• What if everything you thought you knew about the earth, is wrong?


    Genre: Sci-fi, fantasy
    Woorden per post: Minimaal 300
    Taal: ABN
    Leeftijd: 16+ toegestaan
    Reserveringen : maximaal 48 uur, daarna komen ze te vervallen
    Regels:
    • Huisregels
    • De RPG-regels

    [left]2402 – het is precies 350 jaar geleden dat de aarde totale vernieling onderging.
    Professors waren bezig met het ontwikkelen van een nucleaire formule, een formule die de verspreiding van een giftig virus tegen zou moeten gaan. De aarde werd er door geteisterd en dreigde zijn groene velden te verliezen door dit virus.
    De elementen die in deze formule met elkaar werden gekruist werden eerst grondig onderzocht voor ze bij elkaar gevoegd mochten worden. De geleerden waren echter wat voorbarig en namen de hulp van anderen niet aan. Iemand die denkt dat hij alles in zijn eentje kan doen kan nog eens een keer lelijk op zijn neus kijken.
    Alleen was het in dit geval niet voordelig.

    Destijds waren er projecten onder de grond. In een relatief kleine gangenstelsel werd getest of het voor de mens mogelijk was om te overleven zonder de voorzieningen van boven de grond. Het waren slechts tests. Maar opeens werden ze noodgedwongen te blijven. De mensen hadden geen idee wat zich afspeelde aan het oppervlak, ze kregen er slechts het geringe van mee. Voor ze de kans hadden om te ontsnappen stortte de uitgangen van de tunnels in. Het was onmogelijk om te ontsnappen.
    Alles wat de mens ooit had gekend was niet meer.
    Elke voet die op dat moment nog op de aarde stond werd weggevaagd in de chaos.

    Een bestaan werd opgebouwd onder de grond. Maar de drang om terug te keren naar wat ooit van hen was, is nooit weg gegaan.
    Nu, na al die vele jaren, is het hen gelukt om de verloren uitgangen te herontdekken. Ze hebben ze opnieuw geopend, maar ze hebben geen idee wat ze zullen aantreffen op aarde. Het is te gevaarlijk om met zijn allen naar het oppervlak te stormen, daarom wordt een groep van 8 mensen samengesteld om het te onderzoeken. Deze 8 zijn uitgekozen door middel van verschillende proeven die hun kwaliteiten hebben getest. Elke uitverkorene heeft een andere kwaliteit. Zij hebben de hoogste kans van overleven.
    Het is aan hun om uit te vinden of na de ramp de aarde weer begaanbaar is. Het risico wat er aan vast kleeft is dat de tunnel die ze net weer hebben geopend, opnieuw zal kunnen instorten.

    Maar wat als de aarde niets is van wat ze hebben geleerd? Wat als hetgeen wat ze tegenkomen te schrikbarend is? Is het veilig? Is het mogelijk om er weer een ‘thuis’ van te maken? Zijn ze in de val gelopen?

    Ze worden geacht in teams op zoek te gaan naar overlevingsmiddelen. Hun eigen bestaan op te bouwen tussen de gemuteerde dieren en vreemde planten. Zij zijn de nieuwe bevolking van de aarde. Maar zullen zij het overleven?

    Voor uitleg en dergelijke zie : Rollentopic

    Rollen
    Onderzoekers [4/8]
    ¤Avery Noah Harper - Nephele[1,3] Medische kennis - Heler
    ¤Dylan Parker - Bastille [1,10]
    ¤Nathaniel Everest - Florentina [1,10] Technisch - praktisch
    ¤Thomas Jefferson - Cashby[1,5] Uitmuntend geheugen

    Overlevenden [4/8]
    ¤Zayden Jax Lincoln - Nephele[1,7]
    ¤Celvar Eresse - Ewijn[1,5]
    ¤Sam Whinter - Lazulis[1,7]
    ¤Ameya Duchessa.- Remarkable [1,7]


    Er zijn mogelijke kansen op een oorlog - tussen de overlevenden en onderzoekers - want het kan zijn dat de beide partijen de aarde niet willen delen. Het is aan jullie of ze uiteindelijk wel of niet met elkaar overweg gaan
    Daarbij : denk goed na voordat je zegt dat je personage geïnfecteerd is, want er zijn nog geen medicijnen voor een dergelijke infectie, hij gaat dan dood, hoe dan ook.

    Begin :
    Uitverkorene :
    De groep met speciaal uitgekozen mensen is net aangekomen in hun kamp. Het is van belang dat ze de tenten opzetten en op zoek gaan naar vers drinkwater. Dit is van belang omdat het behoorlijk warm is bovengronds. Niet het koele wat ze zijn gewend. Ondertussen zullen ze moeten uitvechten wie welke rol krijgt in de groep.

    Overlevenden :
    Voor deze groep is het een dag als geen ander. Ze staan op en gaan op zoek naar wat te eten. Sommige passen wat aan – aan hun hut of gaan onderling vechten (wat niet alleens speels wordt bedoeld zo nu en dan). Als een iemand de mensen ontdekt zal dit vanzelf tot een opschudding zorgen binnen de groep


    Topics
    Rollentopic 01
    Praattopic 01

    † Nephele

    [ bericht aangepast door Mahoganaea op 22 mei 2014 - 10:37 ]


    The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.

    Nathaniel (Nate) Everest – Uitverkorene

    Nate had zich gepositioneerd in het midden van de groep. Het was hem niet ontgaan dat meerdere mensen de tactiek hadden om de kat uit de boom te kijken. Zij waren diegenen die wat onwennig om zich heen kijken, voornamelijk ook de mensen die achterin de groep liepen en het fijner leken te vinden om niet meteen met iedereen in contact te komen. Dit was echter niet zijn tactiek. Waarom zou hij eerst iedereen van een afstandje gaan zitten observeren? Vroeg of laat zouden ze toch met elkaar moeten gaan samenwerken. Hij hoefde ook niet iedereen gelijk te kennen, want daar zou nog genoeg tijd voor zijn. Daarom liep hij in het midden, had even een kort babbeltje gehad met een meisje waar hij de naam nu al niet meer van wist. Maar ja, dat was ook niet zo zijn ding. Namen onthouden. Daar hadden ze hopelijk ook nog wel genoeg tijd voor.

    Het zat niet in zijn genen om alleen door het leven te gaan. In dat opzicht was hij wel sociaal. Als hij goedgehumeurd was, kon hij zo met iedereen praten die maar met hem wilde praten. Ook al waren het vreemden. Het moge hierbij helder zijn dat hij niet gelijk hele levensverhalen uit zijn mouw schudde. Kennismaken kon wat hem betreft kort maar krachtig. De omgeving om hem heen fascineerde hem nu al. Hij had geen idee wat hen te wachten stond, maar had zo het vermoeden dat hij wel eens dingen kon tegenkomen die hij nog nooit eerder had gezien. Zijn rugzak was niet te zwaar, maar was ook zeker niet een van de lichtste exemplaren. Troepjes, onzin en rommel zaten hier niet in. Alleen de noodzakelijke dingen kregen een plek in zijn tas. Oké, hij had ook wel een aantal interessante dingen meegenomen waarvan hij niet precies zeker was of hij ze nou echt nodig zou hebben. Maar ze zouden ongetwijfeld ook wel momenten alleen hebben. En hij wilde zich niet vervelen, want dat paste ook niet bij hem.

    In zijn rugzak zat onder andere een thermosfles, kompas en voornamelijk technische spulletjes. Hij had het niet kunnen laten om wat drank mee te nemen. Dit achtte hij ook een soort van noodzakelijk, want je zou er ook wonden mee kunnen ontsmetten. Niet dat hij dat van plan was. Een paklijst hadden ze van te voren niet gekregen, dus had hij geen idee wat de anderen zouden hebben meegenomen.

