• Briarcliff Asylum


    Een groep vrienden is van plan een weekend te kamperen, alleen voordat ze nog maar de kans hebben gekregen om hun tenten op te zetten, breekt er een onweersbui los en begint het te stort regenen. De vrienden gaan halsoverkop weg om een schuilplaats te vinden en uiteindelijk vinden ze een oud, verlaten huis. Als ze daar een tijdje in zitten merken ze dat ze dat misschien beter buiten hadden kunnen blijven...

    Het huis
    Wat de vrienden echter niet weten is dat het huis vroeger een alysum, een gekkenhuis, was. De praktijken in het asylum waren niet zo fris. Zo werd er zelden een patiënt beter en dikwijls vergrepen de medewerkers zich aan de patiënten, om zo hun eigen behoeften te vervullen. Vele patiënten zijn in het Briarcliff Asylum gestorven, sommige gewoon door een natuurlijke doodsoorzaak, maar het merendeel is door de medewerkers of door andere patiënten om het leven gebracht. De geesten van enkele van die patiënten dwalen nog steeds door het huis, vaak op zoek naar wraak.
    De geesten zien er gewoon uit als mensen en kunnen ook gewoon aangeraakt worden. Ze kunnen niet door muren lopen, maar wel zomaar ergens verschijnen. Let op: ze kunnen niet buiten het terrein van het huis komen.


    Rollen

    Vriendengroepje (max 6)
    - Aurore "Rory" Hazel Langley Bran
    – Elisabeth Rosie Fletcher - Tyrion

    – Caleb Alexander Morgenstern. Kodaline
    – Wade Tyler Callaghan - Tamino


    Geesten (oneindig, maar M/V móét in verhouding zijn)
    – Angie Eleanor Hart - Catesby
    – Mary Elizabeth Howard Kodaline

    – Jeremiah Aaron Winchester Raziel



    Regels
    – Minimaal 300 woorden. Een paar woorden minder is natuurlijk niet erg, maar ik ga er streng op letten of je genoeg schrijft, doe je dat niet: dan lig er gewoon uit.
    – Ga niet in sneltreinvaart rpg'en, veel mensen hebben naast Q ook nog een leven. Je gaat niet met twee mensen in een dag één of meerdere pagina's vol spammen.
    – 16+ is toegestaan.
    – Eerst één vrouwelijk personage per user.
    – Niet de personages van anderen besturen
    – Wanneer iemand om een samenvatting vraagt, of vraagt waar hij/zij in kan springen dan wordt daar antwoord opgegeven.
    – Als ik, Alyssum, online ben, dan open ik het nieuwe topic. Wanneer ik niet online ben mag iemand anders dat doen. Het nieuwe topic dat geopend wordt, wordt óf in de laatste reactie gezet, óf in het rollentopic.
    – Wees realistisch! Als je personage een geest is, en je weet niet zeker of hij/zij iets wel of niet kan, dan vraag je dat eerst aan mij en dan verzin je dat niet zelf.
    – Spam het speeltopic niet vol met zinloze berichten, dat kan ook gewoon in iemands GB/PB. Als er behoefte aan is, dan zal er een praattopic geopend worden.
    – Géén perfecte personages. Reserveren mag, maar ik plaats je personage pas in de lijst wanneer die helemaal klaar en goedgekeurd is.


    Deels gebaseerd op American Horror Story


    Begin: de groep vrienden hebben net een heel eind door de regen gelopen en zijn net bij het huis aangekomen.

    [ bericht aangepast door Morrigann op 21 mei 2013 - 22:09 ]


    To the stars who listen — and the dreams that are answered

    [Mijn topics]


