• Genre: Sci-fi, Slic of Life
    Woorden per post: Minimaal 300
    Tempo: Langzaam
    Taal: ABN
    Leeftijd: 16+ toegestaan
    Inspringen: Dit kan altijd, PB me dan even (:
    Regels:
    • Huisregels
    • De 'RPG-regels'
    Seeking their Souls
    In het jaar 2147 ontdekte een groep wetenschappers in Londen een nieuwe manier om leven te creëren. Door het manipuleren van het DNA van een foetus en deze buiten de baarmoeder te laten groeien konden ze een 'perfect' mens schapen. Deze mensen zouden geen imperfecties hebben en alleen hun oogkleur kon al elk mogelijke kleur hebben, aangepast op wat de 'ouders' wilden. Rijke ouders van over de hele wereld bestelden één van deze 'Beauties', zoals zij werden genoemd, en uiteindelijk werden er 32 gemaakt. Een jaar later werden de eerste zes Beauties geboren, één op elke 13e van de maand. In het begin leek alles perfect, maar dit duurde niet lang...

    In 2155 ontwikkelde een Beauty een 'gift'. De jongen was een prototype geweest en stond bekend onder de naam Zero. Hij was opgegroeid in Engeland en op zijn zesde verjaardag raakte hij buiten bewustzijn, toen hij daarna wakker werd had hij een stem die niet eigen was en sprak hij de volgende woorden:


    "Door een man zonder hart geschapen
    Deze wezens oh zo fragiel
    Moeten opnieuw worden verbonden
    Met hun lang verloren ziel"

    Elke keer dat hij hierna oogcontact maakte met een Beauty deed hij een voorspelling. Toentertijd begreep niemand zijn woorden, maar zodra de Beauties één voor één zes jaar werden, drong de betekenis van de woorden tot iedereem door. Elke Beauty ontwikkelde een gift, sommigen konden een element besturen en anderen konden wonden doen verdwijnen of mensen hun eigen wil opleggen. Men raakte in paniek door deze rare ontwikkeling en al gauw begonnen mensen de dood van de kinderen op te eisen, want het was duidelijk dat deze kinderen té sterk werden. Naast hun gift waren ze ook sterker en sneller dan normale mensen, maar dit alles had ook een keerzijde. De kinderen verloren hun reukvermogen en mogelijkheid tot het proeven van dingen, ook werden zij kleurenblind. Ze waren een deel van zich verloren, hun ziel en zij zouden deze terug moeten vinden zoals Zero hun had verteld. Dit zou enkel lukken als zij de juiste persoon zouden vinden en deze zouden kussen.
    Niet lang nadat de jongste Beauty zes jaar werd greep de overheid in. In de nacht van 3 mei werden overal ter wereld de Beauties bruut opgeschrikt en meegenomen naar een gevangenis in de Indische Oceaan, een gevangenis speciaal voor hen ontwikkelt. Er waren vier gevangenissen en ieder hield zes Beauties. De kinderen kregen handschoenen om van een speciaal materiaal die voorkwam dat de kinderen hun gift konden gebruiken.

    Het is nu 2167 en de meeste oudste Beauties bereiken binnenkort hun leeftijd van 20 jaar. Zij zijn dan bijna officieel volwassen volgens de wet, maar hun toekomst ziet er somber uit. In deze RPG volgen we de Beauties en hun problemen met o.a. hun gift, het vinden van de persoon die hun zou helpen bij het terugvinden van hun ziel en met hunzelf.


    Story: Seeking their Souls
    Rollen- aka kletstopics: 01 II 02 II 03 II 04
    Speeltopics: 01


    Lijst om mee te doen:
    De lijst die je moet invullen voor je rol vind je hier.
    Voel je vrij dingen toe te voegen als je dit wilt.

    Rollen:
    Voor meer informatie, zie de story.
    Beauties: Op volgorde van oud > jong
    02: Chronos Farrell Nolan Johnston - Lucht - Goldenwing II 2,8
    03: Borya Ivanov - Elektriciteit - Valyrian II 1,7
    05: Rourke Ryan Reid - Aarde - Gaikotsu II 2,3
    09: Daniella Jonathan - Aarde - BastiIIe II 1,1
    11: Guinevere Kala Irving - Ijs - Hiraeth II 2,7
    13: Laron Caldre Barrineau - Ijs - Yoda II 2,2
    Vrij!
    Vrij!

    Bewakers:
    Hoofd v/d bewakers:
    Eduard Novak - 37 - Cashby II 1,8
    Amora Delgado - 20 - Valyrian II 1,7
    Vrij!

    Wetenschappers:
    Het hoofd: Vrij!
    Vrij!

    [ bericht aangepast door TessaGray op 4 juni 2014 - 19:21 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Chronos Farrell Nolan Johnston

    De jongedame die hij daarnet toestemming had gegeven om zijn vleugels aan te raken hield hij nu strak in de gaten. Iedere beweging die ze maakte registreerde hij, zodat snel ingrijpen mogelijk was. Hij vertrouwde haar niet geheel maar genoeg om haar toe te staan zijn vleugels aan te raken, toch zou hij alles op alles zetten om te voorkomen dat zijn vleugels zouden beschadigen. Waarom hij haar überhaupt vertrouwde was hem een compleet raadsel, tot voor kort had hij amper met haar gesproken. Toch was er iets in haar dat prettig voor hem voelde, misschien was het wel dat ze zoveel qua karakter van hem weg had, zwijgzaam maar zeker nog wel oplettend. Haar vingers hadden bijna het dons geraakt, waarschijnlijk voorzichtig, maar zo ver was het niet gekomen door de barse stem van de bewaker die over het terrein heen schalde. De eikel. Gedurende het gehele gesprek dat tussen hem en de bewaker volgde zei Kala geen woord, maar daar kreeg ze ook amper de kans voor. Ofwel Chronos was aan het praten of de bewaker. Het ontging de jongeman dan ook helemaal dat Kala het donsveertje opving en verstopte in haar broekzak. Waarschijnlijk was het maar beter ook dat het hem ontging, er zou namelijk een nogal donkere reactie kunnen hebben gevolgd. Helaas leek het weinig indruk te maken op de bewaker dat Chronos met zijn vleugels flapperde, de jongeman had ook niet veel anders verwacht maar de mogelijkheid was er zeker geweest. Bovendien was het ook één van de weinige dingen die hij kon doen om aan te geven dat hij hier niet mee akkoord zou gaan.