    Nathaniel was gekleed in kleding waar je hem dagelijks in zou kunnen spotten, een zwarte simpele broek en een donkerblauwe hoodie. Hij had comfortabele zwarte loopschoenen aan. De groep was tot stilstand gekomen en het zag er naar uit dat ze hun kamp gingen opzetten. Nate wilde dit graag snel en vlot doen, maar hij kende niet iedereen nog goed genoeg om te weten of ze hulp wilden of niet. Hij besloot daarom om eerst zelf een tent op te zetten. Hoewel hij al jaren geen tent meer had gezien, laat staan aangeraakt, kon hij op gevoel de tent in elkaar zetten. Het was namelijk zo dat de kennis van jaren geleden, ook al was hij nog maar een jonge welp geweest, hem hierbij van pas kwam. Hij had het idee dat hij de eerste was die zijn tent had opgezet. In zijn ooghoeken zag hij een figuur. Zelfs al was het een vage verschijning, hij kon zo zien dat het opzetten van de tent hem of haar niet goed verging. Even aarzelde hij. Wel of niet helpen?

    Hij besloot om er toch heen te gaan. Het figuur bleek een vrouw te zijn, die niet eens opkeek toen hij enkel twee meter achter haar stond. Natuurlijk was het amusant om haar te zien worstelen met tentstokken. Maar die blik in haar ogen deed het hem gewoon. Oké, hij kon dit niet al te lang aanzien. “Ik geloof niet dat je de tentstokken van de zijkant van je tent moet gebruiken voor de deuropening” merkte hij droogjes op. Wellicht zou ze schrikken van zijn aanwezigheid, dus zette hij een klein stapje naar achteren. “Heb je hulp nodig?” vroeg hij aan haar. Al was het meer uit beleefdheid, wat ieder die naar de pathetische tent zou kijken zou weten dat deze jonge vrouw het niet helemaal volgens het instructieboekje deed.


    Aan niets denken is ook denken.

    Isaiah Joel Stark — uitverkorene
    Na een paar minuten van pure marteling hoorde Isaiah voetstappen en ze kwamen zijn kant op. Hij keek wat geschrokken op maar kneep direct zijn ogen weer stijf dicht. Het licht was te fel voor zijn ogen, vooral als hij zijn ogen plotseling open deed. Langzamerhand opende hij zijn ogen zodat hij geleidelijk aan het licht kon wennen en zodra hij alles weer normaal kon zien, zag hij dat er een meisje aan kwam lopen. Ze had lang, bruin haar en blauwe ogen. Hij had haar al eerder gezien en kon niet anders dan bedenken dat ze mooi was.
    'Zou jij mij toevallig kunnen helpen met mijn tent?' de woorden kwamen luid zijn oren binnen, maar niet luid genoeg om pijn te doen. Hij vroeg zich af waarom ze zacht had gepraat — wist ze van zijn goede gehoor?
    'Natuurlijk,' hijzelf praatte net iets te hard en greep geschrokken naar zijn oren. Zodra de pijnlijke steken in zijn oren verdwenen, ging hij op fluistertoon verder, 'Waar wil je- je tent hebben staan?'
    De hoofdpijn die hij een uur eerder had gevoeld was weer helemaal terug gekomen. Hij ging er van uit dat het kwam doordat hij niet gewend was aan het felle licht en de geluiden. Hij bedacht zich opgelucht dat zodra hij gewend zou zijn aan het bovengronds zijn, hij vast wel weer normaal zou kunnen functioneren. Het was niet zijn bedoeling om over te komen als iemand die liever alleen was, in tegendeel, hij wilde graag een hoge positie in de groep. Hij wilde iemand worden naar wie de anderen toe zouden komen voor vragen, of iemand die de antwoorden op vragen had die niemand anders had kunnen bedenken.
    Het was niet alleen zijn lichte vorm van claustrofobie die hem enthousiast had gemaakt voor het project. Hij wilde ook graag laten zien wat hij in huis had, laten zien wat hij allemaal kon met zijn zintuigen.
    'Hoe heet je eigenlijk?' zei hij zacht, hoewel hij niet meer fluisterde. Isaiah was geïnteresseerd in mensen en baalde er dan ook erg van dat hij zich vaak niet in het midden van een groep kon bevinden. Sommige mensen zouden een moord plegen voor wat Isaiah kon, maar Isaiah wilde dat hij het af en toe ook uit zou kunnen zetten.

    Nevaeh Riley Alden ll Overlevende

    Het gebons op een houten deur ontwaakte Nevaeh uit haar lichte slaap. Diep slapen deed Nevaeh nooit, ze werd tot haar eigen irritatie al wakker van het simpelste geluidje ‘’Wat nu weer,’’ mompelde ze vrijwel onverstaanbaar terwijl ze overeind krabbelde in haar matras. Nog met haar helderblauwe ogen in spleetjes geknepen rekte ze zichzelf uit met wat als gevolg het geluid van knakkende botten gaf. Donkerblonde plukken haar hingen slordig voor haar gezicht en onder haar ogen bevonden zich dikke wallen. Haar voorkomen was in de ochtend net als haar humeur voornamelijk op zijn slechtst.
    Zonnestralen die door het kleine raampje boven haar bed straalden, verlichtten het kleine, rommelige kamertje waar Nevaeh zich in bevond. Het kamertje bestond uit een matras, kookstelletje, een tafel en wat planken met overbodige troep. Meer kamers had het niet, Nevaeh had aan één kamer genoeg, soms nog wel teveel. Hoewel ze absoluut niet tegen wanorde kon, was ze er nochtans in geslaagd er een smeerboel van te maken. Het enigste wat Nevaeh vermakelijk vond aan haar hutje vond, was de geur van vlees vermengd met de geur van oude boeken, de twee dingen vaan Nevaeh het meest van hield. Het geluid van het bonzen op haar deur vulde de stilte in haar kamer, de stilte waar Nevaeh altijd het meeste van genoot. ‘’Oké dan,’’ mompelde ze, toen de persoon aan de andere kant van de deur nog eens klopte. Ze sleepte zichzelf mee naar de deur om deze vervolgens open te doen. Aan de andere kant van de drempel stond een jonge vrouw van haar leeftijd samen met haar kwispelende, mismaakte huisdier. ‘’Goedemorgen Isya,’’ sprak ze tegen haar en gaf haar als het ware een kopje, een ritueel dat ze al jaren uitvoerden als de mutaties van katachtige. Vervolgens richtte Nevaeh zich op Isya’s huisdier, een afstotelijke, gevleugelde wolf. Wat Nevaeh precies tegen het arme beest had, wist ze zelf ook niet, het had waarschijnlijk te maken met het feit dat haar mutatie afstamde van een katachtige. ‘’En goedemorgen Ylva,’’ sprak ik tegen het beest, en ik gaf hem een aai over zijn bol. ‘’Laten we gaan,’’ stelde Nevaeh voor, en samen liepen ze richting het bos.
    Onderweg liet Nevaeh vooral haar vriendin aan het woord en staarde ze zelf wat voor haar uit in de hoop haar chagrijnige humeur te doen verdwijnen. Ze was sowieso al niet zo’n spreker, haar gedachten waren voor haar al genoeg. Deze draaiden dan wel onophoudelijk op volle toeren waardoor ze ook geen goede luisteraar bleek. De verhalen van Isya kwamen er als het ware aan de ene kant erin, en gingen er zogezegd aan het andere oor weer eruit.
    Het bos kwam tot haar grote geluk steeds naderbij, en het leek alsof Nevaehs ochtendhumeur als sneeuw voor de zon verdween. Na een tijdje lopen door het bos kwamen de twee vrouwen bij een meertje aan, en onmiddellijk liepen Ylva en Isya erheen om wat te gaan drinken. Zelf hield Nevaeh zich op de achtergrond en keek wat om haar heen in de hoop een prooi te vinden. Het geluid van fluitende vogels klonk als muziek in haar oren en de geur die het bos bevatte was bijna net zo lekker als die van haar thuis. In het bos voelde Nevaeh zich thuis, dat was overduidelijk.
    Toen Nevaeh het geritsel van bladeren hoorde, draaide ze haar lichaam langzaam om en kneep ze haar ogen tot spleetjes. Door haar donkere wimpers heen zag ze in de verte een jong hert, dat nietsvermoedend aan het grazen was. Met haar rug naar haar vriendin toe, wenkte ze haar. ‘’Isya,’’ bracht ze uit op een fluistertoon. ‘’Kom eens kijken.’’


