• Beacon Hills



    Can someone in this town stay dead?! -Peter Hale


    Beacon Hills – California
          Wat door kan gaan voor een slapend stadje aan de rand van San Francisco, verbergt een groot geheim. Als je verder kijkt dan de mooie huizen, mooie parken en vriendelijke mensen kom je erachter dat Beacon Hills zijn naam niet voor niets draagt. Als baken van energie trekt het allerlei vreemde wezens aan. Sommigen op zoek naar vernieling, anderen om deze vernieling tegen te gaan.
          Vreemde moorden vinden plaats door de hele stad. Zonder motief, zonder enige aanleiding.
    Wie of wat deze moorden veroorzaakt is nog maar de vraag. Mensen verklaren een groot beest te hebben zien wegschieten vlak nadat iemand arriveerde op de plaats delict.
    De politie is echter niet in staat om de dader te pakken te krijgen. Angst en zorgen verspreiden zich meer en meer onder de bevolking. Wanneer zal hij immers opnieuw toeslaan?

    Ondertussen kampen een paar leerlingen van Beacon High met een heel ander probleem. Op de een of andere manier zijn ze aangevallen door een wild dier. En dit dier heeft meer sporen achter gelaten dan zou moeten…..

    Zal het dit groepje vrienden lukken om hun geheim verborgen te houden voor de rest van de wereld? Zijn ze in staat om tegelijkertijd hun school op orde te houden en het kwaad uit de stad te verdrijven? En hoe zit dat met hun normale leven?
          Het is een taak waar niemand op zit te wachten, maar dankzij de vindingrijkheid en moedigheid van deze jongeren zal men versteld staan.




    Dit is het officele speeltopic voor de RPG Beacon Hills!


    Rollen ¤

    Mensen
    ¤ Marilyn Rosa O'Connell • Nemeton[1,7]
    ¤Gehele rol vrij •
    ¤Gehele rol vrij •
    ¤Matthew Kendo Parker • Opalia[1,5]
    ¤Matthew Dallas Beswick • Rejects[1,5]
    ¤Alexalyn Ulyssa Velouetté. • Avus[1,6]

    Weerwolven
    ¤Aurelian North Hawthorne • Paracosm [1,7]
    ¤Eros Zenildo Caetano Veríssimo • Dunbar[1,2]
    ¤Ezequiel Leandro Caetano Veríssimo •Verde[1,2]
    ¤Gehele rol vrij •
    ¤Lennox Grace Reid • Leighton[1,3]
    ¤Gehele rol vrij •

    Overig
    ¤Werecoyote -Natasha Rose Zayev •Opalia[1,4]
    ¤Banshee -Raelin Mellari Anqeloir • Ressurect[1,6]
    ¤Hunter- Nicola Jason Westerbury• Yokubo[1,5]



    Rollentopic 01
    Praattopic 01


    Het begin :
    Maandagochtend : 08:00
    Het schooljaar begint met een introkamp naar de bossen van Beacon Hills. Onder andere om elkaar beter te leren kennen en de leraren hebben opdrachten gemaakt voor de hele week. Een bus staat klaar om de klas naar de heuvels te brengen, waar ze de week zullen spenderen. De leerlingen mogen zelf bepalen bij wie ze in de tent gaan - maar het moet wel van hetzelfde geslacht zijn. Tevens moeten ze zelf koken, en een kampvuur weten te maken.

    Het weer : de maan is driekwart, wat betekent dat aan het einde van de introweek de maan vol zal zijn - wat kan zorgen voor problemen. Overdag is er een fijne temperatuur met een zacht briesje, in de nacht is het iets kouder. De gemiddelde temperatuur ligt rond de 22 graden.

    [ bericht aangepast door Mahoganaea op 29 aug 2014 - 10:01 ]


    The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.