    ‘Ach joh, Chronos, niet zo lastig doen.’ De bewaker had zelfs het lef om te lachen, alsof de jongeman een grapje had gemaakt. ‘Je kent de redenen immers wel waarom je hier bent.’ Die woorden hadden de kracht om Chronos van binnen woest te maken, al liet hij het niet zo ver komen. Toch kwam er een reactie van zijn kant op terug, de bewaker moest weten dat wat hij zei niet altijd op prijs werd gesteld, zeg gerust bijna nooit. Kala was hem echter voor met reageren, toch zou hij er nog iets aan toevoegen. ‘Dat denkbeeld is anders wel geheel verschillend tussen de beauty’s en het personeel, lijkt mij. We zitten hier nu niet bepaald vrijwillig of zoiets, wij kunnen er niets aandoen dat jullie het hier blijkbaar naar jullie zin hebben. Een beetje anderen rondcommanderen en lui op je donder zitten kan ik ook wel – proberen jullie maar eens zowat 23 uur per dag in een cel jezelf te vermaken.’
    “Ik ken de redenen dat ik hier zit, uiteraard, maar denk je dat ik daar voor gekozen heb? Denk je dat ik er überhaupt voor gekozen heb om zo te zijn?” Bij die laatste woorden wees hij naar zijn vleugels. “Ik had niet eens een keuze, dat werd voor mij gedaan. Dus denk maar niet dat we kunnen leren leven met de redenen waarom we hier opgesloten zitten, als we op het moment van ontstaan niet eens een keuze hebben gehad.” Wat Chronos er niet bij vermelde was dat zijn vleugels voor geen goud zou inwisselen, zelfs als dat betekende dat hij in vrijheid kon leven. Hoe zeer hij het ook haatte dat hij hier zat opgesloten, die vleugels waren nog sterker een deel van hem, dat was voor hem zo belangrijk om te functioneren als een been of een arm voor een normaal mens. ‘Prima, twee á drie uurtjes mogen we onze cel uit, maar langer niet – anders krijgen we teveel vrijheid. Wat een luxe toch, hé?’ Het mocht wel blijken dat Kala en hij aardig op drift begonnen te raken met vertellen wat ze er nou precies van vonden. Iets wat de bewaker alleen maar kon ergeren. Je wilde immers geen algehele opstand van beauties, als die eenmaal hun krachten zouden terug krijgen en zouden bundelen dan was het een verloren zaak om ze hier nog langer opgesloten te houden.

    ‘Jongedame, jullie gaan terug naar jullie cel. Kom nu mee.’ In plaats van dat Kala zich gewillig zou mee laten nemen besloot ze een stap meer naar Chronos te zetten terwijl de woorden dat ze niet mee ging over haar lippen rolden. Chronos had er geen moeite mee, als hij haar enigszins kon beschermen van deze bruut dan zou hij dat doen. Nog voordat hij echter zijn vleugels beschermend om haar heen had kunnen slaan had de eikel van een bewaker de pols van Kala al beet gepakt om haar over zijn schouder te gooien. Met grote ogen keek hij naar de bewaker, die had zeker lef. Helemaal met iemand die er niet van hield om aangeraakt te worden. ‘Ik zei meekomen, vrouwtje – en jij ook Chronos.’ Chronos vroeg zich af wat de bewaker kon doen als hij niet in beweging zou komen, hem over zijn andere schouder gooien zou immers lastig worden. Niet alleen was de jongeman te groot en waarschijnlijk te zwaar, met Kala al over zijn schouder kon hij het vast niet aan. De kleine dame begon – zoals verwacht – flink te protesteren. Chronos voelde zich genoodzaakt in te grijpen, hij moest haar helpen, maar hoe? Al vrij snel neigden zijn gedachten naar het doen van iets dat hij niet fijn vond, namelijk het aanraken van een mens, maar als dat er voor kon zorgen dat Kala zou worden losgelaten dan had hij het er voor over. De kans dat hij dan gestraft zou worden was bovendien groot waardoor ze hopelijk de jongedame zouden vergeten, zodat die kon blijven genieten van de buitenlucht. Hij liep op de bewaker af, zijn vleugels weer bij elkaar op de rug en naderde van de zijkant.
    “Weet je wat ik er van denk? Dat je heel verkeerd bezig bent.” Zodra de bewaker zijn kant uitkeek verkocht hij de man een vuist vol op zijn neus, gevolgd door eentje in zijn maag/milt. Hierdoor moest hij wel gaan wankelen, Kala los laten en misschien zelfs wel buitenwesten raken. 1-0 voor Chronos.


    Stand up when it's all crashing down.