    Hope, it is the only thing stronger than fear

    Warren Sebastian Lionheart - Overlevende

    Onbewust zwiepte Warren zijn staart om enkele vliegjes die zijn boomhut waren binnen komen vliegen uit zijn gezicht te houden. Uiteindelijk waren het ook deze kleine irritante dieren die hem uit zijn slaap wekten. Hij rekte zich uit en geeuwde zijn scherpe hoektanden bloot terwijl hij uit zijn hangmat gemaakt uit een lap stof die hij ooit is had gevonden stapte en naar buiten keek. Vanaf zijn boomhut was er een wonderlijk uitzicht over het omliggende woud en hij nam elke ochtend een paar minuten tijd om er van te genieten voor hij verder moest met zijn dagelijkse taak, overleven.
    Hij had nog een paar vruchten en noten over van zijn voedselzoektocht van gisteren en at deze op als ontbijt en dronk wat water uit een veldfles die hij ooit in de ruïnes van wat eens een wereldstad had moeten zijn had gevonden. Het was al weer even geleden dat hij het woud achter zich had gelaten om op zoek te gaan in de vroegere steden, maar zo'n reis hield altijd enorm veel risico's in en zijn dierlijk instinct vertelde hem dat hij best nog even tussen de bescherming van het dichte bladerdek in het woud kon blijven.
    Ongeveer een half uur nadat hij was opgestaan besloot hij dat het nu echt wel tijd was om zich productief bezig te gaan houden. Hij klom uit de hut en sprong naar een lager gelegen tak. In de omgeving rond zijn hut was er eigenlijk geen eten meer te vinden, hij zou dus elders op zoek moeten en aangezien hij gisteren het westen had uitgekamd was nu het noorden aan de beurt. Warren vermeed de grond zoveel mogelijk omdat hij veiliger was voor roofdieren in de hoogte, waar hij de bovenhand had. Hij liet zich leiden door zijn neus in de hoop snel iets eetbaars te vinden.

    {mijn achtergrond is opeens veranderd in heel veel justin beaber gezichten D: is dat normaal? hebben jullie dat ook?}


    welkome to my garden of fantasy

    annickemiek schreef:
    {mijn achtergrond is opeens veranderd in heel veel justin beaber gezichten D: is dat normaal? hebben jullie dat ook?}


    ( hiervoor is er een praattopic hè. Maar om je vraag te beantwoorden: Het roer gaat om, klik)

    Thomas Jefferson|| Uitverkorene

    Met zijn blauwe kijkers op de grond gericht sjokte de man maar wat met de groep mee. Het was niet zijn bedoeling om specifiek in het midden te lopen of aan de uiteindes van de groep. Hij moest gewoon mee dus zolang hij maar een beetje in de buurt bleef was het al goed. Thomas had heel de weg geen woord gezegd of zelfs maar iemand aangekeken. Daarvoor had Paige gezicht nog veel te vers op zijn netvlies gestaan. De tranen die over haar wangen gelopen hadden en de smekende woorden die ze gepreveld had, kon hij maar niet vergeten. Nee, hij had er zelf niet voor gekozen om mee te gaan, was praktisch gedwongen omdat hij toevallig een best goed geheugen had. Diegene die de mensen geselecteerd had om naar boven te gaan, had dat blijkbaar een nuttige eigenschap gevonden. Hijzelf kon er het nuttige niet echt in zien, wilde sommige dingen uit zijn verleden het liefst gewoon vergeten en helemaal opnieuw beginnen zonder dat hij bang hoefde te zijn dat Paige net hetzelfde als hem zou overkomen. Daarbij moest ze logeren bij mensen die ze niet eens kende totdat hij terug was, nog iets dat hij had aangehaald in een poging om ervoor te zorgen dat hij niet weg moest. Zijn dochter was haar moeder nog niet zo lang geleden verloren en nu wilde ze haar ook nog eens in een wildvreemd gezin zetten zonder dat ze wist wanneer haar vader terug zou komen, hoezo barbaars? Spijtig genoeg hadden zijn pogingen helemaal geen nut gehad en had hij na een paar vernietigende blikken en een hele reeks aan scheldwoorden toch maar een paar spullen in een rugzak gepleurd. Niet veel, alleen de dingen waarvan hij dacht dat hij ze echt nodig zou hebben en een boek dat hij eigenlijk al helemaal uit zijn hoofd kende, maar waarvan het verhaal nooit verveelde. Zelfs hij had soms eens wat afleiding nodig, moest even kunnen ontsnappen aan de werkelijkheid. Ondanks dat zijn dochter wel wat voor afleiding zorgen, herinnerde alles dat hij tegenkwam hem aan zijn slechte keuze om zich in te laten met de mensen die van de straat hun territorium gemaakt hadden, net dezelfde mensen met wie zijn moeder in contact was gekomen. Het enige verschil tussen hem en haar was dat het voor hem nog wel iets of wat goed was afgelopen.
    Al die dingen schoten dus door zijn gedachten heen, de hele weg die ze naar het kamp af legden. Het zou hem niets verbazen moest hij er op dit moment wat verloren uitzien en als hij eerlijk moest zijn voelde hij zich ook zo. Normaal zou hij Paige nu moeten helpen met haar huiswerk of haar naar de dansles moeten brengen. In plaats van zo’n dingen te doen zat hij nu bovengronds op een plek waarvan ze niet wisten wat ze er zouden kunnen verwachten. Ok, het was best spannend en misschien konden ze bovengronds een beter leven opbouwen dan ondergronds, maar het bleef nog altijd gevaarlijk.

    Eenmaal op de plek aangekomen waar ze moesten zijn, liet Thomas de rugzak van zijn schouders afglijden om zich daarna even uit te strekken. Opzich had hij niet erg veel bij zich, alleen het materiaal waarmee hij zijn tent moest opzetten was redelijk zwaar. Het zetten van de tent zelf was in een paar minuten gebeurd terwijl hij het nog maar drie keer eerder had gedaan, blame zijn geheugen. Bij sommige anderen ging het blijkbaar ene heel stuk slechter af aan het geklungel te zien terwijl anderen net zo handig met de tentstokken omgingen als hij. Mooi, dan waren er toch nog een paar mensen die iets of wat handig waren. Zijn blauwe kijkers scanden de omgeving even af en zuchtend haalde hij zijn hand even door zijn haren heen. “Ik weet niet wat jullie gaan doen, maar ik ga even opzoek naar drinkbaar water voordat we straks allemaal uitdrogen,” melde hij na een paar seconden tegen niemand in het bijzonder. Wie mee wilde kon mee, anders ging hij wel in zijn eentje. Het was nu niet zo dat hij makkelijk zou kunnen verdwalen en hij kon zich wel verdedigen moest dat nodig zijn. Thomas bukte zich eerst nog om een appel uit zijn rugzak te halen voordat hij zich op zijn hakken omdraaide en begon te lopen. Misschien was het niet zo verstandig om alleen te gaan en konden mensen hem hierdoor wel eens gaan beoordelen. Oh well, dat was dan zijn probleem.