    Your make-up is terrible

    Aurore “Rory” Hazel Langley
    We stormen met z'n allen zowat het huis binnen, om maar een schuilplek te hebben tegen de stortregen. Voordat we naar binnen liepen had ik nog de kans om een goede blik op het huis te werpen, dat er wat spookachtig uitziet. Ik weet nu al dat ik waarschijnlijk steeds in de buurt van mijn vrienden zal blijven terwijl we hier vastzitten, ik dwaal liever niet in mijn eentje door dit enge huis.
    Nu ik stil sta merk ik pas hoe koud ik het eigenlijk heb, wat zeker door mijn doorweekte kleren komt. Ik begin te rillen en wil mijn rugzak al openen maken, om te kijken of mijn warme trui in de tas zit die ik nog snel had gepakt toen we wegrenden, maar dan hoor ik een stem in mijn achterhoofd iets zeggen. Je kan beter koud blijven, Aurore, dan verbrand je meer vet en dat is wel nodig na dat broodje van vanmiddag. Aarzelend bijt ik op mijn lip en wrijf ik met mijn hand over mijn buik waarna ik er met een onzekere blik in mijn ogen na kijk, bang dat ik daar vet aan zal treffen. Als ik doorheb waar ik mee bezig ben werp ik een vlugge blik op Wade en hoop ik dat hij het niet gemerkt heeft. Snel pak ik mijn mobiel uit mijn tas, alsof ik al van plan was om die te pakken.
    Mijn tas is gelukkig waterdicht en zijn de spullen in mijn tas nog droog, waaronder dus mijn mobiel. Gelijk kijk ik of ik bereik heb, maar ik heb niks. Niet eens één streepje. Dat wordt dus niet een taxi bellen, maar de nacht hier doorbrengen... 'Heeft iemand van jullie bereik?' vraag ik met mijn zachte stem wanneer ik me bedenk dat een van de anderen misschien wel bereik heeft. Ondertussen ben ik nog steeds aan het rillen van de kou.

    [ bericht aangepast door Morrigann op 26 maart 2013 - 23:48 ]


    To the stars who listen — and the dreams that are answered

    [Mijn topics]


    Forget the risk and take the fall...If it's what you want, it's worth it all.

    Michonne schreef:
    [Mijn topics]


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    [Mijn topics ^^]


    But I still have this faith in the truth of my dreams.

    [Mijn topics.]

    Angie Eleanor Hart
    “Heeft iemand van jullie bereik?” klonk een zachte stem door de hal. Ik had ze al van een afstandje zien aankomen, dat verloren groepje kampeerders. Ik dacht ze gewoon weer een van mijn hallucinaties of wanhopige fantasieën waren. Maar ze waren echt. Ze stonden hier in de hal, zeiknat, bibberend van de koud. En o, ik ging ervoor zorgen dat ze nooit meer weg zouden gaan.
    Mensen! Mensen! Klonk het in mijn hoofd. Ik trok een vuil gezicht en stak mijn hoofd terug ongemerkt voorbij de trapleuning. Ik zat al een tijdje op de eerste verdieping naar ze te staren, ze te observeren om te zien wie ze waren, wat ze waren, hoe ze waren, …
    O nu ben je wel terug, Ed? dacht ik nijdig terug. Ik had het stemmetje in mijn hoofd Ed genoemd. Hij had ook nog een ander vriendje in mijn hoofd. Hij noemde Jim. Ik wist eigenlijk niet waarom ik ze mannennamen had gegeven, want ze hadden eigenlijk een vrouwenstem – mijn stem – en ik wist ook niet hoe ik ze uit elkaar kon houden. Ik kon het gewoon.
    Ed leek me weer te negeren, alsof hij niet terug wilde antwoorden. Ik haalde mijn schouders op. Ed was een douchebag. Hij was er alleen maar als ik niet wilde dat hij er was. Jim ook. Ze waren beiden douchebags. Als ik iemand wilde om mee te praten, waren ze er nooit. Als ik dat wel wilde, dan hielden ze me de hele tijd op met hun gekwebbel in mijn hoofd.
    Wat doen ze? Vroeg Ed na een tijdje. Ik negeerde hem. Voor het moment was ik te vol van het feit dat er hierbinnen gewoon mensen stonden, om hem te antwoorden, maar hij bleef aandringen. Angie? Angie? Angie!
    Een grom kwam uit mijn mond voort. Ik stond op en liep kortaf over de krakerige vloer richting een kamer. “Waarom moeten jullie het altijd voor me kunnen verpesten?” gromde ik tegen mezelf. “Houd gewoon je mond!”
    Het bleef stil. Ik kreeg weer geen antwoord, dus ik ging gewoon weer terug naar mijn vorige zitplekje en staarde over de leuning van de trap naar de mensen in de hal.