    † † †
    Guinevere Kala Irving • IJs • Beauty


    Het was overduidelijk dat Chronos het met haar eens was, maar om het allemaal glashelder te laten blijken voor haar bestudeerde ze zijn woorden na haar uitspatting jegens de bewaker. De jongedame was er absoluut mee eens, aangezien hij vermeldde dat hij hier niet voor gekozen had, dat we hier überhaupt al niet vrijwillig zaten. Toen hij echter naar zijn vleugels, zijn prachtige vederdons welteverstaan, perste de beauty haar karmozijnrode lippen stevig op elkaar. Ze kreeg een enigszins treurige gelaatsexpressie, die ze van het tweetal afwendde. Een beauty – ze had meerdere malen zichzelf afgevraagd wat het nu betekende om zo te zijn, maar tot nu toe had ze geen voordelen gevonden. Ofwel het kwam doordat ze al redelijk pessimistisch van zichzelf was. Maar zelfs dat leek een leugen te zijn, alsof haar “ouders”dat eveneens zo geprogrammeerd hadden. Wat was immers wel van haarzelf?
    Er welde zo snel als zowel abrupt een onbekend gevoel in haar op dat ze ervan schrok en een kleine, nogal stuntelige, stap naar achteren. ‘Dus denk maar niet dat we kunnen leren leven met de redenen waarom we hier opgesloten zitten, als we op het moment van ontstaan niet eens een keuze hebben gehad.’ Het dreunde haar gedachtegang binnen als een zware mokerslag, telkens opnieuw tot ze er duizelig van werd. Kala kon er niets aandoen; de stem van haar medebeauty echode in haar hoofd, zijn woorden martelde haar geheugen, haar verleden, de problemen waar ze mee worstelde. Om deze plotselinge omslag welke momenteel afspeelde te verbergen, opende ze alsnog haar mond om de wachter wat te vermelden.
          Van het ene op het andere ogenblik echter, werd ze over zijn schouder gegooid –– van de bewaker weliswaar. De reactie van Chronos had ze niet opgemerkt, want de jongedame was te druk bezig met haar handelingen om los te komen. En om zichzelf proberen in te houden hem geen klap voor zijn hoofd te verkopen, wat bijna mislukte. Ze was immers al niet in een staat van “enthousiastheid” geweest hiervoor, en wat hij deed zorgde hier al helemaal niet voor. Kala voelde een mengeling van woede als zowel verdriet, wanhoop bijna. Een idee van wat ze kon doen had ze niet, haar rationele hersenspinsels verdoezelden door de opborrelende negatieve emoties. Kala was niet bepaald een individu die ooit vanuit haar gevoelens zou handelen, maar wanneer het op deze zwaktepunten terechtkwam, kon ze niet anders. Het was altijd al een feit geweest dat als Guinevere aangeraakt zou worden, ze aan de pijnlijke tijden dacht dat haar “ouders” haar lief hadden. Voor ze omkwamen in een ongeluk. Misschien dat ze toch niet ermee om kon gaan zoals ze beweerd had, maar dit aan iemand bekennen, stond bij haar gelijk aan haar hart op een bord aan iemand geven. Gevoelig, als een stekende pijn.
    Hoewel het voor haar een eeuwigheid bleek te zijn, handelde Chronos in luttele seconden. Terwijl hij op de man afliep, zijn vleugels bij elkaar op zijn rug, lag de dame tot nog toe hard op zijn schouder te slaan en probeerde ze zichzelf los te wurmen.
          ‘Weet je wat ik ervan denk? Dat je heel verkeerd bezig bent.’ Zoals de gemiddelde mens automatisch doet, reageerde wachter eerst door zijn gezicht naar Chronos toe te draaien, waarbij hij kort halt hield. Zijn enigszins ruwe stem doordrong pas tot de jongedame toen de beauty zijn gebalde vuist tegen de neus van de man aansloeg, waardoor hij wel geneigd was om haar los te laten door de plotselinge slag. De volgende kwam in zijn maag terecht, waardoor hij dubbel klapte en zijn arm naar zijn buik ging, maar zijn knieën vonden al snel de stenen van de binnenplaats. Het was niet dat Kala zacht neerkwam, maar het gegeven dat Chronos een bewaker zojuist twee vuistslagen had gegeven om haar te helpen, genas het al snel. Ze was sowieso al niet iemand die om het kleinste pijntje ging zeuren, of het aan de grote klok zou hangen. Echter, deze jongedame is wel een persoon die niet zou verwachten dat iemand überhaupt iets voor haar zou doen, enkel en alleen om haar te helpen. Geschokt blikte ze daarom naar de twee mannen, terwijl ze nog op de grond zat. Haar handen steunden op de harde stenen en haar dijbeen had een klap gekregen, maar ze voelde het al niet meer.
          Ongelovig, met haar lichte poelen verwijdt en haar mond open, staarde ze naar het tafereel. Haar blik schoot naar Chronos, die in de directe zonnestralen stond --- en voor de eerste keer zag ze hem geheel anders dan voorheen. Dan ze een individu ooit gezien had. De lichtgetinte huidskleur die hij had, scheen in de zon en liet het lichtelijk stralen, want zelfs al kon ze enkel zwart / wit zien, zijn huid was iets donkerder dan haar bleke kleur. Als bliksem op een heldere dag vroeg ze zich opeens af wat hij van haar dacht, van haar uiterlijke verschijning. Haar hart klopte zowat in haar keel toen ze op probeerde te staan, ze viel echter neer precies op het ogenblik dat de bewaker omhoog krabbelde en op hem afstevende. Dat kon niets goed betekenen en dat wist Chronos vast eveneens. Hij zou hier zeker gestraft voor worden, aangezien dit absoluut ongeoorloofd was hier. . . Kala kon echter verder niets anders denken dan hem te bedanken.
          ‘Hier krijg je spijt van, 02, let maar op.’ Zijn eens brommende stem was plotseling omgeslagen naar een woede die ze niet eerder bij hem gehoord had. Het leek abrupt alsof hij dit al die tijd gemaskeerd had en nu zijn werkelijke aard tevoorschijn kwam. 02 was zijn nummer, wist ze. Guinevere begreep niet hoeveel ze haar medebeauty kon bedanken. Het leek allemaal in een vreemde waas te gebeuren, die al snel op elkaar volgde toen hij – het scheen zonder na te denken – zijn nu gebalde vuist naar Chronos zwaaide. Direct sprong de jongevrouw op, iets binnen haar schreeuwde dat ze het niet zou accepteren als hij pijn zou worden gedaan. Alhoewel ze niet specifiek wist waar dit vandaan kwam, beende ze razendsnel naar de man toe --- die net weer toe wilde slaan en zijn arm wat naar achteren haalde. Ze hield er niet van aangeraakt worden, dus dit was een grote stap voor haar. Alleen, voor zover zij begreep, hield Chronos er eveneens totaal niet van en hij had zich hier voor even overheen gezet om dit te doen. Zodoende dat de kleine vrouw op de wachter zijn rug sprong, proberend om het te laten stappen.
          ‘Houd op, stop ermee!’ kwam er boven het lawaai van verschillende klappen uit. De onbekende emoties van eerder hadden een ommezwaai naar razernij gemaakt, samen met het vreemde gevoel iemand te willen beschermen. Wat ze niet wisten was dat de man zo nu en dan van redelijk wat drank hield, wat hij vroeger stopte doordat hij er ongelofelijk agressief van werd. Dit soort dingen werden enkel getriggerd bij hem. Het zou voor geen van de twee partijen goed aflopen. Maar Kala ging niet rustig toekijken hoe haar reddende engel in elkaar geslagen zou worden – hij zou vast voor zichzelf op kunnen komen, maar ze wilde niet dat hij pijn leed door haar toedoen.

    [ bericht aangepast door Hyonyeo op 27 juni 2014 - 23:35 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Chronos Farrell Nolan Johnston

    De bewaker klapte door de vuist in zijn maag ineen, als een luciferhoutje dat gebogen werd. De knieën van de man raakten de stenen en hoewel de man niet buitenwesten raakte, zoals Chronos had gehoopt, moest hij wel Kala laten gaan waardoor de jongedame wat ruw op de tegels terecht kwam. Zijn ogen verloren voor een moment de bewaker uit het oog, hij moest weten hoe het ging met de jongedame waarvoor hij zojuist lichamelijk contact was aangegaan. Haar ogen waren nog net niet zo groot als schoteltjes, maar het leek in iedere geval niet dat ze uiterlijke verwondingen had. “Guinevere, alles nog heel?” De woorden kwamen zacht over zijn lippen maar ze moesten haast wel bij haar aankomen. Het geluid was nog net iets harder dan de zee die op de achtergrond te horen viel. Dat zijn vuisten nog een kloppend gevoel produceerden ging volledig langs hem heen, net als dat hij zijn vuisten licht had beschadigd door het verkopen van die klappen. Lang kreeg de jongeman echter niet de kans om naar de dame op de grond te kijken, want de bewaker begon alweer te spreken, helaas. De kijkers van Chronos stelden scherp op de bewaker die weer overeind wist te krabbelen en nu op hem afstevende, waardoor hij een paar stappen naar achteren zette.

