit zombies - ook wel Walkers genoemd. Alles is chaotisch en mensen vertonen zich zelden. Bijna niemand gaat alleen over straat, vooral 's nachts niet.

    De passagiers van de Opheilia besluiten aan boord te blijven van het grote cruiseschip. Hoewel het schip niet meer uit kan varen - er is geen benzine meer - lijkt dat de veiligste plek. De voedselvoorraad slinkt snel en de groep wordt steeds kleiner door mensen die ouder worden en sterven, zelfmoord plegen of verhongeren. Op het schip zwerven hier en daar zombies rond: vergeten mensen die nooit teruggevonden zijn toen ze stierven. Het is uiterst gevaarlijk om alleen aan wal te gaan, dus dat gebeurt ook enkel wanneer nodig.
    Daarbij komt ook nog eens dat er steeds meer ruzie ontstaat binnen de groep.
    Zal de groep uit elkaar vallen door ruzies? Of zullen ze allemaal in leven te blijven als ze samenwerken?


    Groepsleden (houdt mannen en vrouwen een beetje gelijk):
    - Rebecca Morgan ~ Sixer
    - Rowan Ava Carter ~ Michonne
    - Jessalyn Hope ~ Michonne
    - Daryl Dixon ~ Apocalyptic
    - Ryan Dawnstar ~ Sixer

    Mogen dood:
    ~ Nathan Morgan
    ~ Flynn Donovan
    ~ Tyler Grey

    Walkers:
    ~ Xari Jarrett
    ~ Quentin Alfredo Burenti
    ~ Elizabeth Destiny Harkness


    Personage:
    Naam:
    Leeftijd: (Alle leeftijden zijn toegelaten)
    Uiterlijk:
    Innerlijk:
    Wapen:
    Extra's:
    Familieleden: (mag onderling besproken worden)



    Links:
    ~ Kletstopic
    ~ Rollentopic

    Regels:
    - Minimaal 8 regels schrijven
    - Graag met leestekens en hoofdletters typen.
    - OOC graag met haakjes; [] {} () - -
    - Liefde tussen mensen mag, maar houdt het realistisch.
    - Geen Mary Sue's (perfecte personages)
    - 16+ en schelden mag, maar niet OOC
    - Geen personages van anderen besturen.
    - Geen personage's doden zonder toestemming van die persoon
    - Alleen Ortelius maakt topics aan
    - Melden als je je nickname veranderd

    [ bericht aangepast door Boyle op 14 april 2013 - 12:58 ]


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    Rowan Ava Carter

    Het schijnt hier een big deal te zijn wie wij net overboord gekiept hebben. Ze moeten zich er natuurlijk mee bemoeien, kan ook niet anders. Jess de heks werpt een blik overboord om te kijken wie het is. "Waarom gooien jullie een dooie Flynn overboord?" vraagt ze met ogen tot spleetjes geknepen. "Wat?" vervolgt Rebecca met een piepstem, wat laat zien dat het haar flink wat kan schelen. Ik kan een diepe zucht niet onderdrukken. Dit gaat een behoorlijk gedoe worden. Ze duwt Jess redelijk hardhandig aan de kant en werpt zelf een blik over de reling heen. "Flynn! Goeie god, Flynn…" Haar stem word zachter en als ze zich omdraait is de kleur uit haar gezicht verdwenen. Haar hand heeft ze voor haar mond heen geslagen voor ze zich omdraait met waterige ogen. Ze vliegt op Daryl af en als ze op zijn borstkas begint te trommelen, trek ik haar met mijn goede arm van hem af. "Waarom heb je hem vermoordt? Dan kom ik verdomme een keer met iemand overeen en dan vermoord je hem. Waarom maak je er zo’n sport van om me het leven hier zuur te maken, dat doe je al genoeg met je stomme aanwezigheid. Moordenaar!"
    Ze kan haar tranen amper inhouden, maar Daryl schijnt er behoorlijk rustig onder te blijven. Ik vraag me enkel af wat er gebeurd is toen wij weg waren en ik merk ook wel dat ze blijkbaar ook doorheeft dat wij niet meer zo goed overheen komen als eerst, maar het is vreemd om haar dat zo te horen roepen. "Die eikel bedreigde Lori en haar baby," bromt Daryl als antwoord, nog altijd rustig. "Dat sta ik niet toe." Ik trek Rebecca verder naar mij toe en weg van hem. "Hij kon er niks aan doen, Becca," zeg ik op een zachte toon. "Hij was helemaal gek worden en stond op het punt om Lori te doden. Als Daryl het niet had gedaan, had ik het wel gedaan." probeer ik haar iets te sussen en ik sluit mijn smalle armen om haar heen.