    [ bericht aangepast door Cashby op 16 april 2014 - 12:25 ]


    -Hi, I'm Andy, also freaking out- Andy Gallagher

    [Sam is gemuteerd met een piranha]

    Sam Whinter
    Sam zat op de bodem van het kleine meertje waar hij naartoe gezwommen was. Sam zocht naar kleine schelpjes die hij als avondmaal kon gebruiken. Een vis met drie ogen kwam op Sam af gezwommen en bleef hem recht in de ogen kijken.
    Zachtjes zwom hij langs hem, maar toen Sam een hand uitstak om hem te aaien, zwom het als een speer ervandoor. Sam stopte de kleine schelpjes in een van waterplanten gevlochten draagtas en zwom naar het oppervlak. Dit waren een van de dingen waar hij voor baalde.
    Hij kon niet langer dan een half uur onderwater.
    Sam zwom naar de kant, waar de rest van zijn verzamelde voedsel lag. Kleine visjes, torretjes, scheljes. Even voelde hij wat door zijn voeten glijden en dook onder, greep het beest met zijn handen, maar kon net ontsnappen. Sam schoot achter het beest aan, sprong kort uit het water om zo van bovenaf de vis te grijpen.
    Hij sparttelde tussen zijn handen en langzaam nam hij het mee naar de voorraad voedsel die hij aan het verzamelen was.

    Sam zat op de kant met zijn voeten in het water en scheurde stukken van de vis af en stak het in zijn mond. Vuur maken was hij allang verleerd. voorzichtig peutterde hij de graadjes uit zijn mond en gooide die terug het water in. Dit zou voor twee dagen genoeg moeten zijn, dacht hij en gooide het restje vis, in het water, waarbij het langzaam rood kleurde.
    Sam draaide zich om, om een handje schelpen te pakken als hij een gedaante ziet bewegen. Sam kijkt geschrokken die kant op en bewoog zich niet. Als hij denkt dat hij bewoog, schoot Sam het water in en verdween aan de rand het diepe in. Hij hoopte maar dat die gedaante niks gezien had.


    Vampire + Servant = Servamp

    Dylan Parker - uitverkorene
    Ze kon het best af zonder handleiding, dat was inderdaad wat ze had gedacht toen ze het zielige ding in handen had gehad. De plaatjes waren onduidelijk en ze kon er simpelweg vrij weinig mee, echter kwam ze tijdens haar handelingen erachter dat ze het ding toch wel heel eg begon te missen. "Ik geloof niet dat je de tentstokken van de zijkant van je tent moet gebruiken voor de deuropening." De stem leek uit het niets te komen en als reactie daarop bevroor haar handeling kort, voordat ze op keek naar van wie de stem gekomen was. "We matchen," merkte ze op dezelfde droge toon op toen ze zag dat ook hij een donkere broek met een donkerblauw shirt droeg. Ze herkende hem van eerder, met zijn donkerbruine haren en ogen in dezelfde kleur was het niet zijn uiterlijk dat aandacht had getrokken. Hoewel het hem niet onaantrekkelijk maken waren zijn wallen en niet al te brede postuur haar opgevallen. Het eerste wat haar te binnen geschoten was toen ze hem had gezien was dat ze hem eens een vet stuk vlees moest aanbieden of wat gezond voedsel om wat aan te sterken. "Nate toch?" vroeg ze kort en toen hij dit bevestigde stak ze de tentstok in haar handen naar hem uit. "Als jij die tent zo snel in elkaar weet krijgen als ik denk dat je kan, des te eerder kunnen we hier weg om de omgeving te verkennen," omzeilde ze subtiel zijn vraag, zonder onaardig te klinken. Ze wist dat ze hulp nodig had, dat ze een ramp was in die verschrikkelijke tent staande te krijgen en dat ze zonder zijn hulp waarschijnlijk buiten zou moeten slapen, maar toegeven? Dat was zeldzaam voor Dylan.
    Terwijl Nate bezig ging met de tent scande Dylan kort het kamp en kwam tot de ontdekking dat een aantal mensen al verdwenen waren. "Zijn ze echt zo dom of willen ze soms graag dood?" mompelde ze licht geïrriteerd tegen niemand in het bijzonder. Niet iedereen was vrijwillig meegekomen en ze hoopte vurig dat die mensen niet zo dwaas waren dat ze hun leven in gevaar zouden brengen. Door dit te doen konden ze ook de rest in gevaar brengen en Dylan zou er alles aan doen om dat te voorkomen. Haar missie was om hier met zijn allen levend uit te komen, om hier nuttige informatie te vinden waar diegene die achtergebleven waren echt wat mee konden. Daarnaast werd ze ook boos om het idee dat de mensen dachten dat ze zomaar alles wisten en hier veilig rond konden lopen. Nee, zij wist wel beter. Ze had alles over deze wereld eindeloos bestudeerd, uit boeken weliswaar, maar ze vermoedde dat de werkelijkheid niet veel zou afwijken. Toch had ze verscheidene schijfmaterialen mee om dingen te kunnen noteren zodra zij dit nodig achtte.
    Haar blik dwaalde weer af naar de jongeman en ze bestudeerde hem kort terwijl hij bezig was. "Waarom ben je mee?" vroeg ze uiteindelijk. Ze doelde zowel op het feit wat zijn specialisatie was als op wat zijn motivatie zou zijn geweest, het was aan hem hoe hij de vraag zou opvatten. Ondertussen nam Dylan de moeite om het zichzelf wat gemakkelijker te maken. Ze trok de grote backpack naar zich toe en viste er een kleiner formaat rugzak uit. Het laatste wat ze zou doen was elke dag met die grote kast op haar rug zeulen, daarom had ze een 'reisrugzak' meegenomen. Wanneer ze alleen de omgeving zou verkennen zou ze deze meenemen, er paste genoeg voor wat ze nodig zou hebben. Niks zitten doen vond ze tijdverspilling, en daarom maakte ze gebruik van de tijd door een paar dingen over te laden van de grote backpack naar de kleine rugzak. Een pocketversie van een boek over de planten die ze hier zouden moeten vinden, een notitieblok, een pen, een veldfles waar ze eerst nog een slok uit nam voordat ze deze wegstopte en een klein mes. Ze had haar hele leven nog geen wapen gebruikt en had besloten dat ze er gauw achter moest zien te komen wie dit wel had, zodat deze persoon haar het één en ander kon leren. Hulp nam ze niet gauw aan, maar dit was noodzakelijk. Een kwestie van leven en dood. Van alle boeken die ze in haar leven had bestudeerd zat vechtkunsten er namelijk niet bij.