    ‘Hier krijg je spijt van, 02, let maar op.’ Ogen werden groot, zelden werd hij bij zijn beautynummer genoemd. Hij haatte het getal ook, het leek daardoor alsof hij niets meer was dan een nummer. Iets dat je kon opschrijven op een vel papier maar nergens naar zou verwijzen. Een object, een levend object, met een nummer. De woede waarmee de bewaker de woorden uitspuwde ontging Chronos zeker niet, het kon dan ook haast niet anders dan dat hij nu een pak rammel zou krijgen. De eerste klap kon de jongeman nog redelijk goed afweren maar door de woede van de bewaker werd het steeds moeilijker. De klappen volgden sneller achter elkaar en hoe zeer Chronos ook probeerde te ontkomen, of probeerde terug te slaan, het lukte hem steeds slechter. Hij voelde dan ook hoe er langzaam bloed begon te stromen over zijn gezicht en hoe de inslag van de vuisten op sommige plaatsen zeker blauwe plekken zouden opleveren. De strijd leek haast verloren, want ondanks zijn lengte en kracht kon Chronos niet op tegen deze furieuze bewaker. Toch probeerde Kala de man nog te stoppen, zoals hij omgekeerd ook voor haar had gedaan. De irritatie van de bewaker bereikte een bovengrens wat er voor zorgde dat hij nog harder op Chronos begon in te beuken terwijl hij probeerde Kala van zijn rug te krijgen. Guinevere was nu echter niet zijn hoofdzaak, want de bewaker wilde eerst Chronos een lesje leren.

    Het duurde gelukkig niet lang of er schalde een nieuwe stem over de binnenplaats, een stem die de bewaker vertelde dat hij acuut moest ophouden met het in elkaar slaan van een beauty die hij moest bewaken. De jongeman had het niet voor mogelijk gehouden maar de bewaker stopte zowaar zijn vuistenaanval. Nadat hij Guinevere ruw van zijn rug had afgekregen keek hij op naar de andere bewaker die hem nu de les aan het lezen was. De kont van Chronos raakte de tegels en hoewel dat een lichte pijn met zich mee bracht was het gevoel nog altijd minder erg dan hoe de rest van zijn lichaam momenteel aanvoelde. Op enkele plaatsen liepen stroompjes bloed naar beneden of waren er al verdikkingen in de huid te zien. De nieuwe bewaker, een vrouw, greep de man ruw bij zijn arm beet om hem mee naar binnen te trekken. “Ik kom straks bij jullie kijken.” Vermeldde ze nog jegens Chronos en Kala alvorens het gebouw met de man in te lopen, die mogelijk op staande voet werd ontslagen.

    De jongeman kon niet veel meer dan een licht knikje geven, zijn staat was eigenlijk te belabberd. Met de rug van zijn handen probeerde hij wat bloed weg te vegen, al was de kans groot dat het er alleen maar erger uit zou gaan zien. Langzaam keek hij op naar Guinevere, die voor de tweede keer op korte tijd, hard handig op de vloer terecht was gekomen. “Is alles nog heel bij je, Kala?” De woorden kwamen er enigszins vervormd uit, doordat zijn gezicht toch best wel wat klappen te verduren had gekregen. Ondanks dat hij zich lichamelijk momenteel slecht voelde was er een lichte glimlach zichtbaar op zijn gelaat. Zijn medebeauty, die ook niet graag aangeraakt wilde worden, had zich in de strijd gemengd omdat hij dat voor haar had gedaan. “Dankjewel ..”


    Stand up when it's all crashing down.

    Rourke Ryan Reid – aarde. •
    Al was de man een onruststoker, men kon altijd bij hem komen om hun hart te luchten. Hij was er wel voor de mens die hem nodig had en hij was dan ook niet iemand die iemand links liet staan. Zeker niet als het iemand dichtbij hem stond. Borya kon dan wel nukkig zijn en wat geërgerd uit de hoek komen, maar het was zeker niet de reden om hem af te schepen als hij met een probleem zou komen. Daarentegen vond hij het altijd wel grappig hoe Borya kon reageren en kon hij meestal wel lachen om en/of met Borya.
          Eenmaal hij telepatisch zijn woorden overbracht naar Borya, wierp hij hem een verwarde blik, waardoor hij een bulderende lach liet. Borya toch. Waar was hij zo verward om? Hij had hem toch zeker wel eerder over zijn fantasies over Amora verteld? Hij hoefde dat niet te betwijfelen, dat wist hij wel zeker.
          'Oke. Dit zegt alweer genoeg.' Sprak Borya en hij keek weer voor zich, met dat Borya verder sprak. 'Ik weet niet wat je hebt uitgespookt, maar ik wil het hele verhaal van voor naar achter. Anders kan ik je niet helpen.' Hij keek naar hem op, alsof hij betrapt was – en dat wilde hij het liefst niet. Als dit uitkwam bij de bewakers, kon hem wel wat ergers te wachten staan dan de lullige strafjes of preken die hij meestal kreeg.
          "Ssst!" Hij bracht een wijsvinger naar zijn mond, om hem te sussen. "Niet hardop, man. Telepatisch." Mompelde hij het laatste wat zachter, bijna als gefluister.
          'Sowieso is ze de dokter, dus kan je haar nooit helemaal ontlopen, daarnaast.. wat als ze jou opzoekt?' Borya wierp hem een droge blik, zoals geen ander kon doen, toe. Hij sloeg zijn ogen ten hemel. Daar ging zijn cover.
          "Mijn beste vriend, leiden wij misschien aan geheugenverlies? De prachtige Amora. De dokter die ons moet onderzoeken, zowel lichamelijk als mentaal."
    En toen ging hij verder telepatisch – dat was beter. Hij wilde het op veilig spelen en niet het risico lopen dat bijvoorbeeld Amora op dat moment achter hen zou staan en alles zou horen.
          Hij sprak telepatisch naar Borya: 'Ik was net bij haar. Ze sprak me aan door dat fiasco van het voedselgevecht en wilde me onderzoeken. Ze speelt met me, Borya. Mijn fantasie is uitgelopen, ik heb.. de rollen omgedraaid.' En hij glimlachte, met een geheimzinnige ondertoon, naar hem toe.
          Wat zou zijn volgende stap zijn? Zelfs hij wist dat niet. Eerst moest hij zijn eigen gevoelens maar uitpluizen