    Your make-up is terrible

    Rebecca Morgan
    Ik werd met een verbazingwekkende kracht weggetrokken bij Daryl, waardoor ik dacht dat Ryan me gewoon weggesleurd had. Maar niets was minder waar. Toch trok ik me er niets van aan dat het de lange magere Rowan was die me bij hem weghaalde. "Waarom heb je hem vermoordt? Dan kom ik verdomme een keer met iemand overeen en dan vermoord je hem. Waarom maak je er zo’n sport van om me het leven hier zuur te maken, dat doe je al genoeg met je stomme aanwezigheid. Moordenaar!" tierde ik verder. Ik kon er allesbehalve bij lachen en het feit dat Daryl er zo rustig onder bleef, maakte me enkel nog kwader.
    "Die eikel bedreigde Lori en haar baby," bromde Daryl rustig, waarop ik abrupt stilviel. "Dat sta ik niet toe."
    “Hij heeft… Nee, dat kan niet. Dat geloof ik niet…” Mijn mond was stilgevallen, maar mijn blik sprak boekdelen. Als mijn ogen konden doden, was Daryl nu spontaan dood neergevallen. Het was wel duidelijk dat ik hem niet geloofde. Rowan trok me dichter tegen zich aan, maar op dit moment wilde ik haar knuffels niet. Al helemaal niet na wat ze zei: “Hij kon er niks aan doen, Becca. Hij was helemaal gek worden en stond op het punt om Lori te doden. Als Daryl het niet had gedaan, had ik het wel gedaan."
    Ik duwde me van haar af en keek haar aan. Nu ze met haar verhaal kwam, geloofde ik het wel. Maar het was zo onredelijk. “M-maar. Hij kende Lori niet, misschien dacht hij dat ze een indringer was,” probeer de ik nog, maar ik maakte mezelf enkel dingen wijs. Er was de laatste tijd iets vreemds met hem aan de hand. Ik zuchtte en veegde mijn tranen uit mijn ogen terwijl ik iedereen om de beurt aankeek. “Ik haat het hier,” gromde ik waarna ik het dek verliep en verder het schip in liep. Ik ging hier geen minuut langer meer blijven. Dan was ik nog liever helemaal alleen. Boos sloeg ik de deur van mijn kamer dicht en trok ik mijn rugzak onder het bed vandaan, die ik begon te vullen met dingen waarvan ik dacht dat ik ze nodig had. “Als Rowan weg mag gaan, mag ik dat ook,” mompelde ik nog steeds verwijtend tegen mezelf. “Als zij het kan, kan ik dat ook.”


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    Rowan Ava Carter

    "Hij heeft… Nee, dat kan niet. Dat geloof ik niet…" zegt Rebecca en eindelijk stopt ze met tieren. Ze gelooft Daryl echter niet, waardoor ik haar dichter naar me toe trek omdat ik bang ben dat ze hem echt eens aanvliegt en schade toebrengt. Ik weet heus wel Daryl zichzelf kan beschermen, maar Rebecca is een pittige tante. Ik vertel haar hoe het zit, maar nu duwt ze mij van zich af. Haar blik staat werkelijk geschrokken. "M-maar. Hij kende Lori niet, misschien dacht hij dat ze een indringer was," probeert ze zachtjes, waarop ik met mijn hoofd schud en zij haar tranen weg veegt. "Ik haat het hier," gromt ze, waarna ze van het dek afloopt. Ik kijk haar na, waarna ik even naar Daryl kijk, naar Jess en het dan op een rennen zet achter haar aan.
    Ik weet dat het nog steeds niet veilig is, maar ik heb nu tenminste mijn wapens terug gejat van Daryl waardoor ik niet meer zo goed uit kijk. Ik loop bijna tegen een Walker op, maar deins dan snel achteruit en vis mijn mes uit mijn riem terwijl hij al dichterbij komt en zijn enige arm naar mij uitstrekt. Hij grijpt mijn pols vast, die ik losruk en dan met het mes zijn schedel splijt. Als hij neervalt en niet meer beweegt, ren ik verder. Tegen de tijd dat ik bij Rebecca's kamer aankom, steun ik kort tegen de muur en knipper ik om de zwarte vlekken weg te krijgen. Ik open de deur en zie dat Rebecca haar spullen aan het inpakken is. "Rebecca..." mompel ik zacht, terwijl ik binnenkom en de deur achter me sluit. "Ga alsjeblieft niet weg." smeek ik haar zowat. "Ik ben eindelijk terug en ik heb je zo gemist, dat kan je niet doen!"

    Jessalyn Hope

    Ik volg het hele gebeuren vanaf een afstandje bij de reling. Het is niet zo dat ik die Flynn aardig vond, of hem vertrouwde. Ik snap dan ook niet echt wat Rebecca nou met die gozer moest en waarom ze zo emotioneel werd om hem. Er zou toch niet echt iets tussen hen gebeurd zijn? Ik vertrouw Daryl en Rowan gewoon niet, ik weet niet of ik ze geloof dat hij echt gek geworden was en iemand bedreigde, een zwangere vrouw nota bene. Volgens mij is het gewoon klinkklare onzin. Rebecca gaat er plotseling vandoor en ik werp er een bezorgde blik achteraan, maar Rowan is degene die haar achterna gaat. Misschien maar beter ook.
    Ik sla mijn armen over elkaar en leun tegen de reling aan, terwijl ik naar Daryl kijk. "Goede comeback, hoor," zeg ik op een sarcastische toon tegen hem. Ik schud met mijn hoofd en loop hem dan voorbij naar de keuken toe. In de keuken zit een hysterische zwangere vrouw en nog wat mensen aan wie ik totaal geen aandacht besteed. Ik haal de vette vogel tevoorschijn en de aardbeien met de kruiden die ik geplukt heb met Rebecca in het bos. Ik gooi ze een beetje achteloos op het aanrecht. "Jullie weten je vast wel raad hiermee," brom ik naar de mensen voordat ik de keuken weer verlaat.


    Your make-up is terrible

    Rebecca Morgan
    "Rebecca..." Rowan’s stemmetje klonk zwak en uitgeput toen ze tegen de deur aanleunde. “Ga alsjeblieft niet weg. Ik ben eindelijk terug en ik heb je zo gemist, dat kan je niet doen!"
    Ik draaide me met een ruk om. De boze blik in mijn ogen was onmiskenbaar en de laatste tijd weer vaker in mijn ogen te zien, hoewel ik helemaal verscheurd werd door een tweestrijd in mezelf om Rowan. “Jij hebt het mij gelapt, dus ik kan het jou ook lappen,” siste ik, waarna ik me kwaad weer omdraaide en verder ging met kleren proppen in mijn rugzak.
    Ik werd even bedaard door de foto van mij en James, die zich helemaal onderaan de koffer bevond. Ik had hem zo lang geleden al weggestoken en onze twee stralende gezichten waren gewoon te pijnlijk om aan te zien. Ik beet zachtjes op mijn onderlip. Het verdriet dat mee opwelde bij het zicht van deze foto zorgde er enkel voor dat ik nog bozer werd en hem met een klap op het bed smeet. Ik zou James niet terugkrijgen door te blijven piekeren over hem. Ik moest maar eens inzien dat ik hem voor goed kwijt was en dat hoofdstuk afsluiten, zodat ik verder kon gaan. Ik was toch al lang niet meer de lieve, onschuldige Rebecca die ik vroeger was.
    Met trillende handen ritste ik de rugzak dicht en stak ik mijn pistool, samen met een van Nathans messen achter mijn broeksriem. “Waar is Nathan?” snauwde ik haar toe. Hij moest zelf weten of hij meeging of niet, maar hij was het enige waar ik op dit moment nog om gaf.