    [ bericht aangepast door TessaGray op 3 april 2014 - 19:33 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Avery Noah Hunter – Uitverkorene
    †††††

    Het was nooit de bedoeling om mensen onbedoeld pijn te doen, hoewel het af en toe een verlossing kon zijn opdat er frustraties in je lichaam rond zwierven. Zuchtend wreef ze over haar hals zodra ze voor de jongen zijn neus stond. Ergens vond Avery zichzelf zwak dat ze hier een ander bij nodig had, maar het was overduidelijk dat ze het niet alleen af zou gaan kunnen. Niemand had haar ooit geleerd hoe je een slaapvertrek als deze op moest zetten – dat was al lastig genoeg.
    Onderzoekend keek ze naar zijn gezicht. Ze zag de manier waarop hij ietwat geïrriteerd uit zijn ogen keek – of was het gekweld? Zijn mondhoeken hingen lichtjes naar beneden, maar zijn hele houding kwam niet geheel onvriendelijk over. Voor haar idee was hij best een knappe verschijning, maar daarvoor waren ze hier niet. Alhoewel..
    Ze had nog niet echt contact gelegd met de anderen van de groep. Voelde ze zich daar te goed voor? Je zou het bijna zeggen. Ze verwachtte altijd dat mensen naar haar toe kwamen, dat was te danken aan het feit dat haar ouders haar op deze manier hadden opgevoed.
    ‘Natuurlijk,’ hoorde ze hem op een wat luidere toon zeggen. Nog geen seconde later greep hij naar zijn oren. Verbaasd trok Avery haar wenkbrauwen op. Ze kende niet ieders ‘speciale’ vaardigheid, maar die van hem was vast wat anders..
    ‘Gaat het wel?’ vroeg ze, nog zachter, voor ze met haar hand kort op zijn arm plaatste.
    'Waar wil je- je tent hebben staan?'
    Zacht beet ze op haar onderlip. ‘Op een handige plaats?’ ging ze op dezelfde toon verder. Kijk, dat ze niet altijd het liefste meisje op de planeet was, hield niet in dat ze hem een onplezierige tijd wou bezorgen. Iemand die haar aanbood te helpen kon zelf ook een fijne behandeling verwachten. Voort wat hoort wat.
    Ze wierp een blik in het rond. Waarschijnlijk waren de beste plekken voor een tent al opgeëist, maar er moest nog wel een fijne plaats voor haar ergens zijn.
    ‘Hoe heet je eigenlijk?’
    Avery sloeg haar blauwe ogen naar hem op en wist een glimlach te produceren. ‘ Avery.’ Knikte ze hem toe. ‘En jij bent… ‘ begon ze, nog voor hij zijn mond open kon trekken legde ze hem het zwijgen al op ‘niets zeggen! Ik wil het raden,’ grijnsde ze voor ze richting haar tent liep. ‘Charles? Clinton? Harry? Mmm je ziet er wel uit als een Bert,’ besloot ze.
    Bij de hopeloze hoop stokken aangekomen keek ze weer naar de jongeman. Hij was niet de enige die last had van het licht, soms was het ook overweldigend.
    ‘Hoe gaan we dit doen?’ verzuchtte ze. De wanhoop zat alweer hoog, ze was een ster in medicijnen en verzorging, niet met tenten en survival.


    The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.

    Nathaniel (Nate) Everest – Uitverkorene

    Op het moment dat hij zijn woorden had uitgesproken schrok de vrouw op en bevroor ze even in haar bewegingen. Dat de vrouw zou schrikken, zou voor hem niet als een verrassing moeten komen. Hij wist dat hij zich vrij geluidloos kon voortbewegen , maar dat ze zijn schaduw, die hard afstak tegen het groene gras, niet had opgemerkt, had hij niet verwacht. Waarschijnlijk was ze teveel met haar taak bezig geweest om zich ook maar iets van de omgeving om zich heen aan te trekken. Wat voor persoon ze was wist hij niet, maar nu hij iets dichter bij haar stond kon hij haar beter bekijken. Op het eerste gezicht leek ze, net zoals hem, iemand te zijn die niet hield van al te veel poespas.

    Hij had gehoopt dat ze door het reizen niet vermoeid of chagrijnig was geworden, dan zou zijn ‘bemoeienis’ in verkeerde aarde kunnen vallen. Af en toe maakte hij zich zorgen om dit soort kleine dingetjes. Hij wilde immers niemand tot last zijn en een eerste indruk was toch altijd de indruk die bij de meeste mensen bij bleef. "We matchen," had ze gezegd. Het klonk net zo droog als dat hij kon praten. Zijn ogen gleden gelijk even van haar kleding naar de zijne. Zijn mondhoeken krulden op en zo ontstond een bescheiden glimlach op zijn gezicht. Ze had gelijk. Dat was misschien ook wel iets dat hem onbewust aan haar was opgevallen. "Nate toch?" Hij knikte op deze woorden ter bevestiging. Dat ze zijn naam meteen al had onthouden, vond hij heel wat. Zelf was hij niet heel goed met namen en haar naam had hij niet gehoord. Misschien dat hij wel een aantal keer was geroepen maar dat hij het gewoonweg niet opgemerkt had. Zijn ogen knepen zich even tot spleetjes terwijl hij zijn hersenencellen pijnigde om de desbetreffende informatie te kunnen opsporen. Toch kwam hij er niet op, de informatie was wellicht helemaal niet aanwezig.

    “Vergeef me dat ik je naam niet heb onthouden” sprak hij tegen haar. “Hoe heet je?” vroeg hij haar. Een naam die hij bij haar vond passen, daar dacht hij over na. Hij vond haar absoluut geen Charlotte, Dalia of een andere erg vrouwelijke, lichtelijk truttige naam vond hij ook niet bij haar passen. Iets korts, dat vond hij op het eerste gezicht wel kunnen. Melanie ook niet. Anouk of Daniella wel.

    Zijn aandacht ging al snel naar het opzetten van de tent, toen ze hem de tentstok in handen had geduwd. . "Als jij die tent zo snel in elkaar weet krijgen als ik denk dat je kan, des te eerder kunnen we hier weg om de omgeving te verkennen," Oké, nu wist hij zeker dat zij ook meer van het praktische en kort en krachtige was. “Prima, dan kun jij wel de tentstokken aangeven” Het flapte eruit voordat hij zich kon bedenken dat dit wellicht wel ietwat neerbuigend over zou kunnen komen. “Ik bedoel natuurlijk, als je dat doet gaat het nog sneller” verbeterde hij zichzelf snel. Ach ja, ze zou toch wel begrijpen wat hij bedoelde. Hoopte hij. Ze had niet gezegd dat ze hulp nodig had bij het opzetten van de tent maar ze had hem ook niet afgewimpeld, wat betekende dat ze zijn hulp wel accepteerde. Dus ging hij ook maar meteen aan de slag voor haar. Misschien dat anderen dit niet zo snel zouden doen, meteen een tent opzetten voor een vrouw, omdat ze dat zagen als zwak, om gelijk ‘te worden gebruikt’. Maar zo zag hij dit echt niet. Hij was gewoon sociaal ingesteld en als er een paar anderen zouden zijn die hulp nodig zouden hebben, zou hij niet zijn hand omkeren.

    "Zijn ze echt zo dom of willen ze soms graag dood?" hoorde hij Dylan mompelen. Waar het precies over ging wist hij niet, want hij was bezig met de tent en even niet veel anders, maar hij had wel zo zijn vermoedens. "Waarom ben je mee?" vroeg ze hem, toen hij net was begonnen om het buitenste tentzeil netjes te krijgen. Hij dacht niet heel lang na over een antwoord, maar onbewust was hij toch altijd voorzichtig met praten, over zichzelf dan. “Dit leek mij de perfecte kans om iets nieuws te onderzoeken, iets waar anderen nog niet mee bezig zijn geweest.” vertelde hij haar. Dat was ook de waarheid, al was het maar een deel van een groter geheel. “Ik denk dat ik ben uitgezocht omdat ik vrij technisch en praktisch ben aangelegd” vulde hij aan. Zijn handen hadden in automatische piloot de laatste zaken van de tent al gedaan, zodat deze er netjes bijstond. Hij stond op van de grond, klopte even wat zand van zijn donkere broek zodat deze weer puur zwart te noemen was. Zette een paar stappen achteruit zodat hij nog even kon controleren of hij alle tentharingen diep genoeg erin had gedaan. Of het hier veel regende wist hij niet, maar een tent met hele losse tentharingen zou best weggespoeld kunnen worden door stortbuien.