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Eduard Novak|| Bewaker

    Het was wel eens fijn om een nieuwe collega te hebben, iemand wiens gezicht je nog niet elke dag, jaren aan een stuk gezien had. Het was eens een verandering en het was misschien ook een goed iets voor de Beauties. Dan konden ze weer iemand anders leren kennen, kijken hoever ze konden gaat totdat ze kwaad werd. Natuurlijk zou hij haar niet zomaar in de ring gooien, dat zou gewoonweg cru zijn. Niet dat hij dacht dat ze haar eigen weg niet zou vinden, maar het zou makkelijker gaan moest ze een beetje voorbereid zijn en tenminste haar weg in de gevangenis kennen. De afschuw in haar stem - toen hij het over de manier waarop sommige bewakers de beauties behandelde had – zorgde ervoor dat hij even goedkeurend knikte. Mooi, dan was er toch nog iemand die het met hem eens was. Beauties waren apart, maar dat wilde niet zeggen dat ze geen gevoelens hadden.
    Dylans reactie toen ze de kamer zag, deed hem kort even grinniken. Eduard had zelf ook in die richting gereageerd. Toen hij hier voor het eerst kwam had hij nooit gedacht dat een gevangenis zo’n ruime kamers kon hebben. Hun kamers waren redelijk ruim, de cellen van de beauties waren een heel stuk krapper. Als hij zelf de architect geweest was, zou hij die cellen waarschijnlijk wel iets ruimer gemaakt hebben, maar hij was geen architect en hij kon er ook niets aan veranderen nu. Het was net alsof Eduard tegen de muren aan het praten was terwijl Dylan op haar gemak rondkeek. “Iedere kamer dat moet dienen als verblijfplaats van een bewaker is zo, al zijn sommige kamers iets kleiner dan anderen.” Zijn kamer was bijvoorbeeld toch wat kleiner dan deze, maar hij had dan ook expres de kleinste van allemaal genomen. Eduard voelde zich gewoon maa rop zijn gemak in een kleinere kamer dan in een grote, geen idee waarom juist. Dylan ging rustig verder met het bewonderen van haar kamer wat er toch voor zorgde dat hij zijn zakhorloge bovenhaalde en een bezorgde blik op het uur wierp. Ze moesten nog een hele rondleiding doen en hij wilde de beauties liever niet te lang alleen laten. Nee, ze waren nooit echt helemaal alleen sinds er best wat bewakers rondliepen, maar hij hield toch liever zelf een oogje in het zeil.

    Zijn mondhoeken krulden om in een glimlach toen ze dan toch eindelijk klaar was met het bewonderen van de kamer. “Je hebt toch nog iets van mijn gebrabbel opgepikt.” De geamuseerde toon in zijn stem maakte duidelijk dat hij er maar mee aan het lachen was. Zolang ze de rondleiding vandaag nog gedaan kregen, was alles goed en maakte het hem niet uit of ze echt naar hem luisterde of niet. Het was haar eigen keus. Als ze zou luisteren zou het een stuk makkelijker zijn dan in te springen, al zou ze sowieso wel wat moeite moeten doen. “Ik had inderdaad iets gezegd over de controlekamer sinds dat dat ongeveer de belangrijkste plek in heel de gevangenis is. Je kan elk deeltje van de gevangenis in de gaten houden. Als je bijvoorbeeld iemand kwijt bent kan je ook altijd op de schermen komen kijken.” Terwijl hij sprak, was hij al weer begonnen met lopen richting de genoemde kamer. “Je moet natuurlijk ook weer niet al je tijd in die kamer doorbrengen, iedereen wisselt af, maar het is zeker niet verboden om soms een kijkje te komen nemen of even te praten met de mensen die de pech hebben om er te moeten zitten. Als je voor de rest niet al te veel meer te doen hebt natuurlijk.” De man had zich altijd wel aan de regels gehouden, maar het kon nooit kwaad om soms eens een pauze te nemen. Als je 24/7 moest gaan werken was je na een tijd ook oververmoeid. Kijk maar naar hem, hij had ook eens een beetje teveel hooi op zijn vork genomen en hij viel bijna om van vermoeidheid.
    “Jongens, dit is Dylan, Dylan, dit zijn de stakkers die al heel de dag in de controlekamer zitten. Ik denk dat ze je wel willen uitleggen hoe het hier juist in z’n werk gaat, dan hebben ze wat afwisseling. Wel niet te hard treuzelen jongens, we moeten heel het gebouw nog rond.” Een lichte grijns was op zijn gezicht te zien terwijl hij zich in een van de stoelen liet vallen en voor een kort moment zijn ogen sloot. Misschien was het een goed idee om toch wat rustiger aan te gaan doen, anders haalde hij het volgende jaar nog niet.


    -Hi, I'm Andy, also freaking out- Andy Gallagher

    Borya Ivanov | Beauty 03
    †††

    Wonderbaarlijk genoeg waren er genoeg mensen in de omgeving waarbij je je hart uit kon storten mocht je daar plots de behoefte toe hebben. Het was een vreemd groepje, hun groepje, maar het was tevens een hechte ‘gemeenschap’ tot zover. Ons kende ons. Je hoefde je in elk geval voor niets te schamen.
          Een diepe zucht rolde over Borya’s lippen. Natuurlijk had Rourke over Amora en zijn fantasieën verteld. In geuren en kleuren zo nu en dan. Het kwam vaak genoeg voor dat hij zijn vriend had afgekapt omdat hij bepaalde dingen echt niet hoefde te horen..
    Kort rolde hij met zijn ogen. Het was al een tijd geleden sinds de laatste ‘fantasie’ van meneer de onruststoker, vandaar dat hij enigszins verdwaasd was.
          "Ssst!" kreeg hij van Rourke op zijn donder zodra hij hardop begon te praten. Fronsend wreef hij met zijn vingers over zijn kin heen. "Niet hardop, man. Telepatisch." Mompelde Rourke het laatste wat zachter, bijna als gefluister. Een simpel knikje van zijn hoofd volgde. Blijkbaar was de kwestie zo ernstig dat het door helemaal niemand gehoord mocht worden.
          "Mijn beste vriend, leiden wij misschien aan geheugenverlies? De prachtige Amora. De dokter die ons moet onderzoeken, zowel lichamelijk als mentaal."
          Onbedoeld begon Borya te lachen. ‘Het is een kwestie waar je jezelf in hebt gewerkt, ‘ grijnsde hij gemeen voor hij zijn armen over elkaar sloeg en zijn blik op de hemel richtte.
          'Ik was net bij haar. Ze sprak me aan door dat fiasco van het voedselgevecht en wilde me onderzoeken. Ze speelt met me, Borya. Mijn fantasie is uitgelopen, ik heb.. de rollen omgedraaid.'
          ’’Je hebt de rollen omgedraaid?’ stuurde hij terug. ‘Op wat voor manier? Rourke? Heb je haar aangerand?’ wierp hij hem droog in zijn schoot. Zo nu en dan kon hij nog wel eens te ver doorschieten met zijn gedachten. Borya wist hoe zijn vriend over bepaalde dingen dacht. De vraag was echter hoe dit zou uitpakken nu ze wat meer contact zouden krijgen met de dokter.