    Ryan Dawnstar
    Zo zorgvuldig mogelijk probeerde ik mijn hengel ineen te zetten. Stok, koordje en geïmproviseerde vishengel. Zo slecht zag hij er eigenlijk nog niet uit. Nu had ik enkel wat regenwormen nodig.
    Ik twijfelde er niet aan dat ze in deze humusrijke grond zouden zitten, ik moest gewoon de juiste plek zien te vinden. Mijn vishengel liet ik achter op de boomstronk, samen met mijn rugzak en nog wat andere spullen. Een eindje verderop, tussen twee scheefgetrokken bomen in, net langs de zompige oever van de rivier, stampte ik met mijn laars op de grond, om daarna meteen aan het graven te gaan. Het leek een stuk makkelijker te zijn om aan regenwormen te komen dan om aan maden te komen. Ik had eeuwen zitten zoeken in verschillende winkels naar goede maden, terwijl de wormen hier gewoon gratis uit de grond kwamen gekropen.
    De worm bungelde gevaarlijk heen en weer tussen mijn duim en wijsvinger toen ik hem oppakte. Hij kronkelde nogal slap met zijn twee uiteinden, waardoor het modder dat nog aan hem hing in kleine brokjes van zijn lichaam afviel.
    “Zo vriend,” zei ik. “Jij gaat lekker visjes voor me vangen, hè?” Het was minder eenzaam om tegen een worm aan te praten dan tegen jezelf en ook al had hij ging oren, de worm leek erop te reageren met een vreemde kronkel.
    “Dat dacht ik al.” Met een goedkeurende glimlach vervoerde ik hem tot bij de vishengel en prikte hem toen met pijn in het hart op de naald.
    De vishengel zwiepte heen en weer toen ik ermee richting het stroompje liep. “Dag Eddy!” mompelde ik, waarna ik de worm in het water gooide en het mezelf gemakkelijk maakte op de grond.


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    Rowan Ava Carter

    Op mijn woorden draait Rebecca zich met een kwade blik naar me om, wat geen goed teken is. "Jij hebt het mij gelapt, dus ik kan het jou ook lappen," sist ze me toe, waarna ze zich omdraait en doorgaat met wat ze doet. Ik zucht zacht en leun vermoeid tegen de deur aan. "Had ik maar eerder geweten dat het zo in elkaar stak. Dan had ik die groep gevraagd om me ook daadwerkelijk achter te laten in die gevangenis," mompel ik kil naar haar. Zij was de enige echte reden waarom ik terug gekomen was. Ik had zoveel pijn en was zo onwelkom dat ik liever gewoon gestorven was als ik toch zonder Rebecca zou moeten doen hier en even onwelkom was gebleven.
    Ze smijt iets op het bed, ritst haar tas dicht en steekt haar riem vol met een pistool en een mes. De tranen prikken in mijn ogen als het zo definitief lijkt te worden nu, ze meent het. "Waar is Nathan?" snauwt ze naar me. Ik haal mijn schouders iets op. "Ik heb hem niet meer gezien sinds ik terug ben," antwoord ik. "Wacht hier, ik pak iets voor je." mompel ik dan, waarna ik naar mijn eigen kamer loop. Ik pak de tas die ik mee had toen we weggingen en haal daar wat spullen uit. Het flesje water wat ik nog over heb, één van de zakjes chips die we vonden in het tankstation. Maar ook de trui die ik van haar geleend had.
    Met deze spullen loop ik weer snel terug naar Rebecca toe. Ik overhandig haar de chips en het water. "Nathan zal dat vast wel lekker vinden," mompel ik. "En zodat je het niet koud krijgt. Ik had hem nog in mijn kamer liggen." zeg ik als ik dan de trui aan haar terug geef. Ik had hem gewassen voordat ik wegging en te drogen gelegd, maar ik had er helemaal niet meer aan gedacht. Ik trek mijn trui over de rug van mijn hand en veeg hiermee snel de tranen weg die weigeren om te verdwijnen. "Pas goed op jezelf. De boot zal nooit hetzelfde zijn zonder jou,"