    “Zo, hij is klaar voor gebruik” zei hij, nadat hij alle overgebleven onderdelen weer in de juiste zakjes had gedaan. Hij keek haar even aan. Hij was best nieuwsgierig waarom zij mee was, want dat was niet zomaar van haar gezicht af te lezen. “En waarom ben jij mee?” vroeg hij aan haar.


    Aan niets denken is ook denken.

    Dylan Parker II Uitverkorene
    Ze had het Nate niet verweten dat haar naam hem alweer ontgaan was. "Dylan Parker." Haar achternaam had ze er met opzet bijgezegd, gebruikmakend van de reputatie van haar broers, in de hoop dat de mensen haar daardoor sneller op zouden nemen in de groep. In ieder geval leek dit bij Nate niet nodig, hij was van nature al erg sociaal kreeg ze direct het idee. Dat hij haar hulp had aangeboden met de tent bevestigde dit voor haar alleen maar."Prima, dan kun jij wel de tentstokken aangeven. Ik bedoel natuurlijk, als je dat doet gaat het nog sneller." Ze had één mondhoek opgetrokken bij zijn worden, een kenmerkend lachje voor haar. Ze begreep wat hij bedoelde, maar reageerde er verder niet op, omdat ze dan toe zou geven dat ze handiger was met haar hoofd dan met haar handen. In plaats daarvan had ze hem, tussen het tentstokken aangeven en haar rugzak inpakken door, gevraagd waarom hij mee was. "Technisch aangelegd?" merkte ze op, "daar ga je hier in de natuur weinig aan hebben vrees ik." Tenzij hij wat kon met de meegebrachte apparatuur, bijvoorbeeld in contact komen met hen onder de grond. Al leek dit Dylan nog lastig, simpelweg vanwege de locatie van diegene die ze achter gelaten hadden.
    Toen Nate meedeelde dat de tent klaar was keek ze even op en glimlachte toen ze hem zag staan. Hij zag er in ieder geval uit alsof hij niet door de eerste de beste wind meegenomen zou worden en ze zou zeker droog liggen. "Mooi, je houdt iets van me te goed," zei ze en keek, nog altijd glimlachend, Nate aan. Ze legde direct haar grote backpack erin en besloot dat, dat wel veilig was zolang iemand het kamp zou bewaken. Zodra ze dit had gedaan deed ze de kleinere rugtas om en stak een mes weg in de rand van haar broek, klaar om te vertrekken, toen Nate haar dezelfde vraag stelde als dat zij hem had gesteld. Natuurlijk. "Ik vermoed dat ik mee ben om het gemiddelde iQ van de groep wat op te schroeven," zei ze met een knipoog, "nou, ga je mee?"

    Ze had diegene die nog in het kamp waren gezegd dat er het beste op zijn minst twee mensen achter moesten blijven, voor het geval er beren of wolven in de buurt waren. Dylan voelde er weinig voor haar spullen toe te vertrouwen aan mensen die ze nog niet goed kende, maar ze was ook niet van plan stil te zitten. Absoluut niet, niet nu ze éindelijk de kan kans kreeg om deze wonderbaarlijke wereld, waar ze zo veel over had gelezen, te verkennen. Echter had het haar slim geleken Nate mee te nemen, doordat zij zelf nog niet wist hoe goed ze in staat was ze zichzelf te verdedigen. Hoe graag ze het ook zou willen, het zou dwaas zijn er vanuit te gaan dat ze in staat was zichzelf tegen allerlei gevaren te weren en ze was dan ook blij dat Nate inderdaad mee was. Beter nog was de zachte grond onder haar voeten die licht meeveerde bij elke stap, nog zacht van een regenbui die eerder gevallen zou zijn. Even bleef Dylan staan en legde haar hand op een boomschors om het voorzichtig af te tasten met haar vingertoppen. Het was de eerste boom die ze in haar leven aanraakte en hoewel het er niet bijzonder uitzag, voelde ze hoe een vreemd gevoel zich diep van binnen nestelde. Hoop, leergierigheid, trots? De zachte bries die woei zorgde ervoor dat er een plukje haar gezicht in werd geblazen, waardoor ze met een ruk terug in de realiteit kwam. "Ik heb veel gelezen over deze wereld," zei ze en veegde de pluk haar opzij, "de wereld boven de grond. Ik heb er veel kennis mee en daarom ben ik mee, dus laten we hopen dat de werkelijkheid aansluit bij de theorie." Ze had zich een kwartslag gedraaid zodat ze Nate aan kon kijken en vervolgde niet gauw later weer haar pas. "Ik wil een paar dingen checken in de omgeving. Kijken wat voor klimaat er hier is, wat voor beesten we kunnen verwachten en natuurlijk," opnieuw bleef Dylan staan, deze keer bij een struik, "wat voor eten er allemaal te vinden is." Dylan hurkte neer bij de lage struik en viste een boekje uit haar tas. Het was een pocketversie, mocht iets hier niet in staan kon ze het mee naar haar tent nemen en opzoeken in de dikkere boeken die ze mee had. De bladeren van de struik waren leerachtig en glommen en de knalrode kleur van de bessen stak hier hard tegen af. "Precies zoals ik dacht." Tevreden sloeg ze het boekje dicht en stopte het terug in haar rugzak. "Hier," ze liet wat bessen in Nate's hand vallen, "proef maar." Zelf stopte ze ook een paar bessen in haar mond en genoot van de zoete smaak. "Deze plant heet Bergthee, omdat van de bladeren thee getrokken kan worden. De bessen zijn echter ook eetbaar en blijken zelfs geneselijke krachten te hebben." Dylan was echter niet van plan de plant nu al kaal te plukken, ze konden later altijd nog terugkomen voor de plant en dat was dan ook wat ze hem vertelde.

    Onbewust nam Dylan de leiding. Ze wilde haar tijd graag nuttig besteedde en probeerde zoveel mogelijk van de omgeving in zich op te nemen. Praten deed ze niet veel, slechts wanneer hij haar wat vroeg of wanneer ze iets vond en het gevoel had dat ze de informatie met hem moest delen. Het was beter als zij niet de enige was met alle informatie, vooral wanneer de groep ooit zonder haar verder zou moeten. Het waren dingen waar ze liever niet aan dacht, maar waar ze zich op deze manier wel al op voorbereidde. Op een gegeven moment had ze een notitieblokje en een pen uit haar rugzak gehaald en hier schreef ze zo nu en dan wat op, waarna ze de twee in de grote zakken van haar broek zou stoppen. Na een poosje lopen zat ze op haar knieën voor een struik met donker gekleurde bessen die ze niet direct in haar boekje had kunnen vinden.Geconcentreerd zat ze een blad van de struik zo natuurgetrouw mogelijk na te tekenen in haar notitieblokje, zodat ze later op zou kunnen zoeken wat voor plant het was en of deze van pas zou kunnen komen. Het tekenen ging haar beter af dan de tent opzetten, het ging uitstekend zelfs. Het was één van de weinige dingen waarbij haar handen precies deden wat ze wilden. Haar tekeningen waren niet mooi en op geen enkele manier probeerde ze een emotie of verhaal er in vast te leggen. Het tegenovergestelde was juist waar, haar tekeningen waren erg technisch. Ze legde dingen vast zoals ze waren en- Met een ruk schoot haar hoofd in de richting van het geluid dat ze had gehoord, direct alert, maar haar hartslag werd weer rustiger toen ze Nate zag staan die waarschijnlijk op een takje had gestaan. "Sorry, dit moet vast saai zijn voor je," merkte ze op en tuitte kort haar lippen terwijl ze nadacht. "Anders kijk je in de omgeving of er dieren zijn, misschien kun je zelfs wel wat vangen. Je hebt een mes mee toch?" Terwijl de woorden haar mond verlieten bedacht ze zich dat ze hem eigenlijk geen tijd had gegund zijn spullen te pakken en gooide daarom haar eigen mes zachtjes bij zijn voeten neer. "Ga niet te ver weg en geef maar een gil als je iets interessants vindt." Nog voordat ze zijn antwoord hoorde had de tekening waar ze mee bezig was alweer haar volledige aandacht en op dat moment was dat alles wat er voor haar bestond.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Celvar Vreth Eresse - Overlevende