    Natasha Rose Zayev
    'Tasha'
    †††

    Er was een zekere vijandigheid tussen de mannen – niet zozeer de broers, die altijd wel een beetje mot hadden met elkaar, maar eerder tussen hen en Matt. Voornamelijk tussen Eros en Matt. Wat daar toch de reden voor was, was mij echt een vraag. Ik wou er echter geen aandacht aan besteden omdat ik liever de rust wou bewaren. Anders zorgde ik voor opschuddingen. Begrijp me niet verkeerd, dat deed ik graag, maar tijdens een kamp ver weg van de beschaving had ik geen zin in drama.
          "Ja, ja de volgende keer breng ik je czerny mee." Zei Eros met een sarcastische ondertoon in zijn stem. Voor een moment keek ik hem doordringend aan, voor ik met mijn ogen rol en afwacht wat er nu weer voor muziek wordt opgezet. Op de een of andere manier is zijn smaak nogal uitlopend.
          Gelukkig. Het was nog enigszins muziek wat ik goed vond klinken. Onze smaken verschilden van tijd tot tijd nog wel eens. Het ene moment kon ik het eens zijn met het nummer wat hij opzette, het volgende hoefde ik er niets van te weten.
          "Volgens mij gaan we zo vertrekken..." geamuseerd keek hij me aan. Dat wist ik zelfs zonder dat ik naar hem omkeek.
    Tevreden voelde ik hoe het voertuig langzaam in beweging kwam. Er was niets erger dan moeten wachten op iets waar je geen tijd voor had. Niet dat ik zoveel zin had in dit tripje, maar ik wou liever dat ik nu mijn tent op kon zetten dan dat ik eerst nog een tijdje moest nietsen in een bus die stonk naar oud zweet.
          ’Gelukkig,’ verzuchtte ik zacht. Mijn hoofd plaatste ik weer op Eros zijn schouder. Nu de gemoederen weer waren gezakt en de goede sfeer weer was terug gekeerd, kon ik het wel aan om hem weer te vergeven – iets waar ik best hard mee kon zijn als het er op aankwam.
          Het voertuig scheurde de parkeerplaats af. De school lag gelegen vlakbij de hoofdweg, waardoor het slechts een paar minuten duurde voor we omgeven waren door andere auto’s. Aangezien de bus nu niet tot de top voertuigen behoorden, werden we aan alle kanten ingehaald door mensen. De een nog harder dan de ander.
          Hoofdschuddend keek ik naar de stukken metaal die ons voorbij schoten. In mijn hoofd hield ik een tussenstand bij – een zeker tijdverdrijf. De auto die het snelst aan ons voorbij wist te komen, was klaarblijkelijk de winnaar.
    Soms vroeg ik mezelf wel eens af waar het heen ging met me. Maar goed dat er geen bovennatuurlijke figuren waren die gedachten konden lezen.
    ‘Ik hoop maar dat ze een degelijke plek hebben uitgekozen,’ verzuchtte ik enigszins. Ik zag de leraren er wel voor aan om ons per se dwars te zitten terwijl ze zelf in luxe ondergedompeld werden.
          Een zeker moment in mijn gedachten was niets meer dan zwarte duisternis geweest. Mijn lichaam had ervoor gekozen om de rest van de reis in een andere toestand te verkeren dan bij bewustzijn – met andere woorden, ik was in slaap gevallen.
    Knipperend tegen het licht duwde ik mezelf iets overeind. Het eerste wat ik zag, waren de bomen. Overal bomen.
    Het tweede wat me opviel : we stonden stil.
    ‘Zijn we er?’ vroeg ik verbaasd doch nieuwsgierig. Hoewel kamperen niet mijn ding was, was het best interessant om te kunnen meedoen aan deze bezigheid.
          Het raam was beslagen door de warmte van alle lichamen bij elkaar. Met de mouw van mijn vest veegde ik het weg zodat ik meer kon zien dan enkel de bomen.
    ‘’Een open plek?’ klonk er enigszins teleurgesteld.
    Wauw. Wat een spanning.