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    Wade Tyler Callaghan

    Ik tuur door de dikke regendruppels heen, op zoek naar enig teken van herkenning van iets dat er eens anders uitziet dan een boom.
    “Daarginds!” roep ik, boven het geluid van het rotweer uit. Ik wijs in de richting van een dak dat net boven de boomtoppen lijkt uit te komen, en begin die richting uit te lopen, mijn jas stevig om me heen geslagen. Na wat veel te lang geduurd lijkt te hebben, bereiken we de voorkant van wat een gigantisch huis lijkt te zijn.
    “Naar binnen dan maar?” stel ik voor, gezien dat de enige optie is die we hebben. Bij het openen van de voordeur, wat niet zonder wat gekraak gebeurt, voel ik een rilling over mijn rug lopen en een fractie van een seconde twijfel ik. Maar mijn instinct dwingt me toch de schuilplaats binnen te gaan, en ik houd de deur open zodat iedereen veilig naar binnen kan lopen. Met een doffe klap valt de deur weer dicht, en door hoge ramen valt een vaag lichtschijnsel naar binnen, waardoor het niet helemaal donker is, maar toch niet alles heel duidelijk is. Ik zet mijn spullen neer, en merk dat daardoor een stofwolkje opdwarrelt. Zo snel mogelijk ontdoe ik me van mijn jas, die me alleen maar meer doorweekt maakt dan de regen al had aangericht. Ik voel hoe Aurore naast me staat en kijk haar vanuit mijn ooghoeken aan. Na een korte ril duikt ze in haar tas en na enig getwijfel haalt ze er haar mobiel uit, die niet blijkt te werken.
    “Heeft iemand van jullie bereik?”
    Ik schud mijn hoofd alvorens mijn gsm bekeken te hebben, maar wanneer ik dit doe, blijk ik gelijk te hebben.
    “Nope, werkt niet,” zeg ik zacht.
    Bij het wegsteken van mijn gsm, raak ik Rory even aan en merk dat ze het ijskoud heeft. Met een vragende blik kijk ik haar even aan en sla dan mijn ogen neer. Mijn ogen vallen op haar tas en ik haal er een trui uit die wonder boven wonder gespaard is gebleven door de regen, zoals alles in haar tas, blijkbaar. Ik sla hem bezorgd om haar schouders heen en wrijf even over haar natte haren.
    “Ik zou niet willen dat je ziek wordt,” zeg ik zachtjes.
    Met een verzekerende glimlach kijk ik haar aan en richt mijn blik dan op de anderen.
    “Heeft iemand misschien een idee waar we zouden kunnen zitten?” pols ik.


    But I still have this faith in the truth of my dreams.

    Elisabeth Rosie Fletcher

    Terwijl ik met mijn jas mijn hoofd wat probeerde te beschermen tegen de ijskoude regendruppels, liep ik op een drafje naar binnen. Vaag was ik me er van bewust dat Wade de deur openhield, maar het enige wat me nu nog kon schelen was dat ik droog binnen stond.
    Eenmaal binnen haalde ik met een vlotte armbeweging mijn jas boven mijn hoofd weg en kwam al snel tot de conclusie dat het niet erg veel had uitgehaald aangezien mijn natte haren tegen mijn hoofd kleefden. Ik wilde wat verder naar binnen stappen zodat de anderen er ook nog door konden, maar schoof hierdoor bijna uit doordat mijn schoenen geen goede grip hadden op de oude vloer. Gelukkig kon ik op het laatste moment mijn evenwicht terugvinden om te voorkomen dat ik hier even recht op mijn gezicht zou vallen. Een zacht gevloek kwam toch mijn mond uit, door de regen was ik immers al niet zo erg opgewekt en deze omgeving maakte het er niet bepaald beter op.
    "Heeft iemand van jullie bereik?" Ik keek op wanneer ik de stem van Aurore herkende en greep vrijwel meteen naar mijn mobieltje.
    "Nope, werkt niet," Deze keer was het Wade die ergens achter me stond. "Heeft iemand misschien een idee waar we zouden kunnen zitten?"
    "Nee, geen bereik." Zei ik knorrig nadat ik snel een blik had geworpen op mijn mobieltje. "En ik heb geen idee waar we zijn, ik heb dit gebouw nog nooit gezien."
    Ik liep wat verder de hal in en liet mijn blik langs de muren omhoog gaan en draaide tegelijkertijd traag een rondje om mijn as. Wat voor nut het had, wist ik niet echt, maar ik was gewoon nieuwsgierig naar wat dit gebouw eigenlijk moest voorstellen.
    "Het lijkt me oud," Mompelde ik en liet vervolgens mijn handtas met mijn jas er op, met een luide plof op de vloer neervallen zodat ik mijn beide handen vrij had. De muffe geur die mijn neusgaten binnendrong vond ik allesbehalve fijn. Eigenlijk wilde ik gewoon weer zo snel mogelijk naar huis.
    Met een lichte afgrijzen haalde ik een hand door mijn natte haren en trok even mijn neus wat op. Mijn haar lag nooit echt perfect, maar ik haatte het echt als het nat was geregend. Ik veegde met de rug van mijn hand wat druppeltjes van mijn wang en probeerde uiteindelijk mijn haar wat uit te wringen, wat niet bepaald veel uithaalde.
    "Gaat er iemand mee opzoek naar iets warms?" Vroeg ik uiteindelijk terwijl ik mijn armen over elkaar sloeg en liet mijn blik even langs iedereen glijden. "Ik wil niet wachten tot we ziek zijn door die natte kledij."