    Amora Delgado | Bewaker/verpleegster
    ¤¤¤

    Na de aparte aanvaring die eerder in de ochtend had plaats gevonden had ze de rest van haar dag weinig andere dingen meer gedaan. Voor zichzelf had nogmaals een tal dossiers doorgelezen zodat ze een nog beter beeld zou scheppen van haar ‘patienten’. Lastig was het wel.
          Een diepe zucht rolde over Amora’s lippen. Ze schoof de papieren op haar bureau opzij en keek troosteloos door het raam naar buiten. Op sommige dagen vroeg ze zichzelf af wat ze hier überhaupt nog deed. Ze snapte het principe van het ‘gevangen houden’ van een stel mensen niet. Wellicht hadden ze dan speciale krachten maar daardoor waren ze nog steeds geen gevaar voor de samenleving. Althans, vanuit haar standpunt niet.
          Amora veegde haar gedachten aan de kant. Het was nu niet juiste moment om er te diep op in te gaan. Als ze in bed lag gingen haar gedachten er vaak genoeg naar uit. Voor nu was het alleen een afleiding om niet te hoeven denken aan hetgeen wat zich hier eerder op de dag had afgespeeld. Frustrerend. Vooral onwerkelijk. Nooit had ze gedacht dat een van hen daar toe in staat zou zijn. Al moest ze toegeven dat hij altijd al een zekere uitstral..
          ’Waag het niet,’ mopperde ze tegen zichzelf. Ze plaatste haar vingers tegen haar beide slapen en wreef er even kort langs alvorens ze zichzelf overeind duwde. Met ferme stappen – Amora gaf je altijd het idee alsof ze in een constante haast was – beende ze haar kantoor uit. Driemaal moest ze controleren of ze de deur wel goed op slot had gedaan want ze wou het niet op haar geweten hebben als een van de personen hier zonder haar toestemming in haar spullen liep te snuffelen.
          Halverwege de gang constateerde de dokter dat er een jongedame stond. Als ze het zich goed kon herinneren, dan was het Daniella. Een glimlach deed haar mondhoeken omhoog krullen voor ze heel voorzichtig op het meisje af stapte.
          ’Hallo.’ Zei ze vriendelijk. ‘Is er iets mis? Je ziet er een beetje triest uit.’ Misschien was gefrustreerd niet het juiste woord? Voor zover zij wist lachte de dame altijd en nu zag ze er uit alsof ze aan de kant was gezet.. en daar leek zen iet bepaald blij mee te zijn.

    [ bericht aangepast door Mahoganaea op 3 juli 2014 - 23:56 ]


    The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.

    Even een snelle reactie bump en whut, ik wist niet dat ik hier al met Dylan moest schrijven haha,

    Daniella ~ Beauty
    Ze haatte het hier. Nou, niet altijd, maar op momenten zoals deze haatte ze de plek echt met heel haar hart. Al een aantal keer had ze een rondje door het gebouw gelopen, ze was weer even naar buiten gegaan, had wat proberen te kletsen met de wachters maar uiteindelijk leek iedereen óf verdwenen óf te druk. "Urggh," kwam er geïrriteerd uit haar mond terwijl ze haar handen in haar broekzakken stak. De stof was lekker zacht en om de een of andere reden irriteerde haar dat nu mateloos en daarom haalde ze met een felle beweging haar handen er weer uit. Ze had een pestbui en de rest mocht dat weten ook. Daniella schoof nooit haar gevoelens onder stoelen of banken, het enige wat ze niet snel wilde laten blijken was haar verdriet, om de rest niet ongerust te maken, maar irritatie? Oh, dat mochten ze weten hoor. Heel misschien dat er dan eindelijk eens iets veranderde, al wist ze niet goed wát ze anders wilde. Dat elke muur in dit gebouw dezelfde, grauwe tint droeg was wel duidelijk, maar al zouden ze deze een kleurtje geven, misschien hadden ze dat al, dan nog zou de omgeving weinig opvrolijken voor de beauties. Hoe het rook kon ze zich alleen maar inbeelden en het eten? Dat kon haar weinig schelen, al zou ze het leuk vinden als de koks eens hun best deden iets te maken wat er ook daadwerkelijk lekker of leuk uitzag. Geen slijmerige smurrie meer waarvoor je je tanden niet eens nodig had, ze waren to- "Is er iets mis? Je ziet er een beetje triest uit." Daniella schrok van de stem die zo plots uit het niets leek te komen, maar toen ze de vrouw zag staan vergaf ze haar dit gauw. Ze was blij dat ze eindelijk weer een levend wezen zag die haar misschien van haar verveling kon afhelpen. "Ik verveel me zo!" zei ze direct en maakte een gebaar met haar armen. "Er is niks te doen en niemand heeft zin om te praten."
    Haar ogen dwaalde af naar de lege gang die zich eindeloos leek uit te strekken, ook al wist ze dat deze op het eind een bocht maakte naar zowel links als naar rechts. Plotseling werden haar ogen groot en met kinderlijke blijdschap op haar gezicht afgebeeld keek ze Amora aan. "Mag ik een kitten?" vroeg ze, "Dat zou perfect zijn! Lijkt het je niet geweldig? Een kleine, grijze haarbal die hier rondloopt, dan hoef ik me niet meer te vervelen!" In haar enthousiasme had ze de vrouw haar handen vastgepakt en met smekende ogen keek Daniella haar aan. "Jij kan toch van alles bestellen via die computer van je? Ah alsjeblieft, zou je dit voor me kunnen regelen?" Plotseling wist ze heel duidelijk wat ze wilde en in haar ogen was het perfect. Ze zou zelf voor hem zorgen natuurlijk, maar op die manier hoefde ze zich niet meer te vervelen en hoefde de wachters haar niet meer bezig te houden. Een win-win situatie toch? Ze hoopte alleen dat Amora dat ook in zou zien en dat diegene boven haar het toe zouden staan, er was immers niks gevaarlijks aan zo een klein beestje en het zou hen al helemaal niet kunnen helpen uitbreken. "Alsjeblieft?"