    Matthew Kendo Parker
    ‘Matt’
    °°°

    Tienerproblemen. Wie had gedacht dat we daar nog tijd voor zouden hebben? Na al het bovennatuurlijke wat er plaats vond, vond ik het een spektakel om te zien hoe mijn beste vriend zich probeerde te verbergen voor iemand, die overduidelijk wist waar hij zich bevond. In dit geval ging het merendeels om het principe – als ik jou niet kan zien, dan zie jij mij niet.
          De tweeling was naar mijn smaak een verhaal apart. Op de een of andere manier had ik in de ogen van Eros iets fout gedaan, waardoor hij me niet meer aan wou kijken of fatsoenlijk wou behandelen. Geen probleem hoor, maar dat betekende niet dat ik wel normaal tegen hem zou doen. Je kon behandeld worden zoals je mij behandelde. Niet meer en niet minder.
          Kort krimp ik ineen bij de vrolijke uitbarsting van Relian. Leuk en aardig die speelse manier, mijn bovenarm was er enkel niet voor gemaakt om dergelijke klappen te ontvangen van een weerwolf. ‘Urgh,’ komt er dan ook uit mijn mond.
    Ik zag hem graag vrolijk, het liefst zo vrolijk dat hij geen idee heeft wat hij met zichzelf aan zou moeten – niet dat het vaak voor was gekomen maar de momenten waarop het zo was geweest, waren magisch. Hem helemaal vrolijk krijgen was een enorme uitdaging. Na zijn weerwolf avontuur, waarin hij me vaak genoeg heeft geprobeerd te vermoorden, leek hij eindelijk weer te kunnen ontspannen. En die ontspanning deed mij ook goed. Hij is mijn beste vriend en ik heb hem nodig. Zoiets zeg je niet hardop, dat is een soort code, maar zonder hem zou ik het gewoonweg niet redden. Niet op de middelbare school en al helemaal niet daarbuiten.
    Hoe moest ik immers in het dagelijks leven als ‘normaal’ voorkomen als ik dat absoluut niet was? Dan was Relian daar om me te redden van mijn eigen ondergang.
          De klap die ik hem op zijn schouder gaf, was niets vergeleken met de stoot die ik had ontvangen. Hij zou er vrij weinig van voelen, ik daarentegen zou morgenvroeg een blauwe plek hebben waar je u tegen kon zeggen. Verschil moest er zijn.
          Nog altijd even opgewonden en enthousiast keek ik hem aan. Door de manier waarop hij met zijn ogen rolde gaf mij aan dat hij mijn opmerking weer eens totaal niet geplaatst vond.
    ‘Jij bent ook een mooie – we slapen samen in een tent en ik mag al het werk gaan doen. Ik hoop voor je dat je veel eten bij je hebt om dat goed te maken.’
    ‘Ja maar dat zie jij verkeerd. Of ik stuntel een uur met de tent en we zijn nergens, of jij zet hem op in tien minuten,’ zei ik simpelweg. ‘ Het is kiezen of delen jongen. Daarbij, denk je nu echt dat ik weg zou gaan zonder ook maar een vorm van voedsel mee te nemen?’ bij dat laatste trok ik mijn wenkbrauwen vragend op. Als iemand me door en door kende,dan was hij dat en hij wist dat naast slapen, eten mijn beste vriend was.
          ‘Ik ben wel benieuwd naar het einde van de week – het is een Volle Maan weet je. Ik maak me om mezelf geen zorgen, maar om de anderen. . . Dat is een geheel ander verhaal. Jij hoeft je in ieder geval geen zorgen te maken, ik let wel op je – dan ben je m’n brave oppaskindje.’
    Boos keek ik hem aan. ‘Ik wil graag de grijns van je gezicht slaan, maar daarbij zou ik eerder mijn hand breken dan jij jouw kaak. Maar ik waarschuw je, ook ik kan gevaarlijk zijn!’
    Althans, dat hoopte ik.
          Onder het praten had ik al opgemerkt dat het voertuig was gaan rijden. Ik was benieuwd naar de plek waar we zouden gaan verblijven. Zolang er maar stromend water was en een interessante omgeving, dan was ik blij genoeg.
          Zwijgend settelde ik me tegen het raam aan, ik legde mijn voorhoofd weer tegen het koele glas en liet me meevoeren in de stroom van mijn eigen gedachten. Onbewust telde ik het aantal rode auto’s. Rood was een opvallende kleur, de enige kleur waar ik op dit moment aandacht aan kon besteden.
    Half mopperend, half opgewonden zat ik op het puntje van mijn stoel zodra de bus een afslag nam. Eentje die naar het bos toe leidde zo bleek.
    ‘Nu komt het..’ grijnsde ik naar Aurelian. Kamperen. Vroeger deed ik dat graag met mijn vader, maar dat was een onderwerp waar ik mij niet meer mee bezig wou houden.
          De bus stopte. Hij kraakte gevaarlijk zodra de deuren open gleden zodat de leerlingen naar buiten konden gaan, de frisse lucht op konden snuiven. ‘Welnu, waar wacht je nog op?’ vroeg ik droog. Ik porde hem in zijn zij zodat hij zou gaan opstaan. We hadden niet de hele dag!


    The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.