    Forget the risk and take the fall...If it's what you want, it's worth it all.

    Jeremiah Aaron Winchester || Geest.
    Het was stil in het huis. Het getik van de regen op het dak en de ramen was het enige dat hoorbaar was. Aaron zette maar weer eens een fluitdeuntje op. Het weergalmde door het grote huis.
    De jongen ging voor een raam staan en staarde naar buiten. Het regende. Vallende, doorzichtige waterdruppels vielen uit de hemel met pakken in één keer, waardoor het door de weerkaatsing van het licht één wit gordijn leek. Ook al was de regen zo dicht, Aaron kon ze duidelijk zien aankomen. Wie waren ze? En wat zochten ze op een plek als deze?
    Aarons deuntje kwam ten einde, maar hij had al meteen een volgend klaar dat veel te vrolijk door de gangen echode. Het huis had een lugubere, koude en duistere sfeer. Maar ja, wat verwachtte je van een instelling als deze? Een plek waar vele keren lobotomie werd uitgevoerd en... mislukte. Aarons lijk was niet het enige dat hier in het huis verstopt lag.
    Terwijl hij Angie passeerde langs de trap en met zijn wijsvinger over de leuning streek, floot Aaron nog steeds. Hij dacht na over het moment dat hij zijn eigen lichaam vond. Het was vreemd geweest, maar hij was niet bang geweest, moest niet beginnen huilen van wanhoop of van angst voor de dood of iets dergelijks. Hij had er gewoon gestaan, gekeken naar het vuile, uitgemergelde lichaam dat hem moest voorstellen. Ze hadden niet eens de moeite gedaan om hem te begraven...
    Mijmerend stapte Aaron van de laatste trede. Zijn schoenen maakten een zacht tikkend geluid op de vloer wanneer hij verder liep, totdat hij voor de deur stopte. Hij staarde er een paar seconden naar alsof dit het meest intrigerende iets was dat hij ooit al had gezien.
    "Waarom moeten jullie het altijd voor me kunnen verpesten?" hoorde Aaron Angie achter zich. "Houd gewoon je mond!" Aaron liep weer verder. Zijn gezicht vertoonde geen enkele emotie. Zijn blik was leeg. Zo was hij meestal. Er waren dan ook nooit mensen om zich heen die hem daadwerkelijk interesseerden. Angie praatte constant tegen zichzelf, hij kon geen deftig gesprek voeren met Malice zonder dat ze hem in de haren vloog en Carmine was... Geen idee. Aaron zelf was ook niet de meest sociale persoon op aarde.
    Nu was hij dood. Misschien was het wel beter zo. Dood zijn was beter dan leven. Ja, het was eenzaam, maar je had al die andere zaken niet om je druk over te maken. Aaron had altijd al geweten dat dood zijn beter was dan leven. Hij zakte neer op de vensterbank een stukje weg van de deur en leunde met zijn wang tegen het koude glas. Druppeltjes water liepen langs het raam naar beneden. Als bloed, maar dan doorzichtig, kleurloos en dunner.
    Plotseling vloog de deur open. Aaron keek even op maar besloot al gauw dat de druppeltjes interessanter waren dan deze mensen die zich druk maakten of ze bereik hadden, wat dat dan ook mocht zijn. Aaron volgde de regen met zijn wijsvinger, alsof dat het enige was wat er nog echt toe deed. Het vrolijke, maar eenzame deuntje dat Aaron floot, ging verloren in het gekwetter van de vreemde mensen.