    Het was al vrij vroeg in de ochtend geweest, toen ik al op het kleine platform voor mijn boomhut zat. Ik kon niet echt zeggen wat het was geweest wat me gewekt had, maar ik was dus al vroeg wakker geweest, vroeger dan voor mij gebruikelijk. Echter had ik me nog niet erg wakker gevoeld. Ik was wel wakker en kon niet meer slapen, maar veel energie had ik nog niet. Dus was ik maar voor mijn boomhut gaan zitten en wat in de nevelen staren. Ik was weer een beetje ingedommeld en had daar voor een lange tijd gewoon gezeten, in het niets starend of mijn ogen dicht.
    Pas toen meer mensen begonnen te ontwaken, voelde ik bij mij hetzelfde. Langzamerhand begon ik wat wakkerder te worden en uitgebreid rekte ik me uit. Echter was ik nog niet wakker genoeg om rekening te houden met de stekel op mijn linkerelleboog, waardoor ik per ongeluk een sneetje in mijn zij maakte. Het prikte wat irritant, maar er was verder niets aan de hand. Ondanks dat ik al zowat mijn hele leven met die mutatie rondliep, bleef ik mijn momenten hebben dat ik het vergat en mezelf er dus mee open haalde.
    Meerdere mensen waren al het bos in gegaan, waarschijnlijk op weg naar het meertje hier in de beurt. Nahja, echt mensen kon ik hen niet noemen, want geheel menselijk waren we niet meer. Maar een echt mens, nee, die had ik nog nooit gezien, de wezens die ooit mensen waren overheersten deze wereld. Ik wist niet waar echte mensen waren of dat ze er zelfs nog wel waren. Maar ik dacht niet daar ooit achter te komen. Of er moest iets wonderlijks gebeuren, maar al het wonderlijks dat ik had meegemaakt waren verschrikkelijke wonderen, bijvoorbeeld de reusachtige plant waardoor mijn vader lang geleden opgepeuzeld was. Deze wereld zat vol met zulk soort dingen, het was strijden voor overleving.
    Uiteindelijk besloot ik om toch ook maar naar het meertje te gaan. Mijn keel was droog en ik had behoefte aan wat vochtigheid. Ik deed niet aan een voorraad drinken in mijn hut houden. Spullen om water in te bewaren waren zeer zeldzaam en niet in mijn bezit. Echter vond ik het ook niet erg om een stukje te moeten lopen voor mijn water. Het bleef je in beweging en bezig houden.
    Rustig kwam ik overeind en via de touwladder daalde ik de laatste paar meters naar de grond af. Mijn hut bevond zich niet erg hoog in de bomen, juist omdat ik niet zo van grote hoogtes hield. Het liefst bleef ik met mijn beide benen gewoon op de grond, maar een boomhut was veiliger. Een boomhut op een paar meter hoogte was precies goed voor mij.
    Tijdens de wandeling bracht de beweging mij helderheid. Waar ik eerst mijn mijn suffe kop gewoon wat gezeten had, was ik nu weer helder en alert. Ondanks dat je vlak bij een nederzetting was, kon je maar nooit weten wat zich in het bos verschool. Echter bleef het gewoon rustig en zonder ook maar iets verdachts gehoord te hebben, kwam ik bij het meer aan. Daar zag ik Zayden in het water en ik liep naar de waterkant om daar neer te hurken.
    'Gegroet, Zayden,' zei ik, terwijl ik erheen liep. Daarna stak ik mijn hand in het water om er wat van op te scheppen, zodat ik uit mijn handpalm kon drinken. Het verfrissende water kleed door mijn keel heen en ik sloot even mijn ogen om ervan te genieten. Ondanks dat ik hier bijna elke dag water kwam drinken, bleef ik ervan genieten. Gewoon dat ochtendritueel dat ik elke keer weer herhaalde, iets wat me even rust gaf. Dit moment in de ochtend was vaak één van de weinige momenten van innerlijke rust die ik op de dag had.

    [ bericht aangepast door Helvar op 14 april 2014 - 20:41 ]


    "You're better than waffles, Matthias Helvar."

    Thomas Jefferson - Uitverkorene

    Ja, hij was eigenlijk veel liever ondergronds gebleven, maar dat wilde niet zeggen dat hij heel de boel ging verzieken om zo snel mogelijk terug te kunnen. De kans bestond dat ze bovengronds terug een heel leven zouden kunnen opbouwen, dat ze zouden kunnen genieten van de zon waar hij al zoveel over had gehoord. Het zou hen allemaal goed doen om niet meer ondergronds te moeten leven. Ze hadden misschien wel een manier gevonden om aan landbouw te doen, maar de oogsten mislukten meer dan echt goed was en mensen leken veel sneller ziek te worden. Misschien moest hij zich dan toch maar gevleid voelen dat hij samen met zeven anderen mocht bepalen of de bovenwereld bewoonbaar was of niet. Het was een buitenkans, een kans die waarschijnlijk niemand anders meer kreeg. Hij zou Paige een betere toekomst kunnen geven, dus werd het misschien hoog tijd dat hij zich herpakte. Helemaal alleen zou hij het toch nooit redden, dus kon hij beter iets socialer doen in omgang. Het was dus de bedoeling dat hij water zou halen, om dan direct terug te keren naar het kamp en misschien een gesprek met iemand aan te knopen. Voordat hij echter een beetje water had kunnen verzamelen, werd hij tegen gehouden door het geluid van iets reusachtigs dat in het water sprong. Thomas slikte voordat hij een paar stappen achteruit zette. Misschien was het beter om later met iemand anders terug te komen. Stel je voor wat voor dieren zich in de bossen verborgen hielden. Als hij eerlijk moest zijn wilde hij het niet eens weten, op dit moment toch niet. Het zou zijn dood kunnen betekenen als hij een van die dieren ongewild kwaad zou maken.
    De man draaide zich op zijn hakken om en begon aan de terugweg naar het kamp terwijl zijn blauwe ogen naar alle kanten schoten. Sinds hij dat ene geluid gehoord had, leek het alsof hij constant iets hoorde en dat zorgde ervoor dat hij amper meer op de weg voor hem lette. Een geschrokken kreetje verliet zijn lippen dan ook toen hij tegen iemand aan liep en een stap achteruit zette. Natuurlijk moest er juist een redelijke grote tak achter hem liggen, eentje die ervoor zorgde dat hij met heel zijn hebben en houden op de grond smakte. Met een grimas op zijn gezicht wreef Thomas over zijn rechter pols. Hij had heel zijn gewicht erop laten vallen, dus het zou hem eerlijk gezegd niets verbazen dat deze lichtjes gekneusd zou zijn. “Je liet me schrikken.” De angst verdween langzaam uit zijn ogen toen hij zijn blauwe kijkers opsloeg en de man voor hem herkende als een van de mensen die mee naar boven gestuurd waren. Met wat moeite krabbelde hij overeind –iets dat niet geweldig goed ging als je maar een hand kon gebruiken- en klopte de viezigheid van zijn kleren af. “Ben je naar iets opzoek?”