    Aurelian North Hawthorne
    Werewolf ––– True Alpha
    •–––•–––•–––•–––•


    Ja, maar dat zie jij verkeerd. Of ik stuntel een uur met de tent en we zijn nergens – Of jij zet hem op in tien minuten. Het is kiezen of delen jongen. Daarbij, denk je nu echt dat ik weg zou gaan zonder ook maar een vorm van voedsel mee te nemen?’
    Grinnikend weet ik het voor elkaar te krijgen om mijn gezicht enkele malen heen en weer te bewegen van ongeloof. Hoogstwaarschijnlijk heeft Matthew de inhoud van de gehele koelkast in zijn tas weten te stoppen en hebben we aan het einde van de week ontzettend veel eten over wat we met geen mogelijkheid op hebben kunnen krijgen gedurende het kamp. Gedurende mijn gehele vriendschap met Matthew moet ik wel een aantal kilo’s aangekomen zijn – wanneer dat niet het geval is dan sta ik versteld van het gegeven hoeveel vet een weerwolf kan verbranden tijdens Volle Maan of de manier waar op de coach ons kan trainen zonder dat we het in de gaten hebben.
          Wanneer ik een aantal woorden laat vallen over de Volle Maan aan het einde van de week, weet ik een boze gezichtsuitdrukking van Matthew te ontrafelen – waardoor er vrijwel direct een grote grijns rondom mijn mondhoeken weet te verschijnen. Alhoewel Matthew ontzettend enthousiast was over het gegeven dat ik een weerwolf ben – kan hij het op sommige momenten moeilijk vinden om te zien dat ik vele malen sterker en krachtiger ben dan hij
    ‘Ik wil graag de grijns van je gezicht slaan, maar daarbij zou ik eerder mijn hand breken dan jij jouw kaak. Maar ik waarschuw je, ook ik kan gevaarlijk zijn!’
          Schuddend van het lachen merk ik dat Matthew zich op de auto’s op de weg heeft gericht, waardoor het gesprek voor dit moment voorbij is en ik de rest van de weg in stilte af zal gaan leggen. Het komt meerdere malen voor dat Matthew tijd nodig heeft om zijn gedachten te ordenen en hierbij moet hij zich afsluiten van zijn omgeving – waar onder voor mij. Vanaf het allereerste moment dat ik dit in de gaten kreeg, heb ik hem deze vrijheid geboden ; iets wat onze vriendschap enkel en alleen maar sterker scheen te maken.
    Uiteindelijk kwam de bus tot stilstand in het midden van een bos, in de buurt van een open plek waar slechts wat bomen omheen stonden. Hoogstwaarschijnlijk vonden de andere leerlingen er niet ontzettend veel aan, maar ik stond daadwerkelijk te springen om naar buiten te gaan en de frisse lucht op te snuiven. Het bos heeft meerdere herinneringen voor me en op de een of andere manier voelde ik mezelf er altijd al thuis – zelfs voordat ik een weerwolf was en er meerdere malen in het jaar rond rende in verband met de Volle Maan.
          ‘Welnu, waar wacht je nog op?’
          Grijnzend richt ik mijn blik op zij en sla voor een kort moment broederlijk mijn arm rondom de schouders van Matthew – het avontuur kom nu daadwerkelijk gaan beginnen. ‘Mattie – dit gaat een fantastische week worden.’ Direct na mijn woorden hijs ik mezelf omhoog aan de stoelen voor me en begin langs alle personen in het gangpad af te lopen, op weg naar de deur aan het begin van de bus – om zo snel mogelijk buiten te zijn. Al mijn bezittingen lagen in het laadruim en hoe eerder me de tent hadden opgezet, hoe eerder we op ontdekking konden in de bossen.
    Wanneer ik in de gaten krijg dat er iemand in de deuropening van de bus staat – met een tas over haar schouder en een skateboard onder haar arm – zucht ik van frustratie. Dit ging je niet menen. Van alle personen die hier konden staan was het uiteraard Alexalyn. Waarom zat ze niet gezellig bij haar maatje Ezequiel de mooie bloemen te bewonderen van achter het raam? Daarnaast. . . Wat moest je überhaupt met een skateboard in het bos? Alsof je op die zachte bosgrond kon gaan rijden met die kleine wielen.
          Woordeloos druk ik mijn lichaam tussen het lichaam van Alexalyn en de deurpost van de bus door – wat enigszins lomp gebeurde doordat ik nog steeds niet in de gaten had hoe “groot” en “gespierd” mijn lichaam op dit moment is. Alhoewel ik geen spierbundel was, was ik gespierder dan ik ooit ben geweest en dat zat soms in de weg.
    Mijn verontschuldigingen maken deed ik echter niet – dan zou zij op andere momenten ook maar normaal tegen me moeten doen. Je bent altijd mijn vriend of je bent het niet. Ze kon er niet voor kiezen altijd blindelings voor Ezequiel te gaan en maar naar mij te komen wanneer het benodigd was.
          Mompelend zet ik een koers naar de laadruimte van de bus, waar de buschauffeur al klaar staat en met snelle handelingen de bak weet te openen – bang voor het moment dat ik opnieuw met zijn geliefde bus ga rommelen. Zwijgzaam neem ik zowel mijn eigen tas als de tas van Matthew uit de laadruimte en zet vervolgens koers naar de verste hoek van de open plek, haast tussen de bomen ; waar ik ze op de grond laat vallen en er zelf bij ga zitten. Mijn lust om de tent op te zetten was geheel verdwenen en met mijn blik strak op de grond gericht bleef ik zitten wachten totdat Matthew er aan kwam om me op te vrolijken en mee te helpen.