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Dylan Parker II Bewaker
    Ze moest glimlachen toen hij opmerkte dat ze toch nog iets had opgevangen van zijn gebrabbel, Ze voelde zich alles behalve aangevallen, met name door de geamuseerde toon in zijn stem. Het zorgde ervoor dat ze hem meer mocht. Eerder had ze hem zien kijken op zijn klokje en ze had daarom een chagrijnigere opmerking verwacht, maar het tegendeel was gelukkig waar gebleken. Ze had geen zin in gechagrijn. "Ah, een 24/7 soapserie dus," merkte ze droogjes op toen hij vertelde dat je vanuit de controlekamer alles in de gaten kon houden. Aan de ene vond ze het een aantrekkelijk en amusant idee om mensen zo te 'bespieden', maar aan de andere kant voelde het onterecht om mensen zo schaamteloos in de gaten te houden. Zelf zou ze het ook niet prettig vinden, al zag het er naar uit dat ook zij er aan moest geloven. Toen ze met hem meeliep luisterde ze deze keer wel naar zijn woorden en knikte af en toe als teken dat ze hem gehoord en begrepen had. Het leek haar een verschrikking daar de hele dag te zitten. Toen ze er eindelijk waren keek ze dan ook nieuwsgierig naar de twee stakkers die onderuit gezakt in de stoelen zaten. "Hé," zei ze en glimlachte naar het tweetal dat blij leek te zijn eens een ander gezicht te zien dan dat van elkaar. De één schatte ze van haar leeftijd en had rossige krullen. Hoewel hij stevig gebouwd was zag ze niet direct spieren, maar ze durfde er om te wedden dat hij sterker was dan hij eruit zag. De ander had haren een kleur donkerder dan inkt en hij had iets Aziatisch, maar de vorm van zijn ogen verrieden dat het een halfbloedje was. Pas toen ze dichterbij kwam zag ze de paar zilveren draden door zijn haren en de fijne rimpeltjes naast zijn ogen.
    Het duurde niet lang voordat ze in gesprek raakte met het tweetal die haar gauw uitlegden hoe het werkten, maar hierna ging het gesprek al gauw over heel andere dingen. "Nee, niet waar!" zei ze lachend toen George, de man met rode haren, vertelde over zijn eerste date. "Jawel! Maar dat was nog niet het ergste," ging hij verder, maar ondanks dat Dylan tranen in haar ogen had van het lachen onderbrak ze hem. "Vertel het me maar een andere keer, Novak hier heeft geloof ik nog een hele route door het gebouw voor me uitgestippeld," zei ze grijnzend en stond op. Het was absoluut niet dat ze niet meer wilde blijven, maar Eduard zag er vermoeid uit en ze wilde het werk dat hij deed niet afdoen als onbelangrijk. Hij had voor haar tijd vrijgemaakt om haar rond te leiden en ze vond het asociaal om hem aan de kant te schuiven. "Later!" ze stak kort haar hand op naar de mannen die nog wat riepen voordat ze met Eduard de kamer weer verliep. "Je hebt aardige collega's," merkte ze met een glimlach op en stak haar handen weer in haar zakken. "Waar heen, captain?"


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    † † †
    Guinevere Kala Irving
    Beauty, IJs


    ‘Guinevere, alles nog heel?’ Zijn hese toon liet haar voor luttele seconden opkijken, richting de man die een belangrijk iets voor haar had opgegeven. Ondanks dat ze er immens dankbaar voor was, begreep ze niet specifiek wat de reden was van zijn heldendaden. Ze was namelijk van mening dat het niet zo’n handeling was die je voor haar mocht uitvoeren, gezien ze niemand van belang was. Niet zoals de andere Beauty’s misschien, maar wellicht dat het een kleinzielige hersenspinsel was – welke ze in dat geval niet zou laten bemerken aan enig ander. Haar gelaatsexpressie was een ondoorgrondelijke blik van mysterie, die zodra haar gehoorgang de ongetemde zee bespeurden, een ijzingwekkende kalmte kregen. Haar stem klonk daarom niet over de buitenplaats heen, want ze was nogmaals verzonken in het zijdeblauwe water.
          Ondertussen was de bewaker hem aan het bewerken, hoe erg de jongeman zich ook probeerde te verweren. Het duurde niet lang of Kala was op zijn rug gesprongen om een superman, vrouw in dat geval, te spelen. Precies – spelen, want ze was juist alles behalve iemand die een ander kon redden, zo zag het meisje zichzelf niet. En dat werd enkel bevestigd toen alle stoppen door schenen te slaan, en de bewaker doorsloeg. Hij probeerde tussendoor de meid van zijn rug af te schudden met wilde handelingen, waardoor ze het idee had op een wilde stier te zitten die net opgefokt was met de rode tint. Het soort kleur die nu langs het gezicht van Chronos aftekenden, wat het beest enkel meer leek te drijven. Kala kon het niet meer aanzien en besloot op zoek te gaan naar zijn ogen, om deze vervolgens in te drukken als een speldenkussen. Eindelijk – ze dacht dat hij nooit ofte nimmer zou stoppen – schreeuwde een stem hem te stoppen, riep de klootzak tot halt, waar hij naar luisterde. In ieder geval nadat hij haar van zijn rug af had gegooid, waardoor ze met een klap op de harde grond terechtkwam. Toch had ze niets te klagen, want haar medebeauty was er erger aan toe – wat ze zichzelf niet zou vergeven. Het was immers haar schuld dat hij zich op de wachter gestort had. Zodra hij op een hardhandige aanpak meegevoerd werd door de strenguitziende vrouw, kroop Guinevere naar hem toe, om hem direct gade te slaan. Haar mond opende ze, sloot het daarna weer, om het vervolgens weer aarzelend te openen. In haar waterblauwe poelen was dezelfde blik te zien: hopeloos twijfelend, niet wetend wat ze kan zeggen om de pijn wat te verlichten. Zowel emotioneel als lichamelijk.
          ‘Is alles nog heel bij je, Kala?’ De vraag zou haar een respons moeten laten formuleren, een normaal mens had allang geantwoord, dit gebeurde echter niet. Ze was teveel bezig met hoe hij er nu uitzag, haar gezicht was dan ook vertrokken tot een zelfverwijtende maar bezorgde frons. Zijn toon had een vreemde klank, die ze telkens in haar gedachtegang hoorde naspelen, haar eigen pijn was ze allang weer vergeten. Hoewel het onbewust alsnog zeer deed, gaf ze er niet aan toe. ‘Dankjewel. . .’ Het was één klein woordje, maar het kon zoveel betekenen – het raakte haar dan eveneens hard op de borst.
          ‘Je bent gestoord, Chronos,’ viel ze uit, niet in staat om ergens anders mee te beginnen. Het gegeven dat ze dit uit bezorging vermeldde, maakte haar enkel meer in de war. Met opeengeklemde kaken vervolgde ze: ‘Waarom zou je zoiets überhaupt voor mij doen? God, nu ben je gewond door mij, je lijkt wel aangeschoten wild.’ Ratelde ze, waarbij ze pas nadat ze het uitgesproken had, doorkreeg wat voor een idioot ze was, omdat ze haar werkelijke gedachten al uitgesproken had. Haar blik gleed razendsnel over zijn gehavende lichaam heen, alsof ze de regels van een belangrijk boek las in plaats van naar een jongeman te staren. ‘Kijk nu eens!’ Een diepe zucht vervolgde toen ze tegelijkertijd op verschillende stukken van zijn gezicht en nek, waar het een weg naartoe had gemaakt, het bloed wegstreek. Dit deed ze met uiterst zachte, tedere handelingen. Hierna besloot ze haar hand de zijne op te zoeken, wat ze al in eerste instantie had willen doen. Deze greep ze daarna met een bepaalde zekerheid vast, terwijl ze haar gezicht afwendde omdat er een lichtrode kleur op te vinden was.
          ‘Behalve mijn ego is er niets gekrenkt,’ bracht ze als een grapje uit, dat probeerde ze althans. ‘Heel erg bedankt, Chronos, ik sta bij je in het krijt. Ik waardeer enorm wat je gedaan hebt, dat had je niet hoeven doen. . .’ Haar zin werd afgebroken door de vrouw die terugkwam, ze zag er niet meer zo streng uit – ondanks dat het duidelijk was dat ze nog niet klaar met hen was.
          ‘Guinevere, Chronos,’ ze wenkte het tweetal om met haar mee te lopen. In tegenstelling tot de man had zij hen bij de namen genoemd, de jongevrouwe was iemand die er al enkele jaren werkte en allerlei zaken regelden. ‘Laten we jou eerst maar naar de ziekenboeg brengen, je hebt wel een opknapbeurt nodig.’ Ze kon het niet laten, maar de vrouwelijke beauty grinnikte er onbedoeld om – het klonk plezierig uit haar mond. Guinevere hielp voorzichtig haar mannelijke vriend overeind, zo kon ze hem nu wel noemen, om hem daarna naar de desbetreffende plek te helpen.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Amora Delgado | Arts/bewaakster
    †††