    Your make-up is terrible

    Rebecca Morgan
    "Had ik maar eerder geweten dat het zo in elkaar stak. Dan had ik die groep gevraagd om me ook daadwerkelijk achter te laten in die gevangenis” Rowans stem klonk kil en sneed dwars door mijn lichaam heen, recht door mijn hart. Waarom deed ze me zo twijfelen? Ik was boos op haar.
    Ik begon alles in mijn tas te stoppen en ristte mijn tas dicht. "Waar is Nathan?" snauwde ik.
    "Ik heb hem niet meer gezien sinds ik terug ben,” antwoordde Rowan. "Wacht hier, ik pak iets voor je."
    Rowan verdween alweer, waardoor ik wat hulpeloos bleef staan. Ze kwam aanzetten met een zakje chips, een flesje water en mijn zwarte veel te grote trui. “Nathan zal dat vast wel lekker vinden," zei ze. "En zodat je het niet koud krijgt. Ik had hem nog in mijn kamer liggen."
    Rowan trok haar trui over haar handen heen en veegde haar opkomende tranen weg van haar wagen. "Pas goed op jezelf. De boot zal nooit hetzelfde zijn zonder jou.”
    Ik beet zachtjes op mijn onderlip. Waarom moest het zo emotioneel. Dat maakte het enkel nog moeilijker. Ik trok ruw haar hand bij haar wang vandaan en keek haar aan. “Waag het niet,” fluisterde ik. “Ik kom terug…”
    De tranen prikten ook zachtjes in mijn ogen en ik trok haar tegen me aan. “Verdomme Rowan,” fluisterde ik terwijl ik mijn tranen probeerde te verdrijven. “Waarom maak je het me zo moeilijk.”
    Ergens diep vanbinnen had ik haar al vergeven, maar mijn koppigheid zorgde er gewoon voor dat ik het haar niet wilde vergeven. Daarbij zorgde ze er ook weer eens voor dat het lieve meisje in mijn naar boven kwam. Net zoals Nathan was ze mijn zwakke plek. En ik haatte het. “Jij moet hier blijven, oké? Jij blijft hier en ik kom binnenkort terug, oké? En je zorgt dat je hier nog bent.”


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    Rowan Ava Carter

    Als reactie bij Rebecca op haar onderlip. Mijn hand trekt ze duw bij mijn wang weg. "Waag het niet," fluistert ze. "Ik kom terug…" Haar woorden verbazen me enigszins, maar ik geloof niet helemaal dat ze terug zal komen. Plotseling en geheel onverwacht trekt me tegen zich aan in een omhelzing en moet ik moeite doen om niet echt in huilen uit te barsten. "Verdomme Rowan. Waarom maak je het me zo moeilijk. Jij moet hier blijven, oké? Jij blijft hier en ik kom binnenkort terug, oké? En je zorgt dat je hier nog bent." beveelt ze me zachtjes, waardoor ik door mijn tranen heen moet lachen, hoewel het nogal triest klinkt en niet bepaald vrolijk.
    "Lieg niet, Rebecca. Je komt helemaal niet terug. Waarom zou je weggaan en dan weer terug komen? Het slaat nergens op," mompel ik tegen haar aan, waarna ik haar loslaat. "Je denkt toch niet dat ik zin heb om hier eeuwig op jou te blijven wachten terwijl jij misschien wel dood bent." Ik doe een stap naar achteren om afstand te creëren en trek mijn trui recht. Het liefst had ik aangeboden om met haar mee te gaan, maar ik weet ook wel dat ik te zwak ben om te reizen tussen de Walkers. Het was al lastig om er net één neer te slaan op mijn weg hierheen.
    Ik glimlach vaag naar Rebecca. "See you in another life, dear." Met deze afstandelijke woorden draai ik me van haar weg en loop ik de gang door, terug naar mijn eigen kamer. Ik heb geen zin om in te storten voor haar ogen, niet voor iemand, trouwens. Ik sluit snel de kamerdeur achter me voordat ik de tranen laat lopen en graai naar mijn pijnstillers en de antibiotica. De pijnstillers heb ik nog niet eerder ingenomen, alleen lijken ze nu plots erg noodzakelijk te zijn geworden. Ik sla de twee pillen achterover met een beetje water en probeer mezelf rustig te houden en geen uitbarsting te krijgen. Ik weet hoe die kunnen eindigen, dan geef ik iemand anders er de schuld van en voor ik het weet is één van ons beide dood.


    Your make-up is terrible

    Rebecca Morgan
    Haar lach klonk bitter en allesbehalve gemeend, hoewel ik helemaal niet kon begrijpen wat er net zo grappig aan was.
    "Lieg niet, Rebecca. Je komt helemaal niet terug. Waarom zou je weggaan en dan weer terug komen? Het slaat nergens op," mompelde ze tegen me, waarna ze me weer losliet. "Je denkt toch niet dat ik zin heb om hier eeuwig op jou te blijven wachten terwijl jij misschien wel dood bent."
    “Ik kan mezelf verdedigen,” kaatste ik bot terug. Ik was niet Daryl, maar ik wist mezelf wel in leven te houden.
    Ze deed een stap naar achteren en trok haar trui recht. De wrange glimlach die ze me schonk deed alle haren in mijn nek overeind komen. Het voelde alsof ik moest zorgen voor haar, alsof ze mijn eigen kleine lastpak was. Maar wel een hele lastpak waar ik alles voor zou geven. "See you in another life, dear."
    Met die woorden draaide ze zich om en liep ze alweer weg. Ik gromde zacht in mezelf terwijl ik mijn rugzak op mijn rug zwaaide en achter haar aanbeende. Voor de deur bleef ik stilstaan. “Je hebt de keuze om mee te gaan,” bromde ik luid door de deur heen. “Ik ga Nathan zoeken en als ik terug kom, hoor ik het graag.”
    Met die woorden draaide ik me om en beende ik weer de kamer uit, de gang door tot bij de deur van Nathans eigen kamertje. Het was al zo vreemd dat de deur openstond, maar de angst bekroop me al helemaal toen er een onophoudelijk gekerm uit de kamer klonk. Mijn pas versnelde en ik trok het mes dat al dagen lang vertrouwd achter de riem van mijn jeansbroek hing.
    Langzaam en geruisloos verplaatste ik me, om daarna een schichtige blik om de hoek van de deur te werpen.
    Mijn mes gleed uit mijn handen en bleef met het lemmet in de grond steken. Een walker… Niet zo maar een Walker. Nathan.
    Hij hing vast met zijn broeksriem om zijn pols, aan de rand van zijn bed vastgemaakt. Ik wist niet wat ik ervan moest denken, maar waarom zou hij zichzelf vastmaken met zijn pols aan zijn bed. Zou hij misschien slaapwandelen? Het zou niet de eerste keer zijn.
    In ieder geval was ik sprakeloos. De tranen rolden in stilte over mijn wangen heen terwijl ik me omdraaide en mijn mes weer beetnam.
    “Mijn god, Nathan,” fluisterde ik zachtjes terwijl ik dichter naar hem toe liep. De jongen strekte zijn vrije arm naar me uit terwijl hij dichter bij me probeerde te komen. Meedogenloos en in één adem stak ik mijn mes door zijn hoofd. Wat het nog erger maakte was dat het vast bleef zitten en hij zelfs toen nog niet dood is.
    Met veel moeite trok ik het er weer uit, terwijl ik nog harder begon te huilen en deze keer de genadeklap toediende, om daarna met het bebloede mes en betraande ogen weer naar Rowans deur liep. “Rowan, je moet niet meegaan,” hoewel ik mijn snikken probeerde tegen te houden, klonk toch in mijn stem door dat ik aan het huilen was. “De mensen om wie ik geef gaan toch altijd dood.”