    Ezequiel 'Ezro' Leandro Caetano Veríssimo

    Mannelijke weerwolf - 19 jaar - Kleding


    “Het is dat ik mezelf voor schut zal zetten wanneer ik jou volledige naam uitspreek, maar anders had je die zo vaak te horen gekregen dat je wenste om een nieuwe naam.” Heel relaxt vouwde hij zijn handen achter zijn hoofd en liet zich wat onderuit zakken waarna hij zijn beste vriendin met een grijns aankeek.
    “Ahhh, tadinha*.” Hij hield er van om af en toe eens Portugees te praten – niet alleen omdat blijkbaar een tal van meisjes in Beacon Hills er een zwak voor hadden maar ook omdat hij het een leuke manier vond om Alexalyn te plagen. Ze had er namelijk vaak een hekel aan omdat ze hem dan niet begreep.
    “Não é tão difícil*. Ezequiel. Leandro. Caetano. Veríssimo. Entendido?” De glimlach om zijn lippen werd enkel breder en breder hoewel hij wist dat ze niet zo graag haar volledige naam hoorde. Hierdoor maakte hij vaak genoeg gebruik van genoeg bijnamen die hij ooit voor haar had verzonnen: Alex, Snorlex, Lexie, Querida, Amorzina, Anjinho. Je kon misschien wel de Braziliaan uit Brazilië halen maar nooit het flirterige gedrag uit een Braziliaan. Toch niet uit Ezequiel. De aap gebruikte enkel de laatste paar bijnamen als hij iets van haar gedaan moest krijgen of op een geweldig geschikt moment waardoor het grappig werd.
    “Het verbaasd me dat je mij nog niet hebt opgegeten – of jezelf. Je hebt namelijk altijd honger.” Alex d’r donkere poelen keken hem aan waardoor hij zachtjes een gegrinnik uitstootte. “Hm. Nee, je lijkt me eerlijk gezegd niet zo smakelijk, Lexie.” Hij knipoogde snel waarna een luide gaap volgde en hij zijn hand voor zijn mond sloeg. “Eindelijk.” mompelde Ezequiel toen hij hoorde hoe de ronkende motor aansloeg. Zijn benen had de jongeman over de stoel voor hem gegooid waardoor hij nu met zijn benen in de lucht onderuit gezakt zat. De persoon voor hem had nog niet geklaagd waardoor hij ervan uitging dat ze het niet zo erg vond.
    “Well, my momma has told before. You’re the one, you’re the one..” De ruwe krachtige stem van Jordan Cook klonk door het witte oortje terwijl Ezequiel naar buiten keek en zo zag hoe de bus het parkeerterrein van Beacon High verliet. Hij was nog steeds blij dat hij samen met Eros de stap had genomen om hun vertrouwde thuisbasis te verlaten. En hoewel hij nog maar enkele maanden op Beacon High had gezeten voelde hij zich er thuis.
    “Alexalyn.” De lage stem van mevrouw Hansel zorgde ervoor dat hij zijn blik van het raam scheurde en nu naar Alexalyn keek die zonder enig probleem in het midden van het gangpad met haar handtas in haar armen gedrukt stond. In enkele luttele seconden leek het echter alsof ze opeens het volgende moment door de bus zou vliegen waardoor Ezequiel onmiddellijk overeind veerde en haar bij de arm beet nam. Zijn reflexvermogen werkte nog behoorlijk – echter had Alex de stoelleuning al reeds vastgepakt.
    “Dude, ik dacht dat je door de bus zou vliegen.” Langzaam – toen hij er pas zeker van was dat ze echt stevig stond – liet hij haar arm los en ging hij weer zitten in zijn normale positie van daarnet. Het duurde enkele seconden vooraleer hij door had wat er werkelijk was gebeurd waardoor daarna een geamuseerde lach over zijn lippen rolde. Lachend haalde hij een hand door zijn donkerbruine haren waarna hij Alex aankeek. “Met jou kan je toch ook maar overal één keer komen, hé.” Hij zag hoe zijn beste vriendin weer op haar plek ging zitten.
    “Hier heb ik nog wel wat voedsel zitten.” Met een plof gooide ze haar handtas op zijn schoot terwijl een brede glimlach haar lippen sierde. Nep diep onder de indruk, zijn wenkbrauwen hoog de lucht in keek hij naar de handtas op zijn schoot. “Dus eigenlijk heb je in principe bijna net je leven opgeofferd om mijn hoger te stillen?” Ezro ritste de handtas los, “Wat ben jij toch een geweldige beste vriendin.” Hij legde dramatisch zijn hand op de plaats van zijn hart waarna hij door de berg rommel begon te zoeken. Alex had altijd spulletjes bij waar Ezequiel niet eens aan zou denken of waarvan hij überhaupt niet eens begreep waarom ze het bij had. Ze was veel meer georganiseerd. Daardoor was hij ook van mening dat ze daarom ze zo’n goed duo vormde. Ze vulden elkaar als het ware aan. Toen hij echter een paar van zijn favoriete koeken zag krulden Ezequiel’s mondhoeken langzaam omhoog waarna hij het zakje eruit viste.