    [ bericht aangepast door Cirilla op 27 maart 2013 - 19:04 ]

    Levi Andrew Emerson

    Wade is degene die ons door de regen naar binnen krijgt, in een oud, verlaten huis. Als het al een huis is, zelfs in dit weinige licht kan je zien dat het behoorlijk groot is. Ik haat regen echt, ik heb er een grondige hekel aan. Mijn haar is zeiknat en plakt tegen mijn gezicht aan, waardoor mijn bleke huid sterk contrasteert met het zwartgeverfde haar. Ik ben blij dat ik mijn make-up thuis gelaten heb, aangezien het niet echt geschikt is voor een kampeer tripje. Als we binnen staan, grom ik iets geïrriteerd als ik mijn haar haar uit mijn gezicht veeg en iets uitknijp. Dit begint al geweldig, ik heb het niet zo op uitstapjes in de natuur en alles wat met kamperen te maken heeft, maar met mijn vrienden zou het nog wel leuk kunnen worden. Volgens mij is dit gewoon een voorteken dat alles fout gaat.
    "Heeft iemand van jullie bereik?" vraagt Aurore zacht, waardoor ik naar haar opkijk. Ze heeft haar telefoon al in haar handen en anderen beginnen nu ook telefoons uit hun zakken en tassen te toveren. Ik zoek ondertussen ook naar die van mij. "Nope, werkt niet," Wade is de volgende die gekeken heeft. "Heeft iemand misschien een idee waar we zouden kunnen zitten?" Ondertussen vis ik mijn telefoon ook uit mijn tas. "Nee, geen bereik." zegt Elisabeth en ze klinkt net zoals ik me voel. "En ik heb geen idee waar we zijn, ik heb dit gebouw nog nooit gezien." Als ik een blik werp op mijn eigen telefoon kan ik zien dat ik ook geen bereik heb, maar ik had niets anders verwacht. Mijn telefoon is al iets verouderd ondertussen en niet meer zoals die van de rest. "Ik ook niet." mompel ik.
    Elisabeth loopt verder de hal in van het huis, waardoor ik nu ook meer aandacht besteed aan de omgeving. "Het lijkt me oud," zegt ze en ik knik enkel erop. Het is hier tenminste droog, beter dan buiten zijn. "Gaat er iemand mee opzoek naar iets warms?" vraagt ze als eerst. "Ik wil niet wachten tot we ziek zijn door die natte kledij." Ik geef haar een onderzoekende blik. "Ik weet niet of je hier zo snel iets warms zal vinden." zeg ik met een zachte, aarzelende stem. Ik ben dan ook niet echt het type om tegen iemand in te gaan en ook niet om het initiatief te nemen om iets te gaan doen, dat laat ik altijd aan de anderen over, ik volg wel. Het ziet er hier inderdaad oud uit, en vooral stoffig. Toch maakt het me niet zoveel uit, het is hier droog en zodra het ophoud met regenen zijn we toch weer weg.


    Your make-up is terrible

    [Eventjes nog eens zeggen dat ik van zondag tot donderdag weg ben ^^]


    But I still have this faith in the truth of my dreams.