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    Rowan Ava Carter

    "Ik kan mezelf verdedigen," kaatst ze gelijk terug als ik zeg dat ik niet op haar ga wachten als ze waarschijnlijk dood is. Dat zal best, iedereen kan dat. Toch gaan zelfs de beste dood, dat hebben we zelfs vaak genoeg gezien. Ik neem een kort, afstandelijk afscheid en loop al snel door naar mijn kamer, waar ik helemaal instort. Ik wil helemaal niet zonder haar. "Je hebt de keuze om mee te gaan. Ik ga Nathan zoeken en als ik terug kom, hoor ik het graag." stelt ze me brommend voor door de deur heen. Ik probeer mijn ietwat hysterische gesnik in te houden tot ik haar weg hoor lopen. Zou ik meegaan? Ik heb niks om voor te blijven, Rebecca was degene voor wie ik terug kwam. Zonder haar heeft deze plek enkel verbittering voor mij in petto, maar ook veiligheid. Als ik hier wegga heb ik haar wel, maar geen veiligheid.
    Uiteindelijk besluit ik dat ik meewil. Ik trek mijn rugtas tevoorschijn en begin deze vol te stoppen met mijn spullen die ik nodig ga hebben. Geen eten, maar kleding die bescherming zal bieden. Mijn tranen veeg ik met de rug van mijn hand af, waar ik mijn mouw overheen getrokken heb. Omdat ik zo verwoed bezig ben met één arm, vergeet ik mijn hysterie al snel. "Rowan, je moet niet meegaan," hoor ik dan door de deur heen, alweer haar stem. Het klinkt vervormd, niet brommen of boos. Het lijkt net alsof ze huilt. "De mensen om wie ik geef gaan toch altijd dood."
    Ik weet niet wat er ineens gebeurd is, maar ik doe de tas dicht en zwaai hem om mijn goede schouder heen. "Maar goed dat ik bijna onsterfelijk lijk te zijn dan," brom ik als ik de deur open, als teken dat ik gewoon meega. Ze heeft het nu al voorgesteld en ik heb het al geaccepteerd. Ze staat er betraand voor, een bebloed met slapjes in haar hand. "Wat is er gebeurd?" Mijn stem klinkt iets schor als ik haar de kamer intrek. We hebben redelijk veel lawaai gemaakt en ik ben bang dat er iets op af komt, waardoor ik de deur achter ons dichttrek en haar op mijn bed neerzet, om naast haar te gaan zitten. "Als je weggaat, wil ik wel mee. Er is hier verder niks om voor te blijven."


    Your make-up is terrible

    Rebecca Morgan
    "Maar goed dat ik bijna onsterfelijk lijk te zijn dan," bromde ze opeens toen ze de deur voor me opentrok en ik me opeens een heel erg klein hoopje ellende voelde tegenover haar. Ik wist niet of ik nu blij was dat ze mee zou gaan. Volgens mij niet. "Wat is er gebeurd?" vroeg ze schor.
    Ik werd de kamer ingetrokken, de deur werd achter ons gesloten en ik zat met mijn kleine rugzakje en bebloede mes op bed. Nog steeds te snikken. Ik probeerde mijn tranen weg te vegen. “Nathan is dood,” zei ik zachtjes, aangezien ik niet wist wat ik ervan moest denken. “Hij hing vastgemaakt aan het bed, als een Walker. Ik had beter op hem moeten letten, Rowan. Dan was hij er nu nog gewoon geweest. Ik ben een verschrikkelijk mens…”
    Ik veegde mijn tranen weg met de palm van mijn hand en stopte het mes weer achter mijn broeksriem, wat voor extra bloedstrepen op mijn broek zorgde. Hij zag er zo anders uit. Nog steeds breekbaar, maar tegelijkertijd als een wandelende moordmachine.
    "Als je weggaat, wil ik wel mee,” deelde Rowan droogjes mee. “Er is hier verder niks om voor te blijven."
    “Dat dacht ik ook toen jij weg was,” bromde ik ietwat verwijtend, aangezien ik nog steeds boos op haar was maar nog steeds te veel om haar gaf om haar zomaar achter te laten. Ze was nog steeds mijn Rowan, die voor me zorgde wanneer het nodig was en andersom en ik ging haar niet in de steek laten.
    Ik stond recht en nam haar hand beet. “We gaan,” zei ik kort terwijl ik haar achter me aan door de gangen heentrok, richting het dek en daar de boot afdaalde. Zonder dat verdorven ding nog een blik waardig te keuren beende ik met haar verder richting de straat.