    Na het eten van de oh zo heerlijke koek die duizend keer beter smaakte omdat hij zo’n grote honger had voelde Ezequiel hoe zijn volle maag ervoor zorgde dat hij langzaamaan weer moe werd. Zijn oogleden sloot hij terwijl hij met zijn hoofd op Alex’ schouder leunde en hij zo met haar praatte. De stilte die af en toe tussen hen in heerste was niet awkward zoals het bij de meeste mensen zou zijn. Nee, het was aangenaam. Rustgevend.
    Toen ze echter aan het kiezelpad waren aangekomen voelde hij hoe zijn hoofd de hele tijd op en neer ging waardoor hij nu zijn achterhoofd liet rusten tegen het kussen. Ze waren bijna bij het bos. Dit wist hij omdat hij samen met zijn broer al vaak te vinden waren geweest in het bos. Hij voelde er zich thuis en kende er zijn weg. Toen het gele gevaarte dus stopte met schommelen wist Ezequiel dat ze waren aangekomen en zat hij rechtop.
    Het volgende moment echter leunde Alex uit her niets half over hem heen om zo naar buiten te krijgen. Alsof ze wist dat hij van plan was om er een opmerking over te maken keek ze hem met haar grote donkere ogen aan.
    “Heb je misschien een bri-“ begon Ezequiel maar zoals altijd was zijn beste vriendin te ongeduldig en voor hij het besefte was ze al naar voren gelopen.
    Terwijl een geeuw zijn mond verliet rekte de Braziliaan zich uit en kraakte hij zachtjes zijn nek. Hij hoopte maar dat hij vandaag beter zou slapen.
    “We zijn er.” Met een grijns van trok hij het oortje uit zijn broers oor en haalde hij een hand door Eros zijn donkerbruine krullen. Eventjes liet hij zijn blik op Natasha vallen die naast Eros zat, “Vergeet je sabichão ook niet mee te nemen.” zei hij tegen Eros. Het was al lang niet meer een geheim dat Ezequiel en Natasha water en vuur waren. De nodige opmerkingen op een dag waren dan ook noodzakelijk.
    Zijn sporttas die hij normaal gesproken in de laadruimte had moeten gooien maar het zoals verwacht was vergeten pakte hij in zijn ene hand waarna hij door de bus liep. Vanvoren aangekomen zag hij hoe zijn beste vriendin in het midden van de ingang stond en niet van plan leek om te verplaatsen.
    “Alex, het gras bijt niet hoor.. de bomen betwijfel ik echter.” Met een grijns om zijn lippen duwde hij zijn beste vriendin de bus uit waarna hij haar volgde en zijn blik liet glijden over het uitzicht. Het zag er verfrissend uit en meteen drong de bekende bosgeur dan ook zijn neusgaten in.
    “Oh hell yeah.” Zijn ogen gleden onmiddellijk over het stromende beekje. Hij hield van zwemmen, altijd al gedaan. Vaak ging Ezequiel dan vroeger ook met zijn broers in het dichtstbijzijnde riviertje zwemmen. Hm. Hij had wel geen zwembroek bij – daar had hij niet aan gedacht toen hij vliegensvlug dingen inpakte. Dan zou hij maar gebruik moeten maken van een boxershort. Of desnoods in zijn broek. Hij zou het wel uitvogelen want zwemmen deed hij sowieso.


    *Poor girl
    ** Het is niet zo moeilijk. Begrepen?

    [ bericht aangepast door Donatello op 18 aug 2014 - 15:53 ]


    Rise and rise again until lambs become lions

    Alexalyn Ulyssa Velouetté.