    Aurore “Rory” Hazel Langley
    Wade schudt zijn hoofd, al voordat hij op zijn mobiel heeft gekeken. 'Nope, werkt niet,' zegt hij zacht. Kort bijt ik op mijn lip waarna ik hoopvol naar Elisabeth, Caleb en Levi kijk. 'Heeft iemand misschien een idee waar we zouden kunnen zitten?' vraagt hij daarna. 'Nee, geen bereik,' zegt Elisabeth chagrijning. 'En ik heb geen idee waar ze zijn, ik heb dit gebouw nog nooit gezien.' Ik ben altijd al jaloers geweest op hoe ze er uitziet, en dan vooral op haar mooie, groene ogen. Zelfs helemaal doorweekt ziet ze er nog mooi uit.
    Mijn blik is ondertussen al naar Levi gegleden, die aan zijn gezicht te zien ook geen bereik heeft. 'Ik ook niet,' mompelt hij, wat mijn vermoedens bevestigd. Elisabeth loopt verder nadat ze haar handtas en jas op de grond heeft laten vallen. Ze doet een poging wat water uit haar haar wringen, maar het werkt niet echt.
    'Gaat er iemand mee opzoek naar iets warms?' vraagt ze dan, terwijl ze haar armen over elkaar slaagt en haar blik over iedereen heen laat glijden. 'Ik wil niet wachten tot we ziek zijn door die natte kledij.'
    'Ik weet niet of je hier zo snel iets warms zal vinden,' zegt Levi met een zachte en aarzelende stem. Ik knik instemmend. 'Aan de stof laag te zien is het lang geleden dat hier iemand geweest is, als hier al kleren liggen, dan zullen ze denk ik onder het stof zitten...' voeg ik er aan toe.
    Net als ik haar wil aanbieden dat ze mijn warme trui wel mag hebben haalt Wade die trui uit mijn tas en slaat hij die om mijn schouders heen, waarna hij met zijn hand over mijn natte, donkere lokken wrijft. 'Ik zou niet willen de je ziek wordt,' zegt hij zacht. Ik kijk Wade aan en schud lichtjes mijn hoofd. 'Ik word heus niet ziek,' vertel ik hem. Het liefste zou ik mijn trui alsnog aan Elisabeth geven, maar Wade zal dat vast niet goed vinden en als ik van iemand niet wil dat hij of zij boos op me wordt, dan is dat Wade. Mijn dunne shirt kan ze misschien wel hebben, als die in deze tas zit tenminste. 'Ik heb misschien wel nog iets droogs in mijn tas zitten, maar dat is dan waarschijnlijk wel dun en waarschijnlijk te groot voor jou.'
    Ik trek mijn jas uit en wil de trui over mijn hoofd trekken als ik me bedenk dat ik dan net zo goed mijn shirt, die ook helemaal doorweekt is, ook uit kan trekken. Dat wil ik alleen niet hier doen. Aarzelend kijk ik van Caleb naar Wade, aarzelend wie van de twee ik zal vragen. Uiteindelijk blijft mijn blik hangen op Wade. 'Wil je misschien even meelopen, dan kan ik mijn trui aantrekken,' zeg ik op een onzekere toon tegen hem.


    To the stars who listen — and the dreams that are answered

    Angie Eleanor Hart
    Het gesprek onder me was ik al een tijdje uit het oog verloren toen ik Aaron voorbij zag komen. Hij leek me – zoals nogal vaak – te negeren, hij zei niet eens gedag. Ik draaide met mijn ogen toen hij me achter zich liet en stak kinderlijk mijn tong uit. Hij blokkeerde ook nog eens mijn zicht, waardoor ik zuchtte en een paar meter moest opschuiven zodat ik weer wat kon zien.
    “Ik word heus niet ziek,” vertelde een meisje met zekerheid. Nou kind, daar zou ik nog niet zo zeker van zijn. Ik kon mensen niet lichamelijk ziek maken. Hoewel wondjes geven wel een van mijn specialiteiten was, maar ik kon ze wel geestelijk ziek maken. Al leek me dat nog geen plan voor nu, nu wilde ik ze liever nog een tijdje hier houden.
    “Ik heb misschien nog wel iets droogs in mijn tas zitten, maar dat is dan waarschijnlijk wel dun en waarschijnlijk te groot voor jou,’ beaamde het meisje, waarna haar blik tussen twee jongens schoot en ze uiteindelijk voor de ene koos die haar de trui gaf. “Wil je misschien even meelopen, dan kan ik mijn trui aantrekken.”
    Waren zij geliefden? Vroeg ik mezelf af. Ik trok een vies gezicht bij die gedachte. Ik haatte geliefden. Niemand had ooit van mij gehouden. Het was niet eerlijk.
    Daar moet je een stokje voor steken, zei Jim luchtig in mijn hoofd. Jij geen geliefde, niemand een geliefde.
    Ik beet zachtjes op mijn onderlip bij het horen van zijn voorstel. Mijn blik gleed weer neer beneden. Maar wat als ze lief en schattig zijn, dat kan ik toch niet verpesten? Wie weet zijn het wel gewoon vrienden en is zij gewoon een angsthaas, beaamde ik in mijn gedachten.
    Nee! Riep Jim opeens woedend. Maak het kapot! Nu!
    Ik zuchtte luid en negeerde zijn bevel. Wat kon hij me nu precies doen, behalve alle mentale pijnen die hij me nu al bezorgd had?
    Nieuwsgierig stak mijn neus over de leuning terwijl ik weer een zicht op alles probeerde te krijgen.