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    Rowan Ava Carter

    Ze doet een slappe poging om haar tranen weg te vegen. "Nathan is dood," antwoord ze zachtjes. Het duurt eventjes voordat ik weet wie hij ook alweer was. "Hij hing vastgemaakt aan het bed, als een Walker. Ik had beter op hem moeten letten, Rowan. Dan was hij er nu nog gewoon geweest. Ik ben een verschrikkelijk mens…" Opnieuw veegt ze haar tranen weg en stopt ze haar mes weg. Vastgemaakt? Ik krijg gelijk een naar voorgevoel, wie zou zoiets gedaan hebben? "Je bent geen vreselijk mens, hij had moeten leren op zichzelf te passen," brom ik zachtjes. Hij is geen kind meer, je kan hier niet eens kind zijn. Iedereen moet opgroeien en voor zichzelf zorgen.
    Dan zeg ik dat ik wel met haar meega, ik ga haar ook al helemaal niet alleen laten gaan. "Dat dacht ik ook toen jij weg was," bromt ze erop, ik kan het beschuldigende in stem horen. Ik voel me wel iets schuldig, maar voor mij was het noodzakelijk om even weg te zijn. Het heeft me veranderd, al weet ik niet of het zoveel beter is geworden. Haar blik verzacht al snel weer als ze opstaat en mijn hand vastgrijpt. "We gaan," deelt ze me mede en ze sleurt me mee. Ik krijg geeneens de kans om iets ertegen in te brengen, maar ik probeer het ook.
    Als snel komen we op het dek terecht en brengt ze ons van het schip af. Op het dek zitten enorm veel vuile vegen, meer dan de laatste keer. Het is wel duidelijk dat ze flink bezig zijn geweest. Zij werpt geen blik meer achteruit als ze vooruit blijft gaan op een redelijk snel tempo voor die kleine beentjes, maar ik doe dat wel. We verlaten onze veilige haven immers, nemen bijna niks mee. We laten iedereen achter, ik kan ze zien staan bij de reling. Het silhouet van Daryl is niet moeilijk te missen. Ik slik moeizaam als ik achteruit blijf kijken terwijl ik mee naar voren gesleurd word, tot de boot langzaam uit zich verdwijnt. Het vage gevoel van heimwee overspoelt me al snel, maar ik zeg er niks van en kijk maar voor me. Er is daar toch niks meer.
    Een tijd later lopen we zwijgend naast elkaar. Ik ben niet het type om over gevoelens te praten en Rebecca zit er volgens mij behoorlijk mee dat haar broertje nu dood is. "Heb je al een idee waar we heen gaan?" vraag ik zacht aan haar. Ik vond het rijden op de motor toch handiger. Ik ben er nog lang niet bovenop, het begin ging redelijk omdat ik pijnstillers had genomen, maar nu begin ik het steeds meer te voelen. Ik voel mijn hartslag in de wond op mijn arm en het zweet staat op mijn voorhoofd.

    [ bericht aangepast door Thunderfvck op 20 okt 2013 - 17:10 ]


    Your make-up is terrible

    Daryl Dixon
    "Goeie comeback," smaalde Jess voordat ze langs me heen het dek afliep. Ik grom wat onduidelijks en spuug in het water. Het was ook nooit goed hier. Het maakte niet uit of je het leven van de groepsleden voorop stelde. Nu ik mister beefcake overboord had geholpen, was ik plotseling weer de badguy. Misschien was het mooiste nog wel dat Rowan, die me vrolijk bijstond, nu achter haar vriendinnetje aan was. Ach, wie hield ik ook voor de gek. Ze was toch veel te jong voor me.
    Ik zoek in mijn jaszak naar het pakje Chesterfield. Er zaten nog maar twee sigaretten in. Damn it. Terwijl ik uitkijk over het land en de tientallen Walkers aan de kust gadesla, steek ik er eentje op. Het maakte nog enigszins mijn rothumeur goed. De wind blaast door mijn vettige haren en ik trek mijn motorjack nog wat dichter tegen me aan.
    "Daryl?"
    Een zachte vrouwenstem. Goddamnit, al die vrouwen hier op die boot ook de hele tijd. Konden ze hem nou niet gewoon eventjes met rust laten?
    "Wat?" brom ik chagrijnig met de sigaret tussen mijn lippen en ik draai me om. Voor me staat Lori. Ze kijkt me ontwapenend en kalm aan. Blijkbaar is ze weer een beetje bijgekomen. Ik verleg mijn blik en kijk naar de grond.
    "Ik wilde je bedanken," zegt ze met een lichte glimlach. "We hebben je echt gemist, weet je.. in de tijd dat je niet bij ons in de gevangenis was."
    Ik pers mijn lippen op elkaar en kijk haar nog altijd niet aan. "Jullie hielden het zonder me ook prima vol, toch?" grom ik. Het blijft even stil. Zie je.
    Dan voel ik plotseling een hand op mijn schouder. Een schok door mijn lichaam zorgt ervoor dat ik direct opkijk. Ze staat plots erg dichtbij.
    "Neem het van mij aan," houdt ze vol. "We hebben je gemist. Wij allemaal."
    Schuchter schiet mijn blik van haar ogen terug naar de grond en terug. Ik weet zo slecht wat ik hiermee aan moet.
    "Graag gedaan, in elk geval," brom ik uiteindelijk. Vervolgens draai ik me weer om en leun ik met mijn armen over de reling. Het gesprek is voor mij afgerond.
    Ik wacht tot ik het geluid van een dichtslaande deur hoor, en slaak dan een diepe zucht. Waardering. Het is iets wat mijn oude groep echt voor me schijnt te hebben. Hoe anders is dat hier, bij de oude bootbewoners..
    Ik kijk op als ik benedendeks een deur hoor openslaan. Daar lopen ze dan. Rebecca en Rowan, samen. Ik wil het niet, maar ik voel een steek in mijn hart als ik zie hoe Rowan met de hysterische snol het dek afloopt. Aha. Zo doet ze dat dus. Me geen blik meer waardig keuren en simpelweg vertrekken. Ik voel me bedrogen, maar wat had ik dan ook verwacht? Ze heeft me al talloze keren teleurgesteld. Dit zou me niets meer moeten doen.
    Ik volg ze met mijn ogen, ergens hopende dat ze omkijken en me zien staan.