    De reden waarom velen het hier haatten was naar haar eigen zeggen behoorlijk logisch. Hadden ze wel gekeken hoe het er hier uit zag? Een groot gebouw van wit en kunstmatig licht. Dan zou zijzelf op den duur ook wel depressief worden – was het niet voor het feit dat ze na haar werkdag naar haar kamer kon terugkeren. Een plek die zoveel verschilde met deze omgeving dat het bijna eng was.
          Het zou niet de eerste keer zijn dat ze iemand tegen kwam die er helemaal doorheen zat. Ze leefde behoorlijk met de mensen mee hier. Het was onmogelijk. Als Amora hier zelf zou moeten zitten.. wie weet wat ze dan zou moeten doen.
    Ze wou er niet aan denken. Totaal niet.
          Daniella had op het eerste oog nogal een vreemde uitdrukking teweeg gebracht. De meeste keren dat ze het meisje zag leek deze intens gelukkig – of zo oogde ze in elk geval. Hoe de beauties zich vanbinnen voelden was een raadsel. Hoewel Amora naast haar taak als arts ook af en toe psycholoog speelde, was het nog altijd lastig om ze te doorgronden. Ze had er het raden naar.
          Doordat het meisje schrok, schrok zijzelf ook. Een reactie op een reactie die eigenlijk onnodig was. Gelukkig had ze haar geen hartaanval bezorgd.
    "Ik verveel me zo!" begon Daniella zonder meer. Ze maakte een gebaar met haar armen voor ze vervolgde "Er is niks te doen en niemand heeft zin om te praten."
    Zacht beet Amora op haar onderlip. Weer zo’n onderwerp waar je wel depressief van kon worden. Er werd immers niet veel moeite gedaan om de ‘gevangenen’ hier bezig te houden.
    ‘Dat is heel vervelend, kan ik iets voor je doen?’ probeerde ze met een glimlachje. Mensen helpen, daar was ze hier voor. Dus waarom zou ze – ze ook niet op een andere manier kunnen helpen?
    Amora boog iets naar voren toen Daniella afgedwaald leek te zijn. Voor een moment volgde ze haar blik naar het einde van de gang – waar niets te zien was.
          De uitdrukking op haar gezicht veranderde plots uit het niets. Van triest naar overenthousiast. "Mag ik een kitten? Dat zou perfect zijn! Lijkt het je niet geweldig? Een kleine, grijze haarbal die hier rondloopt, dan hoef ik me niet meer te vervelen!"
          Amora was lichtelijk van de kaart. Ze had van alles verwacht maar dit stond niet bepaald op het lijstje. Wat moest ze met een kitten?! Dat was absoluut niet handig in een instelling als deze. Gezien het feit dat het dier ook verzorging nodig had, en eten, en een plaats om te slapen! Het zou heus niet zomaar alleen de aanschaf van de kitten zijn.
          Ietwat aarzelend keek ze naar het meisje, welke helemaal enthousiast was over haar idee. Blijkbaar was dat precies wat ze zocht. Maar kon Amora haar dat wel geven?
    "Jij kan toch van alles bestellen via die computer van je? Ah alsjeblieft, zou je dit voor me kunnen regelen?" smeekte Daniella haar. Ze keek naar de handen die de hare vast hielden.
          Amora opende haar mond – klaar om het meisje teleur te stellen, maar Daniella was nog niet klaar met smeken naar het schijnt.
    "Alsjeblieft?"
          Ok. Amora, kalm blijven, sprak ze zichzelf toe. Ze moest een professionele kijk hebben op de zaak. Waarschijnlijk zouden de bewakers haar het dier zonder meer afnemen als ze er achter kwamen dat ze een kat had. Dus dat was niet reëel.
    ‘Daniella…’ zei ze zachtjes voor ze slikte. ‘Ik denk.. ik weet.. het kan.. ‘
    Zuchtend schudde ze haar hoofd. Dit kon ze niet goed.
    ‘Ik weet niet of ik dit kan regelen. Is er niet iets anders wat je graag zou willen?’


    The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.