    Mijn ogen volgen de bewegingen van het water, die vanaf hier tot mijn verbazing goed te volgen zijn, en mede door de wind die tussen de bladeren van de bomen door weet te komen, vergeet ik voor een moment dat ik me nog in de deuropening van de bus bevind. Hier word ik me echter al snel bewust van, aangezien mijn lichaam tegen de deurpost wordt geduwd door een vrij groot gestalte. Om te voorkomen dat ik uit de bus zou vallen, het opstapje valt niet als 'laag' te beschouwen, pak ik in een reflex het handvat aan de zijkant van de bus beet. Mijn heup stoot tot mijn ergernis tegen een uitsteeksel aan de binnenkant van de deurpost aan, waarop ik mijn tanden strak op elkaar zet om de pijn te verbijten. Deze pijn verdwijnt echter al snel, maar ik moet er aan gaan geloven dat daar zich een blauwe plek zal gaan vestigen.
          Al snel weet ik mijn hoofd te keren naar diegene die mij zojuist bijna de bus uit had geduwd, maar voordat er een vlaag aan scheldwoorden tussen mijn lippen door zouden schieten, realiseer ik me dat dit mijn eigen schuld is en verlaat een vluchtige 'Sorry' mijn mond. Niemand zou in een deuropening blijven staan van een met mensen volgeladen bus, behalve iemand zoals ik.
          Mijn ogen zijn voor luttele seconden op het achterhoofd van Aurelian gericht en net wanneer ik mezelf afvraag waarom hij zich op deze manier gedraagt, hij had me ook kunnen vragen om verder te lopen, heb ik een vermoeden. In een flits komt namelijk voorbij dat wanneer ik vanochtend op school aankwam, hij aan de kant heeft gezeten in plaats van in de bus en dat ik me zo op de reis en, moet ik toegeven, Ezequiel had gefocust, hem geen enkele blik heb gegund. Iets wat Aurelian zeker niet heeft verdiend, maar ik heb hem over het hoofd gezien en dit gegeven heeft er voor gezorgd voor wat het nu is. Echter ben ik wel van mening dat Aurelian mij hier ook op aan had kunnen spreken. Jammer genoeg gebeurt dit te laatste tijd wel vaker.
          'Alex, het gras bijt niet hoor... De bomen betwijfel ik echter.' Ik kijk weg van de chocoladebruine haren die vrolijk in het rond springen bij elke stap die Aurelian neemt en wil mijn blik op Ezequiel richten, die achter mij is komen staan, maar voordat mijn donkere poelen de zijne hebben kunnen bereiken, geeft hij me een zetje naar voren. Van hem had ik het kunnen verwachten, maar mijn gedachten waren bij iemand anders en dit keer heb ik niet de kans om het handvat beet te pakken, waardoor ik onhandig op de grond terecht kom. Voor het geval ik naar voren zou vallen, had ik mijn rechterarm uitgestoken, maar gelukkig ben ik op twee wankelende benen terecht gekomen. 'Twee keer is niet genoeg, zeker.' Mompel ik geïrriteerd, waarna ik mezelf naar de laadruimte begeef. Ik weet niet wat er vandaag is, maar normaal heb ik niet zo de behoefte om te vallen. Echter zag dit er vandaag anders uit.
          Ik volg de bewegingen van Aurelian met mijn ogen en zodra hij zijn tas en die van Matthew, dit weet ik aangezien ik deze gisteren bij hem thuis heb zien staan, onder de bus vandaan heeft gehaald en is weggelopen, haal ik mijn opvallende tas uit de laadruimte vandaan om vervolgens een aantal stappen naar achteren te doen. Mijn donkere irissen glijden langs de mensen bij de laadruimte op zoek naar de bruine haren van Lennox die ik eerder deze dag nog niet heb kunnen vinden, maar ik ben er van overtuigd dat zij zich in deze bus bevindt en op dit moment ergens buiten.
          'Lennox, hier!' Ik schenk Lennox een glimlach zodra ze in mijn blikveld is gaan staan, ondanks het feit dat ik nu niet in de stemming ben om een glimlach te produceren, lukt het toch aardig.


    'I don't want to leave her just because she makes me a better person.'