    [ bericht aangepast door Sasageyo op 20 okt 2013 - 17:53 ]


    The Devil knows our fears. He told all his friends. || Edensgate-> Sasageyo

    Jessalyn Hope

    Ik heb mijn spullen in de keuken afgeleverd en kijk rond of ik Ryan nog kan vinden, maar ik zie hem nergens. Niet in de gangen en ook niet beneden bij de bar. Als ik onder aan de trap sta hoor ik voetstappen, hierna loop ik de trap op het dek op. Ik kom uit waar ik net naar binnen gegaan was, Daryl staat er en de zwangere vrouw passeert me net naar binnen. Ik kijk haar na waarna ik het dek op stap. Daryl kijk over de reling heen met een sigaret in zijn hand. Roken is iets wat ik bewust nooit gedaan heb, behalve als het om bepaalde dingen ging dan. Vroeger mocht ik nog wel een experimenteel zijn. Ik loop naar hem toe om te kijken waar hij naar kijkt, maar voordat ik er ben zie ik het al. In de verte lopen twee gedaantes die je zo kan herkennen. Het lange skelet en de kleine die is breder is.
    Het lijkt erop alsof ze weggaan, maar ik snap niet waarom. Rebecca en ik hebben al eten gezocht, Daryl heeft er al voor gezorgd. Ze hebben geen reden, behalve als ze écht gaan en daar heb ik gemengde gevoelens over. Dat skeletje weggaat kan me niks schelen, dat vind ik wel prettig. Maar dat Rebecca ernaast loopt vind ik nou weer net niet zo leuk. Ik mag haar wel, ze is aardig en rustig. Mijn gezicht betrekt en gelijk stap ik weer weg. Ik zou wel een lullige opmerking willen maken dat Rowan gelijk vertrekt naar Daryl, zo één die net onder de gordel is, maar ik besluit het nu niet te doen. In plaats daarvan loop ik het dek snel af en de boot af.
    Mooi niet dat ik achter Rebecca aanga. Ze zoekt het zelf maar uit, ik ben haar moeder ook niet. Ik heb vernomen dat Rowan manipulatief kan zijn, dus zie ik wel wat er gebeurd is. Ik ga op zoek naar Ryan omdat hij het enige leuke gezelschap lijkt te zijn, het enige beetje afleiding in de groep die er nu is. Ik weet alleen niet waar ik moet zoeken dus sjok ik wat tussen de bomen door. Ik heb al een tijdje gelopen, volgens mij in een halve boog, als ik bij een meertje aankom. Die heb ik nog nooit gezien. Verderop zie ik een gestalte zitten, aan de brede schouders herken ik Ryan bijna gelijk. Met een grijnsje op mijn lippen loop ik op hem af en laat ik me op de boomstam naast hem neerploffen. "Lekker aan het vissen?" vraag ik.


    Your make-up is terrible

    Rebecca Morgan
    "Je bent geen vreselijk mens, hij had moeten leren op zichzelf te passen,” bromde Rowan, wat niet echt in het juiste keelgat schoot. Ietwat beledigd keek ik haar aan. “Dat was wat hij probeerde te doen.”
    Zonder er nog veel drama rond te maken nam ik haar hand en sleurde ik haar achter me aan met mijn rugzak op mijn rug. Ik had geen zin om hier nog veel langer te blijven. De enige personen die nog een beetje sympathie voor me hadden waren Jess en Rowan, al was ik van die laatste niet eens zo zeker meer. Om één of andere reden leek ze andere mensen toch net wat belangrijker te vinden, maar daarom liet ik haar nog steeds niet zomaar vallen.
    Ik wierp geen blik meer naar achteren, aangezien ik de lelijke boot het liefst zo snel mogelijk zou vergeten. Hij bracht toch enkel verderf en ruzie. En de verkeerde mensen, blijkbaar. Ik wilde eigenlijk gewoon naar huis. Maar wie wist waar mijn ouders nu waren. De kans was groot dat ze niet eens meer in leven waren.
    Het bleef een hele tijd stil. Zo’n ongemakkelijke stilte waarvan je niet wist hoe je hem zou moeten verbreken. Maar Rowan wist dat volgens mij wel. "Heb je al een idee waar we heen gaan?"
    “Iets wat rijdt,” antwoordde ik erop. “Met benzine.” Ik bedoelde, auto’s zat op deze snelweg, maar hoeveel ervan werkten er nou precies? We zouden nog verder komen met een fiets dan met sommige hier. En ik moest toegeven dat ik liever in een porsche zou rijden dan in een rammelkar.
    “Goed,” zei ik toen ik de bestuurderskant van één van de auto’s openwrong en erin ging zitten. Ik wist wel hoe ik met auto’s moest knoeien, maar ik had niet het idee dat me dat zou lukken zonder tang. Gelukkig zat bij deze de sleutel er nog op. Deze draaide ik om. “Nee, niets,” besloot ik toen er geen reactie van de wagen kwam.