    [ bericht aangepast door Cashby op 22 april 2014 - 20:14 ]


    -Hi, I'm Andy, also freaking out- Andy Gallagher

    Nathaniel (Nate) Everest – Uitverkorene

    Nate had even om zich heen gekeken om er zo zeker van te zijn dat de meeste tenten al stonden. Hij zou het maar sneu vinden als de helft van hun kamp nog niet was opgezet voor het donker zou worden. Of dat er een aantal mensen waren die geen zin hadden om een tent op te zetten en dat daarom dan ook niet deden. Maar gelukkig stonden de meeste tenten al overeind. Daar was zijn hulp dus niet meer bij nodig.

    Ja, hij maakte zich graag nuttig, al waren ze er nog maar even. Hoe eerder ze elkaar leerden kennen, hoe beter waarschijnlijk. Zelf wist hij niet zoveel van deze nieuwe wereld af, maar dat zou hij nog wel gaan ontdekken. Ongetwijfeld zouden er plekken zijn waar ze hun voorraden bij zouden kunnen vullen. Dat moest wel, want een heel overlevingspakket had hij nou ook weer niet bij zich. Wie weet dat ze ook het een en het ander met elkaar zouden kunnen ruilen. Dylan Parker was een naam die hij niet meer zou vergeten. Het beeld van het meisje had hij gekoppeld aan de naam en zou hij niet zo snel kwijtraken. Ze had duidelijke uiterlijke kenmerken.

    "Technisch aangelegd?" "daar ga je hier in de natuur weinig aan hebben vrees ik." had deze opgemerkt. Hij had enkel zijn schouders opgehaald. “Er zijn altijd wel bruikbare materialen te vinden om iets mee te maken” en dat had hij gemeend. Alle grondstoffen voor technische producten kwamen immers uit de natuur. Niet dat hij de mogelijkheid voor hem zag om aardolie uit de grond te winnen, maar er zouden ongetwijfeld wel andere materialen zijn om iets mee te doen. Al had hij nu nog geen idee wat. Het zou een uitdaging worden, maar dat was precies de reden waarom hij mee was gegaan. Hij ging uitdagingen niet uit de weg, hij hield er van. Datgene dat anderen onmogelijk achtten, achtte hij wel degelijk mogelijk.

    "Mooi, je houdt iets van me te goed," hij glimlachte terug naar haar. Hij was benieuwd geweest naar de reden waarom zij meegegaan was op de expeditie, daar had hij ook wel recht op want hij had de zijne ook verteld. "Ik vermoed dat ik mee ben om het gemiddelde iQ van de groep wat op te schroeven," zei ze met een knipoog, "nou, ga je mee?" Een klein lachje liet hij horen. “Aha, dus jij bent mee vanwege de intelligentie”. Hij had geknikt. Waar ze heen wilde wist hij niet, maar hij vond het best. Beter dan alleen een beetje ronddolen in een gebied dat hij tot nu toe nog niet kende. Het werd hem snel duidelijk dat Dylan een leidende rol prettig vond. Ze wist goed wat ze wilde en dat vond hij op dit moment wel nuttig. Terwijl ze terecht kwamen in een steeds dichtere omgeving, het bos, hield hij zijn ogen meer dan ooit open. Alles wat hij zo ongeveer zag was nieuw voor hem. Oké, hij had wel eens wat plaatjes gezien, maar ook weer niet zo veel. Het was dat Dylan zo’n zelfverzekerde indruk maakte, alsof ze precies wist waar ze mee bezig was. Anders was hij niet alleen zomaar hier naartoe gegaan.

    Zij zat al aan een aantal dingen van de omgeving, de natuur, om hen heen, maar hij hield zijn handen in zijn zakken. Wat het allemaal precies was en deed wist hij niet. Het was hem vreemd dus zou hij beter moeten opletten dan in hun ‘oude wereld’. "Ik heb veel gelezen over deze wereld," zei ze en veegde de pluk haar opzij, "de wereld boven de grond. Ik heb er veel kennis mee en daarom ben ik mee, dus laten we hopen dat de werkelijkheid aansluit bij de theorie." Dit stelde hem op dit moment zeker gerust. Dat was wat hij moest horen. “Fijn, want ik weet echt niet wat dit alles allemaal voorstelt” vertelde hij haar eerlijk. Planten, ja, die kende hij wel, maar de namen. Nee. "Ik wil een paar dingen checken in de omgeving. Kijken wat voor klimaat er hier is, wat voor beesten we kunnen verwachten en natuurlijk," had ze gezegd. “Dat lijkt me heel nuttig” beaamde hij. Zo zouden ze ook kunnen weten waar ze aan voorraden zouden kunnen komen. ..” "wat voor eten er allemaal te vinden is." Ze hurkte neer. Ze ging toch niet? Of toch wel. "Precies zoals ik dacht." Hij had haar blik gevolgd om te zien waar ze naar had gekeken. "Hier," De bessen waren al in zijn handen voordat hij kon protesteren. "proef maar." Hij keek haar even aan. Het was niet dat hij haar niet geloofde, maar vertrouwen deed hij niet zo snel. Hij keek even naar de bessen, en zag toen dat zij ze al in haar mond had. Ze leken haar te smaken.

    "Deze plant heet Bergthee, omdat van de bladeren thee getrokken kan worden. De bessen zijn echter ook eetbaar en blijken zelfs geneselijke krachten te hebben." Hij gaf de bessen het voordeel van de twijfel en at er een aantal op. Ze smaakten inderdaad best aardig. “Gelukkig is er nog niemand gewond” merkte hij op.

    Hij merkte dat ze de leiding wilde behouden en liet haar dat doen. Een volgende positie vond hij prima. Zo kon hij ook rustig alles in zich opnemen. Zelf schreef hij geen dingen op, maar vertrouwde op zijn visuele geheugen. De weg onthouden was in ieder geval iets dat hem geen probleem opleverde, al zouden ze nog vier zijpaadjes nemen. Ze spraken niet veel, dat deerde hem ook niet. "Sorry, dit moet vast saai zijn voor je," zei ze, nadat hij op iets had gestaan wat haar deed schrikken. “Oh, nee hoor. Er is hier genoeg te zien” zei hij, met een glimlach. "Anders kijk je in de omgeving of er dieren zijn, misschien kun je zelfs wel wat vangen. Je hebt een mes mee toch?" Zijn handen gingen automatisch naar zijn broek, daar zou hij een mes aan hebben gehangen, maar al snel wist hij dat hij geen mes had meegenomen.

    "Ga niet te ver weg en geef maar een gil als je iets interessants vindt." “Zal ik doen. Als ik iets vind fluit ik wel hard” hij was in de veronderstelling dat ze dit wel zou horen. Het was, tot nu toe, vrij rustig in het bos. Maar hij moest zichzelf eraan helpen herinneren dat dit zomaar kon veranderen. Sterk was hij niet, maar met een mes kon hij wel redelijk overweg. Het zou misschien wel mooi zijn, wist hij iets van een klein diertje te vangen.

    Hij had zich al snel omgedraaid, om in tegengestelde richting van Dylan te lopen. Op zijn tenen lopen deed hij niet maar voorzichtig was hij wel. Anders zou het ‘mogelijke wild’ zo weg zijn. Hij vroeg zich sterk af of hij überhaupt wel wat van leven was, behalve hemzelf. Voordat hij het doorhad kwam hij al in dichtere begroeiing terecht, en dwaalde hij tussen takjes heen en weer omdat er geen duidelijk pad was.


    Aan niets denken is ook denken.