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    Wade Tyler Callaghan

    Een voor een komt iedereen erachter dat er geen bereik is in dit vervallen gebouw.
    "Nee, geen bereik. En ik heb geen idee waar we zijn, ik heb dit gebouw nog nooit gezien."
    Elisabeth is de eerste die antwoordt op de vraag die ik net stelde. Ook zij weet het niet. Mijn blik glijdt nog een keer de ruimte rond waarin we ons bevinden, ik vermoed een inkomhal.
    "Het lijkt me oud. Gaat er iemand mee opzoek naar iets warms? Ik wil niet wachten tot we ziek zijn door die natte kledij,” gaat ze verder.
    Ik haal mijn schouders op en kijk de anderen even aan. Ik wacht af op de andere antwoorden, het lijkt me beter samen te blijven.
    "Ik weet niet of je hier zo snel iets warms zal vinden,” klinkt Levi’s stem dan. Daar heeft hij een punt. Dit gebouw is zo oud, dat het me zou verbazen hier elektriciteit te vinden. Of veilige elektriciteit. Dat maakt ook al een groot verschil. Voorzichtig doe ik nog enkele stappen verder de ruimte in, op mijn hoede voor een inzakkend plafond of muur.
    “Aan de stof laag te zien is het lang geleden dat hier iemand geweest is, als hier al kleren liggen, dan zullen ze denk ik onder het stof zitten...”
    Rory is de eerstvolgende die spreekt, en ik kijk haar even aan. Ze hebben allemaal gelijk, maar we kunnen hier moeilijk op deze plek blijven staan. We weten niet eens of we hier alleen zijn of niet. Ik doe weer wat stappen richting Rory wanneer ik een blik van twijfel in haar ogen zie en ze haar hoofd schudt.
    “Ik word heus niet ziek,” zegt ze. “Ik heb misschien wel nog iets droogs in mijn tas zitten, maar dat is dan waarschijnlijk wel dun en waarschijnlijk te groot voor jou.”
    Ik kan het niet laten even te lachen. In welke situatie ook, haar koppigheid is steeds aanwezig. Ik neem haar jas aan wanneer ik merk dat ze die wil uitdoen om vervolgens de trui aan te doen. Gedurende enkele seconden merk ik weer die twijfelende blik op, die ze afwisselend tussen mij en Caleb laat glijden. Soms wou ik dat ik gedachten kon lezen. Dit meisje heeft teveel geheimen en er gaat zoveel in haar om.
    “Wil je misschien even meelopen, dan kan ik mijn trui aantrekken.”
    Glimlachend laat ik mijn hand op haar onderrug rusten en kijk even op wanneer ik geluid van boven hoor komen. Ik frons even en focus me op enig ander geluid, maar op onze ademhalingen na hoor ik niets. Dan richt ik me weer op Rory en laat mijn blik even naar Caleb glijden, niet goed wetende of hij ermee akkoord gaat dat Aurore mij kiest om haar te helpen, in plaats van hem. Niet dat hij een reden heeft om jaloers te zijn. Aurore is als mijn kleine zusje. Met een geruststellende glimlach kijk ik Rory weer aan en knik.
    “Ja, ik loop wel even met je mee,” zeg ik stil.
    Ik kijk enkele richtingen uit, voor zover dat mogelijk is en merk nu pas op dat het hier toch wel vrij donker is.
    “Al weet ik niet meteen waarheen je wil?”
    Ik kijk ook de anderen even aan. Nog steeds heb ik het gevoel dat we hier niet helemaal alleen zijn, maar dat kan ook aan het gebouw liggen. Het geeft me niet bepaald een veilig gevoel.


    But I still have this faith in the truth of my dreams.