    Ryan Dawnstar
    Ik had al best een hoopje vissen… Niet slecht voor een geïmproviseerde hengel. Ik had er vijf en ik haatte het elke keer weer wanneer ik mijn worm kwijtraakte en ik er een nieuwe moest gaan zoeken. Een bezigheid die zowat het meeste van de tijd opslokte en die ik nogal vervelend vond. Ik voelde me namelijk nogal achterlijk als ik met mijn laars de hele tijd in de grond zat te stampen. Maar het werkte wel.
    Ik had net mijn nieuwe worm aan mijn geïmproviseerde haak vastgemaakt toen ik Jess zag aankomen. Ik had haar niet echt verwacht. Eigenlijk had ik niemand echt verwacht aangezien ik best diep in het bos zat.
    Ze plofte neer op de boomstam. “Lekker aan het vissen?” vroeg ze, waarop ik knikte. Het was niet dat ik niet veel wilde zeggen, maar straks joegen we alle vis weg en daar had ik ook geen zin in.
    Ik stak het uiteinde van de hengel in haar richting uit. “Wil je ook?” Ik had niet het idee dat we met vijf vissen genoeg zouden hebben voor de hele groep. Van die visjes kon ik er minstens drie op, maar ik was dan ook best een grote eter en aangezien het eten op begon te raken, leek het me ook maar een goed idee om zelf ook een beetje bijbreng in het eten te hebben, aangezien jagen niet per se mijn specialiteit was. Ik kon enkel strikken zetten, maar de kans dat er dan walkers op af kwamen of in vast kwamen te zitten was er dan ook weer en daar had ik nu ook weer geen zin in. “Is er een reden waarom je hier bent, of kom je me gewoon even lekker gezelschap houden?” vroeg ik met een glimlach. Dat laatste was ook goed natuurlijk, maar volgens mij zou ze niet voor haar plezier zo diep het bos intrekken enkel voor het jagen en volgens mij had ook niemand me het bos in zien gaan.


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    Rowan Ava Carter

    "Iets wat rijdt," antwoord Rebecca. "Met benzine." Ik frons. Het klinkt goed, want ik heb niet het idee dat ik erg ver kom door te lopen. Maar alle auto's zien er zo verrot uit dat ik betwijfel of we een werkende kunnen vinden. Ik ben in ieder geval blij dat ik tegen de auto aan kan leunen en even tot rust kan komen terwijl zij het portier open wrikt. "Goed," zegt ze en ze draait de sleutel om, maar er komt geen geluid uit. Volgens mij staan ze gewoon al te lang stil. "Nee, niets," besluit ze. "Rebecca... Volgens mij staan ze allemaal te lang stil." probeer ik als ze al naar de volgende gaat.
    Ik heb wel een beetje verstand van wat er in zo'n auto zit, maar ik heb geen zin om er nu aan te gaan sleutelen. We hebben toch geen gereedschap, dus wat maakt het uit? Toch sjok ik achter haar aan, maar ik begin me te vervelen. De omgeving houd ik goed in de gaten en ik denk dat ik iets zie bewegen van tussen de bomen. Als het Walkers zijn hebben we een groter probleem. "Ik ga daar even kijken," zeg ik tegen Rebecca, waarna ik van de weg afstap en door het gras ga. Ik loop langzaam en geruisloos terwijl ik tussen de bomen doorkijk, maar wat er bewoog lijkt nu niet meer te bewegen. Hierdoor waag ik mezelf uiteindelijk toch tussen de bomen. Mijn mes trek ik al tevoorschijn voor het geval dat.
    Dan beweegt er iets tussen de bladeren, ik sta er bijna op. Verschikt doe ik een stap achteruit voordat het een gevallen Walker is die mijn enkel grijpt. Maar hetgeen dat er ligt lijkt niet op een wandelende dode. Ik prik zacht met mijn laars in de arm van de man die wel bewusteloos lijkt te zijn. Dood niet, want dan was hij wel opnieuw opgestaan. Hij ziet er vuil uit en bleek. Ik zet het gelijk op een rennen naar Rebecca toe. "Becca! Er ligt iemand daar, iemand die leeft!" zeg ik buiten adem als ik bij haar aankom. "Kom mee!" Ik pak haar pols vast en trek haar bij de auto weg waar ze mee bezig was om haar mee te nemen naar de man die daar ligt.

    Jessalyn Hope

    Zo te zien heeft Ryan wat lekkere vissen gevangen. Ik weet bijna zeker dat we een feestmaal zullen krijgen vanavond. Hij knikt als ik vraag of hij lekker aan het vissen is, maar zegt in eerste instantie niet veel. Maar dat ben ik ook niet van hem gewend, hij is niet echt een prater. Ik meestal ook niet, maar bij hem voel ik me op mijn gemak waardoor ik af en toe gewoon door kan praten. Maar nu is het anders, vissen gaan weg van teveel lawaai. Hij steekt het uiteinde van de stok, zijn geïmproviseerde hengel die er knap uitziet, naar mij toe. "Wil je ook?" vraagt hij. Ik schud glimlachend met mijn hoofd. "Nee, vissen is niet echt mijn ding." antwoord ik eerlijk.
    Het blijft weer een tijdje stil. "Is er een reden waarom je hier bent, of kom je me gewoon even lekker gezelschap houden?" vraagt hij dan met een glimlach. Ik haal mijn schouders iets op. "Ik was zo half naar je op zoek, maar ik had niet verwacht om je hier nog te vinden," antwoord ik eerlijk. "Rebecca is er zojuist ook vandoor gegaan met haar vriendinnetje nadat we erachter kwamen dat Daryl een pijl door de kop van Flynn geschoten heeft." vertel ik hem. Ik ben niet zo van het sociale geklets, maar toch moet ik het eventjes kwijt. "Hij bedreigde één van de nieuwe, die zwangere, schijnt. Ik weet niet wat ik geloof."
    Mijn blik houd ik op het roerloze water gericht. Bij elk geluidje kijk ik op, maar het lijkt hier wel erg stil en rustgevend te zijn, op het geluid van een enkele vogel na. Ik vraag me af hoelang zo'n grote groep hier kan blijven voordat alles uitgeput is, de dieren op zullen raken, net zoals de eetbare planten. Volgens mij duurt het niet erg lang, ik hoop dat ze dan weer opzouten en wij deze plek voor ons alleen hebben.


    Dit topic is gesloten omdat het maximum van 300 berichten is bereikt


    Your make-up is terrible