    Matthew Kendo Parker
    ‘Matt’
    °°°

    Wat? Was het niet goed? In mijn ogen was eten altijd goed. Er was niemand, maar dan ook niemand die mij kon tegenhouden als het op eten aan kwam. het was zelfs een wonder dat ik nog niet tonnetje rond was. Anders had ik waarschijnlijk niet eens in de bus gepast. Dankzij coach en zijn trainingen bleef ik slank. Als ik zoveel zou eten en ook nog een stil zou zitten, dan was het hek van de dam dacht ik zo.
    Wie zei hier iets over eten overhouden? Aan het einde van de week was de hele tas leeg. Zelfs geen kruimel die het zou overleven. Aurelian kon nog zoveel zeggen, maar hij was net zo gek op voedsel als ik dat was.
    Mijn wenkbrauwen krulden zich in een sierlijke frons. Waarom keek hij me toch aan alsof er heel wat amuserend was gebeurd hier? Was het niet alom bekend dat ik een speciale relatie had met eten?
          De volle maan. Beste vriend en vijand. Negen van de tien keer was het mijn vijand. Aurelian veranderde in een soort monster dat zichzelf niet kon bedwingen. En ik? Ik rende als een gek voor mijn leven om ervoor te zorgen dat ik niet werd verscheurd.
    Dan deed je zoveel goede pogingen om iemand geketend te houden, wisten ze alsnog te ontsnappen. Vreselijk frustrerend. Tenminste, als je leven daarna aan een zijden draadje hing, dan wel.
    Daarnaast had je ook nog het gegeven dat meneer tien keer zo sterk is. Hoe oneerlijk! Hoe moesten we ooit nog een eerlijk potje vechten? Dan was het voor mij klaar voor het zelfs nog maar van start was gegaan!
          Persoonlijk merk ik het niet meer op, het afzonderen wat ik nog wel eens doe. Het is alsof ik op ga in mijn omgeving. De geluiden verstommen naar de achtergrond, aanwezigheid van andere personen verdwijnen als sneeuw voor de zon.
    Vreemd.
    Maar ik heb ook nooit gezegd dat ik dat niet ben.
          De bus maakte nog een scherpe draai, waardoor ik met beide benen weer op de grond kwam te staan. Of in dit geval, zittend in de bus.
    Enthousiast klapte ik in mijn handen. ‘Prachtig. We zijn er,’ mompelde ik enthousiast. De hele reis had ik geen woord gesproken, maar nu we er dan eindelijk waren, kon het feest wat mij part losbarsten.
    De bomen, de rotsen, zelfs het gras. Alles was mooi. Ik heb een goede connectie met de natuur. Mijn oom was wel eens zo vrij om me mee te nemen het bos in toen ik nog wat kleiner was. Die wandelingen, die zijn me altijd bij gebleven.
    Aurelian ging me niet snel genoeg aan de kant. Ik wou naar buiten stormen, brullen, als Tarzan met mijn vuisten op mijn borst slaan – oké dat laatste misschien niet. Dat is alleen figuurlijk.
    Mijn beste vriend slaat een arm rond mijn schouders en kijkt me met een brede grijns aan. ‘Mattie – dit gaat een fantastische week worden.’
    ‘Vertel me eens dingen die ik nog niet weet,’ wierp ik daar op terug. Nog steeds ging het me niet snel genoeg. Ik gaf hem een flinke por tussen zijn ribben zodat hij zijn stoel nog sneller zou verlaten. Daarna schoot ik er als een haas achteraan.
    Meerdere mensen blokkeerden het gangpad. Merendeels doordat een persoon in het speciaal de deur noodgedwongen bezet hield. Moest dat nu?
          Net als Aurelian wurm ik mezelf langs het tengere lichaam van Alexalyn. Aan zijn gezicht te zien was hij niet bepaald blij met het feit dat zij de persoon was die daar een blokkade stond te wezen. Wat had hij op het moment toch met al die vrouwen?
    Al met al was het in elk geval meer interactie dan ik heb met een vrouwfiguur. De enige persoon die ik leuk vind, ziet me alleen maar als een vriend. Hoe ver in friendzone kon je zitten…
          Zodra mijn voet op het zachte gras terecht komt, lach ik vrolijk. ‘Kijk, dit is het goede leven,’ zeg ik tegen Aurelian voor ik me naar de chauffeur wend. Deze was bezig met het openen van de laadruimte.
    De man leek niet blij, maar dat was hij eigenlijk nooit. Zelfs op een doordeweekse dag keek hij chagrijnig. Gelukkig ging ik vaak genoeg met mijn truck naar school. Het voertuig was misschien ook niet meer even mooi, maar ze liep nog als een zonnetje.
    ‘Goedzo, je hebt de tassen. Heb je ook de tent?’ Als een dictator kijk ik mee over Relians’ schouder. Aangezien hij hier de sterkste is, laat ik hem alles mooi dragen naar de plek toe.
    Een van de leraren hield me tegen zodra ik achter hem aan wou gaan. ‘Geen flauwe grappen en streken deze week, Matthew, we houden je in de gaten, ‘ zei hij streng. De doordringende ogen stonden me niet aan, maar daardoor liet ik me niet tegen houden.
    ‘Jaja’ mompelde ik vaag voor ik het wegwuifde en op een drafje naar de plek ging waar Aurelian was neer gezakt.
    ‘Gast? Wat is dit nu? Ik weet dat moeder natuur soms een beetje overweldigend kan zijn, maar je hoeft er niet bij te gaan zitten grienen,’
    Vrolijk als ik was, plofte ik bij hem neer in het gras. Zijn gezicht stond niet geheel gunstig. Trok hij Alexalyn dan zo erg aan?
    ‘Oke, wat is er?’ verzuchtte ik. ‘Wat is er gebeurd met ‘ een typische mannen week’? ‘


    The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.